Reportage

Runderen in de ruimte als vorm van poëzie

Door Maarten Buser | beeld: Peggy de Bruin
22 mei 2016

Over Lumen van Hans Mellendijk

Je mag wel spreken van een constante kracht in het Achterhoekse poëzielandschap: Het instituut Praktische Poëzie, of HiPP. Louis Radstaak, Bert Scheuter en Hans Mellendijk laten geregeld van zich horen, hetzij samen, hetzij apart. In eigen beheer worden mooie bundels uitgebracht als Tractor Tracks (met werk van alle drie de leden), en solowerk. Van Mellendijk is inmiddels een nieuwe bundel verschenen: Lumen. Daarin is het HiPP niet ver weg, zullen we nog merken. Mocht je denken dat er in de Achterhoek alleen in dialect over boerderijen en het dorp geschreven wordt, dan kom je bedrogen uit. Wie Mellendijk volgt, weet dat hij een open vizier heeft: hij is geboeid door de streek, maar ook door taal (of dat nu dialect of ‘algemeen beschaafd’ Nederlands is), en – pakweg – vulkanen en de ruimtevaart. Soms lijkt er iets van een voorliefde voor de Vijftigers in zijn werk door te schemeren.

Lumen bevat poëzie die merkwaardig is, in de goede zin van het woord. Neem ‘Zienderogen’, dat al vroeg in de bundel staat: een soort mantra- of bezweringsachtig gedicht met herhaling en verschuiving. Een fragment, om een idee van het gedicht te krijgen:

ogen voelden ruikend licht
handen zagen smakend vorm
oren proefden voelend toon
neuzen hoorden ziend reuk
tongen roken horend smaak

[…]

licht tongde horend gevoel
vorm oogde ruikend zicht
toon handelde voelend gehoor
reuk hoorde ziend smaak
smaak neusde proevend reuk

proevendertongen laf
horenderoren doof
ruikenderneuzen niets
voelenderhanden dood
zienderogen blind

Peggy de Bruin_Hans Mellendijk - PdB - RGB -3000x300

Het gedicht komt nog twee keer langs: als ‘remix’ en ‘eindmix’. Het daarop volgende gedicht, ‘Panta Rhei’, volgt eenzelfde stramien. De beginsituatie ‘Vuur vuurt vurig vuur. / Water watert waterig water. / Lucht lucht luchtig lucht. / Aarde aardt aardig aarde.’, verandert snel in regels als ‘Vuur watert luchtig aarde. / Water aardt waterig aarde.’ De conclusie: ‘Enzovoort. Enzovoort. / Alles stroomt en niets blijft.’ Die gedachte lijkt ten grondslag te liggen aan veel van Lumen (de titel lijkt naar de eenheid voor lichtstroom te verwijzen). Het is niet vervelend dat Mellendijk de taalspelletjes verderop achter zich laat, want die begonnen toch wat repetitief te worden. Hij herpakt zich met een aantal prima en soms behoorlijk sterke gedichten. ‘Loupe’ bijvoorbeeld, waarin het bekende en het onbekende raakvlakken blijken te hebben. Let op de combinatie van wetenschappelijk taalgebruik en lichtvoetige humor:

[…]
In de zoektocht naar buitenaards leven
ontdekte men Kepler 62e
en 62f. Aandachtigen niet te warm

niet te koud. Twee verse verre planeten.
Gemeten methaan niet alleen een zucht
van melk- en/of vleesbeestengerucht.
[…]

Louis Radstaak seint dra terug:

‘Dat lijkt wel erg ver van mijn bed.
Wat leuk! Een Kepler vol met runderen.
In dat geval wil ik wel een enkele reis.’

Als dat geen mooie schitterende actie
is van Het instituut Praktische Poëzie.
Kepler-cattle; spacecowboys bonanza.

Het slot is mooi meerduidig: naar de ruimte willen, juist omdat er iets zo vertrouwds is, een soort komische ‘wat de boer niet kent’ wellicht; ik vind het een geslaagde twist. En dan is er nog de poëticale laag: runderen in de ruimte als vorm van (op de een of andere manier alledaagse?) poëzie; nog eens wat anders dan poëzie die in kleine dingen zit. ‘Loupe’ is de kers op de taart in het geslaagde Lumen, maar ook de afsluiter ‘bewogen tekeningen’ mag er zijn. Het gedicht begint verstild met een kleine beweging, die wilder wordt en uiteindelijk uitloopt in iets dat niet meer zo verstild is (denk aan de vlinder en de orkaan):

lopen in aarzelende tred
steun voorzichtig op rechtervoet
de draai

sluit aan
dansend door het bos lopen en
rennend langs de hoge bomen
alles

golft voel
de rilling door beweging
voel de trilling van het bos

energie
oerknal

Over de auteur

Maarten Buser (1991) studeerde Nederlandse taal en cultuur, en letterkunde. Hij schrijft voor verschillende media over poëzie, popmuziek en kunst. Zijn gedichten en essays verschenen in onder meer Het Liegend Konijn, De Revisor en Liter. In januari 2016 verscheen zijn debuutbundel Club Brancuzzi bij uitgeverij Koppernik.

Over de illustrator

Peggy de Bruin is afgestudeerd aan Design Academy Eindhoven, is werkzaam als beeldredacteur en houdt van collages maken van stukjes internet. Daarnaast heeft ze een zwak voor drag queens en primaire kleuren (http://penelopeprimarily.tumblr.com/). Meer werk: http://peggydebruin.nl/

Lees meer van

De Regelname #1: Maarten Buser

Door Maarten Buser

Klecks – hét platform voor poëziekritiek – en uw geliefde podium voor hedendaagse poëzie, De Optimist slaan de literaire handen ineen en presenteren de reeks ‘De Regelname’. Eens per twee maanden vragen we een dichter welke regel hij of zij zelf geschreven zou willen hebben – en waarom. En we vragen hem of haar met […]

Lees meer uit de categorie Reportage

Go Back to Renesse

Door Maarten van Riel

Ruim anderhalf jaar geleden zag ik de Amsterdamse band Go Back to the Zoo hun bescheiden repertoire van vier nummers opvoeren in een studentenhuis in Utrecht. Inmiddels hebben ze een platencontract bij Universal en werken ze aan hun debuutalbum. Aan het begin van een hoopvol jaar volgde ik de band twee dagen lang – van […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper