Proza

Paradis. Snor. Mosterd.

Door Johannes Westendorp | beeld: Reinier Landwehr
4 december 2017

Naarmate hij vordert in de rij begint Lou meer en meer oor te krijgen voor de onbegrijpelijke zinsflarden rondom hem. De stem van het dikke meisje bij de kassa snijdt fel door het restaurantrumoer. Ze moet borsten als stootkussens hebben, te oordelen naar de steile hoek die haar bedrijfsschort maakt, maar Lou, normaal gesproken toch een fervent borstenman, kan zich er nauwelijks over verheugen. De voorste plaats nadert als een doktersafspraak op de kalender, of een hoorzitting bij het kantongerecht.

En dat terwijl ‘pitstop bij de Mac’ als een prima plan klonk nadat ze bij Luik een aantal verkeerde afslagen hadden genomen en de eindbestemming steeds verder weg schoof op het kaartje van de GPS. Dat de dubbele opdracht van avondeten en routeplanning op Lou zijn bordje terechtkwam was niet meer dan normaal. Net zoals het niet meer dan normaal is dat Lou de jaarlijkse belastingaangifte doet, de liggelden voor de woonboot betaalt en als enige actie onderneemt bij het zien van een vergeten brief van het Centraal Justitieel Incassobureau.

Maar nu, stapje voor stapje naar voren schuifelend, begint hij zich zorgen te maken. Over de uitdrukking van chronisch ongeduld die uit de V-vorm van de geëpileerde wenkbrauwen van het meisje spreekt en ook om de afgebeten bevelen die ze uit een zuinig gestifte mond richting haar klanten vuurt en die hem zelfs in het Nederlands uit zijn doen zouden brengen. Iets wat je elke keer weer vergeet. Dat ze er in dit land nog steeds niet over uit zijn welke buurtaal ze het liefste lenen.

Lou kijkt over zijn schouder. Daarginds zitten zijn broers onderuitgezakt in stoeltjes bij een tafeltje aan het raam. Benny plukkend aan zijn snor – sinds eergisteren weer op vrije voeten na een ‘periode van bezinning’ in het Sittardse Huis van Bewaring, zoals hij het zelf noemt. Dikke Sam met een telefoontje op zijn buik, al de hele middag geweldig chagrijnig, want dat Benny zo nodig excuses aan wil gaan bieden aan dat echtpaar, oké, niks op tegen, maar waarom moet Dikke Sam per se mee? Híj zat toch niet achter het stuur met een dronken kop? Er lijkt iets van een gesprek aan de gang te zijn. Prima dus, voor het moment. Maar Lou weet heel goed dat de vrede vooral berust op het vooruitzicht van een Generous Jack zonder tomaten maar met extra mosterd, een Royal Crispy Bacon, een portie Chicken McNuggets plus een dubbele portie frietjes, voor Benny een milkshake banaan extra large en alleen als ze die niet meer hebben een Cola Light, ook extra large, en voor Dikke Sam een Cola Zero en zeker geen Light want die troep is te goor voor woorden. Een bestelling waar Lou het nu een beetje warm van krijgt. En daar bovenop nog eens vragen naar de weg alsjeblieft dankjewel.

‘Paradis’ heet de plaats waar het echtpaar woont – Lou heeft nog maar een vage herinnering aan het muisgrijze koppel tijdens de zitting. De man droeg een lange jas met een lege mouw, de vrouw leek dubbele wenkbrauwen te hebben door de hechtingen.

In gedachten probeert Lou wat combinatiemogelijkheden van ‘Paradis’, ‘recherche’ en ‘près d’ici’. Lou heeft de middelbare school afgemaakt, inclusief eindexamen, en binnen de familie Zoontjes is dat voldoende om de geuzennaam Professor te verdienen. ‘Paradis près d’ici et un Generous Jack zonder tomates. Met mosterd. Plus extra mouton? S’il vous plaît un peu moutard?’

Een stapje naar voren – nog twee klanten te gaan voordat het zijn beurt is.

Paradis Aywaille om precies te zijn, maar Lou zou de uitspraak van dat tweede stuk graag willen vermijden. Mooi natuurlijk dat Benny berouw heeft in het kader van zijn reclassering en geweldig dat het echtpaar hen wil ontvangen – Lou kan zoiets alleen maar toejuichen – maar de belangrijke rol die híj straks moet gaan vervullen begint nu pas beetje bij beetje tot hem door te dringen. Gewoon sorry zeggen en dan weer in de auto stappen kan natuurlijk niet. Er zal gepraat moeten worden. En dus vertaald. Daar komt bij dat hij ook wel iets weet van dit land en het eindeloze geëmmer met die talen hier. Dat het er minstens een stuk of drie zijn, dat iedereen vindt dat de rest zich maar aan moet passen, dat het er nogal toe doet in welk dorp je toevallig staat… Zodat als je hier als gezonde Hollander binnenwandelt en denkt: fijn, een buitenland waar ze ook Nederlands praten, laat ik eens iemand aanspreken om te vragen waar ze die beroemde frietjes verkopen, dat je dan met je eerste lettergreep al ongewild een statement hebt gemaakt in de meest huilerige ik-heb-toch-altijd-tien-keer-meer-gelijk-dan-jij-speeltuinruzie van Europa.

Kennis is geen voordeel, dat is de moeizame levensles die Lou inmiddels wel heeft geleerd. Misschien voor de echte slimmeriken, maar dat wat in zíjn geheugen achterblijft lijkt vooral bedoeld om hem te doen beseffen hoeveel meer intelligentie anderen ter beschikking hebben – het is in ieder geval bij lange na niet voldoende om je te kunnen verdedigen aan gemeentelijke loketten, bij rectoren, filiaalmanagers en de ambtenaren van diverse justitiële instanties.

Weer een stapje naar voren. Hij kan de naam van het meisje lezen op het naamspeldje dat op de cruciale knik van haar schort is gespeld. Paradis près d’ici? Un Generous Jack sans tomates. Dat begint er op te lijken. Lou knijpt stevig in de zakken van zijn broek. Kom op jongen. Als het hier lukt dan lukt het straks ook. Hij meent zich te herinneren dat een eens geleerde taal nooit meer echt kan worden vergeten; het is vooral een kwestie van opfrissen. Hij bestudeert het gezicht van Michelle. Een bleke huid, zacht glanzend van het zweet en een flinterdun donslaagje op haar bovenlip. Verstopt achter de strenge mascara denkt hij toch iets van vriendelijkheid te zien, welwillendheid op zijn minst. Wie weet is ze het type dat ontdooit bij de aanblik van een stamelende buitenlander die hard zijn best doet om haar te plezieren met een paar brokjes van haar eigen taal. Misschien is ze gevoelig voor openlijke hulpeloosheid. Moutarde mouton moustache.

Het koppel voor hem is begonnen met hun bestelling. Ze houden elkaars hand vast en praten in hoog tempo door elkaar heen.

Lou kijkt nog eens over zijn schouder naar zijn broers. Mannen zonder rijbevoegdheid die iedere tweede zin met een vloek beginnen. Dikke Sam tekent iets op de beslagen ramen. Benny heeft de bos bloemen dwars over zijn knieën gelegd, als een zweep, en kijkt Lou’s richting op, zoekend.

Lou wil zijn hand opsteken maar dan komt de plaats voor hem vrij, als vanzelf wordt hij naar voren gestuwd en voor de zoveelste keer verschijnt hij onvoorbereid aan de startlijn. Het is een gevoel dat nooit zal wennen.

Oog in oog met Michelle, een onneembare vesting aan de andere kant van de toonbank. Lou registreert een trilling in het lamplicht, alsof hij zojuist een toneel heeft betreden.

Paradis. Snor. Mosterd.

Michelle kijkt hem aan, wenkbrauwen in V-vorm. Nog niet onvriendelijk, eerder afwachtend.

 

 

Over de auteur

Johannes Westendorp is gitarist van het elektrisch gitaarkwartet Zwerm en geeft gitaarles. Hij schreef het libretto voor de opera Halfgeleiders van Productiehuis Brabant en publiceerde eerder in Gierik NVT en de Internet Gids.

Over de illustrator

Reinier Landwehr woont in Rotterdam en studeert aan de Willem de Kooning Academie. Zijn werk heeft vaak een grimmig randje met een fel kleurgebruik en een combinatie van ronde en scherpe vormen. Hij maakt niet alleen illustraties maar schildert ook en maakt sculpturen van klei die evenals zijn illustraties zeer kleurrijk zijn. Voor meer van zijn werk zie zijn instagram

Lees meer uit de categorie Proza

Stijlestafette: Mannenpraat

Door Evelien Flink

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven. Zeg? Hm. Lukt het? Hm. Nou? Hm. Misschien kun je beter – Au! Godstyfus! Gaat-ie? Nee, goddomme. Fuck, m’n duim. Kijk die snee man! Laat mij dan – Jezus, ’t bloedt als een rund! Hier, […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper