Feuilleton Kort verhaal

De Wentelverhalen 3: Ani’s auditie

Door Sytze Schalk | beeld: Ylja Band
12 april 2017
  1. Rivierschip ‘De Kreeft’. 28 november, jaar 1, 11:31 uur

Vandaag zie ik voor het eerst in mijn leven een stad. Een echte stad, niet een bij elkaar gesmeten hoopje huizen op een zandvlakte. Terwijl het schip langzaam door de bocht van de Tek navigeert, langs de rots waar Fort Akler op gebouwd is, doemen de gebouwen van de hoofdstad op. Achter de groezelige pakhuizen van de kade begint een labyrint van gebouwen en wijken. Het wordt al druk op het dek. Ouders scharrelen hun koffers bij elkaar, kinderen zwaaien naar de mensen op de kade. Niemand zwaait terug. De meeste mensen op het schip willen hier niet zijn, maar in de dagen na de revolutie hebben de laatste soldaten van de Koninklijke Garde de akkers verbrand en de fabrieken van de dorpen buiten de hoofdstad opgeblazen. Het was de laatste rochel van de verliezers op de schoenen van de winnaars.

Oma wilde niet dat ik vertrok, ze had liever dat ik bij haar in Mylte Mylte Vroeger werd Mylte de graanschuur van Lida genoemd, vanwege de vruchtbare grond en de vele boerderijen. Toen koning Pins er fabrieken liet bouwen die het land van Mobielen moesten voorzien, zeiden de kranten dat Mylte ‘het industriële hart van Lida’ was geworden. Nu de fabrieken gesloten zijn en de grond vervuild en droog is geworden, proberen mensen het nog zo min mogelijk over Mylte te hebben. bleef. Ze is ouder dan de prairie zelf, en het enige onderdeel van het Myltense landschap waar het zand geen vat op krijgt. Maar ze is ook fantasieloos, droog in haar hoofd. Ze zou nooit begrijpen dat deze revolutie de kans van mijn leven is. Zij heeft geen idee hoe het voelt als de mensen aan je lippen hangen wanneer jij voor ze optreedt, als ze tranen in hun ogen krijgen van jouw woorden. Ik heb jarenlang op mijn verhalen geoefend in het schemerdonker van de fabrieksvloer. Ik ben geen arme ziel, geen naïef jong meisje uit de provincie. Ik ga niet op de hoek van de straat terechtkomen met een vlindermes in mijn maag.

Het schip vaart onder de laatste brug door en meert aan bij een van de pieren in de haven van Lida. Het is rustig op de kade. Een paar scheepsjongens staat klaar om de touwen op te vangen en het schip vast te leggen, maar verder is er niemand te zien. Niemand zit op mij te wachten. Het maakt niet uit. Ik ben er.

 

  1. Het Huis van de Wind. 28 november, jaar 1, 12:45 uur

De gevel van het Huis van de WindHuis van de Wind Niemand weet hoe Het Huis van de Wind, het bekendste troubadourstheater van Lida, aan zijn naam is gekomen. Niemand weet eigenlijk ook waarom het nog steeds bekend staat als dé plek om naar verhalen te luisteren. Het gebouw is morsig en roestig, en ligt ver van de andere theaters in de Wijk van het Leven. Verstokte bezoekers bezweren dat de akoestiek onvergelijkbaar is met welk theater dan ook. Mensen van buiten Lida grappen dat de koning eigenlijk helemaal geen liefhebber was van het gezelschap dat zijn naam droeg. is kaal en grijs, en het enige bewijs van wat er binnen gebeurt zijn de affiches in de posterbakken. De posters herinneren aan de voorstellingen die hier een week geleden nog gespeeld werden. Als de troubadours deze verhalen nu op de planken zouden zetten, zouden ze gelyncht worden.

De voordeur zit op slot. Ik sla het steegje naast het theater in. Het ruikt er naar pis en oude knoflook. Aan het einde van de steeg is een metalen deur naar de backstage van het theater. Ik open voorzichtig de deur op een kier en gluur naar binnen. De deur komt uit op het kostuumatelier. Overal liggen kapotgeslagen rekwisieten in het schemerdonker, en de spiegels van de kaptafels zijn kapotgeslagen. Zo stil als ik kan baan ik me een weg door de rotzooi. Ik stap over een mannequin die met haar rug op de grond ligt. Ze heeft haar armen naar me uitgestrekt en ze draagt een jurk van azuurblauw satijn. Hier hebben jarenlang de Pinsspelers gestaan, het belangrijkste troubadoursgezelschap van Lida. Elke lente gingen ze op tour door het land, en ze kwamen in het dorpshuis van Mylte. Toen ik klein was en oma me meenam om ze te zien waren de troubadours nog vrij om te vertellen wat ze wilden. Verhalen over pikante schandalen uit Kobrinde, of soms zelfs over de koning zelf. De laatste jaren is het anders geworden. De troubadours werden gemuilkorfd door de koninklijke censuur. Alleen voorstellingen over de heroïsche daden van koning Pins waren nog toegestaan. Nu, na de revolutie, zullen de troubadours hun repertoire weer moeten aanpassen. Ik heb me erop voorbereid. In de dagen na de revolutie ging er langs alle dorpen een hardnekkig gerucht over een verschrikkelijke misdaad van de Koninklijke Garde. Geen van de mensen die het nieuws brachten kon me bevestigen of het echt gebeurd was, niemand had iets met eigen ogen gezien, dat hoeft ook niet. Het is het soort verhaal dat het goed doet in een stad die dronken is van woede.

Ik sluip langs de mannequins, kostuums en rekwisieten, en kom terecht in de gang die direct achter het podium loopt. Er klinken stemmen vanaf het podium, gedempt door het achterdoek. Ik schuif voorzichtig een stukje van het doek opzij om te zien of het de troubadours zijn.

Er zijn twee mensen op het podium, een man en een vrouw. Ze zitten met hun rug naar me toe. Ze dragen bruine jasjes die gemaakt zijn van dierenhuiden. WildermensenWildermensen Door de eeuwen heen hebben veel Lidanen moeten vluchten uit hun eigen land. Vaak vanwege kritiek op de koning, soms ook om hun straf te ontlopen nadat ze een misdaad hadden gepleegd. De meesten van hen kwamen terecht in de Wilderbergen ten westen van de hoofdstad, waar ze dorpen bouwden in de grotten van het onherbergzame gebied en leefden van geiten en droog berggras. Eeuwenlang zijn deze bannelingen door de koningen uitgemaakt voor barbaren en moordenaars, en nu ze na de revolutie de touwtjes in handen gekregen hebben zijn veel Lidanen bang dat ze de reputatie waar zullen maken.

 Het lijkt alsof ze elkaar aan het voorlezen zijn uit de papieren die op het podium verspreid liggen. Af en toe zet de een gek stemmetje op en dan lacht de ander. Ze hebben me niet gezien. Ik zou nog weg kunnen glippen. Maar ik wil niet weg. Hier begint de auditie. Ik trek met een ruk het gordijn open, stap het podium op en schraap mijn keel. Onmiddellijk trekken de Wildermensen hun wapens en draaien zich om. Ik zet mijn verschrikste poppensmoeltje op en steek mijn handen in de lucht.

‘S-s-sorry,’ stamel ik met een hoog stemmetje. ‘Ik wist niet dat ik stoorde.’

Stilte.

‘Ik zei toch dat je die achterdeur moest controleren,’ blaft de man tegen de vrouw. De vrouw gebaart naar de man dat hij zijn pistool moet laten zakken, en stapt op me af. Er lopen diepe sneeën over haar gezicht. De huid is roze, nog niet dichtgegroeid.

‘Wat doe jij hier, meisje?’ vraagt ze.

‘Ik ben vandaag aangekomen. Ik kom uit Mylte.’ Ik laat haar het ticket zien. ‘Is dit het Huis van de Wind?’

‘Zijn wij eruit als troubadours?’

‘Nee, mevrouw. Jullie zijn Wildermensen.’

De pistolen schieten weer omhoog.

‘Jullie hebben ons bevrijd van de verschrikkelijke koning Pins,’ voeg ik er snel aan toe.

‘Dat woord gebruiken we niet meer,’ zegt de vrouw. ‘Jullie noemen ons vanaf nu de Teruggekeerden. Dit theater is aan onze soldaten toegewezen als slaapvertrek. Verboden voor onbevoegden.’

‘En de Pinsspelers?’ vraag ik zo onschuldig mogelijk. De Wilderman snuift.

‘Het theater was leeg toen wij hier kwamen. De troubadours zitten waarschijnlijk al lang en breed in Kobrinde met alle andere landverraders.’

‘Jammer,’ zeg ik, en ik doe mijn best om mijn stem resoluut te laten klinken. ‘Het zou onrechtvaardig zijn als ze hun straf zouden ontlopen.’ De Wilderman knikt instemmend. De vrouw trekt haar wenkbrauw op.

‘Wat wil je?’ vraagt ze.

‘Ik ben hier om auditie te doen. Ik dacht dat er na de revolutie… nou ja, misschien nieuwe troubadours nodig zouden zijn. Die aan de mensen kunnen vertellen wat er écht gebeurd is. Wat voor belangrijk werk jullie doen.’

‘We hebben belangrijkere dingen aan ons hoofd, meisje,’ antwoordt de vrouw.

‘Zoals wat?’ schampert de man. ‘Voorlopig zijn we alleen maar aan het wachten tot de heren in het paleis de boel op orde hebben. Laat haar lekker lullen.’ Hij smijt een paar papieren van het podium omhoog. ‘Veel slechter dan deze troep kan het toch niet zijn.’

De vrouw zucht. ‘Wat jij wil.’

‘En als jullie het goed vinden, mag ik hier dan blijven?’ vraag ik. De man lacht.

‘Je mag blij zijn als we je laten leven.’

‘Goed,’ zegt de vrouw. ‘Begin maar te vertellen, meisje.’

 

  1. Het Huis van de Wind. 28 november, jaar 1, 13:02 uur

Als ik klaar ben, valt er een dikke, stroperige stilte. Ik heb flink uitgepakt met mijn verhaal. Ik heb het hele podium gebruikt, en alle personages een eigen stem en mimiek gegeven. Ik heb voor de Wildermensen gezongen. Geen enkele ongetrainde troubadour zou dit verhaal beter hebben kunnen vertellen dan ik.

‘En?’ vraag ik met een glimlach.

De Wildervrouw laat haar pistool vallen en grijpt me hardhandig bij mijn haren. Ik gil van de schrik en haar plotselinge venijnigheid.

‘Van wie heb je dit gehoord?’ snauwt ze me toe.

‘Ik… uh… wat?’ Ik probeer iets te bedenken om terug te zeggen, iets slims, maar de vrouw doet me zo veel pijn dat ik nauwelijks na kan denken. De tranen schieten in mijn ogen.

‘Maak haar af,’ zegt de man. ‘We kunnen geen risico nemen.’

‘Denk na, idioot,’ snauwt de vrouw terug. ‘Als zij dit van iemand heeft gehoord, dan weten andere mensen er ook van.’ Daarna richt ze zich weer tot mij. ‘Als ik jou was, zou ik heel snel beginnen met praten.’

De vrouw pakt een mes, en zet het op mijn keel. Ik voel hoe het lemmet tegen mijn huid snijdt. Ik weeg koortsachtig de opties af. Ik ben bang dat ze zó woest zullen worden van de waarheid dat ze me sowieso zullen doden, maar ze gaan het nooit geloven als ik zeg dat ik het zelf heb bedacht. Ik open mijn mond, maar elk woord dat ik kan bedenken voelt als een misstap. Ik zet me schrap en wacht op de beweging van het mes. Maar die komt er niet. In plaats daarvan klinkt een langzaam geklap uit de zaal. En daarna een stem, diep en brommend: ‘Als je het een rotverhaal vond, kun je het ook gewoon zeggen, Lizet.’

De vrouw draait zich om en trekt mij mee. Ze lijkt geschrokken. Ik probeer om me heen te kijken, en zie vanuit mijn ooghoeken hoe iemand opstaat uit de stoelen van de theaterzaal en het podium op klimt. Het is een oudere man met een grote buik en een zware, witte snor. Hij draagt een blauw uniform en ziet eruit alsof hij zo uit een tolhuisje is gestapt.

‘Schurre? Wat doe jij hier?’ vraagt de vrouw.

‘Ik ben een kunstminnaar.’ Schurre grijnst en de borstelige uiteindes van zijn snor verdwijnen in zijn neus.

‘Heb je gehoord wat ze vertelde? Straks weet de halve hoofdstad ervan.’

Schurre knikt. ‘Ik heb het gehoord, Lizet, en in tegenstelling tot jullie heb ik ook nog geluisterd. Zij zegt dat de Koninklijke Garde het heeft gedaan. Het lijkt me prima als de mensen dat gaan geloven.’

‘Maar Seten Seten  Opeens was hij daar: de nieuwe leider van Lida, op het bordes van het stadhuis tijdens de nacht van de revolutie, met het hoofd van koning Pins in zijn handen. Seten brengt beloftes van democratie en vrijheid, maar hij lijkt uit het niets te zijn opgedoken, zonder achtergrond, familie of vrienden. Seten heeft de uitstraling van een verstrooide professor die een verkeerde afslag heeft genomen bij de poorten van de school, en per ongeluk het koninklijk paleis is binnengewandeld. Maar hij heeft het wel voor elkaar gekregen om in één nacht een eeuwenoude monarchie ten val te brengen, dus er is niemand in Lida die Seten onderschat. heeft gezegd…’ sputtert de vrouw.

‘Seten zou dit meisje graag willen ontmoeten. Levend en wel.’

Ik voel hoe de greep van Lizet om mijn nek verslapt.

‘Lizet, ik ga het simpel houden. Geef me het meisje, en ik laat jullie verder met rust in jullie privé-koninkrijk hier. Zo niet…’

Hij hoeft zijn zin niet af te maken. De vrouw gromt en smijt me in de richting van Schurre. Schurre pakt me bij mijn arm, en sleurt me mee de theaterzaal uit, als een vader die zijn dochter ophaalt van een feestje waar ze te lang is blijven hangen.

‘Wat wil Seten van haar?’ roept de vrouw ons na.

‘Gaat je geen zak aan,’ roept Schurre terug.

Schurre laat me pas weer los wanneer we een paar straten verder zijn. We zijn de enigen buiten. Er klinken ratelende mobielen of stemmen, er klinken geen vogels.

‘Dus jij wilt troubadour worden?’ vraagt Schurre.

Ik knik. Ik heb het gevoel dat ik maar beter eerlijk kan zijn tegen deze man.

‘Dan moet je minder slecht worden dan je net was.’

‘Ik kan echt wel beter dan dat,’ sputter ik tegen.

‘Je legt het er veel te dik bovenop. Daar kwam je misschien mee weg in je prairiedorpje, maar dit is de hoofdstad.’

‘Het gaat meestal beter als ik niet een pistool op me gericht heb.’

‘Kijk.’ Schurre wijst op een stapel van hout, ijzeren balken en kapotte flessen die is opgestapeld tegen de muur van een gebouwd met dichtgetimmerde ramen. Onderaan de stapel liggen een paar bloemen.

‘Daar zijn de Pinsspelers doodgeschoten tijdens de nacht van de revolutie. Ze probeerden de Wildermensen ervan te overtuigen dat ze aan hun kant stonden.’

Hij is even stil en kijkt naar de bloemen. ‘En ze waren betere acteurs dan jij,’ voegt hij er nog aan toe. ‘Jij gaat nog in heel veel gevaarlijke situaties terecht komen, en dan ben ik er niet om je te redden.’

Hij brengt het als een voldongen feit.

‘Hoezo?’ vraag ik. ‘Wat wil je dat ik ga doen?’

Schurre pakt me bij mijn arm – iets minder ruw dit keer – en leidt me mee, weg van het theater.

‘Waarvoor je hier gekomen bent,’ zegt hij. ‘Vanaf vandaag werk je voor mij. En in het verlengde daarvan: Seten. En om te beginnen ga je een paar mensen ontmoeten. Mensen zoals jij.’

‘Andere troubadours?’ vraag ik.

Schurre kijkt me aan.

‘Nee, Ani. Ik bedoel: mensen die de wereld gaan redden.’

Lees hier de andere Wentelverhalen.

OVER DE WENTELVERHALEN

De koning is dood. Wat nu?

‘De Wentelverhalen’ is een maandelijkse verhalenreeks over het fictieve land Lida en de ‘Scherfvinders’: journalist Gavon, rechercheur Limme, troubadour Ani en scholier Klement. Terwijl Lida opnieuw wordt opgebouwd na een bloedige revolutie, proberen de Scherfvinders het mysterieuze verleden van hun nieuwe wereld te ontrafelen.

Elk Wentelverhaal kan op zichzelf gelezen worden, maar samen vormen ze een doorlopende reeks. De Wentelverhalen zijn onderdeel van De Wentel: het eerste ‘multiverhaal’ van Nederland, dat tot leven komt in uiteenlopende vormen: literatuur, theater, computergames, illustraties en meer. Zo kun je vanaf voorjaar 2017 ‘De 7 Dagen van Klement’ spelen, de eerste literaire game van De Wentel.

Kijk voor meer informatie en verhalen ook op de facebookpagina van De Wentel: www.facebook.com/dewentel.

Over de auteur

Sytze Schalk (1988) is (toneel)schrijver, regisseur en gamedeveloper. Hij maakt multiverhalen, en zijn projecten spelen zich allemaal af in de fictieve wereld van De Wentel. Sytzes verhalen gaan over empathie en de vraag hoe je kunt samenleven in een wereld die geregeerd wordt door angst voor de ander. Sytze schrijft, regisseert en ontwerpt o.a. theatervoorstellingen, literatuur, kaartspellen, apps en computergames. En op een dag zal hij Pokémontrainer worden.

Over de illustrator

Ylja Band studeerde in 2014 af aan de Design Academy Eindhoven en werkt sindsdien als freelance vormgever. Daarnaast werkt ze bij Kunstpodium T, is beeldredacteur voor deFusie en organiseert ze maandelijks evenementen in het Van Abbemuseum voor de Young Art Crowd. www.yljaband.nl

Lees meer van

De Wentelverhalen 2: De beul

Door Sytze Schalk

Lida-stad, Aula van de Universiteitscampus. 23 november, jaar 1, 02:12 uur. Het is feest. Het halve dierenrijk is hier, samengeklonterd op de dansvloer, in het roze licht van de aula. Ze zijn jong, en ze zijn vrij. Ze dragen maskers en ze houden elkaar gevangen hier. Houden mij gevangen. Ik zit roerloos op de bank […]

Lees meer uit de categorie Feuilleton Kort verhaal

Trees

Door Jelmer Birkhoff

  Naast haar zijn aan weerszijden nog barkrukken vrij. Daar moet een reden voor zijn, dus ga ik naast haar zitten en bestel twee fluitjes. Trees heet ze, en ze kent het leven. Op haar zestiende beviel ze van haar eerste kind. Haar enige ook. Dat is alweer 54 jaar geleden. ‘Regina heet ze. Dat […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper