Kort verhaal

Aart

Door Martijn Neggers | beeld: Lauralouise Hendrix
7 september 2016

“Op zijn verjaardag zit Aart alleen aan de ontbijttafel. Het is licht in de kamer. Hij kijkt naar de strepen zonlicht op het witte tafelblad. Als hij zijn boterham met pindakaas in een van de lichte stukken op tafel schuift, lijkt het net appeltaart. Hij heeft niemand uitgenodigd, dus er komt waarschijnlijk geen bezoek. Het geeft niet. Hij geeft niet zoveel om verjaardagen, houdt hij zich voor.
De deurbel. Aart kijkt tussen de lamellen door: het buurmeisje staat aan de deur, met een klein kaartje in haar handen. Aart kijkt om zich heen. Hij heeft geen taart in huis, geen frisdrank en ook geen koffie. Hij denkt na. Dan besluit hij om te doen of hij niet thuis is. Dat is misschien maar beter.”

Nee, wacht. Dat moet anders: “Op zijn verjaardag zit Aart alleen aan de ontbijttafel. Het is licht in de kamer. Hij kijkt naar de strepen zonlicht op het witte tafelblad. Als hij zijn boterham met pindakaas in een van de lichte stukken op tafel schuift, lijkt het net appeltaart. Hij heeft niemand uitgenodigd, dus er komt waarschijnlijk geen bezoek. Het geeft niet. Hij geeft niet zoveel om verjaardagen, houdt hij zich voor. De deurbel.
Aart ziet door de lamellen heen dat het zijn buurmeisje is. Ze heeft een klein kaartje in haar handen. Aart doet open. Ze feliciteert hem en kust hem daarbij. Aart wordt rood. Ze vraagt of hij nog iets leuks gaat doen. Hij zegt nee, hij geeft niet zoveel om verjaardagen. Het gesprek valt stil. Zwijgend staan ze samen in het halletje.”

Nee: “Op zijn verjaardag zit Aart alleen aan de ontbijttafel. Het is licht in de kamer. Hij kijkt naar de strepen zonlicht op het witte tafelblad. Als hij zijn boterham met pindakaas in een van de lichte stukken op tafel schuift, lijkt het net appeltaart. Hij heeft niemand uitgenodigd, dus er komt waarschijnlijk geen bezoek. Het geeft niet. Hij geeft niet zoveel om verjaardagen, houdt hij zich voor.
De deurbel. Aart ziet door de lamellen heen dat het zijn buurmeisje is. Ze heeft een klein kaartje in haar handen. Aart doet open. Ze feliciteert hem en kust hem daarbij. Aart wordt rood. Ze vraagt hem of hij nog iets leuks gaat doen. ‘LASERSCHIETEN!’ hoort hij zichzelf enthousiast zeggen, ‘EN PIZZA!’ Ze lacht en ze zegt dat ze laserschieten ook leuk vindt. Aart lacht hard en pakt ineens haar schouder vast. Het gesprek valt stil. Zwijgend staan ze samen in het halletje.”

Wacht even, nee het gaat zo: “Ze kust hem en feliciteert hem. Hij vraagt of ze koffie lust. Hij heeft appeltaart gehaald. Ze knikt ja. Dat lust ze wel. De keuken is netjes opgeruimd. Aart schenkt koffie in. Terwijl ze aan tafel zitten, denkt Aart aan dingen om te zeggen. Hij kan niets bedenken. Zwijgend drinken ze hun koffie op.”

neggers1

Nee. Ook niet: “Ze kust hem en feliciteert hem. Hij vraagt of ze koffie lust. Hij heeft appeltaart gehaald. Ze knikt, dat lust ze wel.
‘Let niet op de rommel, zegt hij, als ze de keuken in lopen. Voor hij de deur opendeed heeft hij snel drie kunstboeken op tafel gelegd. Net een beetje slordig. Alsof hij daar vanmorgen nog snel even iets in opgezocht heeft.
‘Wat leuk,’ zegt ze. ‘Hou je van kunst?’”

Wacht: “‘Let niet op de rommel,’ zegt hij, als ze de keuken in lopen. In de hoek van de kamer heeft hij een atelier nagebouwd. Net een beetje slordig. Alsof hij gisteren nog tot laat heeft gewerkt. ‘Ben je kunstenaar?’ vraagt ze.
‘Beeldhouwer,’ antwoordt hij.
‘Oh, wauw.’
Na een kwartier zegt ze dat ze helaas moet gaan werken. Maar misschien kan ze vanavond nog terugkomen? Misschien kunnen ze samen eten. Aart schudt nee. Dat gaat niet.”

Nee, nee, nee, natuurlijk niet. Zo: “Aart kijkt in zijn lege agenda.
‘Ja, ik heb nog wel een gaatje. Lijkt me leuk. Pizza?’
‘Ja lekker. Leuk,’ zegt ze zacht. ‘Ik houd van pizza.’
Ze staat op en kust hem nog drie keer.
‘Tot vanavond.’”

Nee, zeg. Kom toch, Aart: “Aart kijkt in zijn lege agenda. ‘Ja, ik heb nog wel een gaatje. Lijkt me leuk. Zullen we de liefde bedrijven?’
‘Pardon?’’

Shit, nee: “‘Lijkt me leuk. Neuken?’ Ze lacht en bloost. Goed zo.
‘Je weet wel dat ik alleen neuk als Benny toekijkt?’
‘Benny?’
‘Benny is mijn hamster.’”

“‘Benny is mijn marter.’
‘Pardon?’
‘Benny kijkt altijd toe. Anders vind ik er niks aan.’
‘Maar–‘
‘Ik wil dat je me respecteert om wie ik ben. Ik word gewoon niet nat zonder Benny.’
‘Maar–‘
‘Hé, hallo. Het is met Benny, of niet.’
Even twijfelt Aart.”

“‘Hé, hallo. Het is met Benny, of niet.’
Aart twijfelt geen seconde en pakt haar billen vast.
‘Zachtjes,’ fluistert ze. Het doet nog teveel pijn.
‘Hè?’
Ze laat haar broek zakken. Overal op haar kont zitten krasjes.
‘Is dat van de marter?’
‘Benny, ik wil dat je hem Benny noemt. En ja.’
‘En zit dat aan de voorkant ook?’
‘Nee joh, gek.’”

“‘En zit dat aan de voorkant ook?’
‘Natuurlijk, joh, gek.’
Aart glimlacht. ‘Ga Benny maar halen. Als het zo moet, kunnen we die agenda’s ook wel laten zitten.’”

In die laatste zin komt Aart klaar, met een zucht van verlichting – en een klein beetje schaamte. Het douchewater spoelt zijn handen schoon, nog voor hij echt voelt dat ze vies zijn. Hij draait de kraan dicht en droogt zich af. Terwijl hij in de spiegel kijkt, kleedt hij zich zwijgend aan. Met een handdoek veegt hij zijn spiegel schoon.
‘Hieperdepiep hoera.’

 

Over de auteur

Martijn Neggers (Eindhoven, 1987) woont en werkt in Tilburg en schreef onder andere voor Hard Gras, Mest Magazine en Brabants Dagblad. Vanaf 2016 schrijft hij wekelijks de rubriek Onze man in in de Nieuwe Revu en – ook wekelijks – over het theater achter het Nederlands voetbal voor VICE Sports NL. In 2014 richtte hij het literaire tijdschrift De Titaan op. Naar aanleiding van zijn columns in het Brabants Dagblad regende het lezersklachten als: ‘Een tsunami van alledaagse treurnis,’ en ‘zeer deprimerend’. In onheilsjaar 2012 gaf Uitgeverij Geroosterde Hond zijn gedichten- en verhalenbundel Hoop in Blije dagen uit. In 2015 publiceerde uitgeverij Nijgh & Van Ditmar zijn debuutroman De mensen die achterbleven. Momenteel werkt hij aan zijn tweede roman.

Over de illustrator

Lauralouise is fotohistoricus en (beeld)redacteur, tegen wil en dank gefascineerd door dieren, Duitsland en de kunsten. Als de woorden niet willen maakt Lauralouise beeld, voor zichzelf en soms ook voor De Optimist.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Trees

Door Jelmer Birkhoff

  Naast haar zijn aan weerszijden nog barkrukken vrij. Daar moet een reden voor zijn, dus ga ik naast haar zitten en bestel twee fluitjes. Trees heet ze, en ze kent het leven. Op haar zestiende beviel ze van haar eerste kind. Haar enige ook. Dat is alweer 54 jaar geleden. ‘Regina heet ze. Dat […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper