Essay

Diemerplein

Door Julius de Hond | beeld: Victoria Catalina Diaz
14 augustus 2016

Niemand weet waar Diemen haar Diemerplein aan te danken heeft. Het winkelcentrum behelst onder meer drie drogisten, twee slijterijen en de grootste supermarkt in wijde omtrek. Dit imposante aanbod heeft waarschijnlijk met de nabijheid van ’s lands hoofdstad te maken, maar nergens is de invloed daarvan minder voelbaar dan hier. Het zou moeilijk zijn een onderscheid te maken tussen de mensen hier en die in een willekeurig provinciedorp. Ze doen zich niet anders voor dan dat ze zijn, in hun mandjes liggen slavinken met de bijbehorende pakjes jusmix, en op het reisbureau boeken ze all-inclusive reizen naar Alanya.

Ik zit bij de kapper en via de spiegel kijk ik uit op restaurant Happy China aan de andere kant van de passage. Soms kijk ik rond in de kapperszaak of tuur ik naar buiten, meestal rusten mijn ogen op hun reflectie. Het is onvermijdelijk en gebeurt ook in menig selfie en Skype-gesprek: hoe interessant de beelden op onze schermen ook zijn, ze leggen het af tegen de veiligheid van ons eigen spiegelbeeld. Misschien is het een poging de ander uit de weg te gaan, een manier om de kosten van een onnodige interactie te besparen.

“Niets is makkelijker dan afgeven op het gemiddelde: het weer is meestal slecht en blauwe enveloppen brengen zelden goed nieuws.”

Een oude man wiebelt voorbij, een witte krans haar omringt een kaal eiland op zijn hoofd. Zijn gezicht straalt een fundamentele tevredenheid uit met de wereld zoals zij zich aan hem voordoet; de man heeft een centenbak, en met elke pas zwiept zijn bovenlijf heen en weer. Terwijl hij voorbijtrekt, is op de achterkant van zijn mouwloze hemd te lezen: “Ikke en de rest ken stikke.” Even verderop staat een man in een zwart shirt met het logo van het winkelcentrum, met grote vriendschappelijkheid schudden ze elkaar de hand.

Het is een volkssport om op het Diemerplein af te geven. Zo omschreef een veelgelezen columnist de mens die hier rondloopt eens als “apathisch” en “door het leven murw gebeukt.” Waarom zou het Diemerplein deze uitwerking op haar bezoekers hebben? Als we via een analogie stellen dat lelijkheid, net als schoonheid, zijn oorsprong in het oog van de toeschouwer heeft, dan is dit slechts een mankement veroorzaakt door een slecht getraind zintuig. De mensen hier zijn niet apathischer dan in een schommelende metro, en niet murwer dan in een plakkerig fastfoodrestaurant. Waarom zouden ze ook? Het Diemerplein is van alle gemakken voorzien; ze zijn misschien op weg naar iets anders, en maken hoogstens een wat afwezige indruk.

Het Diemerplein is de meest gemiddelde plek die ik ken, ook de standaardafwijking valt binnen de grenzen van het onopvallende. Een statisticus die hier rondloopt kan de Gaussische klokken horen luiden; ze slaan allemaal dezelfde toon met hetzelfde ritme.

heteroseksueel

De vrouw in de stoel naast me is klaar. Haar donkere haar is aan de zijkant kortgeknipt, bovenop is het wat langer en blond geverfd, het heeft iets van een golf in een spectaculaire branding. Is zij door het leven murw gebeukt? Apathisch? Als de kapper vraagt of ze blij is met het resultaat, kijkt ze even in de spiegel, zucht, maar geeft dan toe: “Ja, lekker fris toch? Net als buiten! Maar hopelijk komt dáár snel een eind aan!”

De wereld past onmogelijk in een sneeuwvlok, maar misschien wel in dit winkelcentrum. Niemand valt op, het collectief golft wrijvingsloos door de gangen. Een van de vele modezaken heeft zijn ramen versierd met positieve Engelse leuzen als: “Fashion that makes you feel.” De grammatica rammelt en het precieze gevoel blijft in het duister, maar dat hindert niet. Zolang we niet weten hoe we ons precies bij deze fashion moeten voelen is er van alles mogelijk. Het winkelcentrum lijkt zich naar onze gevoelens en behoeften te schikken: in de supermarkt lonken de zelfscanners als we gehaast lange rijen voor de kassa’s aanschouwen. Als we het winkelcentrum daarentegen ontspannen betreden, staan er plots kunstenaars die ons in hun werk willen interesseren.

Bovenaan de roltrap die afdaalt naar de supermarkt leunt een brede man over de balustrade. Hij schreeuwt ongegeneerd naar beneden: “Ben je er nou alweer?” Zijn stem is gebrandmerkt met het plaatselijke accent, en zijn gezicht en armen zien zonnebankbruin. “Ik dacht dat ik je nooit meer zou zien!” De antwoorden zijn niet te verstaan, maar de toehoorder kan er hartelijk om lachen.

Niets is makkelijker dan afgeven op het gemiddelde: het weer is meestal slecht en blauwe enveloppen brengen zelden goed nieuws. Iemand die Jan Modaal overlaadt met kritiek en hem bij zijn enkels afzaagt, hoeft geen weerwoord te verwachten. De gemiddelde mens bestaat niet, maar is tegelijkertijd overal; na het aanhoren van kritiek haalt hij hoogstens zijn schouders op en sjokt hij onverschillig verder, op weg naar een bruin café met blokjes kaas op de toog en voetbal op de tv. Het is een bijzonder beest, dat gemiddelde, en zelfs de meest fervente criticus ontkomt er niet aan. Hij trekt het naar links of naar rechts, staat ernaast bij de visboer, of botst er in een onbewaakt moment voor de kassa tegenaan. Gelukkig maar, want zonder hem zou het niet hetzelfde zijn.

Over de auteur

Julius de Hond (1992) promoveert in de natuurkunde en schroeft daarvoor aan een experiment in het veld van de atoomfysica. Hij werkt in Amsterdam, maar woont uiteraard in Diemen.

Over de illustrator

Victoria Catalina Díaz is illustrator en grafisch ontwerper. In 2014 studeerde ze af aan de Design Academy Eindhoven. Ze is een liefhebber van popcultuur en werkt vaak rondom femininiteit, identiteit en seksualiteit. www.victoriacatalina.com

Lees meer uit de categorie Essay

Lumineus – Filip Dujardin

Door Nynke Vissia

Fantastische digitale bouwsels; fictie of non-fictie? Vanaf het moment dat ik het werk van Filip Dujardin ontdekte, was ik meteen geïntrigeerd. In mijn zoektocht naar meer informatie over de kunstenaar, stuitte ik op deze stelling die mijn enthousiasme nog verder aanwakkerde: “De ‘fictieve’ architectuur van de Belgische fotograaf en kunstenaar Filip Dujardin stelt een terugkeer […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper