Toneel

De Nieuwe Lichting: Lisanne van Aert

Door Lisanne van Aert | beeld: Bobbi Oskam
12 oktober 2017

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. 
Deel 2: Lisanne van Aert, onder meer oud-redacteur bij De Optimist, studeerde aan de HKU Writing for Performance. Pussyhofen is haar afstudeerstuk.

Foto: Joep den Aert

Hoe ben je tot je afstudeerwerk gekomen?
Ik begon mijn afstudeerjaar met een handvol abstracte termen (‘constructieve moedeloosheid’, ‘een verlangen naar een overweldigend hier en nu’, ‘een binnen- en buitenwereld die niet met elkaar corresponderen’) en nul concrete ideeën. Ik wist wat ik wilde vertellen, maar niet hoe ik dat zou doen, tt ik mijn oude jeugd-idool weer tegenkwam: de Oostenrijkse keizerin Elisabeth, Sissi.

In de tekenfilm van Foxkids en de speelfilm met Romy Schneider was zij het toonbeeld van zoetsappig- en deugdelijkheid. Toen ik rond mijn zestiende in de Privé las dat de ‘echte’ Sissi depressief was en zich omwille van een vertekend schoonheidsideaal inzwachtelde met biefstukken, vond ik dit naast tragisch ook bevrijdend.

Omdat ik absoluut geen monoloog wilde schrijven voor een tragische, onbegrepen vrouw ben ik vervolgens opzoek gegaan naar een theatrale context voor mijn heldin. In deze zoektocht verdiepte ik mij in de taal van de Duitse toneelschrijver Heiner Müller, verloor ik mezelf in Wikipedia-pagina’s over zwartgalligheid en lepra, en verzon ik de legende van de Holy Brokkel. Dit alles comprimeerde ik tot de theatertekst Pussyhofen. 

In Pussyhofen is Sissi samen met haar babytijger weggevlucht uit haar paleis. In een obscure nachtclub flirt ze met De Dood. Hij neemt haar mee naar een dal der melaatsen, waar zij ritueel geofferd zal worden. Pussyhofen gaat over levensangst, ongemak over privileges en een keizerin die zichzelf inzwachtelde met biefstukken, maar herinnerd wordt om haar lieve snoetje. 

Wat zijn de thema’s in je werk, waar schrijf je het liefst over?
Levensangst, zelfkritiek en de dictatuur van de taal en het denken. In mijn stukken probeer ik mijn personages, publiek en mezelf te bevrijden van een benauwd zelf-, mens- en wereldbeeld. 

Wat is het belangrijkste dat je op je opleiding hebt geleerd?
Tijdens mijn studie heb ik geleerd om concreet te worden. Mijn teksten beginnen steevast vanuit noodzaak in combinatie met een bizar fenomeen, zoals een dal der melaatsen. Door mezelf constant te bevragen en pogingen te doen mijn ideeën aan anderen uit te leggen, zoek ik naar een concrete theatrale vertaling.

Wat is je ambitie?
Het komende jaar begin ik aan de masteropleiding Dramaturgie in Amsterdam, omdat ik mezelf graag verder theoretisch wil onderleggen. Daarnaast blijf ik voorstellingen maken met Het Pijpcollectief en Birgit Welink. Ook wil ik autonoom een theatertekst schrijven over stierenvechten en het verliezen van een oneerlijke strijd.

Optimistmeter! Zie jij jezelf als Optimist? Hoe beïnvloed dit je werk?
Van Heiner Müller leerde ik de term ‘constructieve moedeloosheid’ kennen, een zwartgallige vorm van optimisme. Daar voel ik mij ontzettend mee verwant.

 

Onder de afbeelding volgt een fragment uit Lisannes Pussyhofen.

 


Dirtytalk op het randje van De Dood

Scene drie.

We bevinden ons in Pussyhofen, een groezelige nachtclub op de grens tussen Beieren en De Dood: een showroom voor levensmoeë lijven die erom smeken geleefd te worden. Sissi zit aan de bar, haar babytijger Pablo ligt aan haar voeten en gromt naar Heiner, een imposante vertoning in een lange leren jas.

(…)

HEINER: Kom nou, meisje. Ik moet toch weten waar je vandaan komt, anders is er geen lol aan. Zie het als het creëren van een stimulerend arbeidsklimaat. Geloof me, ik word zo geil van jouw mentaal. Meisje? Je ziet zo pips. Zal ik aan de barman vragen of hij een bedje voor je opmaakt?

SISSI: Ik wil geen bedje, ik wil dat je me doodmaakt. 

HEINER: Als je maar vaak genoeg zegt dat je dood wil, dan wordt het een klankdicht. Dood, dood, dood, dood, dood, dood, dood, dood – hoor je? Zo triviaal. Dooddooddooddooddood. Ik laat jou niet sterven zolang je experimentele poëzie blijft uitslaan. Vertel me je verhaal. Ik wil vlees en bloed om mijn pik, geen dada.

SISSI: Al mijn problemen zijn psychosomatisch, Heiner. Slachtoffer van een context. Te bang om weg te rennen. Te moedeloos om te geloven dat iemand zin heeft om mij te komen redden.

HEINER: ‘Psychosomatisch’, ‘slachtoffer van een context’, ‘moedeloosheid’. Wat ben jij, een pseudowetenschappelijk discours met een jurkje aan? 

SISSI: Was ik dat maar. Ik verhoud me tot niemand. Ik verhoud me tot niets. Alleen ik, ik, ik, ik. Ik ben iedere voetnoot in mijn eigen geschiedenis, is dat niet triest?

HEINER: Concreter, meisje. Concreter. Begin bij je body, bewaar je voetnoten voor later.  

SISSI: Fuck mijn voetnoten. Ik zoek iedere keer naar metaforen. Iedere keer weer een ander sausje voor ik, ik, ik. Metafoor zijn. Minder pijnlijk dan mens. Makkelijker dan metamorfose. Zo triest. Zie hier: een manic pixiekeizerin, een vleesgeworden luxeprobleem. Haar hobby’s? Babytijgers, zichzelf tot taalconstructies abstraheren. Zijn we bijna klaar of ken jij plekken waar moordenaars mijn brein buiten beschouwing laten?

HEINER: Nog heel eventjes maar, heel eventjes. Je signaal wordt steeds scherper op mijn kwetsbaarheidsradar. Lok me naar het toilet met je zelfmoordgedachtes. We kunnen onze telefoonnummers in elkaars armen kerven, dan kun je me bellen vanuit het hiernamaals. Lok me, meisje. Waarom wil jij dood vandaag? 

SISSI: Als ik Het Waarom zou weten zou ik hier toch niet staan? Met een waarom ga je de barricade op. Het enige dat op mijn spandoek zou staan is: ER KLOPT IETS NIET. Als je trieste ogen hebt, denken mensen dat je het leven begrijpt. Als je zegt dat je er geen zak van begrijpt: MOET JE KIJKEN JOH! DIT MEISJE DURFT HET LEVEN ECHT TE FACEN. Vind je mijn babytijger lief?

Pablo gromt. Heiner lacht. 

SISSI: Mijn geliefde heeft hem uit een levensbedreigende situatie heeft gered. Met ‘wilde dieren’ en ‘giftige planten’. Ik vroeg: zijn natuurlijke context?  

HEINER: En wat zei ‘je geliefde’ toen?

SISSI: Niets. Pablo kan niet meer terug. Arm dier. Heeft geen tanden. Een baby en nu al bejaard. Zal ik je het tragische verhaal van mijn verjaardag vertellen? Ik noem het ‘Existentiële leegte op de dansvloer.’ Ondertitel: ‘Diep vanbinnen zijn al mijn vrienden suïcidaal’. Het is heel erg tragisch en doorspekt met traumata. Als ik het heb verteld, gaan we.

HEINER: Er was eens, in een land hier heel ver vandaan, een jarig keizerinnetje-

SISSI: Supergrappig. Het begon toen mijn geliefde om mijn verlanglijstje vroeg. Ik zei dat mijn verlangens niet in lijstvorm verschijnen. Boodschappen horen op lijstjes. Verlangens zijn geen kapitaal. Maar vooruit, doe mij een medaillon en een babytijger. Een opname in een psychiatrische inrichting zou me het meest plezier doen, mag dat ook? En ik wil een champagnetoren. In het midden van de balzaal. Een klein beetje risico op de dansvloer. Weekendcorvee voor de bedienden met de sterkste zenuwen. Ik kreeg alles, behalve?

Probeer het voor je te zien: honderd vierkante meter visgraatparket, in het midden iets breekbaars, iets dat kan versplinteren. Daaromheen: vijfhonderd knappe mensen, inclusief knappe levens. Ze zuipen niet, ze zwalken niet. Ze drinken en ze walsen. Om de toren heen. Alsof er een glazen stolp omheen staat.
In mijn hoofd doet iedereen het met iedereen, rennen we die toren in, kerven we met de scherven onze namen in het parket als revolutie tegen DE DECADENTIE. 

Maar mijn hoofd rust op zijn schouder. Mijn hoofd, vol van strijdkreten zonder gevolgen. Mijn hoofd – die avond eindig ik met een erfstuk om mijn nek, een babytijger aan mijn voeteneind en mijn hand tussen mijn benen. Hij ligt rustig naast me, te slapen. Had er die dag weer alles aan gedaan om mij gelukkig te maken. Ben je weleens klaargekomen op een mantra van zelfhaat? ‘Een lijf dat niets doet moet dood. Een lijf dat niets doet moet dood. Een lijf dat niets doet – ’

HEINER: Je bent moe. Meisje moet slapen, meisje moet ruimte in haar hoofd dromen, meisje moet-

SISSI: Meisje moet, meisje moet, meisje moet. Ik mag niet slapen, Heiner. Mensen die alleen moe zijn van zichzelf mogen niet slapen. Mijn wakker liggen is een privilege. Mijn wakker worden is mijn straf. Een staarwedstrijd met het plafond. Een wit vlak. 

HEINER: Naar het plafond staren? Ik heb al zolang niet meer met iemand naar een plafond willen staren. Jij bent geen slecht mens, weet je dat? Heiner denkt ook te veel. Vind je Heiner slecht?

SISSI: Ik heb tijd om te denken en andere mensen hebben aids. Sorry. Jezus. Sorry. Sorry is ook een reflex. Denk je dat een overschot aan tijd een ziekte is? Een hersentumor die ervoor zorgt dat alles tergend langzaam gaat?

HEINER: Hoe oud ben jij in hemelsnaam geworden?

SISSI: Vroeger Heiner, vroeger was ik op een feest en dan ontsteeg ik mezelf. Dan was ik een kristal aan een kroonluchter, een strassteen op een diadeem. Iets dat schittert bij definitie. De maan. Geen mens. Ik stop nu met praten. Waarom moet ik altijd praten? Op naar die greppel. Hier Heiner, hier voor je voeten ligt een functieloos bestaan. Je mag ermee doen wat je wil. Heb je een voorkeursgat? Zullen we gaan?

HEINER: Rijd je ziel tegen me op. Trek je overbewustzijn uit en hou je slipje aan. Ik slib zo lekker weg in jouw moerasje, schatje. Hoe kan ik een leven nemen als ik niet weet wat het is? Mijn hart klopt omdat het altijd heeft geklopt, is dat HET BESTAAN? Jij drijft mij tot grote thema’s. Geil ding. Zeg nog eens ‘abstraheren’.

 SISSI: Abstraheren.

HEINER: Nog ’n keer.

SISSI: Abstraheren.

HEINER: Nog ’ns.

SISSI: ABSTRAHEREN. ABSTRAHEREN. Abstraheren.

HEINER: De zwarte gaten in je geheugen, de scheur in je hart, de kloof tussen je daden en je woorden, daar wil ik in.

SISSI: O Heiner, tyf op. Iedereen weet wat voor plek dit is. Alle destructieve gedachtes leiden naar Pussyhofen. Ieder meisje bezit ten minste één spiksplintergeil setje om zich ooit, als het echt-echt-echt niet meer anders kan en niemand haar wil geloven, om zich dan, op de grens van de dood, bij jou te vertonen. Heiner de Stormram. Heiner de Bloedhond. Ziet zijn meisjes het liefst betraand. Eerst nat van boven, dan – 

HEINER: Stop meisje, stop. Je doet me verdriet. Wordt er zo over mij gepraat? Een moordenaar als ik is een mensenmens, geen machine. Ik vermoord alleen mensen voor wie ik geen uitweg zie.

SISSI: Mensen zoals ik. 

HEINER: Onzin.

SISSI: Ik zeg je toch dat ik geen uitweg zie. Geen nooduitgang. Geen kier. Geen leuk. Niks.

HEINER: Ik zag jouw blik eerder. Waar zag ik jouw blik eerder? 

SISSI: Jij ramt lichamen tot landschappen en zelfbeelden tot grafzerken. Jouw specialiteit is het rotte binnenste naar buiten stoten, dwars door iedere laag der beschaving heen. Hou op over ‘abstraheren’, ‘pseudowetenschappelijke discoursen’. ‘Een mensenmens’, mijn reet. Wat moet ik doen? Dansen? Zingen? Zeg me. Moet ik naakt? 

HEINER: Praat.

SISSI: Praten is hardop denken. Je kunt me niet dwingen te denken. Denken onder dwang is geen denken. —

HEINER: Neem me mee. Naar je paleis, je geliefde, je balzaal. Dan taxeer ik ter plekke je bestaan. Tussen kunst en kitsch. Een schaal van één op tien. Ik beloof je dat ik je bij alles onder de vijf –

SISSI: Onder de zeven –

HEINER: Onder de vijf –

SISSI: Onder de zes – 

HEINER: Bij alles onder de vijf neuk ik je in je hemelbed en-
SISSI Kijk, Heiner. Speciaal voor jou. 

Sissi opent haar benen. 

HEINER: Zwart? Het meisje heeft een zwart setje uitgekozen? 

Heiner schuift haar hoepelrokje verder naar boven. 

HEINER: Ik wist niet dat De Doden sinds kort ook stijliconen waren. Alles loopt door elkaar tegenwoordig: leven, dood, glamour, hiernamaals. Zelfs Het Sterven is onderworpen aan een schoonheidsideaal! Mensen sterven in TL-licht, meisje. Met een rommelige bikinilijn vol ingegroeide haren. Hier heb je een mes. Ik zal niet kijken. Wil je dat ik kijk?

SISSI: Je mag met me doen wat je wilt. 

HEINER: Meisje mag kiezen- 

Heiner slaat zijn jas open, aan de binnenkant hangen allemaal wapens.

HEINER: Wil ze pillen? Een föhn en een sleutel van een motel met een bad in de badkamer? Wil ze snel-snel of drama? Heeft ze eigenlijk mooie aders? Laat eens zien. Te diep. Haar aders liggen te diep. Meisje zou zichzelf overleven –

SISSI: Ik heet Sissi.

HEINER: Sissi, ach Sissi. Lief. En Sissi, vertel eens. Hoe ben jij hier beland? Gaat het lukken een concreet antwoord te formuleren of laat je me voorgoed in het grijze gebied tussen METAFOREN SPUIEN en BENEN SPREIDEN ronddwalen? Snap je wat ik bedoel, Sissi? Wat zit er tussen jouw hoofd en jouw poes? Tussen slet en intellect? Niets? Stort jij je op extremen in de hoop zo Het Leven tegen te komen?

SISSI: Tyf op.

HEINER: Het meisje scheldt! Een clou! Misschien moet jij míj vermoorden? Dan heb je naast je vage klachtjes een strafblad met een duidelijke aanklacht.

SISSI: Heiner, toe- 

HEINER: De dood gaat de grootste teleurstelling zijn die je ooit hebt meegemaakt. Dealen met teleurstelling lijkt me niet jouw grootste gave.

SISSI: Waarom maak je me niet dood vandaag? 

HEINER: Sissi draait de rollen om. Vraag, antwoord. Slachtoffer, dader. Kut, pik. Wie doet wie?

SISSI: Heiner –

HEINER: Ga, Sissi. Asjeblieft. Voor het echt gênant wordt. Ga.  

SISSI: Please?

HEINER: Jouw lijf, jouw brein, jouw zijn. Te exquise. Een koningsmaal. Stel je voor, Sissi: jouw borstjes, jouw gedachtes gebarsten. Tot massa gemaakt. Als restvlees in een darm geperst. Als ik jou vermoord beledig ik Het Leven. Ik ben daarmee gestopt.

SISSI: Al deze grote woorden. Heiner, waar heb je het over? Waar ben jij mee gestopt?

HEINER: Ga, meisje. Ga. Voordat Heiner de Stormram nog meer sentimentele zooi uitkraamt. 

Stilte.

SISSI: Heiner?

HEINER: Ja?

SISSI: Zal ik opnieuw binnenlopen en mijn naïeve zelf doen? Misschien vind je mijn naïeve zelf het vermoorden waard? 

Sissi haast zich af. Komt opnieuw op. Schuchter en verdwaasd. 

SISSI: Mag ik hier misschien zitten? 

Heiner knikt.

SISSI: Dank je.

Zodra Sissi zit begint ze te snikken. 

SISSI: Sorry.

HEINER: Het is oké. 

SISSI: Heel gênant. Sorry. 

HEINER: Wil je iets drinken?
SISSI: Glaasje water.

Sissi neemt een slok van haar wodka. 

HEINER: Gaat het?

Sissi begint harder te huilen. 

SISSI: Ik heb geen geld. Mijn kinderen zijn dood. Mijn man is verslaafd. Mijn beide ouders dementeren. Sorry hoor. Sorry. Ik heb geen tijd meer voor mezelf. En ik heb aids. Ik heb vooral heel veel aids. Ik weet niet wat ik moet doen.

HEINER: Ik dacht dat jij een keizerin was.

SISSI: Ik ben ook nog een pathologisch leugenaar! Wee mij! 

HEINER: Sissi…

SISSI: Zie jij een uitweg voor mij? Zelfs mijn babytijger kan me niet meer opvrolijken! Wat moet ik toch met mezelf aan? VERTEL ME HEINER! WAT MOET IK TOCH MET MEZELF AAN?!

Heiner gooit de bloedrode cocktail in Sissi’s gezicht. Sissi lacht. Pablo gromt. 

HEINER: Ben jij weleens iemand kwijtgeraakt?

SISSI: Definieer kwijtraken. Definiëren, Heiner. Definiëren. Word jij ook zo geil van het woord definiëren? 

HEINER: Luxepoesje is nog nooit iemand kwijtgeraakt.

SISSI: Ga jij nu de getekend-door-het-leven-kaart spelen? Een potje ik-heb-alles-gezien?

HEINER: Zeven jaar geleden ben ik een vriend kwijtgeraakt.  

SISSI: Heiner, het is te laat voor een moraal. Ik wil dood, dood, dood, dood, dood –

HEINER: Het was ’n lieve jongen, maar hij dacht te veel. Hij snapte niet hoe hij in Het Dal terecht was gekomen. 

SISSI: Zulke doorzichtige metaforen. Heiner, het dal? Is dit je puberpoëzie? 

HEINER: Je luistert of ik ga.

Over de auteur

Lisanne van Aert (1993) studeerde af aan de opleiding Writing for Performance. Ze is mede-oprichter van Het Pijpcollectief, redacteur bij Hard//hoofd en bouwt de komende jaren samen met Birgit Welink aan een theatraal oeuvre vol zombies en superhelden.

Over de illustrator

Bobbi Oskam studeerde in 2014 af als illustrator aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Momenteel is hij werkzaam als freelance illustrator en werkt hij aan zelf geïnitieerde projecten in de vorm van prints, grafiek, zines en korte beeldverhalen. Zijn werk laat zich typeren door een rauw, krachtig handschrift en onuitputtelijke drang naar het maken van meer beeld. Zie bobbioskam.nl.

Lees meer van

Een sentimentele stadstour

Door Lisanne van Aert

In deze sentimentele stadstour door Gieβen volgt u mij, uw melancholische stadsgids, langs de mooiste herinneringen aan dit deprimerende oord, waar ik een half jaar met liefde heb gewoond. Bij iedere stop een handjevol dagboek-aforismes.

Lees meer uit de categorie Toneel

DE NIEUWE LICHTING: Luuk Imhann

Door Luuk Imhann

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Deel 6: Luuk Imhann met de toneeltekst Geen planeet is echt van mij waarmee hij afstudeerde aan de […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper