Interview

Anne-Fleur van der Heiden over haar debuut en de weg ernaartoe

Door Paula Drewes
26 maart 2018

Anne-Fleur van der Heiden speelde zich al in de kijker met publicaties op de site waar u zich nu bevindt, bij De Revisor en in de bloemlezingen van de Turing Gedichtenwedstrijd. Op de achtergrond werkte ze aan een langetermijnproject: haar debuutroman. 
Begin dit jaar verscheen Klaproos, over heroïneverslaafde ouders aan de rand van de samenleving. 
‘Een sterk romandebuut’ volgens Inkt!, ‘een genadeloze coming-of-age-roman’, aldus de Linda, en nog vóór het uitkwam al genomineerd voor het C.C.S. Crone Stipendium… Tijd om Anne-Fleur zelf aan het woord te laten over haar debuut en de totstandkoming ervan.

“Ik kom uit een hele commerciële wereld, ik heb de hotelschool gedaan en daarna gewerkt als autoverkoper bij Mercedes Benz. Toch ben ik altijd wel met het schrijverschap bezig geweest. Op m’n 15e wilde ik journalist worden, maar mijn opa (ik ben bij mijn grootouders opgegroeid) zei altijd ‘Dan moet je wel elke dag het nieuws kijken’, en dat deed ik niet. Hij dacht ook dat je wel sterker in je schoenen moest staan dan ik, als onzekere puber, deed. Ik zou op m’n 17e al van de middelbare school afkomen. ‘Ga eerst maar een gedegen opleiding doen, dan kun je altijd nog beslissen.’ Uiteindelijk heb ik dan ook geen selectie voor journalistiek gedaan, maar voor de Hotelschool. Schrijven deed ik alsnog, maar vooral in de vorm van reisdagboeken. Ik heb ook wel eens aanzetten gedaan tot een roman, maar om 3 uur ‘s nachts, als je de sociëteit uit komt rollen, is dat niet bijster goed.

In 2013 besloot ik toch de stap te wagen en ben ik de schrijversvakschool gaan doen. Ik wilde eigenlijk, naast proza, scenario’s gaan schrijven, maar ik merkte al snel dat ik poëzie eigenlijk veel leuker vond. Vanwege die commerciële wereld waar ik vandaan kom dacht ik wel: als ik nu zeg dat ik ambities als dichter heb denken die mensen dat ik helemaal van het pad ben. Ik ben sowieso iemand die veel bezig is met wat mensen van me vinden. Dus het was heel spannend om voor poëzie in plaats van scenario te kiezen. Maar ik heb er nooit spijt van gehad.

Ik hoop dit jaar af te studeren aan de Schrijversvakschool met een dichtbundel. Daar voelde ik me eerst wel onzeker over. De Schrijversvakschool was mijn eerst kennismaking met poëzie. Daarvoor had ik bijvoorbeeld nog nooit van Anna Enquist gehoord. Bij poëzie had ik veel minder het idee dat ik wist wat ik aan het doen was, behalve dan dat ik iets op gevoel deed. Dus juist op dat vlak was nog heel veel voor me te leren op de Schrijversvakschool. Maar de reden dat ik afstudeer met een dichtbundel is ook wel dat ik voor mijn proza al vrij snel een contract kreeg bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Vanuit de uitgeverij kreeg ik toen begeleiding in de vorm van een redacteur, en van Thomas Verbogt als meelezer.

“De Schrijversvakschool was niet de juiste weg voor zo’n persoonlijke roman”

In het tweede jaar van mijn opleiding moesten we namelijk een langer verhaal schrijven, van 10.000 woorden. Het schrijven van die 10.000 woorden ging me erg makkelijk af en ik ontdekte dat het verhaal toen nog lang niet verteld was. Volgens mij moest het gewoon een roman worden. Met mijn docent Ton Rozeman besprak ik dat de Schrijversvakschool misschien niet de juiste weg was voor zo’n persoonlijke roman, omdat je in een groep van tien mensen al snel verstrikt kan raken in de meningen van anderen. Hij stelde toen voor dat ik eens zou gaan praten met zijn redacteur, Janneke, van Nieuw Amsterdam. Zij vroeg me vervolgens mijn werk te sturen, maar dat heb ik niet gedaan. Ik durfde het niet, vond het te spannend.

Toch bleef ze aandringen, en uiteindelijk heb ik het alsnog opgestuurd en hadden we een goed, fijn gesprek. De klik was er meteen, en ze boden me al snel een contract aan. Het was wel even lastig dat alles opeens zo snel ging. Kon ik niet beter wachten? Nog een beetje om me heen kijken welk fonds het beste bij me paste? Maar uiteindelijk was het enthousiasme van Nieuw Amsterdam toch wel doorslaggevend. Ze deden meteen heel erg hun best en ik kreeg echt het gevoel dat ze in me geloofden.

“Als schrijver wil je eigenlijk niet dat de camera op jou staat, maar je wilt wel iets vertellen”

Ik dacht altijd: een roman schrijf je alleen, maar ik heb me erover verwonderd hoeveel mensen er eigenlijk betrokken zijn bij het schrijven ervan. Ook mensen die meelazen, zoals Kirsten van Teijn, een cabaretière. Ik keek met haar mee naar wat teksten voor nummers voor haar voorstelling ‘Zalf’, en zij heeft met mij meegelezen. En toen kwam ze met de titel Klaproos. Toen Kirsten daarmee kwam vond ik het meteen lekker bekken. Dat ‘klap’ klinkt ook krachtig, daarom hebben we het onder elkaar gezet op het omslag. En vroeger was het ook nog eens mijn lievelingsbloem. Ik heb er vervolgens nog wat onderzoek naar gedaan. Het bleek dat klaprozen ten opzichte van andere bloemen heel weinig voedingsstoffen nodig hebben, dus kunnen ze bijvoorbeeld langs de rails groeien, of op puinstenen. Die titel klopte dus gewoon. Dus als ik niet het lef had gehad om het aan andere mensen te laten lezen, dan had ik nu ook niet deze geweldige titel gehad.

De onzekerheid bleef wel af en toe toeslaan. Op de boekpresentatie las mijn redacteur Janneke nog onverwachts een mail voor van een jaar geleden, waarin ik aangaf met het boek te willen stoppen. Ook vanwege m’n moeder heb ik getwijfeld, en andere personages waarvan mensen kunnen denken: ‘Hé, zou die op mij gebaseerd zijn?”

Ik was in eerste instantie heel bang voor de reacties. En dan kies je een beroep waarbij je je hoofd op het hakblok legt… Maar toen het boek er eenmaal was viel het me mee. Het lukte om afstand te nemen, er is namelijk een boek om over te praten. Dat is het volgens mij met schrijven: als schrijver wil je eigenlijk niet dat de camera op jou staat, maar je wilt wel iets vertellen.

“Ik wilde dat het een uitsnede zou worden van hoe aftakeling werkt”

Dat wat ik wilde vertellen, de intentie van het boek, is tijdens het schrijfproces veranderd. In de eerste versie zat een uitgewerkt liefdesverhaal maar ik vond dat toch niet helemaal kloppen. Iedereen heeft wel eens een nare liefde meegemaakt, dan is een heroïneverslaving toch interessanter. Ik heb er dan ook voor gekozen die lijn eruit te halen, zodat de focus meer op de verslaving zou komen te liggen. Ik wilde dat het een uitsnede zou worden van hoe aftakeling werkt. En de liefde tussen verslaafde mensen in beeld brengen. Toen mijn stiefvader overleed en hij zo kwetsbaar was, dacht ik: volgens mij is de liefde die hierin zit interessant om te laten zien. Ook wilde ik laten zien hoe psychische problematiek werkt. Want daar wordt altijd supersnel over geoordeeld. Het is heel makkelijk om te zeggen: ‘Dat is volgens mij gewoon een borderliner’, maar met Klaproos heb ik geprobeerd de lezer ongemerkt mee te laten gaan in de pijn die achter psychische problematiek zit.

Dat is dus eigenlijk hele rauwe thematiek. En daar wilde ik mensen over aan het denken zetten. De gevoelens van het hoofdpersonage ‘Noor’ omschrijf ik niet uitgebreid, het zit in de handelingen. Anders wordt het ook al snel sentimenteel. Zo van ‘Ach kijk dat meisje met die zware jeugd’. De stof tot nadenken zit in de witregels. De een vindt dat wel werken, de ander niet, maar het is wel echt een bewuste keuze geweest: heel bloemrijk over heroïne schrijven vind ik niet passend. Daarnaast is mijn stijl van nature al droog, of ‘masculien’, zo kun je het ook karakteriseren.

“Heel bloemrijk over heroïne schrijven vind ik niet passend”

Veel mensen zeiden dat ze het boek in één ruk hadden uitgelezen, en ondanks mijn droge stijl had ik dat ook weer niet verwacht. Ik had natuurlijk wel gehoopt dat het fijn leest, maar in één keer uitlezen… Eigenlijk is dat het grootste compliment, maar mijn angstige brein denkt dan dat recensenten misschien zeggen dat het niet literair genoeg is of te makkelijk. Er blijft in mijn hoofd altijd iets tegenover gezet worden. En dat is wel vermoeiend, dat het nooit goed is.

Ondertussen begint de ergste drukte rondom Klaproos iets te zakken en dan besef je, het is ook gewoon werk. Maar ik ben blij dat er veel aandacht voor mijn debuut is. Dat had ook heel anders gekund. Ik ben op het moment bezig om af te studeren met een poëziebundel, maar ook met de invulling van een tweede roman. Dat vind ik wel spannend, zou het weer gaan lukken, kan ik het nog een keer? Maar ik heb er vooral heel veel zin in. Het verhaal van Klaproos is verteld, dit is nu weer een frisse start.”

Lees meer uit de categorie Interview

Tijdelijk Toon: ‘Een geslaagd optreden is een liefdesverklaring aan het moment’

Door Sophie Kok

Hij was de allereerste campusdichter van de VU, toerde met de Poëziebus door Nederland en België en organiseert velerlei underground poëzie-evenementen in Amsterdam: de vierde NK-finalist die we aan jullie voorstellen is Tijdelijke Toon. We gaan met hem in gesprek over regels die recht hebben op omlijsting, over zijn martje-wijers-complex en hoe hij van dit […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper