Interview

Tijdelijk Toon: ‘Een geslaagd optreden is een liefdesverklaring aan het moment’

Door Sophie Kok | beeld: Saskia Janssen
22 januari 2018

Hij was de allereerste campusdichter van de VU, toerde met de Poëziebus door Nederland en België en organiseert velerlei underground poëzie-evenementen in Amsterdam: de vierde NK-finalist die we aan jullie voorstellen is Tijdelijke Toon. We gaan met hem in gesprek over regels die recht hebben op omlijsting, over zijn martje-wijers-complex en hoe hij van dit complex denkt af te gaan komen tijdens de finale van het NK Poetry Slam op 26 januari.  

Hoe ben je in aanraking gekomen met poetry slam en hoe kwam je erbij hier zelf aan mee te gaan doen?
Je kunt maar zoveel open podia afstruinen als dichter voordat je op een slam eindigt. Ik heb mijn portie verteerd en daarvan geleerd. Via muzikant Jan Modaal ontdekte ik het bestaan van slams. In het eerste jaar dat ik van het zelfstandig naamwoord een werkwoord maakte (of te wel: begon met slammen) bereikte ik meteen een jaarfinale. Dat was een stimulans voor mijn ambities. Ook heeft het contact met andere slammers zoals Daniel Vis,  Jelmer van Lenteren en Martje Wijers dit vlammetje verder opgestookt. Een Amsterdammer wil nou eenmaal de beste zijn…

Hoe zou je je werk/stijl typeren? Wat zijn terugkerende thema’s bijvoorbeeld?
Mijn stijl is rebels, spottend en moeilijk te vangen in een opsomming. Ik probeer graag verschillende stijlen uit. Ik ga van hip-hop naar spoken word, neem de afslag poëzie of beschrijf gewoon wat ik tegen kom. Desnoods wordt het een flauwe grap op rijm.

Schrijf je je teksten met het podium in gedachten? (Schrijf je aparte teksten voor op papier en voor op het podium? En zo ja, wat is het verschil?)
Mijn ‘papier’-gedichten zijn minder ritmisch, korter en ontstaan vanuit mijn eigen emoties (lees: zijn een manier om te dealen met mijn emoties).  Mijn slamgedichten worden geboren uit mijn mening over mijn omgeving. Toen ik het ‘fuck gedicht’ van Jesse Laport hoorde, dacht ik: ‘Zoiets kan ik ook laten werken’. Slamgedichten ontstaan bij mij omdat ik vind dat het onderwerp besproken dient te worden. Het is een heerlijk medium om je politieke voorkeur in te proppen. Veel slamgedichten schrijf ik echter niet. Er zitten er vijf in mijn arsenaal maar dat zijn wel teksten die zich beter lenen voor voordracht dan papier.

Waar haal je inspiratie vandaan? 
Sommige podiumteksten ontstaan vanuit een maatschappelijk besef, maar elk gedicht begint met een regel. Een regel die zo mooi of verontrustend is dat deze zin recht heeft op omlijsting. Soms word ik wakker met zo’n zin en is de eerste versie van het gedicht een goed frame. Met andere zinnen loop ik al jaren rond, zoals: ‘later word ik klaarkomkunstenaar. Ik oefen in de badkamer’.

Hoe ga je om met plankenkoorts? Of ben je een podiumbeest in hart en nieren?
Team podiumbeest sowieso. Stress heb ik soms voordat ik op moet maar dit verdwijnt altijd zodra ik het podium betreed. Mijn vader heeft mij als kind al laten optreden op de Parade. Daardoor heb ik nooit schaamte gevoeld om het podium te beklimmen. In de eerste klas van de middelbare school zong ik, als vreemde brugpieper, a capella een zelfgeschreven liedje (vals) op de culturele avond. Mijn relatie met het podium is zoals de liefde tussen een gloeilamp en een nachtvlinder: ik vlieg er tegenop, ook als dat geen goed idee is.

Wanneer noem je je eigen optreden geslaagd?
Als mensen een beetje duizelig achterblijven met tegengestelde vragen. Het liefst ben ik een beving en een windhoos in één. Maar ik wil niet alleen de vent zijn, het moet tekstueel wel ergens over gaan,  anders is het gewoon ruis. Dan kan ik er nog zo leuk bij wapperen, dat maakt het niet goed. Een geslaagd optreden is een liefdesverklaring aan het moment.

Hoe ga je je voorbereiden op de finale van 26 januari?
Mijn voorbereiding bestaat uit een lijst maken van mijn gedichten, het bepalen van een volgorde voor de eerste (en eventueel de tweede ronde) en het uitzoeken van een outfit. Voor de battle heb ik geen andere voorbereiding nodig dan het maken van een lijstje met titels. In de finale vind ik het fijn om te kunnen reageren op de tegenstander, dus dan wil ik me niet vooraf al vastpinnen op bepaalde teksten.

We begrijpen dat je je geheime wapen voor de finalebattle hier niet gaat onthullen, maar kun je alvast een subtiele hint geven?
Ik ga mijn improvisatievermogen zeker gebruiken om aspecten van andermans teksten te integreren in mijn eigen teksten. Het is een een-op-eengevecht dus dan durf ik wel op de man (of vrouw of non binary person) te spelen.   

Tegen/ met wie zou je het liefst in de finalebattle van het NK Poetry Slam terechtkomen? 
Martje Wijers. What else?  Los van de vriendschap die we delen heb ik ook nog wel een kleine rekening te vereffenen met dit literaire wonder. De battle lijkt mij een uitgelezen moment om van mijn martje-wijers-complex af te komen.

Wat zijn je ambities op schrijf- en optreedgebied?
Stadsdichter van Amsterdam worden is al jaren een droom. Liever stadsdichter van Amsterdam dan Dichter des Vaderlands. Maar ik droom liever zo breed mogelijk. Ik wil graag podia blijven organiseren in de underground, podia blijven veroveren als solo-artiest maar ook met mijn bandje Kleine Wereld. Daarnaast flirt ik met het idee om hip-hop te maken, proza te schrijven en wil ik graag een revolutie bij elkaar schrijven.

Hoe ziet je dagelijkse leven eruit, waar hou je je (verder) allemaal mee bezig?
Ik ben bezig mijn bachelor medische natuurwetenschappen af te ronden. Daarnaast werk ik als huiswerkbegeleider op een middelbare school in de Bijlmer. Mijn weekenden vul ik met poëzie feestjes organiseren. De dag na de finale is Dichter onder de Tram. Een tweemaandelijks poëzie-event dat ik organiseer in een atoombunker in het Vondelpark.
Ook staat het maandelijkse event, Grote Glazen, dat ik samen met mijn beste vriend organiseer in de pijplijn. In februari zijn we onderdeel van een groot alternatief festival in de OT301. In maart zijn wij gewoon weer terug in de molli chaoot op de tweede zaterdag van de maand en in april bestaat het feestje 3 jaar. Daarnaast werk ik met Gerson Main en Nicole Kaandorp aan een theatershow voor Bellevue, die 18 maart plaatsvindt in de kleine zaal.

Wat is de leukste reactie die je naar aanleiding van een optreden hebt gekregen van een jurylid of iemand uit het publiek?
Er is ooit iemand naar mij toe gelopen, na een optreden aan een kampvuur, om te zeggen dat hij één specifieke regel zo verschrikkelijk vond dat hij mij zou slaan als hij die regel nog één keer zou moeten aanhoren. Kijk, dat vind de puber in mij heel leuk, dat iemand daadwerkelijk aanstoot neemt aan een dichtregel. Dan weet je zeker dat je iemands geraakt hebt.

Als je jezelf als slammer in één van je eigen dichtregels zou moeten samenvatten, welke zou dat dan zijn?
‘Het woord feminist ligt al 6 maanden opgekruld op mijn tong,
mijn moeder vindt dat ik een afspraak met de tandarts moet maken’

Als je Tijdelijke Toon wil komen aanmoedigen tijdens de finale van het NK Poetry Slam, koop dan hier je kaartje. 

 

Over de auteur

Sophie Kok is redacteur bij De Optimist.

Over de illustrator

Saskia Janssen illustreert als freelancer onder de naam Studio Ski. In 2016 studeerde ze af aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht als illustrator. Haar fascinaties liggen bij het alledaagse. Inspiratie haalt ze bijvoorbeeld uit de treurigheid van decoratie en het ongemak op feesten en partijen. Naast het maken van deze portretjes voor het NK Poetry Slam heeft ze werk gemaakt voor o.a. Into The Great Wide Open, HKU, Trouw, De Dakhaas en de Optimist. Meer werk zien? ga naar: haar website

Lees meer van

Sacha Landkroon: ‘Is er al eens een slam gewonnen met alleen een handdoek om een paar tanige heupjes?’

Door Sophie Kok

Sacha Landkroon is zowel postbezorger voor twee concurrerende bedrijven, maatschappijkritische vader als Afrikaanse reuzenslakhouder, maar bovenal de derde NK poetryslam-finalist die we aan jullie voorstellen. En de ontboezemingen liegen er niet om: van zijn favoriete letter tot wat de mooiboyglimlach van Ozan Aydogan allemaal met hem doet. Wordt het Sacha for poetry-president 26 januari?  Hoe […]

Lees meer uit de categorie Interview

Een soort derde stoel

Door Shinta Lempers

Tekst: Shinta Lempers Beeld: Peter van der Linden In een samenleving waar de kloof tussen mens en dier steeds kleiner wordt, wordt ook de relatie tussen beiden steeds intiemer. Iedereen heeft zijn of haar eigen manier om die dierenliefde te uiten. De één bezoekt wekelijks de acupuncturist met zijn konijn, de ander deelt haar mascara […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper