Essay

De Nieuwe Lichting: Wiebe Brouwer

Door Wiebe Brouwer | beeld: Rachel Knepper
5 oktober 2017

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. 
Deel 2: Wiebe Brouwer. Wiebe studeerde aan de Schrijversvakschool Amsterdam met essay als hoofdvak. Afgelopen zomer behaalde hij zijn diploma.

Hoe ben je tot je afstudeerwerk gekomen?
Mijn afstudeerwerk Het einde van de wereld is een verzameling brieven, korte verhalen, monologen en toneelscènes gewijd aan het laatste levensjaar van mijn dementerende moeder. Het door De Optimist geplaatste verhaal De hond staat er ook in.

Ik was oorspronkelijk niet van plan om een heel boek over mijn moeder te schrijven, dat leek me raar, maar haar verwarde, radeloze getob greep mij zo aan dat ik niet anders kon.

Willem Jan Otten heeft mij begeleid. Hij is een geweldige dichter en een schrijver met een prachtige stijl, lees hem! Eigenlijk was ik te overstuur om mij bewust door zijn aanwijzingen te laten leiden. Toch is mijn schrijven, denk ik, door hem blijvend veranderd. Iedereen die hem onder ogen moet komen gaat beter schrijven. Het schrijven betekent zoveel voor hem en hij hoopt zo vurig dat je het goed doet, dat je hem niet teleur wilt stellen.

Waar schrijf je het liefst over?
Dat wisselt. Iets verzinnen ligt mij niet zo. Mijn korte verhalen zijn dan ook geïnspireerd op wat ik heb meegemaakt. Ik ben afgestudeerd in essay. Essays kunnen snel ontaarden in een nummertje dikdoenerij. Daar houd ik niet van. Ik vind het fijn als het mij lukt om een essay iets warm-menselijks mee te geven.

Wat is het belangrijkste dat je op je opleiding hebt geleerd?
Toewijding.

Wat is je ambitie?
Ik ben 59, daarom zit ik niet over een loopbaan te dromen. Maar ik ben dankbaar voor elke keer dat anderen mijn werk met plezier hebben gelezen.

Zie jij jezelf als Optimist?
Vorig jaar las ik De Optimist op mijn werk. In De Optimist heb ik ook Henk van Straten ontdekt, aanbevolen! Bij mijn huidige baan jakker ik als een idioot. Dan kun je beter De Optimist lezen.

 

Een beeld dat kan troosten

Als iemand mij naar mijn favoriete standbeeld zou vragen, wist ik het antwoord wel: de bronzen vissersvrouw van Gerard Bakker, die vanaf de Scheveningse boulevard uitkijkt over zee. Wie haar schijnbaar onbewogen naar de golven ziet staren, weet meteen waarom zij daar staat. Zij wacht op haar man.

Illustratie: Rachel Knepper. Origineel beeld: De Scheveningse vissersvrouw van Gerard Bakker.

Zij draagt de kledij waaraan je vroeger de Scheveningse vissersvrouwen kon herkennen. Zelfs in mijn jeugd, aan het begin van de jaren zestig, was die dracht al een zeldzaamheid. Klederdracht zag je alleen nog bij vrouwen – mannen heb ik er nooit in gezien – en hun kostuum verschilde zo van de alledaagse kleren dat je het als kind nooit meer vergat. Wie zoiets droeg was in mijn ogen verschrikkelijk oud. Ongeveer net zo oud als Kniertje uit Herman Heijermans’ toneelstuk Op hoop van zegen die, nadat haar man en haar eerste twee zoons al waren verdronken, toch haar laatste twee jongens naar zee stuurde, waarna ook haar jongste verdronk. Kniertje kwam ook uit Scheveningen en dit standbeeld wordt daardoor vaak met Kniertje geïdentificeerd, maar dat is een vergissing. Kniertje was minstens halverwege de veertig terwijl de vrouw van dit beeld veel jonger is: eind twintig waarschijnlijk. 

Het beeld verwijst dan ook niet naar het toneelstuk: het is een monument. Het werd op 10 november 1982 door Koningin Beatrix onthuld en op de voorkant van de sokkel staat: ‘Voor hen die uitvoeren en niet terugkeerden’. Sinds 2013 bevinden zich bovendien op de aangrenzende boulevardmuur eenentwintig platen van zwart graniet met daarop de namen van alle Scheveningse vissers die de laatste twee eeuwen op zee het leven hebben gelaten. Dat zijn er ruim dertienhonderd. Uiteraard stammen de meeste namen uit een vergeten verleden, maar niet allemaal: de meest recente naam is uit 2008. Ieder jaar worden de verdronken vissers in de naburige Oude Kerk herdacht, waarna er kransen bij het beeld worden gelegd. Voor de familieleden is dat de enige manier waarop ze hun man, vader of opa kunnen gedenken. Meer hebben ze niet, besef je met een schok als je de familie op een YouTube-filmpje trouwhartig ziet sjouwen met kransen ter grootte van een wagenwiel. Elke naam op die boulevardmuur vervult de rol van een graf.

Maar het standbeeld van de vissersvrouw, dat van een afstand op een duintop lijkt te staan, is meer dan een gedenkteken. Ook wie niemand op zee heeft verloren, wordt getroffen door de volharding waarmee zij daar staat. Dat is natuurlijk geen kunst voor een bronzen beeld, maar als toeschouwer zie je vanuit de verte een gewone, levende vrouw. Zij doet niet overdreven heroïsch, ze huilt niet en ze maakt geen imposante gebaren. Ze staat alleen licht voorover gebogen omdat ze leunt tegen de wind. En ondertussen kijkt ze naar de horizon. Ze wacht en kijkt en kijkt…

Op drukke dagen is haar zwijgende aanwezigheid een verademing naast het vertier van de pretfabriek rond het strand. Ooit, besef je, werd er hier niet alleen gebruind, geflirt en patat en ijs gegeten. De plek waar zij staat is een plek met geschiedenis. Ooit was dit Scheveningen een vissersdorp waar de bewoners ondanks hun armoede overeind moesten blijven. Voor wie daar gevoelig voor is herinnert het beeld daarom niet alleen aan de verdronken vissers, maar ook aan de moeilijke tijden voor hun verwanten. Het belichaamt, met excuses voor mijn plechtige woorden, de ziel van Scheveningen. Dat voel je zodra je het beeld ziet en het ontgaat ook vrijwel niemand die ervoor komt te staan. Misschien wel een kwart van de voorbijgangers houdt de pas eventjes in. Ze stoten elkaar aan, zwijgen en kijken omhoog. Er zijn niet veel beelden waarbij dat zo vaak gebeurt.

Nederland is een land van vissers en zeevaarders en daardoor zijn er meer beelden ter nagedachtenis van wie op zee is gebleven. Gek genoeg stellen die beelden altijd vrouwen voor en al die vrouwen kijken uit over zee. Meestal waait de wind door hun rokken en heldhaftig zijn ze gewoonlijk ook. Vooral die heroïek doet de beelden geen goed. Alleen het Urker Vissersmonument van Gerard van der Leeden spreekt mij nog aan. Dat stelt een vissersvrouw voor die nog één keer achterom kijkt om te zien of haar geliefde toch nog zal komen. Mooi, alleen is zij iets te welgemoed. De dood van haar man, denk je onwillekeurig, komt zij heus wel te boven. Bovendien staat zij met de rug naar het water en als je haar blik volgt ontdek je dat zij niet eens naar de voormalige Zuiderzee kijkt, maar naar de wal of op z’n welwillendst gezegd naar het aangrenzende windmolenpark. Het is alsof Van der Leeden net iets teveel plezier beleefde aan de draaiing van haar lichaam en het uitwaaien van haar rok.

Illustratie: Rachel Knepper. Origineel beeld: Urker Vissersmonument door Gerard van der Leeden

De charme van al deze beelden is natuurlijk dat zij aan gewone mensen zijn gewijd. Zo heb ik behalve voor onze Scheveningse vissersvrouw ook een zwak voor het aandoenlijke beeld van de Indische tantes gemaakt door Loek Bos. Dankzij een initiatief van Yvonne Keuls staat dit beeld sinds 2013 in Den Haag bij het Frederik Hendrikplein. Kijk die broze tantes daar nu eens, met hun kenmerkende kapsels, hun zware jassen, hun goedkope tasjes en hun dunne beentjes. Het zijn net To en Ta, de creaties van Joost Prinsen en Aart Staartjes bij het Klokhuis. Met die schuine stand van haar hoofd is de langste dame in elk geval typisch Joost Prinsens dametje To. Beide vrouwen lijken zojuist voor een paar boodschappen – veel zal het niet zijn, zulke oude dametjes eten niet veel – te zijn afgedaald van hun gehuurde kamers in een pension vlak om de hoek. Ze zijn niet speciaal indrukwekkend, hun sokkel is laag en de dames zijn klein, maar hun vriendschap en hun onderlinge vertrouwdheid zijn er niet minder om. 

Illustratie: Rachel Knepper. Originele beeld: Loek Bos’ Indische tantes.

De keer dat ik naar het beeld stond te kijken streelde net een voorbijganger To terloops over haar rug. Ja, het is zeker dat de bewoners van het Statenkwartier zich door hen gesteund voelen, net zoals de Scheveningers door hun vissersvrouw. Beide beelden dragen dan ook dezelfde boodschap uit. ‘De mensen die wij hier eren zijn mensen zoals jij,’ zeggen ze, ‘en ook jouw lot doet er toe.’

Zulke gewone tantes spreken ons nu natuurlijk meer aan dan al die coryfeeën die door vorige generaties op sokkels zijn gezet. Maar niet alleen de oude koningen en staatslieden gaan na een tijdje vervelen, ook het merendeel van de duizenden blokken en keien die je tegenwoordig in onze stadskernen vindt. In mijn eigen dorp Diemen bijvoorbeeld staan voor het gemeentehuis vier hardstenen zuilen. Vanaf hun bovenkant stroomt water omlaag. De rode zuilen hebben aansprekende min of meer rechthoekige vormen en de natte gedeeltes zijn mooi donker van kleur. Het geheel oogt vriendelijk en het is fijn om het geklater van water te horen. Maar toch… Wat vertelt mij zo’n beeld over wie ik ben, waar ik vandaan kom en waar ik naar toe ga?

Dat probleem heeft de vissersvrouw in elk geval niet. Ook al lijkt zij op het eerste gezicht misschien ouderwets realistisch, ze ontroert me. Waarom? ‘Omdat haar houding niet anekdotisch is,’ zouden mijn toneelleraren vroeger hebben gezegd. Met behulp van dat plechtig uitgesproken woord betoogden mijn leidsmannen destijds dat je je als speler nooit mocht verliezen in loze details. Die stonden de beleving van het publiek in de weg. Welnu, mijn leraren zouden over het optreden van deze vissersvrouw beslist tevreden zijn geweest. Zij staat daar zo ingetogen dat wij toeschouwers ons haar verdriet eigen maken. Onwillekeurig doet zij mij denken aan de manier waarop mijn moeder op de begrafenis van mijn vader een laatste groet bracht aan de kist. Op dat moment zaten in de aula van de Haagse gemeentebegraafplaats een kleine honderd bezoekers, maar dat kon mijn moeder niet schelen. Zij keek naar mijn vaders kist en zweeg. 

Misschien lijkt dat een willekeurige herinnering, maar schijn bedriegt. Zulke associaties worden door het beeld opgeroepen. In april 2000 stond in Trouw een kort stukje over Mirsada Malagic, die na de val van Srebrenica haar man, zoons en schoonvader verloor. Tijdens haar bezoek aan Den Haag in verband met haar getuigenis voor het Joegoslavië-Tribunaal zag ze het standbeeld en het trof haar meteen. ‘Zoals die vrouw naar de zee kijkt,’ zei ze voor het tribunaal, ‘kijken wij uit naar het bos waaruit onze mannen nooit zijn teruggekeerd.’

Ja, de zee, daarin schuilt een deel van het geheim. Het is zeker dat het beeld in een museum veel minder indruk zou maken. Maar wat geeft dat? Het beeld stáát ook aan zee. Eigenlijk maakt de zee dus deel uit van het beeld en dat beseffen de Scheveningers. Vanwege een opknapbeurt van de boulevard werd de vissersvrouw een paar jaar geleden even naar het plein voor de Scheveningse Oude Kerk verhuisd, maar dat kon alleen omdat iedereen wist dat zij naar haar oude stek zou terugkeren zodra dat kon. En een verkeerd geplaatste futuristische lichtmast die haar daarna het zicht op de golven ontnam, heeft zelfs geleid tot vragen in de Haagse gemeenteraad. Hoopgevend, zoveel opwinding over een lantaarnpaal vlak voor een beeld. 

Nu is het natuurlijk helemaal niet uitzonderlijk om een standbeeld neer te zetten op de plek waar het hoort. Veel beelden staan op een karakteristieke plaats en zo was onze vissersvrouw voorbestemd om over de Noordzee uit te kijken. Maar dat maakt haar nog niet minder indrukwekkend. Afgezien van de bergen en de wolken is niets zo eindeloos groot als de zee. Ieder mens die in de golven kijkt beseft meteen hoe nietig hij is. Bovendien is de zee ons niet altijd goedgunstig gezind. Zelfs op een windstille dag voel je onwillekeurig ook het gevaar. Je staat er misschien niet steeds bij stil, maar toch weet je dat zij je roept, ongeveer zoals een afgrond je wenkt. Zo bezien kijkt de vrouw dus ook uit op de dood. Wat moeten wij, vraagt dit beeld, nu we weten dat onze bestemming daar stilletjes wacht? 

De indruk die het beeld maakt wordt versterkt doordat het niet aan de rand van de boulevard is opgesteld, maar iets naar achteren. Doordat het zo extra ruimte krijgt en door de uitgestrektheid van het strand en de zee in de diepte, bevindt de vissersvrouw zich in een landschap dat in haar kijkrichting vrijwel leeg is. Tel daar het effect van de wind en van de hoge sokkel bij op, waardoor je als kijker van onderaf meteen ook de wolken ziet, en de vissersvrouw lijkt helemaal alleen in een onmetelijk universum te staan. Wij mensen zijn nietig, besef je daardoor. Een nederige gedachte, die alleen door de containerschepen aan de horizon wreed wordt verstoord. 

En daarmee belanden we als vanzelf bij het gedicht van Inge Lievaart op de achterkant van de sokkel:

De zee, die steeds weer nam

zal eenmaal wedergeven

allen die zijn gebleven

aan Hem die eerst ontkwam

de Heer van wind en water

aan Christus Triomfator.

Dit gedicht wordt ieder jaar bij de kranslegging voorgelezen. Maar past het ook bij het beeld? Ik zou zeggen van niet, want onze vissersvrouw lijkt helemaal niet op de jongste dag te wachten. Daarvoor hoeft zij immers niet naar de kim te kijken. Ik gok dat de familie van de vissers het gedicht heeft gekozen, want net zo’n verwijzing naar de wederopstanding vind je ook op het beeld in Urk. Zonder die hoop is het verlies blijkbaar nauwelijks te dragen.

Over de auteur

Wiebe Brouwer (1959) publiceerde enkele verhalen in Hollands Maandblad en KortVerhaal en essays in De Gids. Deze zomer studeerde hij af aan de Schrijversvakschool Amsterdam met een verzameling brieven, verhalen, monologen en overpeinzingen gewijd aan het laatste levensjaar van zijn dementerende moeder. Een van de verhalen uit die bundel is ‘De hond’, dat in 2015 bij De Optimist verscheen.

Over de illustrator

Rachel Knepper is een illustrator in opleiding die studeert aan de kunstacademie Artez in Zwolle. Ze gaat momenteel haar laatste schooljaar in. Haar beelden gaan vaak over de natuur en de mens. De technieken die zij het meest gebruikt zijn schilderen en paper art. Zie rachelknepper.jimdo.com.

Lees meer van

De hond

Door Wiebe Brouwer

Als mijn auto eindelijk bij mijn bejaarde moeder op de oprijlaan staat, loop ik meteen naar haar voordeur. Ze klonk door de telefoon flink in paniek, maar ook al heb ik een sleutel, toch druk ik eerst op de bel. ‘Jij!’ Blijkbaar stond ze me op te wachten, want ze doet meteen open. Haar ogen […]

Lees meer uit de categorie Essay

Bodies Calling

Door Raaf Brandtberg

Hoe groot sommige popsterren soms ook lijken, er zijn er maar weinig goed genoeg voor de eeuwigheid. Michael Jackson, God hebbe zijn ziel, staat onbetwist op één. Ook Prince, hoewel nog onder de levenden, zullen we ons over twintig jaar nog steeds herinneren. Continentaal maar daarom niet minder groots: Serge Gainsbourg – onlangs nog vereerd […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper