Kort verhaal

De Nieuwe Lichting: Jante Wortel

Door Jante Wortel | beeld: Tharim Cornelisse
6 november 2017

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Aan het begin van deze prachtige herfstweek stellen wij aan u voor: Jante Wortel, pas afgestudeerd aan Creative Writing Artez.

Foto: Gaby Jongenelen

Hoe ben je tot je afstudeerwerk gekomen?
Ik weet nog heel goed dat ik tijdens mijn eerste afspraak met Erik Jan Harmens, mijn begeleider, in de trein nog iets probeerde te bedenken. Dat ging niet, dus toen ik eenmaal in zijn woonkamer zat kwam ik niet verder dan: ‘Ik wil een novelle schrijven.’ Waar de novelle over moest gaan ontdekte ik pas door te praten. Het klinkt een beetje suf, maar ik had het verhaal wel in mijn hoofd, ik had er tot een bepaald punt alleen nooit aan gedacht om het op te schrijven. Omdat het gebaseerd is op iets vrij persoonlijks, en ook een herinnering waar ik me voor schaam(de), voelde het een soort uitgesloten. Dat opschrijven kon gewoon niet. Ik overwoog het niet eens. Ik gebruikte het wel als voorbeeld als ik over iets anders in mijn werk praatte, maar ik zag het nooit als materiaal voor werk zelf. Tot Erik Jan, dus.

Wat zijn volgens jou de belangrijkste thema’s in je werk, waar schrijf je het liefst over?
In een van de laatste fases van het schrijven aan mijn eindwerk vroeg Erik Jan of ik in een paar zinnen kon omschrijven waar het over ging, waarvan er een was: ‘Dat het voor het hoofdpersonage belangrijk is dat er gezien wordt hoe zij leeft, en wat dat met haar gedrag doet.’ Zien en gezien worden dus, denk ik. Al schrijf ik ook veel over schaamte, ongemak, grenzen en seksualiteit, wat er misschien wel bij hoort.

Wat is het belangrijkste dat je op je opleiding hebt geleerd?
Dat je van schrijven niet rijk zult worden. 

Wat is je ambitie?
Ik werk nu een paar dagen per week in een koffiezaakje, en ik denk dat mijn eerste ideale ontwikkeling de komende tijd zou zijn: ontslag nemen en daar niet aan ten onder gaan. Financieel gezien. Daarnaast werk ik nu aan iets nieuws en heb ik plannen om naar Noorwegen te gaan,  

Optimistmeter! Zie jij jezelf als Optimist? Hoe beïnvloed dit je werk?
Mijn vader zei vroeger altijd dat als ik ergens geen zin in had, of ergens bang voor was, dat ik dan maar aan de Apenheul moest denken. Apen waren mijn lievelingsdieren en elk jaar gingen we op mijn verjaardag naar de Apenheul. Als ik me daarop kon verheugen, leek alles minder erg. Wat dit precies met Optimist zijn te maken heeft weet ik niet, maar ja, ik zie mezelf wel als Optimist. Niet altijd in alles natuurlijk, ik heb ook weleens last van kuren, maar als ik geen Optimist zou zijn, zou ik niet schrijven. Dan zou ik daar niets uithalen.

Na de afbeelding volgt een fragment uit Jantes afstudeerwerk, Als de vogel door het glas vliegt.

ZES

Ik leg een droge handdoek op de grond voor de wastafel en ga erop staan. De ramen zijn beslagen door de stoom van het douchewater, ik veeg met mijn hand over de spiegel en laat een doorzichtige regenboog van druppeltjes achter. 

Ik heb maar vijf minuten onder de douche gestaan. Ik dacht aan wat Evi gisteren vertelde over de douchekop, hoe je hem zo moet houden dat het water precies de goede plek raakt, de draaibewegingen die je kunt maken en hoe het gevoeliger wordt als je door je knieën zakt. 

Evi raadde me aan om de massagestraal te gebruiken. ‘Dat werkt beter omdat de regenstand er te slap voor is, als je dat probeert voel je er niets van.’ Ik zette de douchekop op de goede stand en richtte van onderen naar boven, maar zodra het water het gebied tussen mijn benen bespoot begon het overal te prikken, zo hevig dat ik er duizelig van werd. 

De condens op de spiegel trekt langzaam weg. Mijn wangen zijn rood en de haartjes van mijn wenkbrauwen verwilderd, alsof ik geprobeerd heb ze in tegengestelde richting te kammen. 

Door het ventilatiesysteem aan het plafond klinkt een constante ruis. Ik laat mijn badjas van me afglijden en bekijk mijn naakte lichaam in spiegelbeeld. 

‘Jezelf betasten,’ zei Evi. ‘Ik vond het eerst ook raar, maar serieus, ik keek laatst op zo’n forum en mensen doen echt zieke dingen met zichzelf. Er was één vrouw die een bus secondelijm had gebruikt waarvan de dop er halverwege afschoot. Ze moest direct naar het ziekenhuis.’

‘En toen?’

‘Dat stond er niet bij, alleen een stuk of vijftig reacties van vrouwen die zelf ook zoiets hadden meegemaakt.’

Ik open het kastje aan mijn moeders kant van de wastafel. Er liggen pakken maandverband, flessen douchegel, scheermesjes met zeepranden en crèmetubes waarvan ik het logo van televisiereclames ken. Daarachter, helemaal in de hoek van het kastje, staat een spuitfles. Er zit een witte, plastic tuit op de dop waardoor het me aan een drinkfles voor baby’s doet denken. ‘Intieme Vaginaaldouche’, staat er op de voorkant. Als ik knijp produceert de fles een pufgeluid, daarna zuigt hij zichzelf weer vol.

Met de fles in mijn hand ga ik op de badrand zitten. ‘Kun je je voorstellen hoe het moet voelen?’ vroeg Evi. ‘Dat er mensen bestaan die zo gewillig zijn dat ze er een bus lijm voor bij zichzelf naar binnen duwen? Ik weet niet hoor, maar dan lijkt een douchekop me toch een prettiger idee.’

Ik vouw mijn hand om de tuit om te testen of hij kan buigen. Ik had verwacht dat het een soort rubber was, maar het plastic is hard en heeft de vorm van een raket: een slagroomspuit zoals je ze in de supermarkt koopt, maar dan langer en smaller, puntiger.

Ik probeer me voor te stellen hoe de vrouw met de lijmbus het gedaan moet hebben. Waar ze het deed, in welke houding, of ze lag of op haar hurken zat, of geen van beiden.

Ik zet mijn voeten uit elkaar en schuif naar het puntje van de badrand. Het voelt alsof er zich iets openvouwt, alsof ik mijn arm optil na de gymles en de koude lucht tegen mijn oksel blaast.

Met twee handen houd ik de fles tussen mijn benen, de tuit naar me toe gericht. 

‘Zou het veel pijn gedaan hebben?’ vroeg ik Evi. Ik zat op de rand van haar bed met een kussen voor mijn buik. ‘Niet per se toen de dop losschoot, maar daarvoor al, terwijl ze hem erin deed?’

Evi keek me aan en haalde haar schouders op. ‘Ze zal er vast een reden voor gehad hebben. Waarom zou je zoiets anders proberen?’

Ik laat de fles dichterbij komen tot de tuit tegen de huid onder mijn schaamhaar botst. Ik krijg een schok, het plastic lijkt kouder dan toen ik het met mijn hand vastpakte. Ik druk door zonder naar beneden te kijken, maar hoe harder ik duw, des te pijnlijker het wordt. Het gaat stug, verder dan een vingertop krijg ik hem niet naar binnen. Het is te droog. 

‘Heb jij het weleens geprobeerd bij jezelf?’ Evi pakte een haarborstel, hield hem een paar centimeter voor haar gezicht en draaide hem zo dat haar handpalm de stekels bedekte. 

Ik schudde mijn hoofd. ‘Jij?’

‘Niet met een tube secondelijm. Of met dit.’ Evi vouwde haar vingers om de handgreep om te voelen hoe dik hij was. ‘Zou jij het durven?’ vroeg ze, en ze lachte terwijl ze haar lippen om het uiteinde van de borstel klemde.

Ik zet mijn benen nog iets verder uit elkaar, gebruik een hand om mijn schaamlippen uit elkaar te houden en een vinger om te voelen waar het gaatje zit. Als het na een paar keer proberen nog steeds niet lukt gooi ik de Intieme Vaginaaldouche in de badkuip. Ik zet de douche weer aan en laat het water warm, maar niet te heet worden dit keer. 

De douchekop staat nog steeds op massagestraal. Ik probeer me zo precies mogelijk de woorden van Evi te herinneren, over het op je hurken gaan zitten, het maken van lichte hoelahoepbewegingen en hoe je het best kunt voelen of je het goed doet.

‘Sommige vrouwen gaan erbij liggen, hun benen gespreid en de douchekop ertussen, maar dan moet je wel een grote douchecabine hebben.’

Ondanks dat het krap is, ga ik toch op de tegels zitten. Ik open mijn benen, leun tegen de wand van de cabine en moet oppassen om daarbij niet onderuit te glijden. Ik houd de massagestraal eerst een tijdje tegen de binnenkant van mijn bovenbeen. Dan beweeg ik langzaam omhoog, wat prikt, maar als ik de douchekop iets verder van me afhoud begint het te tintelen, te kietelen bijna.

Ik moet denken aan wat ooit op het kamp van groep acht gebeurde. We waren in het zwembad en ik lag als enige in het water terwijl de rest in de rij voor de glijbaan stond. Op een gegeven moment voelde ik een druk op mijn onderbuik. In de muur bleek een gat te zitten waar om de zoveel tijd een harde straal water uitspuwde. Als ik op een bepaalde manier voor dat gat ging hangen, voelde ik iets waar mijn hele lichaam warm van werd. Ik zag het hoofd van meester Casper voor me en kreeg overal kippenvel. De weken daarna durfde ik hem nauwelijks aan te kijken.

Ik houd mijn ogen gesloten. Met de douchekop in mijn hand maak ik draaibewegingen, precies zoals Evi zei. Ik open mijn benen nog verder, zo ver dat de huid aan de binnenkant van mijn bovenbenen straktrekt en het water iets raakt dat zo gevoelig is dat ik mijn eigen bewegingen niet meer onder controle heb – ik denk aan de vrouw met de secondelijm, aan Evi met mijn haarborstel in haar hand, aan meester Casper in zijn Speedo, al ziet hij er geen dag ouder uit dan toen ik in groep acht zat.

Ik houd de straal langer op dezelfde plek gericht. Ik span al mijn beenspieren aan, klem mijn kaken op elkaar en druk mijn hoofd tegen de wand van de douchecabine. Het is alsof ik ergens dichterbij kom, alsof ik in een achtbaan zit en het hoogste punt nader, waarna alles naar beneden zal vallen.

Op het moment dat het gebeurt, komt er een vreemd geluid uit mijn keel. Ik houd mijn hand voor mijn mond, ontspan mijn spieren weer en voel hoe de wervels van mijn ruggengraat de tegels raken. Een paar seconden lijkt alles verdoofd. 

Wanneer ik mijn ogen open, zie ik de douchecabine vanaf de grond. Mijn gespreide benen, de hand waarmee ik de douchekop vasthoud, het water dat bij mezelf naar binnen spuit. Rond mijn navel hebben zich zalmroze vlekken gevormd. Ik wend mijn gezicht af om ze niet te hoeven zien en door mijn verslapte greep klettert het water tegen het douchegordijn. 

‘Ik vraag me af of de vrouw van de lijm een man heeft,’ zei Evi terwijl ze de haarborstel weglegde. 

‘Hoezo?’

‘Nou gewoon.’ Ze deed haar benen wijd, maakte gejaagde bewegingen voor haar kruis en ging er overdreven ongemakkelijk bij op bed liggen. ‘Als je zo ver gaat ben je vast extreem wanhopig.’

Met één hand draai ik de kraan dicht. Uit de douchekop blijven nog een tijdje druppels komen.

Over de auteur

Jante Wortel (1996) schrijft proza en poëzie. Ze begon twee jaar geleden met de opleiding Creative Writing, schrijft het liefst als het donker is en drinkt haar koffie met twee zoetjes. Op dit moment is haar favoriete plek om te schrijven een logeerbed dat uit niet meer dan een matras bestaat. Meer van Jante op puntjepuntjepuntjepoezie.blogspot.nl.

Over de illustrator

Tharim is een jonge illustrator gevestigd in Rotterdam. Geobsedeerd door muziek, rare beestjes en flauwe grappen studeert hij dit jaar af aan de Willem de Kooning Academie. Tharim houdt van texturen, katerloze zondagen, synthesizers en tekenen. Zie tharim.nl of op Instagram: @tharimcornelisse.

Lees meer van

Duinwandelaars

Door Jante Wortel

Eind september vond de finale van de Kunstbende plaats. Een van de prijzen: publicatie op De Optimist. Jante Wortel won de eerste prijs met dit verhaal. Speciaal voor deze publicatie vroeg De Optimist Q.S. Serafijn om een illustratie te maken.   Ik heb niets meer te zoeken buiten. Dat weten we allebei, maar ik trek […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

4457 Van Gogh

Door Luuk Imhann

Het is 21 juli en Eugène kookt spaghetti carbonara. Het Italiaanse gerecht is op veel manieren klaar te maken, en de oude man houdt ervan hiermee te experimenteren na zijn werk bij het observatorium. Hij snijdt het wangspek in stukjes, bakt twee eieren en schaaft een blok Parmezaanse kaas tot kleine partjes. Hij bakt het […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper