Proza

Kunstbende #1: Levy Geernaert

Door Levy Geernaert | beeld: Martien Bos
14 augustus 2017

Ik ben Levy ik ben nu 17 en ik heb jou nog niet ontmoet, maar als ik je had ontmoet
was je nu bij me geweest.

Ik wilde niet zijn zoals de anderen op school.

Ik wilde niet zijn als mijn vrienden, die altijd de neiging voelden om duidelijk te maken hoeveel ‘bitches’ ze ‘fuckten’.

Ik wilde niet zijn zoals mijn moeder, die minstens 1 keer per week geschrokken naar de wasmachine rende omdat ze in de veronderstelling was dat de kat erin zat.

Ik wilde gewoon mezelf zijn.

Het begon allemaal bij de Efteling:

Het schoolreisje naar de Efteling.

Vanuit elk hoekje van het klaslokaal klonk afschuw en -keer in de vorm van het voorstellen om eventueel te gaan paintballen, of ‘nog liever euthanasie’, riep Tom.

‘Je bent nooit te oud voor de Efteling’, echode nu in diezelfde hoeken.

Een argument dat niet helemaal ophield toen we aankwamen en er een menselijke ketting van 6- t/m 10-jarigen was gevormd tussen onze bus en de ingang.

Daar zag ik je voor het eerst tussen de schaduwen van 6-jarigen die hun snot aan het eten waren en tikkertje aan het spelen,
met een elegante beweging haal je het blonde plukje dat voor je ogen hing achter je oren.

Ken je dat gevoel dat je een gevoel nog nooit gevoeld hebt, dat gevoel voelde ik.

Je was wat ik pretendeerde te zijn met een soort zuiverheid die ik maar niet van me af kon wassen.

Ik deed nog een poging jou in mijn vizier te houden, maar dat ging lastig toen ik eenmaal van Tom MOEST kijken naar een video waarin hij claimde dat pinguïns twerkten. Ik duwde zijn telefoon weg maar jij was al nergens meer te bekennen, volgens Tom was de poging van de pinguïns ‘close enough’.  ‘Close enough’; de soepele mix van Engels en  Nederlands is al jaren niet meer weg te denken.

Eenmaal in het park en uit de Python besloten Tom en ik op een bankje te gaan zitten omdat dat de beste manier was om onze lunch binnen te houden. Goed idee, bleek toen een man twee minuten na ons eruit kwam en zijn ontbijt en lunch hetzelfde deed. Een duidelijk te oude man voor de Python die waarschijnlijk het helse recreatievoertuig, dat zoveel draaide  dat het kijken ernaar mij al misselijk maakte, had uitgeprobeerd om te bewijzen aan zijn kinderen en vooral zichzelf dat hij nog jong genoeg was om aan zulke gekkigheid te participeren en dus ‘lol’ te hebben.

Het feit dat hij een pet op had vertelde mij genoeg: hij was een van de deelnemers aan een eindeloos lange marathon waaraan de meeste  pas in hun veertigste begonnen en die zich uitte in het kopen van een motor en doen alsof ze nog wél haar hadden. Ik was al begonnen.

Tom merkte op dat de meneer hotdogs had gegeten en gaf hem de tip dat dat nooit een goed idee is voor je in een achtbaan gaat, Tom werd vriendelijk bedankt. Voor ons lag nu een deel van meneers gal, gemengd met wat er over was van de hotdog en iets dat verdacht veel leek op broccoli, een zielig plasje verleden met de zure geur die daarbij hoort. Ik identificeerde me meer met dit plasje dan zou moeten.

Toen zat jij plots naast ons, nu kon ik je groene ogen pas echt goed zien, je mooie smalle gezichtje en de gewichtloze manier waarmee je jezelf droeg, zonder arrogant over te komen.

De volgende vier uur zaten boordevol alle clichés uit het boekje, inclusief ‘de liefde bestaat niet’ en de ‘ik haat clichés’-gesprekken.

Op de achtergrond galmde carnavalmuziek, romantisch dus.

Twee jaar later

is het al een gewoonte dat ik dronken voor je kamer in Utrecht sta, wanneer ik weer eens mijn geluk probeerde te zoeken in de diepte van de fles  in een vergeefse poging mijn emoties te verzuipen.

Als je dan de deur opendeed was het weer duidelijk dat jij iets in mij zag wat ik zelf niet kon zien.

Maar dit keer was het anders.

Wat jouw woorden in eerste instantie niet wilden zeggen deed je blik al, het was de blik van het niet meer in staat zijn van kunnen dromen waar we waren, maar moeten accepteren waar we zijn: gevallen in de put vol middelmatigheid. Dat was de norm tegenwoordig: accepteren dat het enige wat de mens in de 21ste eeuw in de weg staat hij zelf is, maar we hebben allen de hoop opgeven, althans, zo lijkt het als je ziet dat mensen  niet eens meer trachten elkaar te begrijpen, tieners gefilterd door instagram, luchtdicht verpakt, net als een kant-en-klaarmaaltijd opgewarmd in de magnetron waar geen enkele hersencel het heeft kunnen overleven.

Ik hang losjes over je bureau terwijl ik probeer de drank binnen te houden.

Wanneer de preek begint:

‘Waarom heb je voor alles een onzinantwoord, zet die façade af wees jezelf bla bla bla’, na die prachtige uitspattingen van onzekerheid hoorde ik vooral ruis. Dat hoorde ik wel vaker om me heen van in de trein tot op school, ruis.

‘Misschien kun je wel gewoon geen man zijn omdat je vader er niet was.’

Hoe moest ik leren een man te worden, moest ik maar gewoon  tieten roepen en mijn penis in elk gat dat groter dan 4 centimeter in wijdte was stoppen en als ik bezig was bij elke voetbalwedstrijd roepen dat ajacieden joden waren, de bal buitenspel en het bier nooit koud stond.

Jouw veel te kleine studentenkamertje met een bureau en wastafel en je slecht opgemaakte tweepersoonsbed voelde koud, kouder dan eerst.

Een tijdje regende het scheldwoorden en af en toe een boek of pen.

De zon brak al door jouw luxaflex, waardoor er kleine reepjes zonnestralen ontstonden. Eentje daarvan viel op jouw prachtige groene ogen.

Ik moest weg en hoefde niet meer terug te komen.

Ik wil iets zeggen zoals je bent mijn alles of iets anders zoals ze in films deden, dit hoort het moment te zijn dat alles goed komt, maar helaas stopt de ongelukkige samenloop genoemd het leven zelfs niet voor mij en met een vloeiende beweging spuug ik op je bed.

Ik roep nog iets van ik wil samen zijn.

‘Nee je wilt niet alleen zijn, er is een verschil.’

Deur dicht bam

buiten

alles wat ik achterliet mijn zure plasje verleden.

Had ik liefde of begrip gevonden, die twee haalde ik nog wel eens door elkaar.

Ik wilde niet meer mezelf zijn.

Ik wilde zijn zoals mijn moeder, die minstens 1 keer per week geschrokken naar de wasmachine rende omdat ze in de veronderstelling was dat de kat erin zat.

Ik wilde zijn als mijn vrienden, die altijd de neiging voelde om duidelijk te maken hoeveel ‘bitches’ ze ‘fuckten’.

Ik wilde zijn zoals de anderen op school.

Ik ben Levy ik ben nu 17 jaar oud

en ik heb jou nog niet ontmoet

maar als ik je ontmoet had

was ik je toch al kwijt.

 

Over de auteur

Levy Geernaert is 17 jaar en woont alleen met zijn moeder. Hij vond altijd begrip in boeken en films en kon ook zo een beetje ontsnappen aan de werkelijkheid. Hij had nooit verwacht dat hij daadwerkelijk ooit zelf een zinnig woord kon opschrijven. Voor de rest is hij denkt hij een nihilistisch existentieel joch dat irritant en cynisch is en grappig probeert te zijn (zelfreflectie ontbreekt nooit bij mij - misschien wel te veel).

Over de illustrator

Martien Bos is naast freelance tekstschrijver ook illustrator voor diverse tijdschriften, kranten en uitgeverijen in binnen- en buitenland. Hij tekende onder andere voor De Optimist, NRC Handelsblad, VPRO, De Standaard, uitgeverij Boom en Athenaeum–Polak & Van Gennep. Zie martienbos.com.

Lees meer uit de categorie Proza

Jij bent het

Door Emma Stomp

Mijn vrienden dachten dat het niet goed me ging omdat ik alleen nog maar trainingspakken droeg. Ze zeiden dat ik niet goed voor mezelf zorgde nu het uit was met Rolf, dat ik de vrouw weer in mezelf naar boven moest halen. Ik wilde helemaal niets in mezelf naar boven halen, ik wilde vooral in […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper