Poëzie

DE NIEUWE LICHTING: Simone Atangana Bekono

Door Simone Atangana Bekono | beeld: Renske van Enckevort
18 september 2016

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor.
Deel 3: Simone Atangana Bekono met de dichtbundel hoe de eerste vonken zichtbaar waren waarmee ze afstudeerde aan ArtEZ Creative Writing. Samen met Simone kozen we een gedicht uit de bundel.

Wat zijn de thema’s in je werk, waar schrijf je het liefst over?
Hoewel ik als afstudeerwerk een bundel heb geschreven die mijn persoonlijke ervaring met bepaalde politieke en maatschappelijke kwesties probeert te vermengen, denk ik dat mijn werk niet per se politiek is of wil zijn. De thema’s van zowel mijn proza als mijn poëzie komen voort uit de neiging om alles wat ik meemaak in een groter geheel te zetten: het beeld te verbinden met een ander beeld en weer een ander beeld, of een andere gedachte, een associatie, een personage. Uiteindelijk schrijf ik altijd gewoon over mezelf.

Wie of wat inspireert jou?
Roofdieren.

Wat zijn tijdens je studie je meest leerzame valkuilen/uitdagingen/fuck-ups geweest?
Ik ben soms cynischer en harder dan goed voor me is. Ik heb geleerd dat zo nu en dan uit te zetten.

Waar hoop je over vijf jaar te staan?
Op de hei, met een grote, trouwe hond.

Optimismemeter. Hoe optimistisch ben jij over je schrijfcarrière op een schaal van 1-5? Eerlijk zeggen. En do elaborate please.
Ik ben niet echt een optimistisch persoon, dus een drie vind ik wel een diplomatiek cijfer. Ik zou graag zo’n strategisch mens zijn dat bewust nadenkt over haar carrière, maar uiteindelijk hangen veel van mijn beslissingen af van hoeveel honger ik heb op dat moment heb en of ik goed heb geslapen. Ik kan dat drietje op die optimismemeter dus ook niet echt onderbouwen.

 

vonken

IX.

You do not see clearly the evil in yourself, else you would hate yourself with all your soul. Like the lion who sprang at his image in the water, you are only hurting yourself, O foolish man. When you reach the bottom of the well of your own nature, then you will know that the vileness was from yourself.

‘XXXIX.: The Evil In Ourselves’, Jalalu’l-Din Rumi
(uit het Perzisch vertaald door Reynold Alleyne Nicholson)

 

Kinderen met voeten grijs van het stof
gooien vanaf een afstand stenen naar mijn schaduw
ze denken dat ik hen negeer
maar ik observeer de gebarsten aarde
de resten van een opgedroogde rivier
waar watergodinnen hopelijk op tijd
van weg zijn gevlucht
ik hoor roddels van de luchtgodinnen
die de bladeren aan de bomen kietelen met hun gefluister
voordat ze vliegtuigen naar kuuroord begeleiden

Waarom schrijf ik nu pas over kinderen en watergodinnen
ik schreef vroeger lange brieven aan de vrouwen
die mij geduldig hadden gekneed en bijgeschaafd
aan de vrouwen met wie ik aan tafels zat
en praatte over onze lichamen
de fluctuerende mate van uitpuiling
we sloegen elkaars gezichten met scherpe blikken gade
sommigen noemen het vriendschap
ik noem het een leeuwin die met haar eten speelt

In Giovanni’s Room zegt James Baldwin in de beslissende scène
dat woede de moordenaar lichter maakte
angst het slachtoffer verzwaarde
woede is zwart water waarop ik drijf en waarin ik kan verdrinken
een verraderlijke zee
ik ben de vrouwen vergeten
ik speel op het strand
vind botten in het zand en
alle zwarte mensen identificeren zich met verdronken mensen
dat heb ik gezegd en moet ik ook verantwoorden

Dus schets ik in mijn brief een beeld van mensen die in zwart water vallen
er wordt een marathon gelopen om zwart water
zo nu en dan struikelt iemand en kletst in het water
als een kipfilet op een snijplank
maar dan in zwart water
het water is zwart omdat we niet weten hoe diep de bodem ligt
iemand springt schoon, een rechte lijn, het zwarte water in
hij maakt bijna geen rimpels
er drinkt iemand met grote teugen van

Er was een rand van een gebouw
maar er was ook de branding
de oever
resten van drinkwater in een uitgewrongen landschap
de volle emmer in mijn hand
ik graaf gaten in het zand
laat daar water in spoelen
zie mijzelf in het zwarte water
mijn reflectie hapt naar adem

simonebekono

Dit gedicht is een combinatie van meerdere gedichten en
er is een mooi en pijnlijk ding dat mij dicteert
maar ik slaap graag en heb soms ook honger
een soldaat wordt steeds kopje onder geduwd
als hij zich met zeiknat uniform en al
uit het zwarte water probeert te hijsen
een representatie van de onmacht om geweld of sterven te omzeilen
voor zolang ik de tijd heb
schrijf ik het allemaal op

Ik maak de watergodinnen boos, de leeuwinnen boos
vergeet steeds waarom ik de zon in ben gelopen
op het heetst van de dag moet ik mijn brief verzenden
moet ik de tinteling negeren in mijn vingertoppen
mijn krakend sleutelbeen
ik weet alleen niet meer waarom

Mensen zitten met hun enkels vastgeketend aan andere mensen
terwijl die mensen proberen niet in het water te vallen maar toch vallen
dan de hele keten mensen meesleuren die helemaal niet het zwarte
water in zouden hoeven vallen
de natuur is een causaal verband
zo zijn de ree en ik bevriend, het is slechts toeval dat ik jager ben
zo is het water nu eenmaal zwart

In hun paniek om uit het water te blijven
duwen mensen weer andere mensen
voor zich uit het water in dat alles en iedereen opslokt
als een monster met veertig onverzadigbare magen

Ik pootjebaad in zwart water en voel hoe mijn schaduw in paniek
zichzelf los probeert te trekken van mijn ruggengraat en benen
zij schreeuwt en vervloekt mij
zij kan niet in de groeven van de aarde verdwijnen
zij moet overal met mij mee naartoe

We rennen rondjes om het zwarte water
we waterskiën over zwart water
we klapperen met onze lichamen als vissen op het droge
na in aanraking te zijn gekomen met het zwarte water
ons lichaam raakt oververhit, ervaart kortsluiting
black-out, tijdelijk geheugenverlies
uitvallen van zintuigen, syntax error en inflammatie
we gooien stenen en bommen en massavernietigingswapens in het water
hopend dat het de lichamen van alle verdwenen mensen omhoog doet vliegen
maar slechts stinkende koraalbrokken
gistende drab en aan elkaar gemuteerde lichaamsdelen
zestienkoppige beenmonsters
duizendvingerige armdieren
met huiden van tongen
knallen hierna naar boven

Ik kan niet geloven dat ik ooit zonder angst in een zwembad ben gesprongen
in de regen die door ontploffingen in het zwarte water op mij neerdaalt
brand ik me aan de druppels alsof het zwavelzuur is
we haten het zwarte water zo dat we onze huid
waar het water ons heeft aangeraakt
eraf willen scheuren, willen verbranden
dit kost mij allemaal inkt en denkvermogen en associatieve dromen

Yemaýa, of Circe
een andere soort moeder misschien
kun je mij dit uitleggen?
wat kan ik hieraan doen? aan wie moet ik dit richten?
we duwen liever onze kinderen het water in dan dat we er zelf in gaan
baby’s die als Olympische kogels door de lucht slingeren
en het zwarte water in worden gesmeten als zakken afval
soms redden we elkaar uit het zwarte water
met touw en arm en aan elkaar geknoopte kledingstukken
het kost ons zoveel moeite
het kost me ook geluk
het kost me diamanten hoeveelheden tijd en energie

Het zwarte water beweegt niet
nee, dat is mijn reflectie
de boom beweegt
de zon flikkert als een jonge vlam over de oppervlakte
zelfs de berg in de verte beweegt, stukje bij beetje
trekt gekke bekken
het landschap knort van leven terwijl
het water daar slechts ligt
dat stille, zwarte kutwater te wezen

een poel of een zee of een plas, een zwembad
die emmer in mijn hand
boven alles vrees ik de bodem van het zwarte water
en boezemt het water mij angst in omdat ik mezelf
in de weerspiegeling van het water makkelijk herken
ik voel me schuldig
omdat ik me onbegrijpelijk aangetrokken voel tot het zwarte water
zoals wanneer we op de rand van een klif staan
en honderden meters naar beneden kijken

 

Noot 1.

Het citaat bij dit gedicht is van de Perzische dichter en soefi-mysticus Jalalu’l-Din Rumi en komt uit het gedicht ‘The Evil in Ourselves’. Dit gedicht, samen met vele andere Rumi-verzen, is vanuit het Perzisch naar het Engels vertaald door Reynold Alleyne Nicholson en later opgenomen in het boek Selected Poems of Rumi (2001), samengesteld door Paul Negri en Susan L. Rattiner. Bij de vertaling van het gedicht zit de volgende noot:

¹Math. I, 1306. In Rumi’s version of this Indian fable, the carnal self (nafs) is represented as the lion who was lured by a hare to the mouth of a deep well, where, mistaking his own reflexion for a hated rival, he sprang in and perished miserably. For the doctrine that all so-called evil is an illusion arising from the Diversity of Divine Attributes – Beauty and Majesty, Mercy and Wrath, etc. – reflected in human nature, and that only our egoism prevents us from seeing the “soul of goodness” everywhere, cf. Nos. LXXXIX-XCV infra. So far as evil exists in us, its source is the unreal “self” (nafs) by which we are separated from God. Purge the heart of “self”, and evil disappears.

Noot 2.

Yemaýa, aangesproken in dit gedicht, is de moeder van alle orishas. Orishas zijn bovennatuurlijke wezens die terugkomen in de legendes van onder andere de Yorùbá-religie, gepraktiseerd in delen van West-Afrika en met slaven meegereisd naar o.a. Amerika. Yemaýa is naast moeder der orishas ook de godin van de oceanen en rivieren, vruchtbaarheid en het moederschap.

 

Wil je het volledige afstudeerwerk van Simone lezen? Dat is helaas uitverkocht! Maar Simone treedt regelmatig op, dus volg haar op het podium. In de laatste editie van literaire podcast ondercast las ze dit gedicht ook voor.

Over de auteur

Simone Atangana Bekono (1991) studeerde in juni 2016 af aan ArtEZ Creative Writing met een dichtbundel waarin zij onderzoekt wat het voor haar betekent om een jonge, zwarte vrouw in Nederland te zijn. Ze gaat het aankomende jaar in het talentontwikkelingsprogramma Slow Writing Lab van het Nederlands Letterenfonds aan korte verhalen werken.

Over de illustrator

Renske van Enckevort is beeldend kunstenaar en schrijver. Ze woont en werkt in Amsterdam.

Lees meer uit de categorie Poëzie

Een haai in maatpak

Door Dennis Gaens

Poëzie: Bhaerts & Gaarder, Johan Roos, Maarten Looise en Ellen Vedder Redactie: Dennis Gaens, Amber-Helena Reisig, Miriam van Ommeren Foto’s: Liz Jansen   Wegmiyazakiën, een uitnodiging door Bhaerts & Gaarder Wij willen iets vertellen, lopendrooms, want er is drift op deze plek. Drift is een haai in maatpak, naar men zegt, maar wij spreken niet […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper