Kort verhaal

Zaterdag

Door Vera Vaessen | beeld: Caren van Herwaarden
7 augustus 2016

Op 18 juni vond de finale van Kunstbende 2016 plaats in TivoliVredenburg. Een van de prijzen voor de winnaars in de categorie Taal: publicatie op De Optimist. Vera Vaessen (17 jaar) won de tweede prijs met dit verhaal. Hier zie je hoe ze het voordroeg tijdens de finale. Samen met de redactie van De Optimist werkte Vera nog aan haar tekst. Speciaal voor de publicatie van de drie veelbelovende Kunstbende-talenten benaderden wij enkele reeds gearriveerde kunstenaars om een beeld te maken bij de teksten. Bij het verhaal van Vera maakte Caren van Herwaarden de illustratie.

1.

We liggen. Nog voor ik helemaal wakker ben, kijk ik vanuit een ooghoek naar haar en prijs ik mezelf voor de zoveelste keer gelukkig. Omdat zaterdag de enige dag in de week is waarop we niet via digitale wegen communiceren, praten we. Toch is het soms bijzonder fijn om te zwijgen. Op de achtergrond klinkt ‘Come Together’ van The Beatles.

Mijn gedachten reizen naar hoe ik vroeger alles zocht in toevalligheden, zoals tijdstippen met de getallen van verjaardagen. Zo sloeg mijn hoofd jaren geleden steeds over als het vijf over tien was, want op 10 mei was mijn grote liefde uit de zesde klas jarig. Hetzelfde gold voor namen van winkels, bordjes langs de weg, liedjes waarin ik dacht hun naam te horen. Maar om háár leuk te vinden, heb ik geen toeval nodig.

Aan de manier waarop haar ademhaling opeens verandert, merk ik dat ze iets wil zeggen. Soms denk ik op zulke momenten dat er iets aan de hand is met ons, maar als ik haar tevreden semislaaphoofd zie weet ik dat dat niet het geval is. Misschien zit ze met haar broertje.

Ik veeg wat losgevallen plukken haar achter haar oren en even daarna treffen onze ogen elkaar, voor zover die geopend zijn. En dat ik dan. En dat zij dan. En dat we allebei dan. En dat we vervallen in een ‘jij’, ‘nee jij’, ‘maar jij’, ‘en jij dan’. Dat er even niets anders is dan wij en de stem van John Lennon. Niemand anders dan wij, en de mysterieuze blik van de neppe Mona Lisa aan haar muur.

We liggen nog lang en gelukkig.

2.

We liggen. Hij en ik. We zijn heel stil en zacht en praten alleen wanneer het nodig is. Met zijn vingers tikt hij in het ritme van ‘Something’ op mijn buik.

Ineens zegt hij: ‘Het is raar hoe iedereen voor elkaar op een bepaald punt stilstaat. Zolang ik iemand niet zie of spreek, staan we voor elkaar stil op het punt waarop we elkaar voor het laatst spraken. Daarna kun je je slechts een mentale voorstelling maken van wat die persoon allemaal doet. Diegene heeft waarschijnlijk ook een beeld bij jou, maar misschien klopt dat wel helemaal niet. Wie weet sta ik voor iemand anders stil in de zandbak op het schoolplein van de basisschool, omdat ik hem daarna nooit meer heb gezien.’

Daarna komt nog meer, maar ik raak de draad kwijt. Dat doet hij wel vaker, mij de draad kwijt laten raken. Ik ben gewend aan zijn filosofische gedachtestroom, zoals hij gewend is aan mijn terughoudende reactie, als hij me zijn ideeën vertelt.

Als de wekker gaat, laten we het geluid langzaam wegebben. Alleen de stem van George Harrison, zo nu en dan een zachte zucht. Soms doen we dat omdat we ons afvragen hoe lang het duurt voor de wekker zichzelf de mond snoert. Nu laat ik het gebeuren omdat ik weet dat de wekker nooit meer in deze ruimte en op dit tijdstip af zal gaan in bijzijn van ons tweeën.

Een jaar, vier maanden en dertien dagen is het nu. Tegen mijn principes in houd ik de dagen bij, met als excuus dat het een maatstaf is van hoe leuk ik hem nog vind. Ik ben er zelf nog steeds niet over uit of het positief of negatief is als ik de tel zou kwijtraken. Maar in tegenstelling tot alle verjaardagen, namen en afspraken die ik ooit vergeten ben, weet ik dit nog wel.

Een jaar, vier maanden en dertien dagen. Drie dagen sinds ik iets verzwijg wat hij allang had moeten weten, en nog een halve zaterdag voor hij daarachter komt. Ik kan immers niet opeens verdwijnen.

Ik probeer me te vermannen, beweeg mijn lippen langzaam richting mijn neus dan wel kin, maar ik durf het niet. Waarschijnlijk denkt hij dat ik het over mijn broertje wil hebben, maar dit is anders.

Met zijn hand gaat hij door mijn haren. Dat stelt me gerust, ook al weet hij niet eens dat het nodig is om me gerust te stellen. Stukje bij beetje draaien we onze lichamen naar elkaar toe. En dat ik dan. En dat hij dan. En dat we allebei.

Hij beweegt nog één keer de palm van zijn hand langzaam vanaf mijn kin, langs mijn oor, naar mijn voorhoofd, zonder dat hij weet dat dit de laatste keer is.

Ga en blijf, 2016, 50 x 40 cm, collage papier, conté, papiermaché, dweil_MG_9740 copy

3.

Ik lig. Voor het eerst sinds één jaar, vier maanden en twintig dagen lig ik op zaterdagochtend niet in haar bed en niet met haar in mijn bed. Ik draai Abbey Road, omdat ze alleen dan nog een klein beetje bij me is. Nu ben ik in mijn eentje stil. Althans, samen met de muziek van The Beatles.

Telkens als ik mijn ogen door mijn kamer beweeg, zie ik tussen mijn eigen spullen objecten liggen die me doen denken aan haar. Tussen mijn deodorant en scheermes op het wasbakplankje ligt een groene tandenborstel, die vloekt tegen mijn donkerblauwe muur. Op het nachtkastje een boek dat ze heeft laten liggen, het Kruidvatbonnetje dat ze als boekenlegger gebruikt zit bijna halverwege. Een bescheiden maar goed zichtbare vlek van haar nagellak in mijn tapijt.

Ze staat voor mij stil op afgelopen zaterdag: een stille, lenteachtige morgen.

En dat ik dan. Zonder haar.

Over de auteur

Vera Vaessen (1998) verruilde Zuid-Limburg voor Utrecht om daar Nederlands te studeren. Ze had ooit aspiraties om groot muzikant of beroemd fotograaf te worden, maar heeft dat intussen bijgesteld naar ‘bescheiden schrijver’. Ze hoopt dat ze ooit geciteerd wordt zoals zij graag anderen citeert, probeert tevergeefs het woord ‘tantoe’ te integreren in het Standaardnederlands en zou nooit een reisroman kunnen schrijven wegens gebrek aan oriëntatiegevoel.

Over de illustrator

Caren van Herwaarden (1961) maakt tekeningen en collages. Meta Knol, directeur van Museum De Lakenhal zei over Carens werk: dwars door de terughoudendheid van de voorstelling heen trekt Carens werk de kijker naar de kern van basale menselijke emoties, waar eenzaamheid en angst, liefde en geborgenheid om voorrang strijden. Het werk laat de droefheid en de poëzie zien, de kwetsbaarheid van mensen uitgedrukt in fijnzinnig gemaakte tekeningen.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Kunstbende #3: Daniëlle Zawadi

Door Daniëlle Zawadi

Op 18 juni vond de finale van Kunstbende 2017 plaats in de Westergasfabriek in Amsterdam. Een van de prijzen voor de winnaars in de categorie Taal: publicatie op De Optimist. Daniëlle Zawadi won de derde prijs met dit korte verhaal. Hier zie je hoe ze het voordroeg tijdens de finale. Speciaal voor de publicatie van […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper