Kort verhaal Proza

Ouderdom: een drieluik

Door Vincent Bakkum | beeld: Sjors Driessen
4 april 2017

De rimpels van Rampling

In het pikdonker schommelt de pont over het IJ. Gezichten van over hun stuur geleunde fietsers fluoresceren in het licht van hun mobieltjes. Ergens wordt een joint gerookt.
K en ik zijn naar de film geweest. In Eye. Naar me toegebogen wil ze, fluisterend, weten of iedere man later met erectieproblemen te kampen krijgt. Zó’n film.
Ik was er al bang voor: een lange zit en een blik in het voorgeborchte. Vorige week nog ‘Youth’ met de door testosteron gebalsemde mummies Michael Caine en Harvey Keitel, nu ‘45’ met Charlotte Rampling – films over de ouderdom. Rampling ziet 45 jaar huwelijk verdampen door een opgerakelde gebeurtenis van lang geleden, een uitgebluste Michael Caine kijkt terug op een eigengereid leven in dienst van de kunst en van zijn ego. 
‘Wat duurde het allemaal verschrikkelijk lang,’ zegt K.
‘En maar inzoomen op haar gezicht,’ zeg ik. ‘Anderhalf uur herfstige landschappen, gewandel met de hond en de rimpels van Rampling.’
K verwijst naar de scène waarin de man triomfantelijk zijn vrouw binnendringt, maar na wat kortademig geduw weer van haar afrolt.
‘En als het dan een keer niet lukt,’ zegt ze, ‘krijgt-ie een aai over zijn bol in plaats van dat ze het op een andere manier proberen.’
‘Het is geen documentaire over bejaardenseks. Het gaat over – weet je wat Mae West zei? Dat ouder worden een hoop moed vergt.’
De pont legt aan, scooters worden gestart, fietsers duwen zich naar voren. Op het IJ glijden twee diepliggende rijnaken langs elkaar. De moed waar Mae West op doelt is die van een frontsoldaat in de loopgraven der onvermijdelijkheid, een onverschrokkenheid ten aanzien van een beproeving waarvan afhankelijkheid, naast eenzaamheid, pijn en nog meer haar uit m’n oren, de allergrootste vloek is. 
Harvey Keitel springt in ‘Youth’ van het balkon. 
‘Wat zal Rampling’s personage doen, denk je?’ vraag ik als we het centraal station binnenlopen. ‘Gaat ze van hem af of blijft ze met hem aanmodderen?’ 
‘De film had met die vraag moeten beginnen,’ zegt ze. ‘Nu hebben we anderhalf uur naar de ondraaglijke traagheid van het bestaan gekeken.’
‘Ik las laatst een contactadvertentie waarin een 75 jarige vrouw een maatje met ‘verwerkt verleden’ zocht. Waar vind je zo iemand op die leeftijd? Als de bedrading niet loshangt dan zit de naald wel vast in de groef.’
Ironici zijn als kinderen die zingen in het donker om zich moed in te spreken. Las ik ergens. 
K gaat een bekertje thee voor in de trein kopen. Ik wacht in de nieuwe aanbouw. Waardig sterven kan ik waarschijnlijk wel, maar onverrichterzake van mijn geliefde afrollen?
Als de trein de tunnel induikt zegt K dat studies hebben uitgewezen dat de angst voor de ouderdom pathologische veranderingen in het brein teweeg kan brengen die met Alzheimer worden geassocieerd; negatief denken over de ouderdom verkleint je hippocampus, een deel van het brein dat cruciaal is voor het geheugen, volgens de gerontologe Becca Levy.
Ook dat nog. Mag de stekker er niet alvast uit? 

Ironici zijn als kinderen die zingen in het donker om zich moed in te spreken.

Terminale rui

Herman Brood is dood maar zijn stoffelijk overschot, de ‘Wild Romance’, ademt nog. Dat wil zeggen: met hangen en wurgen. Terwijl Brood nog van het Hilton moest springen om er een eind aan te maken, moeten de overgebleven bandleden tegenwoordig al rekening houden met een stoeprand, zo fragiel en kwetsbaar oogt het stelletje muzikanten op het door een makelaar gesponsorde podiumpje op het Ruïneveld. 
‘Hollestelle heeft een tijdje in coma gelegen,’ hoor ik een ingewijde zeggen. ‘Hij heeft nieuwe hartkleppen en is helemaal clean.’  
‘Ja ja,’ zegt de aangesprokene en ze vertelt hoe de toetsenist bij een vorig optreden naar zijn piano werd begeleid en hoe zijn handen een voor een op de toetsen werden gelegd. Na de pauze deden ze dat opnieuw.
De bassist die met een stok loopt, wordt door een barkruk in evenwicht gehouden. Het witte Trilby-hoedje van Lademacher doet een vergevorderde terminale rui vermoeden. 
De mannen lopen na al die tropenjaren rock ’n roll nog steeds in dezelfde kindermaatjes zwarte jeans, zonder billen, met het bovenste knoopje open voor het buikje. Hun gehakte laarsjes zijn ingeruild voor platte All Stars en rockabilly schoenen met zebramotief. Ik wed dat hun zonnebrillen inmiddels op sterkte zijn.
Vanaf de terrasjes lijkt het of de band in een helverlichte friettent staat te spelen. De regen waait met vlagen over de parasols met het daaronder bijeengeklonterde publiek. Ook de rockers staan dicht op elkaar, maar droger, opdat de kachelzwarte haarspoeling niet door het craquelé van hun afgeleefde koppen stroomt. 
Herman Brood: van natte droom van menig burgerman tot AVRO-nar en uiteindelijk een betreurenswaardig menselijk wrak. Mijn held. Nog steeds draag ik zijn muziek op handen. Zijn hartstocht, humor en onmaatschappelijkheid inspireren mij (burgerman) nog steeds. 
Zoals Brood het niet zonder zijn amfetamine redde, zo redt  Wild Romance het niet zonder Brood, hoe goed de relikwieën Lademacher en Hollestelle ook (nu nog) zijn. Desondanks sta ik zaterdagavond op het Ruïneveld tussen andere gelovigen te wachten op de zo bekende gospels. Als EO-jongeren dorstend naar het woord Gods, zo kunnen wij gewoon niet wachten op de intro’s die in onze ziel staan gekerfd. 
Maar het evangelie wordt door te veel krijsende gitaren tegelijk gebracht. Het is als ijshockey: ik zie niet meer wie de puck heeft. Danny Lademacher’s Wild Romance rijgt zijn nieuwe repertoire aan een koord met kralen uit de oude doos. Het bestaansrecht van de band lijkt te zijn ontleend aan de beginakkoorden van ‘Saturday Night’ alleen. Hoezeer ook een product van Lademacher, zonder Brood’s inbreng is het een losse flodder, loos alarm op de eerste maandag van de maand. Zonder Brood zal het nooit meer zo’n zaterdagavond worden. Laat die jongens iets doen waar ze hem niet bij nodig hebben. Klasse genoeg. Ik laat me niet langer natregenen voor een aangelengde shot nostalgie. 

Zonder Brood zal het nooit meer zo’n zaterdagavond worden.

Op het terras van De Lamoraal wurmen twee middelbare vrouwen zich in plastic poncho’s tegen de regen of voor safe seks na afloop in de tourbus. Manager Van Dijk loopt bedrijvig af en aan, kauwend op het kauwgumpie dat hij eind jaren zeventig in zijn mond heeft gestopt. Jarenlange omgang met de grillige rockster hebben hem tot deze rusteloosheid veroordeeld. Tot hij erbij neervalt zal hij als Nederlands bekendste babysitter achter Herman blijven aanrennen, zoals ook de rockers zich niet van hun geestelijke vader lijken te kunnen losmaken. 
‘Ach, het zijn zulke schatjes,’ zegt een van de vrouwen in poncho.  
Het regent, m’n oren piepen, ik ga naar huis, ‘it’s coming out of my nose’.

Nonnenschoeisel

Beste Jeanne,

Toen ik thuiskwam en enthousiast over u vertelde, vroeg mijn vriendin wat ik toch had met oudere vrouwen. Er zweemde jaloezie. Nog voor ik mijn haar leerde kennen had ik al contact met haar moeder: ik was na een relatie met een jonge-vrouw-met-kinderwens weer op mijzelf en sprak de hoogbejaarde moeder aan van de vrouw die mij in het kinderdagverblijf was opgevallen. Net als u, Jeanne, was die oude dame geen angstige, wereldvreemde bejaarde in beigetinten en op nonnenschoeisel, maar zat het haar hoog opgestoken in een negentiende-eeuwse knot en ging ze hooggehakt over straat in een felgekleurd ski-jack, lange jurk en kozakkenmuts. Op weg naar huis met haar kleindochter stootte ze met haar elleboog tegen parkeermeters voor loszittende munten – iets minder elegant, maar niet minder interessant. 
U, en vrouwen als mijn schoonmoeder (maar ook mijn eigen moeder) zijn lichtende voorbeelden van hoe men ook oud kan worden: met ‘Sturm und Drang’ en een persoonlijkheid die zich niet laat kleineren of ontkennen in de vaart der volkeren, of door het egocentrische geduw van opkomende generaties. 
Met afgrijzen bezie ik de reguliere ouderdom, die reactionaire in zichzelf gekeerde aftakeling, omdat ik er bang voor ben. U weet over welke ouderdom ik het heb: we liepen het tegen het lijf in het CODA Museum toen Meneer Vermeer en ik u gearmd langs de kunstwerken leidden. Alsof de catacomben werden gelucht! Grauw en grijs schuifelden vrouwen jonger dan u, maar allang niet meer van deze wereld, door de zalen. Geslachtsloze wezens wier vocabulaire was geslonken tot 400 woorden en wier leven was geïmplodeerd tot een schuw, dierlijk verkeren in het moment, op hun hoede voor veranderingen die de wankele balans van hun nadagen zouden kunnen treffen. 
Fysiek verval blijft niemand bespaard. Ook u haakt buitenshuis uw arm tegenwoordig in die van een ander. Maar in uw hotel rent u nog steeds trap op trap af, uw gasten astmatisch piepend achter u latend, als een ekster van tak tot tak.
Ik maakte een beetje misbruik van uw evenwichtsstoornis tijdens de botanische lezingen en later in het museum. Ik liep een beetje met u te koop, als met een levende accessoire. Kijk mij eens met deze mooie, oude excentrieke dame met haar oranjerood geverfde haar en op de belle epoque geïnspireerde toilet. Ik maakte goede sier met u aan mijn arm, vooral bij de dames.
U mag dan fysiek wat uit het lood hangen, mentaal staat u op scherp en leeft u het leven alsof het wijds en onontgonnen voor u ligt, in schrijnende tegenstelling tot het mijne dat zich vernauwd heeft tot een streepje licht tussen de deksel en de kist.
Lekker is dat, dacht ik toen Meneer Vermeer vroeg of ik tijdens zijn optreden ‘een beetje’ op u kon passen. Waar moest ik het in godsnaam een avond lang met u over hebben?
Ik had beter kunnen weten, ik had al eens in uw jugendstil villa overnacht en was door u ingewijd in uw levensverhaal en jaloersmakende vitaliteit. Op uw bed in de serre bekeken wij destijds uw tekeningen, bladerden we door fotoalbums en liet u ons flarden uit brieven en schriftjes lezen. De zon verwarmde door het groen uw slaapkamer waar de poes, met haar ene oor, lag te ronken als een kapotte ijskast. 
Hoe had ik durven denken dat ik met u een verloren avond zou beleven?  
‘Ik wil in zee gegooid worden,’ zei u stellig, alsof het nog die avond moest gebeuren. 
‘Hó hó, Jeanne,’ zeiden wij. ‘We gaan vanavond niet meer rijden. Trouwens, dat gaat zomaar niet, u moet eerst dood.’
In het museum hebben we ook erg gelachen, weet u nog?
De auto reed voor en ik begeleidde u naar buiten.
‘Ik heb ‘r!’ riep ik naar Meneer Vermeer. ‘Ze zat hier binnen aan het bier.’ En tegen een voorbijgaand stel: ‘Vervelend hoor, ze loopt steeds weg.’
Wij kijken uit naar uw verjaardag dit voorjaar, als wij wat ouder en u weer jonger bent geworden. 
Lieve groet uit de kuststreek waar de zee ons in de nek hijgt.

Over de auteur

Na een kwart eeuw Helsinki, waar Vincent Bakkum vader, man en kunstenaar is geworden, woont hij inmiddels aan de rand van Bergen (NH) waar dennen plaats maken voor wilgen en helmgras voor riet. Met schilderen (www.saintjustine.com) verdient hij de kost, met schrijven geeft hij zin aan zijn bestaan. Hij schrijft een column voor een lokale krant en voor De Optimist en De Gids. In eigen beheer is de novelle ‘De Schaamstreek’ uitgegeven.

Over de illustrator

Sjors Driessen maakt tekeningen onder de naam Topsy Turvy Magic en houdt zich vooral bezig binnen de muziekindustrie met soms wat uitschieters naar redactioneel werk en dat bevalt hem prima.

Lees meer van

De GelegenheidsOptimist

Door Vincent Bakkum

Met ‘De GelegenheidsOptimist’ bieden wij een podium aan schrijvers, columnisten en bloggers die wij goed vinden; schrijvers met een originele, optimistische invalshoek. Deze week vertelt schrijver (en illustrator!) Vincent Bakkum over twee oude vrienden. Kraaien Ik denk veel aan mijn kraaien. Overal zie ik ze en hoor ik ze, maar of het ‘mijn’ kraaien zijn weet […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal Proza

De Gelukkigen

Door Kristine Bilkau

Der Germanist geht immer wieder weiter. De Duitse Kristine Bilkau debuteerde maart vorig jaar succesvol met Die Glücklichen. Een confronterend portret van Georg en Isabell, een koppel dat juist op het moment dat ze samen de onzekerheden van de late jeugd achter zich denken te laten worden verrast door het drijfzand van de definitieve volwassenheid. Onlangs verscheen […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper