Interview

DE NIEUWE LICHTING: Dore van Montfoort

Door Dore van Montfoort | beeld: Jan Willem Kaldenbach/Mathilde Bindervoet
25 september 2016

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Deel 4: Dore van Montfoort met Homunculus 0.9, een sterk staaltje interactive fiction, waarmee ze afstudeerde aan de opleiding Creative Writing van ArtEZ. Wij stelden haar een aantal vragen over haar werk, dat hier te bewonderen is.

Homunculus 0.9 is interactive fiction. Kun je uitleggen wat dat precies is?
Interactive fiction is in theorie fictie waar je als lezer door bepaalde keuzes te maken invloed op hebt. In de praktijk komt het er eerder op neer dat je alleen een oppervlakkige invloed hebt op wat er gebeurt; het is dan meer een soort spel. Wat ik heb geprobeerd, is pure interactieve fictie te maken. In mijn verhaal kies je als lezer wat de hoofdpersoon gaat doen. Maar je zou ook hele andere interacties kunnen maken.

Hoe ben je op het idee van Homunculus 0.9 gekomen?
De verhaallijn vloeide voort uit mijn worsteling met de vorm. Vaak ben je snel door dit soort verhalen heen, omdat het zo vaak vertakt, waardoor de tekst steeds verdubbelt. Dan wordt het al snel meer tekst dan je kunt schrijven. Homunculus 0.9 is gebaseerd op Italo Calvino’s Als op een winternacht een reiziger. De structuur van dat boek is heel interessant. Je hebt een doorlopend verhaal en tussendoor veel korte verhalen die afbreken. Ik wilde hetzelfde doen, want op die manier kan ik binnen die korte verhalen heel veel kanten uit, zonder dat dat veel invloed heeft op het grote verhaal. Je kunt bepaalde gedeeltes non-lineair maken, zonder dat het twee keer zoveel tekst wordt, omdat die gedeeltes ook weer stoppen. Uiteindelijk heb ik toch voor het einde alles weer bij elkaar proberen te brengen, dus dat is gigantisch veel tekst. Het is in totaal 70.000 woorden geworden, maar het hadden er ook 500.000 kunnen zijn.

Hoe ben je te werk gegaan?
Je bent best veel tijd kwijt met nadenken over hoe het verhaal en het programma in elkaar moeten zitten, terwijl je eigenlijk wilt schrijven. Toen ik ongeveer wist hoe het verhaal eruit ging zien, heb ik mijn goede vriendin Patricia Kostman gevraagd om afbeeldingen te maken. Ik heb haar hoofdstuk voor hoofdstuk opgestuurd en ze heeft in mijn tempo meegewerkt. Het was een goede samenwerking. De techniek heb ik zelf gedaan met het programma Twine voor interactieve fictie. Dat doet veel van de html voor je. Je moet wel programmeertaal leren, maar dat is redelijk te overzien. Pas als je iets wilt dat eigenlijk niet de bedoeling is, dan wordt het heel moeilijk. De laatste twee weken ben ik eindeloos bezig geweest met schijnbaar simpele dingen. Zo heeft het me een week gekost om te zorgen dat de afbeeldingen vooraf worden geladen. Daar kwam ook JavaScript bij kijken, waar ik helemaal niks vanaf wist.

Wat trekt jou aan in interactief schrijven?
Ik merk zelf altijd dat wanneer ik een boek lees, ik er na 10 minuten wel weer klaar mee ben, hoe goed het ook is. Ik ben gewend om te gamen, constant bezig te zijn en in een boek is gewoon niks te doen. Dat vind ik heel jammer en ik wilde zorgen voor een meer directe verbinding van de lezer met wat er staat. Dat je als lezer medeverantwoordelijk bent en mede het verhaal vormgeeft, in plaats van de dictatuur van de schrijver die zegt wat er gaat gebeuren. Het verhaal van Homunculus 0.9 gaat ook over wie de macht heeft over wat er gebeurt.

In december begin je met interactieve poëzie. Kun je daar al wat over vertellen?
Dat komt voort uit hetzelfde verlangen de lezer te betrekken. Poëzie is heel speels, maar vooral voor de schrijver. De lezer ziet alleen het bevroren einde van dat speelse. Ik wil iets creëren waar de lezer mee kan spelen. Ik ben nu bezig met een kort interactief verhaal dat zich snel verdubbelt, en zoiets kan ik me ook met poëzie voorstellen: dat je zelf mag kiezen wat de volgende zin wordt. Maar ik zou het nog leuker vinden om heel verschillende gedichten qua vorm en interactie te maken. Dat je met ieder gedicht op een andere manier wordt verrast of beziggehouden.

Hou je je ook nog bezig met andere dingen maken?
Interactieve fictie heb ik altijd heel interessant gevonden, maar het is ook een lastig medium. Tot nu toe had ik er nooit tijd voor en heb ik me bekwaamd in andere media. Dat blijf ik ook interessant vinden. Op dit moment schrijf ik voor televisie en ik hou van theater en het fysieke boek. Ondanks hun beperkingen hebben fysieke dingen een bepaalde meerwaarde en daar zou ik in de toekomst wat mee willen doen. Zodra ik me verveel, stap ik weer over naar iets anders over en zo houd ik het fris.

Wat zijn de thema’s in je werk, waar schrijf je het liefst over?
Uiteindelijk gaan al mijn verhalen, hoewel ik daar heel lang tegen gevochten heb, over een oude man die binnen zit, naar buiten kijkt, graag naar buiten wil, maar het niet doet. Hoe anders de personages ook zijn, het gaat allemaal om mensen die willen uitbreken en daar de mogelijkheden toe hebben, maar het om wat voor reden dan ook niet doen. Het is heel vervelend om te ontdekken dat je als schrijver bepaalde grenzen hebt, maar waarschijnlijk heeft iedereen zo’n thema, dus het is beter het te weten en te accepteren. Iedereen heeft bepaalde obsessies, maar ik probeer daar, door me er bewust van te zijn, nieuwe dingen mee te doen.

Wie of wat inspireert jou?
Heel veel. Ik heb een lijst op mijn website met mijn literaire helden en bijna elke dag denk ik: die zou er ook op moeten. Een reden dat mensen me inspireren, is dat ze gevoelsmatig voor zichzelf schrijven. Er klinkt heel veel plezier uit hun werk. Calvino schreef heel realistisch in het begin, maar hij vond er zelf niks aan. En toen las hij Schateiland en toen dacht hij: zo kan het ook. Toen is hij voor zichzelf gaan schrijven, duidelijk met heel veel plezier. En dat voel je als je leest. Dat plezier probeer ik ook in mijn werk te stoppen.

Wat zijn tijdens je studie je meest leerzame valkuilen/uitdagingen/fuck-ups geweest?
Mijn studie is redelijk vlekkeloos verlopen, maar dat kan een probleem zijn. Ik heb het meest geleerd van Tsead Bruinja, die ons poëzie gaf. Tot dan toe vonden mensen mijn gedichten leuk en daar leer je niet echt iets van. Maar hij stuurde tweeregelige mails met: dit slaat nergens op, schrijf er nog maar een. In het begin werd ik daar boos om, maar uiteindelijk heb ik daar het meest van geleerd en nu waardeer ik het enorm. Als ik advies nodig heb, ga ik het liefst naar hem toe. Hij blijft me uitdagen.

Je schrijft op je website dat je kunst gratis en vrij is. Dat is erg nobel, maar hoe zorg je dan voor brood op de plank?
Door dingen te maken die commercieel zijn. Er zijn twee groepen waar je voor kunt schrijven en dat zijn mensen die kunst willen lezen/kijken/ervaren en mensen die ergens geld vandaan halen of iets specifieks van jou willen. Met dat laatste zou ik graag mijn geld verdienen, zodat ik de projecten die ik leuk vind en graag wil delen open source kan houden. Voor mij is het een obstakel als ik voor kunst moet betalen, ik wil niet dat dat voor andere mensen een obstakel is.

Waar hoop je over vijf jaar te staan?
Ik hoop dat ik dan werk heb ik in al die media waar ik graag in werk.

Optimismemeter. Hoe optimistisch ben jij over je schrijfcarrière op een schaal van 1-5? Eerlijk zeggen.
Eigenlijk ben ik niet zo bezig met mijn carrière. Ik denk altijd: dat komt wel, en juist daardoor vliegen dingen mijn kant op. Best wel een 5, denk ik. Ik ga altijd schrijven en misschien is het goed en misschien is het niet goed, maar als ik met de snelheid waarmee ik nu beter word beter blijf worden, dan komt dat wel goed. Ik voorzie geen problemen.

Benieuwd geworden? Bekijk Dore’s eindwerk hier en speel mee!

Lees meer uit de categorie Interview

Asha Karami: ‘Poëzie is voor mij een manier van actie of verzet’

Door Sophie Kok

Om rond te komen heeft ze drie verschillende banen: ze is jeugdarts, ringarts bij vechtsportgala’s en yogadocent. Maar haar hart ligt bij de poëzie. Asha debuteerde in 2017 met gedichten in de literaire tijdschriften nY en de Poëziekrant, won de jaarfinale van de Festina Lente Poëzieslag en staat vrijdag 26 januari in de Finale van het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper