Essay Kort verhaal

De Nieuwe Lichting: Max Urai

Door Max Urai | beeld: sjoerd van leeuwen
20 oktober 2017

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Op deze zonnige herfstdag stellen wij aan u voor: Max Urai, pas afgestudeerd aan Creative Writing Artez.

Hoe ben je tot je afstudeerwerk gekomen?
Als ik een lang verhaal schrijf, vind ik het meestal fijn om in één keer van begin tot einde een versie te schrijven, die terug te lezen en feedback te verzamelen en dan weer in één keer een nieuwe versie schrijven. Ik ben niet zo goed in pielen aan individuele zinnen.
Dit was enigszins een probleem omdat ik een roman wilde schrijven als afstudeerwerk. Ik heb een poosje geëxperimenteerd met elke dag een hoofdstuk schrijven, maar daar werd ik vooral erg mismoedig van: elke keer als ik er voor mijn gevoel in zat, moest ik weer stoppen.
Uiteindelijk heb ik drie keer, binnen een week, achter elkaar door een volledige versie geschreven, in dagen van tien uur, met erg veel koffie. Het is een afschuwelijke manier om boeken te schrijven die ik niemand aan kan raden, maar het is de enige die voor mij werkt, lijkt wel.

Wat zijn je thema’s, waarover schrijf je het liefst?
Kleine Kleurloze Objecten gaat over activisme en politiek, waar ik de laatste twee jaar veel over ben gaan lezen en gaan schrijven.

Wat is het voornaamste dat je op je opleiding leerde?
Dat hoe je je voelt tijdens het schrijven eigenlijk nauwelijks invloed heeft op de kwaliteit van je werk.

Wat is je ambitie?
Het liefste zou ik een cultschrijver worden.

Hoe Optimistisch ben je?
Als ik mezelf de tijd geef, kan ik wel naar de wereld kijken en nog geloven in een idee van vooruitgang – we hebben nog nooit zo weinig oorlog of honger gehad, bijvoorbeeld. Maar van dag tot dag lukt het me niet om te denken dat iets ooit beter wordt (ook niet slechter, overigens). Er is teveel fucked up nieuws, de hele tijd. Optimisme is voor mij ook niet echt een doel – ik probeer eerder hoopvol te blijven.

Onder de afbeelding volgt een fragment uit Kleine Kleurloze Objecten, Max’ afstudeerwerk.

Hoofdstuk 11 (fragmenten)

Wie zich ooit, uit noodzaak of uit overtuiging, in de buitenparlementaire oppositie van Nederland begeeft, kan daar het volgende leren.

Dat het iets absurds heeft om de gemeente om toestemming te vragen voor een demonstratie tegen het beleid van de gemeente, maar dat de ideologische onzuiverheid hiervan een stuk beter te verteren is dan een gummiknuppel tegen je knieën. Dat degene die dit telefoontje moet plegen, wordt bepaald op basis van wie het witst klinkt. 
Dat twee paar sokken en oude sneakers het geheime recept tegen blaren zijn. Dat je tijdens het lopen een liedje gaande kan krijgen door het heel hard te gaan zingen en te hopen dat de mensen om je heen mee gaan doen. Het helpt als de tekst en de melodie zo eenvoudig mogelijk zijn.
Dat de meeste protestborden herbruikbaar zijn.

Tijdens het lopen zul je de volgende mensen zien: een man van in de vijftig met een canvas legerjack en een uitgelubberd gat in zijn wenkbrauw met een spijker erdoorheen, die een biologische peer eet; een hyperblond meisje met een roze pet en een spiegelzonnebril op dat een regenboogvlag als een cape om zich heen heeft geslagen en in haar ene hand een vel papier met het symbool voor vrouwelijkheid vasthoudt en in haar andere een McFlurry; een ernstige Surinaamse mevrouw in een grijze vilten jas die eruitziet als de voorzitter van een mensenrechtencommissie.
Dat er tijdens demonstraties soms mensen door de groep heen gaan lopen om flyers uit te delen voor technofeesten en korting bij lokale pizzeria’s. Er is de impuls om die mensen hardhandig weg te sturen, maar tegelijk merk je vrij snel dat deze mensen het waarschijnlijk een stuk moeilijker hebben dan jij, financieel gezien, en hun het leven nog moeilijker maken gaat precies in tegen het punt dat je probeert te maken met je demonstratie.
Dat de meeste mensen op straat vriendelijk en ondersteunend klappen wanneer je langsloopt en anderen blikken bier naar je zullen gooien vanuit rijdende auto’s. Dat je onmogelijk kunt voorspellen hoe iemand gaat reageren als je hem of haar begint te filmen. Dat een goede megafoon op een open veld een bereik van ongeveer tien meter heeft. Dat een pop van papier-maché niet goed brandt als de lijm nog niet droog is.

Dat je bij je eerste feministische leesgroep in een gezelschap zit met tien vrouwen en drie mannen en dat de mannen nog steeds het meest aan het woord zijn. Na een poosje houden ze een voor een schuldbewust hun mond, waarna er stiltes vallen die minutenlang boven de tafel hangen. Zelfs wanneer de gesprekleider directe vragen  stelt durven sommige van de vrouwen zich niet in het gesprek te mengen, of geven ze aan dat ze liever luisteren dan meepraten. Die avond leer je dat je nooit namens iemand anders kunt besluiten of een situatie veilig is, en dat de paar feministen die echt een hekel aan mannen hebben meestal zelf mannen zijn.
Dat het niemand bij de klantenservice van Samsung erg veel uit lijkt te maken als je zelfgemaakte buttons met anti-Samsung-slogans naar je werkt draagt zolang je maar op tijd bent. Dat je je na verloop van tijd begint af te vragen wie er in die situatie nu eigenlijk voor lul staat: jij of je werkgever.
Dat het conceptueel gezien veel makkelijker is om over iemand na te denken als trans dan als genderneutraal, om iemand echt te zien als een mens die niet mannelijk en niet vrouwelijk is, in plaats van tijdens een gesprek de hele tijd in je hoofd op en neer te flipperen tussen die twee categorieën. Dat veel genderneutrale mensen het fijn vinden als je het voornaamwoord “hen” gebruikt om naar ze te verwijzen, maar dat er geen consensus over bestaat of het dan grammaticaal correct is om te zeggen “hen is genderneutraal” of “hen zijn genderneutraal”. De grammatica-nerd in Amber krijgt hier het vliegend heen-en-weer van.

Dat feministen, socialisten, anarchisten, antiglobalisten, antiracisten en anti-klimaatveranderingsactivisten op papier andere doelen hebben, maar dat ze het er uiteindelijk allemaal over eens zijn dat de wereld wordt bestuurd door een klein groepje voornamelijke witte mannen dat hun werk niet goed doet. Waar ze het niet over eens zijn is of het eraan ligt dat ze wit zijn, dat het mannen zijn, dat het zo’n klein groepje is, dat ze hun werk niet goed doen, of dat er überhaupt mensen bestuurd worden.
Dat er zwarte activisten zijn die vinden dat zwarte mensen nooit helemaal tot volle wasdom kunnen komen in een racistisch land en dat ze daarom allemaal naar Afrika moeten gaan. Dat andere zwarte activisten hierop reageren dat dat precies is wat de KKK wil. Op een vergelijkbare manier zijn er homoseksuele mensen die vinden dat het homohuwelijk zou moeten worden afgeschaft omdat het huwelijk een onzinnig patriarchaal instituut is waar niemand echt veel beter van wordt. Trouwen, volgens hen, assimileert queerness tot iets dat verteerbaar is voor de meerderheid, terwijl ze die meerderheid juist willen dwingen om hen te accepteren zoals ze zijn, in plaats van wie ze zouden kunnen worden, in de zin van: nette burgers die ‘toevallig’ homo zijn. Of zwart.
Dat je er als kind van rijke ouders nooit zomaar vanuit moet gaan dat iedereen uiteindelijk hetzelfde leven wil als jij.

Dat je mensen zult tegenkomen die zoveel shit hebben meegemaakt dat het bijna onmogelijk is om ze aan te kijken zonder je intens schuldig te voelen. Je zult een manier moeten vinden om je daar overheen te zetten als je daadwerkelijk iets voor die mensen wilt betekenen.
Dat je niet moet vragen waarom iemand altijd T-shirts met lange mouwen draagt als je niet bereid bent een arm vol kleine witte littekens te zien. Eustachius werkte overdag bij een zelfmoordhulplijn. Hij vertelde Amber dat je veel minder beschaafd en voorzichtig hoeft te zijn tegen iemand die op het punt staat om uit het raam te springen dan je zou denken. Soms is het zelfs het beste om te zeggen dat je best begrijpt waarom diegene zichzelf van kant wil maken. Dat sommige mensen alsnog bellen nadat ze hun maandvoorraad slaappillen hebben ingenomen.
Dat meer mensen als kind zijn mishandeld of verkracht dan je ooit voor mogelijk zou houden. Sommige van hen zullen je daar heel luchtig over vertellen, vooral als het door een leraar of een priester gebeurde, als iets wat er nou eenmaal bij hoorde. Dat serieus en bezorgd naar iemand luisteren zo nu en dan het tegenovergestelde is van wat diegene wil of nodig heeft.

Dat elke website die wordt gebouwd om dissidenten verboden ideeën en teksten uit te laten wisselen onvermijdelijk ook zal worden gebruikt om drugs, wapens, en baby’s op te verhandelen. Dat er de laatste tien jaar een markt is ontstaan voor fairtrade cocaïne.
Je moet vrij snel leren kiezen op welke discussies je in gaat en voor welke van je nieuwe meningen je bereid bent vrienden te verliezen.
Dat door een vreemde genetische afwijking koriander voor ongeveer tien procent van de mensen naar allesreiniger smaakt. Dit is geen grapje, in tegenstelling tot wat Amber dacht toen ze voor het eerst kookte bij Burgers voor Vrije Software, en het leidt tot ongebruikelijk gespannen avonden wanneer je alsnog handenvol van het kruid door je curry mikt.
Dat sommige activisten ervan overtuigd zijn dat je iemand van gedachten kan doen veranderen door diegene op z’n smoel te timmeren. Mensen die dit vinden zijn zelf vaak al meerdere malen op hun smoel getimmerd en werden daar alleen maar vastberadener van. Dit soort types zijn ook altijd de laatsten die komen helpen met de afwas.
Dat er online zelfverdedigingsworkshops zijn over wat je moet doen als iemand probeert je hijab af te trekken.

Dat sommige activisten ervan overtuigd zijn dat je iemand van gedachten kan doen veranderen door diegene op z’n smoel te timmeren. Mensen die dit vinden zijn zelf vaak al meerdere malen op hun smoel getimmerd en werden daar alleen maar vastberadener van. Dit soort types zijn ook altijd de laatsten die komen helpen met de afwas.

Dat het sinds de jaren tachtig steeds minder vanzelfsprekend is geworden dat de apparaten die je koopt daadwerkelijk jouw eigendom zijn, in de zin dat je eraan mag sleutelen zonder dat de producent dan het recht heeft om je apparaat van een afstandje te blokkeren of stuk te maken.
Dat Nederlanders de gewoonte hebben om te zeggen: jij bent een racist, in plaats van: wat je zojuist deed was racistisch. Dit maakt gesprekken over racisme in Nederland vaak zo moeilijk: mensen lijken ervan uit te gaan dat een racist iets is dat je nu eenmaal bent, in plaats van iets wat je doet. Als je eenmaal tot racist bent verklaard is er ook geen weg meer terug. In dat opzicht is het ook niet vreemd dat mensen het woord ‘racist’ als geuzennaam gebruiken, hoe dom dat ook zijn moge.
Dat de meeste zwarte mensen het liever niet over racisme willen hebben en dat ze het niet op prijs stellen als dit je verbaast.

Dat de iconografie en het taalgebruik van elke succesvolle grassrootsbeweging zal worden gebruikt om T-shirts mee te verkopen. Je kunt dit zien als een teken dat je gehoord wordt of dat er niemand naar je heeft geluisterd.
Dat er volwassen mensen bestaan die simpelweg niet kunnen lezen.
Dat op vakantie naar Oeganda gaan om een weeshuis te bouwen er uiteindelijk voor zorgt dat Oegandese metselaars geen werk meer hebben en dat die weeshuizen na een paar jaar gesloopt moeten worden omdat een studie culturele antropologie je er niet toe heeft opgeleid om fatsoenlijk cement te mengen.
Dat sommige socialisten vinden dat gezond eten respectloos is tegenover mensen die helemaal niets te eten hebben en daarom uit solidariteit alleen patat eten.

Dat meisjes worden opgevoed met het idee dat ze passief en mooi moeten zijn, maar dat het tegenoverstelde geldt voor jongens, die hun hele kindertijd te horen krijgen dat de wereld alleen maar gered kan worden door iemand zoals zij. De meesten houden hier een flink messiascomplex aan over. De anarchist die bierflesjes naar de ME gooit denkt dat hij op een soort kosmische manier is voorbestemd om te winnen, maar de jongen achter het plastic schild denkt dat ook. Dit aspect van de genderorde is al zo oud als de geschiedenis zelf en maakt het baggersimpel om jongens zo ver te krijgen om oorlogen uit te vechten. Mannen worden net zo hard uitgebuit omwille van hun gender als vrouwen. Het verschil is dat ze er veel meer voor terugkrijgen.
Dat als je je smartphone meeneemt naar een demonstratie, de politie kan achterhalen waar je was, wie je hebt gebeld, wie je sms’jes hebt gestuurd en wat daarin stond. Als je gearresteerd wordt, hebben ze bovendien het recht om je telefoon te doorzoeken, tenzij je een wachtwoord hebt. Dan kunnen ze alleen nog proberen jou dermate onder druk te zetten dat je je eigen telefoon ontsluit.
Dat niemand het erover eens is wat de term ‘politiek correct’ nou precies betekent.

Dat in de wetenschap een feit waar is als het klopt en in de politiek wanneer genoeg mensen het geloven. Dat ‘intelligentie’ tegenwoordig vooral betekent dat je het eens bent met experts, wat op zijn beurt weer betekent: mensen die ervoor naar de universiteit zijn gegaan. Als het gaat om kernfusie is dit geen slecht uitgangspunt, maar te veel vertrouwen in experts kan ook de illusie geven dat er geen enkele andere manier is om bijvoorbeeld een economie in te richten of een parlement te organiseren dan de manier die we nu hebben.
Dat je altijd in een bubbel zit, maar dat je kunt kiezen in welke bubbel je zit. Door de vakken mediawetenschappen die ze had gevolgd, wist Amber dat je het nieuws nooit zomaar kunt vertrouwen, maar dat wierp de vraag op wie ze dan wel kon vertrouwen. Facebook en Twitter zijn hopeloos als nieuwsbron, dat wist ze ook wel, maar tegelijkertijd zijn sommige cruciale verhalen alleen online te vinden. Ambers eerste impuls was om haar bubbel uit te breiden met een paar extreemrechtse nieuwsbronnen. Dit hield ze drie dagen vol voor ze ze allemaal van Facebook verwijderde. Ieder nieuwtje dat ze daarna las of zag op televisie kreeg een asterisk en de vraag wie er profijt van had als ze zou denken dat het allemaal waar was. Nieuws verzamelen kreeg zo iets weg van een postmoderne detectiveroman, waarin alle aanwijzingen elkaar tegenspreken en je er nooit achter komt wie het nou gedaan heeft. Soms voelde Amber een nostalgie naar de situatie waar haar vader haar over vertelde, dat je thuis een krant had en wat daarin stond was de wereld.
Dat als je na een paar weken actievoeren een avond vrij neemt om met Kitty wat oude Disneyfilms te kijken, het je ineens opvalt dat de bad guys veel betere rolmodellen zijn dan de helden.

Dat, in tegenstelling tot wat de mensen op de middelbare school je vertelden, de meeste daklozen in de portieken van bedrijfspanden slapen in plaats van onder de brug. Voor bedrijven die hier niet van gediend zijn, bestaan er apparaatjes die, zodra er iets beweegt in het portiek, heel hard en schurftirritant beginnen te piepen. De luxe versies hiervan werken met flitslichten.
Dat je als activist je hele volwassen leven obsessief bezig kan zijn met het bestrijden van iemand die niet eens weet dat je bestaat.
Dat het historisch gezien bijna onmogelijk is om te zeggen of iemand de wereld heeft verbeterd of niet, aangezien bijna elk idee en elke uitvinding wel gebruikt kan worden om mensen uit te moorden. Het is daarentegen spotgemakkelijk om te bepalen wie de wereld slechter heeft gemaakt. Nederland staat vol met standbeelden van die mensen.
Dat er lange en slopende discussies te voeren zijn over de voors en tegens van lachen tijdens demonstraties. Dat je van sommige mensen niet weet of ze nou een grapje maken als ze aanbieden om je te leren hoe je thuis napalm kunt maken.
Dat mensen met veel geld vaak de grootste nihilisten ter wereld zijn.
Dat homofobie niet per se betekent dat je homoseksualiteit afwijst. Het kan ook betekenen dat je sterke meningen hebt over wie op de correcte manier queer is, of wanneer het gepast om openlijk queer te zijn. Een meta-versie hiervan komt voor bij mensen als Amber, die zo bang zijn om per ongeluk homofoob te zijn dat ze queer mensen niet zo goed meer durft aan te spreken op dingen die haar storen, zelfs als ze ontzettende assholes zijn.

Dat mensen op een voetstuk zetten zonder ze vervolgens macht te geven ook een vorm van onderdrukking is.
Dat je land ontvluchten na een verkiezingsuitslag ‘voting with your feet’ heet.
Dat de meeste verkrachters het niet eens doorhebben dat ze iemand hebben verkracht.
Dat als het gesprek over de economie gaat, Shell een Nederlands bedrijf is, maar als het over de Nigerdelta gaat ze ineens Brits wordt. Dat iedereen een socioloog is zodra je over immigratie begint.
Dat je helemaal gelijk kunt hebben en alsnog dodelijk irritant kunt zijn. Dat er mensen van bijna dertig zijn die dit nog steeds niet doorhebben.
Dat stereotypes vaak waar zijn, maar zelden het hele verhaal. Dat de mensen waar je het het minst mee eens bent vaak het best begrijpen waar je mee bezig bent. Dat hoe kwaad je bent op geen enkele manier correleert met hoe effectief je bent. Dat een goede viltstift drie euro vijfenveertig kost en maanden meegaat als je de dop erop doet.
Dat als je ergens tegen bent, dat niet betekent dat je dan ook automatisch geen deel van het probleem meer bent.

Over de auteur

Max Urai (1991) houdt van mandarijntjes, anarchisme, science-fiction, The Mountain Goats, dikke Amerikaanse romans, zelf chili maken, Jeroen Mettes, webcomics, Technicolor musicals, en merkwaardige lettertypes.

Over de illustrator

Sjoerd van Leeuwen (25) studeerde aan de HKU en werkt inmiddels als conceptueel illustrator. Werk van hem verscheen onder meer bij artikelen in Het Parool. Sinds kort zit Sjoerd in de beeldredactie van De Optimist.

Lees meer van

Stijlestafette: Politierapport

Door Max Urai

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven. Hieronder beschreven gebeurtenissen vonden plaats voor de ingang van café Van Zuylen te Amsterdam om 01:00 in de nacht van vrijdag op zaterdag jongstleden. Drie jonge stadsbewoners bevonden zich op de brug tegenover eerdergenoemde café. […]

Lees meer uit de categorie Essay Kort verhaal

Trees

Door Jelmer Birkhoff

  Naast haar zijn aan weerszijden nog barkrukken vrij. Daar moet een reden voor zijn, dus ga ik naast haar zitten en bestel twee fluitjes. Trees heet ze, en ze kent het leven. Op haar zestiende beviel ze van haar eerste kind. Haar enige ook. Dat is alweer 54 jaar geleden. ‘Regina heet ze. Dat […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper