Proza

Stijlestafette: Apocalyptisch

Door Marcel Potters | beeld: Nastia Cistakova
3 januari 2017

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven.

Paniek! Wurgende paniek! Een bloedrode maan werpt haar macabere schijnsel op het moorddadig donkere Mokum, waaruit het leven langzaam wegsijpelt. Angst druipt als smerige smurrie van de muren. Hier en daar knippert nog een lantaarn, als finale pulsen van een haperend hart in de borstkast van een stilletjes stervende stakker.

Op de deels verwoeste Torensluis voor het door een verzengende vuurzee opgevreten café Van Zuylen rennen tengere Mathilde en haar Rotterdamse vrienden Mark en Ronald voor hun leven. De eindtijd is daar, en de dood rolt als een nietsontziende stoomwals door de hoofdstad. Het ganse land brandt, en tijdens hun vlucht voor de vliegensvlug verspreidende verwoesting zijn ze op de Zuidelijke IJ-oever verzeild geraakt. In de auto van Mathildes verloofde Stijn; waar is hij in godsnaam gebleven?

Armageddon aan de Amstel. Het klaaglijk huilend geluid uit de muilen van duizenden schijndoden zwelt aan in de omliggende straten; het trillen van de door een verregaande staat van ontbinding aangetaste stembanden klinkt als een ontstemd cello-ensemble. De ellenlange, ellendige elegie doet het vluchtende trio huiveren. Ze moeten wég, sneller, rapper, maar hoe?

Apocalyptisch

Terwijl Mark uit alle macht probeert een roestig brik, voorzien van een totaal geruïneerd en met bloed besmeurd peuterstoeltje van het slot te krijgen, wordt het Mathilde te veel. De stress stuwt een te lauw opgewarmde prak preistamppot vanuit haar maag terug naar de slokdarm, waarna een bruinige brij braaksel in de met opgezwollen, rottende vis gevulde gracht spuit. ‘Tering moppie, dat was een bekkie vol’, sust Ronald en legt zijn hand op haar schouder.

Twee schimmige schaduwen verschijnen bij het gitzwart geblakerde etablissement. De voorposten der zombies, gehuld in danig gerafelde parka’s. Hun vroegere lange lokken zijn verworden tot kleffe kluwen kleurloos haar, dat aan de halfverteerde hoofdhuid lijkt te kleven. Holle oogkassen. Op oogwit mikkende meeuwen pikten de bollen reeds uit de schedels. Niet dat het wat uitmaakt, want de lopende lijken ruiken bloed, het angstzweet van de trillende trojka verderop.

Het einde lijkt nabij. Totdat plots een danig gebutste, bekraste en beduimelde Citroën C4 Picasso met fietsendrager de brug opscheurt. Het is Stijn, die na een dolle dodemansrit de plek des onheils heeft bereikt. ‘Gozert’, roept Ronald, maar dat is aan dovemansoren gericht. Stijn schopt het fietsslot aan gort en tilt het karretje achterop zijn bolide. ‘Gers, mochten we ons klemrijden op de ring’, mompelt hij, en mikt de pipse Mathilde in het kinderzitje achterin. En pleite zijn ze.

Mark en Ronald blijven verbijsterd achter. ‘Takketrut’, moppert de een. ‘Krotenkoker’, mokt de ander. Ingesloten door bloeddorstige hordes hobbelen ze het Singel op. Gebroederlijk het hoekie om, met een kwinkslag de pijp uit. ‘Vuile vrek’, bekt Ronald. ‘Ach, jij betaalt ook nooit wat’, keft Mark. De woorden sterven weg, net als hun lichamen, die door knagende kaken van ziel en zaligheid worden beroofd.

De maneschijn verdwijnt achter een meurende, muffe mist. De twee langharige kannibalen happen hijgend voort, alsof hun dood ervan afhangt. Met als decor het half ingezakte, smeulende exterieur van café Van Zuylen en de nu geheel ingestorte Torensluis, naderen de door levenloos vlees bevlekte lippen elkaar. Steeds dichterbij. Tot in een apocalyptische doodskus.

Over de auteur

Marcel Potters (1962) is professioneel, overtuigd en belijdend Rotterdammer. Hij schrijft al sinds hij een pen kan vasthouden, met links, aanvankelijk zelfs in spiegelschrift. Marcel is journalist bij het AD Rotterdams Dagblad en heeft daarin een wekelijkse column. Leeft op cappuccino. Roepnaam: gozert.

Over de illustrator

Als je olie, vuur en een handgranaat op een hoop gooit, krijg je Nastia. In haar vrije tijd maakt ze graag lange wandelingen langs beerputten en tekent ze ongemakkelijke tekeningen die mensen zich rot laten voelen.

Lees meer uit de categorie Proza

Ouderdom: een drieluik

Door Vincent Bakkum

De rimpels van Rampling In het pikdonker schommelt de pont over het IJ. Gezichten van over hun stuur geleunde fietsers fluoresceren in het licht van hun mobieltjes. Ergens wordt een joint gerookt. K en ik zijn naar de film geweest. In Eye. Naar me toegebogen wil ze, fluisterend, weten of iedere man later met erectieproblemen […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper