Vandaag niet en morgen niet en overmorgen niet

Door
1 december 2017

Straffer kan ze de koffie niet maken. De jongen op haar bank wil graag een espresso, maar zo’n apparaat heeft ze niet. Ze krabt aan de moedervlek op haar buik. Hoeveel schepjes had ze nou in het filter gedaan? Zeker het dubbele aantal. Zou het water nog wel door het filter gaan?

‘Wil je suiker?’

Het blijft jeuken. Met twee nagels knijpt ze erin. Misschien is het wel een melanoom. Ze ziet dat de rand om de moedervlek rood is. Op de middelbare school had ze deze moedervlek een paar keer weggekrabd, maar steeds kwam hij terug. Wel elke keer iets lichter. Altijd had ze gedacht dat deze ene moedervlek haar uiterlijk bepaalde, totdat een jongen uit haar klas had geroepen dat ze gevlekt ontvangen was. Toen wist ze dat het niet om die ene ging, ze zaten overal. Er viel niet tegenop te krabben.

Ze loopt naar de huiskamer en vraagt nogmaals: ‘Heb je suiker in de koffie?’

De jongen draait zich om. Hij staat voor de boekenkast met een blauw boekje in zijn hand.

‘Nee, zwart graag.’

‘Mooi boek,’ zegt ze nonchalant terwijl ze weer terugloopt naar de keuken. Hij komt achter haar aan met het boek in de hand.

‘Nooit van Konrad Merz gehoord.’

Opnieuw pakt ze de moedervlek tussen haar nagels.

‘Wat is dat?’

Ze tilt haar shirtje iets op en beiden kijken ze naar de moedervlek. De jongen gaat een beetje door de knieën. ‘Je moedervlek lijkt op Duitsland.’ Hij lacht om zijn eigen grapje. ‘Hij is wat geïrriteerd. Misschien moet je er eens mee naar de dokter.’

Direct gevolgd door: ‘Het zal wel niets zijn, maar voor de zekerheid.’

Met zijn wijsvinger maakt hij een rondje om de moedervlek op haar buik.

‘Waarom pakte je juist dat boek?’ vraagt ze terwijl ze haar shirt weer naar beneden doet.

‘Intrigerende titel: Een mens valt uit Duitsland.’

‘Je moet het begin eens lezen.’

Hij opent het boek.

‘Briefkaart aan Ilse. Berlijn, 23 december 1933. Vandaag niet en morgen niet en overmorgen niet. Dag! Winter.’

Wij zoomen uit. De jongen en het meisje blijven tegenover elkaar staan. Geen van twee weet meer wat er gezegd moet worden. Het water voor de koffie is, na de tocht door het filter, pikzwart geworden. Niemand schenkt in.

 

Lees meer van

Poëzie: Gerard Scharn

Door

  leeg tussen de kaften als de keizer naakt loopt waar iedereen de kleren ziet die hij niet draagt heeft hij zijn recht verloren en moet worden afgezet fraaie banden fraai gebonden met goud op snee leeslinten in de nationale kleuren vullen planken met een gewicht waarvan een ieder wordt geacht het woord te kennen […]

Lees meer uit de categorie

Poëzie: Simone Zwitserloot

Door

wind waait door de kieren van onze wimpers ik plooi heuvels van zachte huiddrapeer mos over de edele delen met mijn tegenspeler bespreek ik de voortgang van het verhaalwe discussiëren over regenponcho’s ‘plastic hulzen om mensen te conserveren’ zegt zeik zeg dat ik mijn houdbaarheidsdatum uit wil stellen ik stel me voor hoe ik in […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper