Kort verhaal Proza

Vriesvak

Door Evelien Flink | beeld: sjoerd van leeuwen
15 april 2017

Ik heb je spijkerbroek gewassen. Je favoriete broek met de lichtblauwe pijpen, de zachte, witte rafels aan de zoom en de scheur boven de rechterknie; de broek die we samen hebben uitgezocht in die ene winkel aan de gracht, waar de kledingstukken opzettelijk onafgewerkt en gehavend zijn, en je tijdens het winkelen ook boerenkoolsmoothies en op steen gevouwen speldboterhammen kunt bestellen. Ietwat beduusd nog stapten we naar binnen, maar zodra je de broek (jouw broek!) zag, begon je te stralen. Ik herinner me hoe trots je keek toen je hem aan had. Met een ruk schoof je het gordijn van het pashokje open om vervolgens opgetogen rondjes te draaien voor de spiegel, als een puppy die zijn eigen staart achterna jaagt. Met zichtbare tegenzin trok je je eigen broek, die verfrommeld en al lang en breed vergeten in een hoekje op de grond lag, weer aan.
Aan de kassa stond een hippe verkoper met een weelderige baard en een knot in zijn haar. Je tilde de broek naar hem toe alsof het een slapende baby was. Vervolgens trok je je portemonnee en pinde zonder een spier te vertrekken een maandsalaris.
‘En denk eraan: niet wassen, hè?’ Hippe Verkoper schoof de broek in een ecru katoenen tas.
Ik keek hem aan. ‘Hoe bedoel je: niet wassen?’
‘Is niet goed voor de vezels,’ antwoordde hij. ‘Deze spijkerbroek is van katoen. Een natuurproduct, begrijp je? Zoiets moet je niet in de wasmachine doen, met al die schadelijke chemische wasmiddelen. Dan gaat-ie stuk.’
‘Maar-’ Ik wees naar de katoenen tas. ‘Hij is al stuk. En hij moet z’n kleren toch kunnen wassen? Anders is het toch niet fris?’
Hippe Verkoper schudde demonstratief zijn hoofd. Zijn rossige knot vloog van links naar rechts. ‘Daar is een veel betere manier voor. Gewoon een nachtje in het vriesvak doen. Dan gaan alle bacteriën dood en is je broek weer helemaal schoon.’
Ik keek omhoog en probeerde je blik te vangen, zodat we samen met onze ogen konden rollen, maar jij keek de jongen peinzend aan. Tot mijn verbazing knikte je zelfs. Een minuscuul knikje, maar toch. Uit beleefdheid, dacht ik. Hand in hand verlieten we de winkel en ik zette Hippe Verkoper en zijn advies uit mijn hoofd. Tot ik anderhalve week later ’s avonds de onderste vriezerlade opende en in plaats van zes Festini perenijsjes en een plastic zak Iglo tagliatelle met zalm en spinazie een donkerblauw bundeltje aantrof.
‘Lief?’ riep ik, met een ‘ie’ die net iets schriller klonk dan ik had gewild. ‘Wat doet die broek in de vriezer?’
De meeste stellen die ik ken, maken ruzie over boodschappen doen, remsporen in de wc-pot, huishoudgeld, kinderen, misschien op zijn tijd een bemoeizuchtige schoonmoeder. Wij maakten vanaf die dag ruzie over een spijkerbroek. Wat ik ook zei, hoe lief ik het ook vroeg, met welke gevolgen ik ook dreigde, de broek mocht niet in de wasmachine.

De meeste stellen die ik ken, maken ruzie over boodschappen doen, remsporen in de wc-pot, huishoudgeld, kinderen, misschien op zijn tijd een bemoeizuchtige schoonmoeder. Wij maakten vanaf die dag ruzie over een spijkerbroek.

Eén keer betrapte je me terwijl ik de broek met een stel handdoeken de wasmachine in probeerde te smokkelen, het was de eerste keer dat je tegen me schreeuwde. De broek had te veel gekost, was te mooi en te kwetsbaar, vooral bij de scheur boven de rechterknie. Murw van alle discussies gaf ik me over. En dus belandde de broek na iedere stapavond, elke strandwandeling, elke gourmetavond in de onderste vriezerlade.
Aanvankelijk rook ik het alleen wanneer je in je broek naast me op de bank zat: de geur van bedorven melk. Van het vlinderhuis in Artis. Van de zwerver naast de ingang van de Albert Heijn. Later rook ik het al zodra je met je broek de woonkamer binnenstapte: de geur van gistende sportkleren die pas een week na de bootcamples uit de sporttas worden gevist. Van op een hete zomermiddag achter een vuilniswagen aan fietsen.
En uiteindelijk rook ik het zelfs op momenten dat zowel jij als je broek niet eens thuis waren. Tijdens het opvouwen van een stapeltje fris gewassen handdoeken bijvoorbeeld, of terwijl Rudolf vrolijk liet zien hoe je een fruittaart kon versieren op 24Kitchen. Op die momenten kreeg zelfs mijn tong een vieze smaak, bitter en zuur, alsof mijn spuug opeens was vervangen door azijn. De broek zelf begon trouwens ook steeds stugger te voelen. Na een tiental logeerpartijen in onze vriezer vertoonde de soepele, zachte spijkerstof veel overeenkomsten met waspapier. Wanneer ik over je been aaide, bleef er een vettig laagje achter op mijn handen, alsof ik net gehaktballen had staan draaien. En misschien verbeeldde ik het me, maar de tagliatelle met zalm en spinazie smaakte vroeger ook anders.
Als je de broek droeg, schaamde ik me voor je. Dit kwam vrij vaak voor, want het was je favoriete kledingstuk. Als we gingen eten bij mijn ouders, of borrelen met vrienden, was er voor jou maar één logische kledingkeuze. ‘Ik wil er gewoon mooi uitzien voor jou,’ zei je dan. ‘En dit is m’n mooiste broek. Dat begrijp je toch wel?’
Ik knikte dan gedwee, vertederd door het feit dat je je schone benen blijkbaar uit liefde voor mij in die gore pijpen stak. En als ik ook zo veel van jou hield, zou ik die broek toch ooit wel minder gaan haten? Maar zodra ik anderen hun wenkbrauwen zag fronsen, of op subtiele wijze de neus zag optrekken, voelde ik mijn wangen branden. Zelf zei je gek genoeg nooit last te hebben van de stank. Dat sinds je op je veertiende sigaretten was gaan roken alles eigenlijk wel zo’n beetje hetzelfde rook.

Vanochtend hadden we voor het eerst een ander soort ruzie. Je wilde niet meer, zei je. De liefde was weg, het kwam niet meer goed. We omhelsden elkaar. Jij huilde, ik niet. Je pakte je jas van de kapstok en liep naar de voordeur, waar je rugzak al klaarstond. Je zei dat je de andere spullen later wel zou komen ophalen.
Ik wachtte terwijl je afdaalde door het trappenhuis. Zodra de voordeur beneden dichtsloeg, rende ik naar de keuken, waar ik zo hard aan de onderste vrieslade trok dat de bak uit zijn scharnieren gleed en op de grond kletterde. Met de broek in mijn armen liep ik naar de wasruimte, smeet het ding in de trommel en goot het dopje zo vol met wasmiddel dat de stroperige lila vloeistof over mijn vingers droop. Ik draaide de knop naar zestig graden, drukte op start en zakte voor de wasmachine in elkaar. Pas toen kwamen de tranen. Huilend staarde ik door het glazen ruitje, waarachter de broek vrolijk rond tuimelde, als een kind dat koprollen maakt.
Toen het programma klaar was, pakte ik opnieuw wasmiddel en drukte weer op start. En daarna nog een keer. Klappertandend bleef ik op de grond zitten, tot mijn spieren verstijfden. Ik had gedacht dat ik me er sterker door zou voelen. Bevrijd. Dat het schadelijke chemische wasmiddel niet alleen de geur, maar ook mijn verdriet zou wegspoelen. Maar het gevoel van paniek, leegte en angst werd met elke wasbeurt alleen maar groter.
Net als de scheur boven de rechterknie.

Over de auteur

Evelien Flink (1988) studeert aan de Schrijversvakschool Amsterdam en heeft gewerkt als redacteur voor de Volkskrant en de Nederlandse Publieke Omroep. Een biografie schrijven doet ze graag, maar nog veel liever pent ze essays en (korte) verhalen.

Lees meer van

Stijlestafette: Lovende recensie

Door Evelien Flink

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven. De setting is beslist pittoresk te noemen: een monumentaal pand, een fraaie, opsmukloze caféluifel en een brede stenen brug met een fantastisch uitzicht over de maanverlichte gracht. Ook prettig om naar te kijken, zijn de […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal Proza

Stijlestafette: Apocalyptisch

Door Marcel Potters

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven. Paniek! Wurgende paniek! Een bloedrode maan werpt haar macabere schijnsel op het moorddadig donkere Mokum, waaruit het leven langzaam wegsijpelt. Angst druipt als smerige smurrie van de muren. Hier en daar knippert nog een lantaarn, […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper