Interview

De tragikomische poëzie van Else Kemps

Door Marijn Sikken | beeld: Gemma Pauwels
10 februari 2017

Een interview met Else Kemps, 21 jaar en nu al een poëzietalent waar niemand omheen kan, is een goede reden om weer eens in een trein te stappen. We spreken af in Stella by Starlight, een huiskamercafé in hartje Arnhem waar veel van haar opleidingsgenoten hun middagen doorbrengen. Ook Else, inmiddels vierdejaarsstudent aan Artez Creative Writing, was aanvankelijk van plan hier de middag te werken. Het liep anders: ‘Ik lag nog in bed.’ Niet dat ze de afspraak was vergeten, keurig op tijd komt Else aangefietst. De jonge dichter en schrijver heeft een turbulente tijd achter de rug, waarbij haar hoofdprijs op het NK Poetry Slam een nieuw hoogtepunt betekent.

Foto: Arjen Hooij

‘Iedereen begint steeds maar over de kat,’ zegt ze bij het eerste biertje – ze lacht erbij.
In een interview voorafgaand aan het NK Poetry Slam kreeg Else de vraag wat ze met het prijzengeld zou doen, mocht ze de finale winnen. ‘Een grote witte Perzische kat kopen, zo één als uit een kattenvoerreclame,’ antwoordde ze.
Het is een slimme manier om onder de serieuze vraag uit te komen, want net als bij het winnen van de Turing Gedichtenprijs vorig jaar blijven mensen haar maar naar dat geld vragen. Helemaal een grap is het trouwens niet – Else wil zo’n kat al van jongs af aan en zou hem De Spin Sebastiaan noemen, naar het gedicht van Annie M.G. Schmidt. ‘Maar dan wel aan elkaar. Katten. Spinnen. De Spinsebastiaan.’ Ze grijnst. Ook in poezen zit bij Else poëzie. ‘Ik heb nu alleen geen huis voor zo’n beest,’ verzucht ze dan.

Tumult en kritiek

Inmiddels is ze bijgekomen van het tumult rond het NK Poetry Slam. Na twee afvalrondes, waarin de zes andere finalisten moesten afzwaaien, kwam Else in de zogeheten slam battle tegenover Gijs ter Haar te staan. Net als zij stond Gijs al eerder in de finale van het NK. Het ging er hard aan toe, de jury leek op de hand van Gijs, maar het publiek koos luid schreeuwend voor Else.
Een stroom negatieve reacties op social media volgde. Het waren reacties die niet zozeer over haar werk gingen, maar eerder over Else zelf, die puur op ‘schattigheid’ zou hebben gewonnen of op het aantal vrienden dat zij had meegenomen naar de finale – ‘vier,’ zegt ze monter, ‘dat lijkt me een heel normaal aantal’. Eerlijk geeft ze toe dat het invloed heeft gehad op hoe ze op de finale terugkijkt: ‘Ik kon er niet meer blij mee zijn.’ Zonde, want net als de andere deelnemers heeft ze er hard voor gewerkt. Deze winst is sowieso anders dan vorig jaar bij de Turing, vertelt Else: ‘Toen ben ik echt drie dagen lang bezig geweest met interviews geven.’ Maar ze klaagt niet: ze zat al bij 3FM en volgende week bij Q-Music. Ook draagt ze nog altijd geregeld voor.

Het commentaar op Facebook heeft niets te maken met de inhoudelijk feedback die Else wel gewend is te krijgen. Ze is leergierig, blijkt uit het gesprek. Ze oefent thuis met het voordragen van haar poëzie. Competitie geeft haar een drijfveer. In die zin vindt ze het jammer dat ze nu niet meer mee kan doen aan de Turing en het NK. Blijven produceren is haar grootste struikelblok, daar heeft ze haar opleiding en wedstrijden voor nodig. ‘Ik werk heel sloom,’ geeft ze toe.
Een van de dingen waarop ze kritiek kreeg, was dat ze in de finale haar teksten uit haar schrift voordroeg. Aan de ene kant begrijpt ze die kritiek wel. ‘Ik ken alles uit mijn hoofd en had het ook liever niet van papier gedaan. Maar in zo’n battle moet je ter plekke verzinnen welke tekst je gaat doen en luisteren naar een ander en het moet allemaal ook nog foutloos je strot uitkomen.’ Erik Jan Harmens zei tijdens de finale vorig jaar dat het hem niet uitmaakte of poëzie van papier werd gelezen of niet, als de performance maar goed is. Daar gelooft Else zelf ook in.
Als ik vraag hoe ze bepaalt of iets meer geschikt is voor papier of voor het podium, noemt ze een gedicht dat ze in de eerste ronde van de finale gebruikte: ‘Hagelslag’. ‘Dat heb ik puur op ritme geschreven, ik wist niet zeker of het ook op papier zou werken.’ Het interessante aan het gedicht is dat het is opgebouwd als een scenario, compleet met regieaanwijzingen in zinnen als: ‘Close-up van een uitgesproken angst. Zij haalt haar vingers langs zijn ongeschoren wang.’ Dat zo’n constructie toch op het podium werkt, is de verdienste van haar performance.

Anekdotische poëzie

Inspiratie haalt Else vaak uit zichzelf. ‘Veel gedichten zijn autobiografisch, maar ik overdrijf het dan wel heel erg. Zodra ik merk dat ik alleen maar over een bepaalde ervaring schrijf om die te verwerken, flikker ik zo’n gedicht gelijk weg. Anderen krijgen dat dus nooit te lezen, maar ik denk wel dat ze het gelijk zouden zien wanneer er geen afstand is.’
Ze is dol op het werk van Tjitske Jansen vanwege de overlap in thematiek met haar eigen werk. Ze denkt even na over een voorbeeld en citeert dan: ‘Als je Pippi Langkous nadoet, doe je iets wat Pippi Langkous zelf nooit zou doen.’ Volgens Else zit alles al in die zin. ‘Dat naïeve, daar houd ik heel erg van.’ Ze haalt Jansens bundel Koerikoeloem aan. ‘Daarin staan zijn eigenlijk vooral jeugdherinneringen en toch zijn die interessant. Ik ben dan heel benieuwd waar dat precies in zit.’

‘Hoe ik het voor elkaar krijg in een groep altijd de meest beschadigde mensen aan te trekken, vraagt mijn moeder mij.’

Hoe anekdotisch Elses eigen werk is, laat haar drieluik ‘Asielkatten’ goed zien. Het gedicht, dat eerst op de website van De Optimist en later in het Handboek voor een Optimistisch leven gepubliceerd werd, bestaat uit een aantal kleine scènes. Een daarvan begint met: ‘Hoe ik het voor elkaar krijg in een groep altijd de meest beschadigde mensen aan te trekken, vraagt mijn moeder mij.’ Else vertelt dat deze zin echt door haar moeder is gezegd en dat ze hem toen is gaan uitwerken.
De anekdote vormt de basis voor De overblijfkinderen, de bundel waarmee ze in juni wil afstuderen. Het belooft een bundel te worden met het soort tragisch-ongemakkelijke personages dat lezers, die bekend zijn met haar werk, gerust als typisch Else kunnen beschrijven: het ene kind mist een been, het ander heeft een sociale stoornis, met iedereen is wel iets aan de hand. De bundel is er een ‘waarin het aantal psychische stoornissen per personage hoger is dan de gemiddelde leeftijd’, zoals op de website van Creative Writing al wordt aangekondigd. Die tekst komt van Else zelf. Ze vertelt: ‘Het begint op de dag dat de hoofdpersonen bij elkaar in een tafelgroepje worden gezet omdat niemand anders met ze aan tafel wil zitten. Ze zijn allemaal bang voor intimiteit, al ontstaat er uiteindelijk wel een soort van vriendschap.’
Else denkt goed na over de vorm van haar werk, want in een gedicht kan ze niet alle achtergrondinformatie stoppen die ze heeft verzameld. ‘In één gedicht heb ik een soort klassenplattegrond gemaakt waarin de vorm dus ook echt zo’n opstelling is. Daarin probeer ik alle kinderen uit te lichten. Het is wel het meest experimentele gedicht dat in de bundel komt, voor de rest is het wat prozaïscher.’
De grens tussen proza en poëzie is in haar werk sowieso dun. ‘Ik schreef altijd proza maar was dan wel bezig met mooie zinnen maken, dus ik kreeg steeds te horen: je noemt het een verhaal maar het is een gedicht.’ Momenteel schrijft ze bijna geen proza meer, al liep ze stage bij non-fictie-uitgeverij Fosfor en vond ze die kant van het vak ook heel interessant. Er is nog zoveel te willen en te doen.

‘Ik ben toch ook nog niet uitgeleerd?’

Hoewel de stroom uitgeversinteresse nog onverminderd groot is, kiest Else ervoor om zich eerst in alle rust op het afstuderen te richten. Haar opleiding heeft als ongeschreven wet dat studenten pas bij een uitgeverij mogen tekenen zodra ze zijn afgestudeerd, eerder zouden ze er niet aan toe zijn. Dit is een afspraak (‘Het is geen officiële regel hoor,’ zegt ze vlug) waar ze zich goed in kan vinden: ‘Ik ben toch ook nog niet uitgeleerd?’

De overblijfkinderen wordt wat Else betreft haar debuutbundel. De Optimist ziet er enorm naar uit!


HAGELSLAG

EXT.  FIETSPAD 

Jongen, meisje, skateboard. Dragen op hun ruggen respectievelijk een Eastpack en een bos tot stro geslapen krullen. Op de kruising, waar de weg te smal voor twee wordt, volgt een afstand, schermvullend. 

FLASHBACK

INT.  HAAR BED 

Close-up van een uitgesproken angst. Zij haalt haar vingers langs zijn ongeschoren wang.

ZIJ:

Je baard doet me denken aan hagelslag.

HIJ: 

(Halfslachtig lachend) En bedankt. 

INT. DOUCHE

Zij smeert shampoo en een hand vol halve waarheid in zijn haren. Alles stroomt vanaf zijn hoofdhuid richting putje, mengt zich daar met laagjes aangekoekte roos en schaamte. Zoom in op datzelfde putje. Trieste jazz onder het beeld van een rioolrat, die zich de verstopte afvoer doorknaagt terwijl zij zich met de rug naar elkaar toegedraaid staan aan te kleden.

TERUG NAAR HET HEDEN

INT.  UTRECHT CENTRAAL

Hij heeft zijn trein zo nipt gehaald als haar woorden hun uitwerking hebben gemist. Ze twijfelt hem gedag, blijft achter in de wetenschap dat hij, zodra hij aangekomen is, de afscheidszoenen van zijn wangen af zal scheren.

INT.  HAAR KAMER

Long shot van een bergje kleren naast een kussen, lakens waartussen de liefde vaker is verklaard dan bedreven. Alles is er radicaal hetzelfde gebleven.

Over de auteur

Marijn Sikken (1990) studeerde aan de Schrijversvakschool Amsterdam. In 2011 won zij zowel de jury- als de publieksprijs bij Write Now!. Verhalen van haar verschenen o.a. in Tirade, De Titaan, Kluger Hans en De Optimist, waar zij ook in de redactie zit. Haar debuutroman verschijnt bij Uitgeverij Cossee. Eens in de twee weken verschijnt haar column voor CLEEFT.nl

Over de illustrator

Meer informatie over en werk van Gemma Pauwels is te vinden op haar uitgebreide website: http://gemma.nu

Lees meer van

Poster

Door Marijn Sikken

De poster is weg. Jarenlang hing hij voor het raam van een leegstaand pand in de Muiderstraat. Ik reed er vaak langs met de fiets, stopte dan even, vroeg me vervolgens af waarom ik dat deed en fietste weer door.

Lees meer uit de categorie Interview

Lumineus – Ad Nuis

Door Quirinus Martijn

‘In Azerbeidzjan snappen ze niks van een lone wolf zoals ik.’ Fotograaf Ad Nuis reisde voor zijn multimedia project ‘Oil & Paradise’ tien keer naar Azerbeidzjan. Het resulteerde in een tentoonstelling waarin hij met beeld, tekst, video en geluid een beeld schetst van een land waar tegenspraak niet geduld wordt. ‘Het is de perfecte maffiastaat.’ […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper