Kort verhaal

BV REPARATIES WERELDVLOEREN

Door Megan van Kessel | beeld: Mathilde Bindervoet
6 oktober 2016

Wat een eikel is het toch. Mijn tante (die met de tatoeage van een nijlpaard op haar bil) zit naast me in de tuin. Hij wil niet eens meebetalen aan de begrafenis van zijn eigen zoon. Onze zoon. Nu weet ik weer waarom ik bij hem weg ben gegaan. Ze trekt haar kin naar achteren waardoor haar onderkin als een schildpadkopje tevoorschijn komt.
Het is een hete avond. We zitten met zijn allen op plastic stoelen die, wanneer je de armleuningen omhoog trekt, kunnen veranderen in ligstoelen, in de tuin van mijn moeder. Het bakje met chips, dat ik zojuist voor mijn tante op tafel heb neergezet, is nog niet aangeraakt en het flesje zogenaamd Spaans bier, is net als de fles rosé bijna leeg. Ik kijk naar het citroentje dat door de strot van de hals van het flesje is gedrukt en leg mijn hand op haar hand, wolken zweven boven onze hoofden voorbij.

Mijn zus drukt haar sigaret uit. Hij kan op zijn minst helpen met het organiseren van de dienst. Ze staart naar haar telefoon terwijl mijn andere tante (die met de wimper-extensions) ijverig haar teennagels lila lakt.
Nou, dit heeft geen zin jongens, zegt mijn moeder. We moeten nog de foto’s uitzoeken, de muziek, en een soort van draaiboekje maken. Voor morgen. Ik kijk naar de theedoek die over haar blote schouder ligt. Was ik die theedoek maar, denk ik. Ja, zegt mijn tante, die lul heeft me wel zeventig foto’s gemaild en gevraagd of ik misschien een selectie wil maken voor een powerpresentatie. Ik heb ze op die laptop staan. Ze wijst naar de laptop.
Goh, zegt mijn zus en ze steekt een nieuwe sigaret op. Ze kijkt van mij naar mijn moeder, die de keuken inloopt. Mijn andere tante strekt haar been, concludeert dat het gelukt is met de lila nagellak en zwijgt over háár ex.
Kijk, deze is ook zo mooi, zegt mijn tante met zand in haar stem. Ze laat me nog een filmpje op Youtube zien van autistische kinderen die huilen bij een Coldplay-concert.

We slapen met zijn allen op de nog niet verschoonde bedden in het huis van mijn moeder. Er was geen tijd geweest voor huishoudelijke taken. Er was nergens echt tijd voor geweest. Zeker niet voor de dertig uur durende vlucht van Australië naar Nederland die mijn tante heeft moeten afleggen naar aanleiding van het telefoongesprek twee dagen eerder. Mijn moeder kon haar zin niet eens afmaken: Je zoon is zondagochtend uit een raam… op de grond…’ Volgens mijn zus was de boodschap meteen duidelijk geweest. Moeders voelen het als er iets mis is met hun kinderen. Ik knikte, maar had geen idee wat ze bedoelde.

Mijn zus, mijn moeder en ik hadden de volgende dag op de plek van het ongeluk aan de vloer van de wereld gevoeld. Het zwarte, schoongeboende beton broeide onder onze handpalmen.
Hard he? Ik knikte, mijn zus knikte en de stilte werd doorbroken door het rinkelen van mijn moeders mobiele telefoon. Aan de overkant van de straat begluurden de buren ons door de lamellen. De Griekse restauranthouder rolde een afvalcontainer dwars over het stuk grond waarop we rouwden en de plastic wielen knisperden over de stoep, eikel, fluisterde ik, maar niemand hoorde me. Mijn moeder ronde haar telefoongesprek af en zei: Dat was Lee Towers. Wie?! Lee Towers. Huh?! Hij was verkeerd verbonden. En zo stonden we daar, te luisteren naar mijn moeders verhaal over hoe ze had geluisterd naar een verkeerd verbonden Lee Towers.

zogenaamd-spaans-bier

Ik stelde voor om mijn tante met zijn allen op te halen van Schiphol.
Omdat ze zo’n tien jaar geleden gek werd van alles, had ze besloten naar de andere kant van de wereld te verhuizen. Haar achttienjarige zoon bleef liever hier, niet wetende dat hij er nooit meer weg zou komen. We sliepen slecht in onze vuile bedden en reden de volgende ochtend zwijgend naar het vliegveld.

Bij de gate was mijn zus teleurgesteld omdat ze had gehoopt meer geadopteerde Chinese kinderen te zien die met het vliegtuig waren meegereisd. Ik deed mijn best er een te vinden, om haar gerust te stellen. Maar nog voordat ik er een zag, kwam mijn tante al door de gate. Ze had grijze uitgroei en opgezwollen oogleden, en toen ze me knuffelde verrekte ik een nekspier.
In de auto richting mijn moeders huis vertelde mijn andere tante over hoe ze na een date-periode via Lexa.nl uiteindelijk bij haar huidige partner Ron terecht was gekomen. Hij droeg het lelijkste jasje wat ik ooit heb gezien, en dat heb ik hem ook gezegd: ik voel me niet fysiek tot je aangetrokken. Uiteindelijk maakt het allemaal niet uit hoor, zei ze trots, alsof ze de enige was die liefde kende.

We reden over de snelweg en elke mogelijke stilte werd nerveus vooruitgeduwd door clouloze verhalen.
Nou in New York was het koud, zei mijn moeder, echt, in New York heb ik zo veel gelopen. Op een gegeven moment hebben we in New York maar een taxi genomen. Ik wilde tegen haar schreeuwen Wat wil je nou zeggen?! maar mijn tante was me voor. Bah, die Chinezen in het vliegtuig zijn zo vies. Ze kotsen en snuiten hun neus gewoon leeg in je nek. Verder heb ik eten gehad vanuit zowat het hele universum. Serieus. Weet je wat mijn ontbijt was? Ze keek me vragend aan. Op de radio klonk: ‘Too young to hold on, and too old to just break free and run.’ Ik schudde nee omdat ik haar in de waan wilde laten, de waan dat het ontbijt hetgeen was wat haar zo van streek maakte. Dat het ontbijt haar zo verdrietig had gemaakt, omdat het ontbijt haar zoon had gedood. Croissant met ernaast babi pangang! Ieeeuuw! riepen we door de auto en mijn moeder vertelde dat er sneeuw lag in Central Park.

Zullen we anders eens door die zeventig foto’s gaan? stel ik voor. De screensaver van de Ice Age-figuren op het laptopscherm in combinatie met de rosé maken me slaperig. Ik neem een chipje en houd de bak ook onder haar neus. Kom, zegt mijn ene tante, laten we even door die foto’s gaan. Ik wil ook zo naar bed. Anders zie ik er morgen niet uit. Terwijl ik zachtjes het been van mijn tante aai, fluister ik: Laten we dit nou even doen, we moeten toch even iets fatsoenlijks in elkaar zetten voor morgen. Prima, roept ze plots en schuift geïrriteerd het bakje chips onder haar vandaan. Ze hebben me toch weer van Facebook afgegooid. Hoezo dan? Omdat ik iets aanstootgevends heb gepost op de pagina van ‘The Midgets.’ Ze lachen, we lachen, iedereen lacht en lachte en blijft lachen.
Ik ga staan, vul mijn longen en kijk de vrouwen een voor een aan. Ze kijken geschrokken terug, zelfs mijn zusje kijkt op van haar telefoon. We gaan nu met zijn allen een PowerPointpresentatie maken. Het werkt.

Zo gepositioneerd dat het lijkt alsof we zelf op de foto gaan, zitten we achter de laptop. Mijn moeder heeft nog een fles rosé opengetrokken en plots heb ik de leiding. Ik behoor tot de directie van de afdeling ‘Foto’s selecteren van dode neef ingezonden door ex-vader/ex-man’.
Af en toe zegt iemand ah of oh als we weer in zijn ogen kijken. Ze hebben het blauw van nieuwe auto’s. Zijn gezicht is puur, op elke foto anders belicht, onwetend van het feit dat hij op 28-jarige leeftijd zal sterven en me hier woedend zal achterlaten met onze moeders, die nu nog enigszins zelfstandig zijn maar straks niet meer. Onze moeders, die we allebei seks hebben horen hebben met mannen die niet onze vaders zijn. En onze moeders, die geen PowerPointpresenaties kunnen maken van hun dode kinderen zonder hulp van die kinderen.
Knap kind heb eh had ik he?! Zodra iedereen heeft gereageerd op haar manier, klik ik op het pijltje naar rechts voor de volgende foto. De foto’s die geschikt zijn voor de presentatie, markeer ik met een ster. Tot nu toe hebben 26 van de 70 foto’s al een ster en hebben we er 30 bekeken. Het gaat redelijk goed, dacht ik.

Mijn moeder stuitert op het grasveld: Ik pis in mijn broek, ik pis in mijn broek. Mijn zus zoomt in op het stukje van de foto waar ik meteen van wegkeek.
Mijn tante heeft haar armleuningen naar boven getrokken en ligt met haar neus in de lucht. Lieve heer lieve heer lieve heer. Mijn zusje heeft enkel gefronst en ik zit met mijn hand voor mond naar de foto te staren waarop de vader van mijn neef me in een omhelzing met zijn nieuwe, twintig jaar jonge vriendin in zijn blootje toelacht. Ik kijk opzij naar mijn tante, ze kijkt terug en fluistert: Dit heeft mijn zoon gedaan, ik weet het zeker. Dit deed hij om het draaglijk te maken.

Over de auteur

Megan van Kessel (1989) is opgegroeid in Bombaye, Wallonië, en studeerde in 2013 af aan de opleiding Beeld en Taal van de Gerrit Rietveld Academie. Ze schrijft korte verhalen en non-fictie, en werkt momenteel aan haar debuut ‘Vlees’, waarvoor ze nog op zoek is naar een bemoedigende uitgever. Meer info op meganvankessel.com.

Over de illustrator

Mathilde Bindervoet tekent vrolijke figuren en droeftoers bij andermans tekst en eigen hersenspinsels. Om haar naam aan te dikken met wat internationale allure tekent ze onder de Franse vertaling van haar achternaam: @bindrepied. Vindbaar in de virtuele wereld op: www.mathildebindervoet.nl

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Zeebanket

Door Rebecca Wilson

Weet je nog, die dag dat we zo’n ruzie maakten, over de chat, op het werk? Ik heb het laatst nog nagelezen op gmail. Hoe een alledaagse uitwisseling over wie doet de boodschappen en hoe laat ben je thuis uit kon monden in anderhalf uur ja maar jij doet altijd en hoe kun je nou […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper