Essay

De Optimist op Lowlands: Workshop Onschuld

Door Walter van den Berg | beeld: Mathilde Bindervoet
9 september 2017

Lowlands 2017 lijkt al weer zo lang geleden, maar met de prachtige teksten van onze sprekers geniet De Optimist nog even na. Sluit je ogen, waan je in de blubber in Biddinghuizen en kom, volg eens workshop Onschuld door niemand minder dan Walter van den Berg!

Vandaag ga ik het over mezelf hebben, maar eigenlijk gaat het over u. 
Als ik vanavond thuis ben, schrijf ik weer verder aan mijn volgende boek, en dat boek gaat over mezelf, zoals alle literatuur altijd over de schrijver gaat. Maar u leest al die boeken omdat ze eigenlijk over u gaan. En u leest boeken, u houdt van literatuur, anders was u niet de Helga binnengelopen op dit tijdstip.

[Insert: grapje over regen]

Literatuur gaat over de schrijver zelf

Alle literatuur gaat over de schrijver zelf, en omdat we het er nu toch over hebben: ik denk dat alle literatuur en alle kunst voortkomt uit onschuld. 

Literatuur is indirect, daarom gaan we een workshop doen

Het probleem met boeken schrijven en dan verwachten dat die boeken een publiek vinden, en dan ook nog hopen dat dat publiek een beetje begrijpt wat je over probeert te brengen, is dat het nogal eens fout kan gaan. Vandaag wil ik het iets directer doen met u. We gaan een workshop onschuld houden.

Ik vroeg aan een meneer die bij ons in de flat woonde: wilt u de deur voor mij openhouden? Ik heb maar één nier.

De eerste Herinnering

Ik ga een herinnering vertellen die niet literair bruikbaar is: lelijke setting, flauw, te veel kans dat mensen er symboliek in gaan zoeken die ik niet op wil roepen. Toen ik drie jaar oud was, vertelde mijn moeder me dat ik maar één nier had. Er was een nier uitgehaald, een paar maanden na mijn geboorte, en later ontdekte ik het litteken en ik vroeg wat dat was.  Toen ik dat eenmaal wist, dat van die nier, heb ik dat flink uitgebuit. Ik vroeg aan een meneer die bij ons in de flat woonde: wilt u de deur voor mij openhouden? Ik heb maar één nier.
Deze anekdote is apocrief: het is me later verteld. Ik weet niet zeker of het echt gebeurd is. Maar: het is een toonbeeld van onschuld.

De eerste opdracht

Mijn eerste opdracht in deze workshop komt nu:
Denk na over een voorbeeld van onschuld in uw eigen jonge leven. U heeft vast een anekdote over uzelf waarin u iets doet of zegt in uw jongste jaren waar de onschuld vanaf druipt. Iets waar u zich een beetje ongemakkelijk bij voelt omdat u achteraf denkt: wat een lief klein klunsje was ik toen, zeg! Liefst iets wat uw ouders u verteld hebben en wat ze op diverse feesten en partijen hebben herhaald, ter vermaak van het gezelschap.

Deze workshop doen we vooralsnog op de hoofdrekenmanier: ik las een pauze van 10 seconden in, u gaat even razendsnel door uw geheugen, en u houdt uw meest onschuldige herinnering voor uzelf paraat. 

[Pauze]

Over het woord onschuld

Dan gaan we het nu eerst over het woord ‘onschuld’ hebben. Ik zei net: uw meest onschuldige herinnering. ‘Onschuldig’ geeft het woord ‘onschuld’ meteen de zweem van het tegenhanger-zijn van ‘schuld’. Maar onschuld is niet iets niet gedaan hebben waar je van beschuldigd wordt, onschuld is juist het niet hebben van een verborgen agenda, het niet hebben van enige bijbedoeling.

Onschuld verdwijnt zodra de mens kan redeneren

Ik denk dat onschuld verdwijnt op het moment dat de mens kan redeneren, als het bewust na kan denken, als het kan bedenken: als ik A doe, krijg ik er B voor terug. Natuurlijk is redeneren bij een kind onschuldiger dan bij een volwassene: kinderen oefenen met alles, dus ook met redeneren, met kijken wat er gebeurt als ik A doe. 

De tweede Herinnering

Ik ga nog een herinnering met u delen die wel literair bruikbaar was. Ik heb ‘m in mijn eerste boek verwerkt, en dat boek mag u wat mij betreft verder overslaan, maar het gaat om een kernzin in mijn bestaan.

Mijn moeder vroeg of ze kon praten. Ik keek naar mijn collega’s.
Ze zaten naar hun scherm te staren.
Ik zei dat ze kon praten.
Ze zei dat mijn vader niet zoveel van mij gehouden had. Dat ze daar een beetje bang voor was. ‘Ik ben bang dat je vader nooit zoveel van je gehouden heeft,’ zei ze. Dat ie vaak een beetje gemeen tegen me was.
Toen zei ze dat het eigenlijk allemaal toch niet uitmaakte. Dat ik het allemaal toch niet doorhad toen ik klein was.

Ik heb “literatuur” van mijn herinnering gemaakt, maar dit is wel echt gebeurd: mijn moeder zei dit tegen me en ze onderstreepte daarmee de worsteling waar ik al mee rondliep vanaf mijn zeventiende, toen mijn vader al vijf jaar dood was en ik besloot van voetbal te gaan houden om maar wat dichter bij hem te kunnen komen, dus ik kocht een Voetbal International bij de sigarenboer en ik las me in.
Of misschien liep ik er al mee rond toen ik twaalf was en mijn vader het gemeenste deed wat ie kon doen: doodgaan.

De tweede opdracht

Mijn tweede opdracht in deze workshop onschuld: haal een recentere herinnering op die te maken heeft met uw ouders, iets wat ze samen hebben gedaan of gezegd, of iets wat een van hen heeft gedaan of gezegd, iets waar u een beetje misselijk van wordt, een herinnering die u liever niet had gehad.

Ik blijf weer een seconde of tien stil, en u kunt graven in uw geheugenbank. 

[pauze]

En als u nu zegt: ik heb geen recentere herinnering waar ik me ongemakkelijk bij voel, dan bent u gezegend. Als u ‘m wel heeft: hou vast. We gaan er straks iets mee doen.

Brieven van mijn moeder

Niet zo lang geleden las ik brieven die mijn moeder aan mijn tante had geschreven toen ik een baby was, en door die brieven ontdekte ik iets anders uit mijn apocriefe kindertijd: mijn vader was de eerste twee jaar van mijn leven niet thuis. Mijn vader was machinist op de grote vaart, dat heb ik altijd wel geweten, maar ik heb nooit geweten wat het precies inhield. Maar mijn vader maakte reizen van maanden achter elkaar, en tussen die maandenlange reizen was-ie twee weken thuis, en in die twee weken moest onze binding plaatsvinden. 
Dat is dus niet gelukt.

De worsteling, definitief inzicht

Die worsteling waar ik mee rondliep, misschien liep ik daar al mee rond toen ik een man in onze flat erop probeerde te wijzen dat ik zielig was.
Wilt u de deur voor mij openhouden? En nu ga ik de lelijkste interpretatie denkbaar erin gooien, hij zal klinken als nagels over een schoolbord: want mijn vader deed dat niet.
Ik had een verborgen agenda. Ik deed A omdat ik B wilde. Ik was drie jaar oud en de onschuld was er al niet meer.

Vergezocht? Vast wel

Dit klinkt ENORM vergezocht, daar ben ik me van bewust, en als iemand zo schreeuwend duidelijk zo’n verband legt in een literair bedoeld boek, leg ik dat boek hoofdschuddend weg, maar omdat we hier geen literatuur aan het schrijven zijn maar een workshop houden, durf ik dit te zeggen. 

Particulier gezeur

Ik ben me ervan bewust dat dit allemaal over kan komen als particulier gezeur, een kleine set herinneringen uit een klein leven. Maar dat is waarom u vanavond in uw tentje nog een paar bladzijden uit een goed boek gaat lezen, omdat een goede schrijver van een set particuliere herinneringen en vooral inzichten literatuur heeft gemaakt.

De derde opdracht

Mijn derde opdracht in deze workshop onschuld: ga na of er een verband is tussen uw herinnering uit de eerste opdracht en uw herinnering uit de tweede opdracht.
Was uw eerste herinnering zo vol van onschuld? Of had uw jonge ik al een verborgen agenda? Had u toen met uw uitspraak of uw handeling een bedoeling, en was die uitspraak of handeling het begin van het verlies van de onschuld?
Wordt de eerste herinnering meteen een stuk treuriger? 

Mocht ik nu onvermoed verdriet hebben losgemaakt: straks, voor de tent, verleen ik nazorg, en dat meen ik, als je je verhaal bij me kwijt wilt, kom en huil uit. Da’s onderdeel van de workshop.

Alle kunst is verlies van onschuld

Ik zei eerder dat alle kunst voortkomt uit onschuld, maar wat ik denk ik bedoel: alle kunst komt voort uit het verlies van onschuld. Bij schrijvers, schilders, beeldhouwers maar ook bij de zangers van de bandjes die u straks nog gaat zien.

Alle mensen die op een podium gaan staan, kijken u aan als zielig jochie of meisje, ongeveer zo groot, en ze vragen: wilt u de deur voor mij openhouden?

Over de auteur

Walter van den Berg (1970, Amstelveen) is schrijver. Hij heeft vier romans geschreven. De eerste drie werden uitgegeven bij de Bezige Bij, voor de vierde is hij overgestapt naar Das Mag. Om geld te verdienen werkt hij als freelance copywriter/webredacteur. Hij heeft plezier in zijn werk. Na jarenlang in Amsterdam gewoond te hebben, woont hij nu met vrouw en hond in een klein dorpje in de Betuwe. Zijn laatste roman, Schuld, was Boek van de Maand bij De Wereld Draait Door en behaalde de shortlist van de Libris Literatuurprijs.

Over de illustrator

Mathilde Bindervoet tekent vrolijke figuren en droeftoers bij andermans tekst en eigen hersenspinsels. Om haar naam aan te dikken met wat internationale allure tekent ze onder de Franse vertaling van haar achternaam: @bindrepied. Vindbaar in de virtuele wereld op: www.mathildebindervoet.nl

Lees meer uit de categorie Essay

De huismus

Door Leo van der Sterren

Het gros van de teksten van rock- en popliedjes pretendeert niets anders te vertegenwoordigen dan ongecompliceerd, in de regel zo’n drie minuten durend volksvermaak. In veel gevallen ontstaat de indruk dat de teksten er slechts toe dienen om de vocalisten in staat te stellen hun, al dan niet hoogstaande, stemkunsten ten gehore te brengen, in […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper