Kort verhaal

Kadar

Door Mattijs Deraedt | beeld: Philip Lindeman
5 maart 2018

Sinds Vriend gestorven is, kijk ik elke dag om 16.15 u. naar de grote kreeft in de supermarkt. Natuurlijk wandel ik niet meteen naar hem toe. Ik ga eerst een voor een de gangen af en koop wat er die dag op het boodschappenlijstje staat. Wanneer ik bij de visafdeling aankom, kniel ik voor het aquarium en kijk ik vijf minuten, niet langer, naar Kadar. Dat is de naam die Gamila, het meisje van de visafdeling, aan de kreeft heeft gegeven. Kadar is twee maal zo groot als de rest en wandelt als een koning over de bodem. Zijn pantser heeft een zwarte glans en zijn scharen zijn met blauwe tape omwikkeld.
           ‘Wist je dat Kadar meer dan vijftig jaar oud is?’ vroeg Gamila me eens. Ze is de enige in de supermarkt die nog tegen me praat. ‘Daarom is hij zo groot. Kreeften blijven groeien naarmate ze ouder worden.’
          ‘Dat weet ik. Schildpadden doen dat ook’, zei ik.
          ‘Ah zo, ik leer bij. Heb jij schildpadden dan?’
          ‘Ik had twee geelwangschildpadden. Er is er één overleden.’
          ‘Oh… Wat was zijn naam?’
          ‘Vriend. Zoals in “schild en vriend”.’
          ‘Dus de andere heet Schild?’
          Ik knikte.
          ‘En is Schild dan niet eenzaam nu?’
          Ik wist niet wat ik daarop moest antwoorden. Want een schildpad die eenzaam is, dat kon ik me niet voorstellen.
          ‘Misschien wil hij ook wel eens komen kijken naar Kadar? Dan kunnen ze vriendjes worden.’
          ‘Schildpadden worden onrustig van nieuwe omgevingen’, zei ik.
          ‘Oké, geeft niet hoor. Het was maar een gek idee.’
          Ze stond op en legde haar hand op mijn schouder.
          ‘Tot morgen, Timo.’
Van de meeste mensen verdraag ik niet dat ze me aanraken. Er gaat dan een soort rilling door me heen. Geen aangename rilling zoals bij het luisteren naar klassieke muziek of het bekijken van een western, maar een koude, pijnlijke rilling. Zoals wanneer je je inbeeldt dat je je tanden poetst met een mes. Maar Gamila’s handen zijn mooi en zacht. Soms bekijk ik ze wanneer ze een pladijs uit een bak haalt of een kabeljauw fileert. Ze doet het heel nauwkeurig, alsof ze een kunstwerk maakt.      

Toen ik Vriend dood aantrof, lag hij met ingetrokken poten onder de plastic palmboom. Schild wreef zijn kop tegen hem aan en ging boven op hem liggen, zoals hij vroeger vaak deed wanneer Vriend hem door het water droeg.
        Ik probeerde te begrijpen waarom hij overleden was. Hij was de grootste en sterkste van de twee geweest, de lucht in zijn bak had altijd de ideale temperatuur gehad – drie graden meer dan die van het water – en ik had hem op regelmatige tijdstippen voldoende korrels te eten gegeven.
          ‘Adriana zegt dat schildpadden hun ingewanden omkeren wanneer ze ongelukkig zijn’, zei mama. Ik haat het wanneer ze zich beroept op dat soort bijgeloof en gaf haar mijn boek Een schildpad als huisdier zodat ze meer over hen te weten kon komen. Ze keek van de kaft naar mij, staarde me even aan en wandelde toen de kamer uit zonder nog iets te zeggen. Dat doet ze de laatste tijd wel vaker. De dokter zegt dat ze ‘apathisch’ is. Wat mij betreft, mag iedereen apathisch zijn. Zoals schildpadden: hun mondhoeken gaan niet op en neer wanneer ze blij of verdrietig zijn en ze hebben geen wenkbrauwen waarmee ze kunnen fronsen of kwaad kijken. Mensen verwachten dat je ziet hoe het met hen is door naar hun gezicht te kijken, schildpadden willen gewoon met rust gelaten worden. 

Soms komt er een man met een leren jacket naar de visafdeling. Wanneer ik hem zie, denk ik steeds aan een oude klasgenoot die een leren jacket droeg en me tijdens het schoolfeest tegen een barbecue duwde.
         Ik heb hem nog nooit een vis zien kopen, hij komt alleen maar om met Gamila te praten. Eén keer zag hij mij kijken. Ik draaide me vlug weg, maar het was te laat. Hij lachte. Het klonk alsof er grind tegen zijn stembanden schuurde.
         ‘Let maar niet op hem’, zei Gamila tegen mij. ‘Hij is een idioot.’
         Wat later zag ik ze kussen.

In westerns is het simpel: de held draagt een witte hoed, de schurk een zwarte hoed. Zo zie je meteen wie te vertrouwen is en wie niet. Mocht mijn leven een western zijn, dan droeg ik de witte hoed en de man met de leren jacket de zwarte. En dan zou Gamila de vrouw zijn om wie we vochten. En aan het einde van de film zou ik winnen. Ik zou alleen maar hoeven te wachten op het moment waarop ik haar kon redden.

Dylan, zo heette de jongen die mij tegen een barbecue duwde op het schoolfeest. Zijn vader had een motorfiets en zijn moeder viel om tijdens de vogeltjesdans. Toen de lucht zwaar en warm werd van het geroosterde vlees kwam hij naar me toe. Hij keek me aan en dreef me naar de plek waar de slager de worsten braadde. Ik kreeg het steeds warmer, in de verte hoorde ik mama roepen. Hij gaf me een duw. Er stak iets in mijn vel. Het voelde alsof er een witte vlam door mijn lichaam sloeg.
         Toen ik mijn ogen weer opendeed, merkte ik dat opgerold tot een bolletje op de grond lag. Mama trok me recht en nam me mee naar huis waar ze zalf op de wond smeerde.
         Die nacht droomde ik dat ik in een groot schildpaddenschild leefde. De wanden waren lichtblauw zoals de lucht in westerns en er lagen stapels boeken en legoblokken. De volgende ochtend stond er een kooi met twee schildpadden op de keukentafel. Ik noemde ze Schild en Vriend.
         Mama zegt dat mijn brandwond de laatste weken donkerder is geworden.

Gisteren kwam er een dikke man met een gouden ketting naar de kreeften kijken. Hij wandelde in cirkels rond het aquarium, klakte met zijn tong en plaatste zijn handen in zijn zij. Plots kwam hij naast me zitten. Hij rook naar tabak en pepermuntjes.
          ‘Mooi beest hè’, zei hij.
          Hij staarde naar Kadar, die tegenover ons achter het glas zat. Het leek alsof hij me aankeek, zijn voelsprieten trilden.
          ‘Ja, die gaat smaken.’
          ‘Hij is niet te koop’, zei ik voor ik het goed en wel besefte. Vanuit mijn ooghoek zag ik dat hij zijn gezicht naar me toe draaide.
          ‘Ah zo? Werk jij hier dan?’
          Even dacht ik ‘ja’ te antwoorden, maar bij de gedachte alleen al begon mijn brein te knetteren. Ik schudde mijn hoofd. Hij grijnsde, waardoor zijn bruin gevlekte tanden zichtbaar werden.
          ‘Dat dacht ik al.’
          Met een kreun stond hij op en wandelde richting Gamila’s toonbank.
          ‘Wacht.’
          Hij draaide zich om.
          ‘Hij is vijftig jaar oud.’
          ‘Dus?’
          ‘Zijn vlees is veel te taai.’
          De man keek me lange tijd aan. Ondertussen kwam Gamila uit de achterruimte gewandeld.
          ‘Kan ik u helpen meneer?’
          Zonder zich van mij af te wenden zei hij: ‘Ja, ik zou iets speciaals willen bestellen.’
          Kadar tikte met zijn schaar tegen het glas, het aquarium trilde.
          ‘Een zeeduivel, alstublieft.’ 

Ik moest iets doen. Onderweg naar huis stak ik een deel van het wisselgeld in mijn jas. Toen mama naar het bonnetje vroeg, zei ik dat ik dat had verloren.
          ‘Dat ben ik niet van jou gewoon, Timo.’
          Ze kwam naast me in de zetel zitten en streek door mijn haar.
          ‘Zit je met je hoofd bij de meisjes?’
           Ik stond op, ging naar mijn kamer en verborg het geld in het dvd-doosje van High Noon.

Ik heb me al dagen niet geschoren. Wanneer ik mijn ogen tot spleetjes knijp, zie ik Clint Eastwood staan. Met een tweede spiegel bekijk ik mijn brandwond, hij is zo donkerrood dat hij zwart lijkt te zijn. Ik tel alles na en stop een kniptang in mijn broekzak.

16.04 u. De deuren van de supermarkt schuiven open. Ik wrijf de regendruppels van mijn jas. De eerste drie rijen wandel ik voorbij. Hoofdpijn. Dan linksaf naar de visafdeling. Er staan te veel karren in het gangpad, ik wurm me ertussen, er valt iets uit een rek. Mensen staren me aan. Niet omkijken, doorzetten. Wanneer ik bij Kadar aankom, zie ik dat de man met de leren jacket voor Gamila’s toonbank staat. Ze houdt haar hand voor haar gezicht.
         ‘Ik zeg toch dat het me spijt?’
         ‘Kun je alsjeblieft weggaan?’ vraagt Gamila.
          Hij draait zich bruusk weg en kijkt om zich heen. Even lijkt het of hij weg wil wandelen maar dan wandelt hij om de toonbank. Gamila deinst achteruit.
          ‘Ik ga veranderen, ik beloof het.’
          ‘Ga weg, Jonas!’
          Hij grijpt haar arm vast. Ze probeert zich los te trekken, haar lippen op elkaar geperst. Ik moet iets doen. Ik wandel naar hem toe en tik hem op de rug. Hij kijkt hij me aan over zijn schouder. Er zitten zwarte kringen om zijn ogen en het valt me plots op dat zijn snor lijkt op die van de lelijkaard uit ‘The Good, the Bad and the Ugly’.  
          ‘Oh, geweldig…’
          Hij sluit zijn ogen en draait zich weg. 
          ‘Laat haar los’, zeg ik.
          ‘Ga een beetje met je kreeft spelen, jongen.’
          ‘Laat haar los, zeg ik.’
          Hij lacht, schudt zijn hoofd en draait zich dan langzaam om. Ik kan hem voelen ademen, in en uit, in en uit. Veel te dicht, veel te dichtbij. Gamila’s stem klinkt plots dof, alsof ze van onder water komt.
          Hij zet een stap. Ik hoor het gerinkel van de sporen aan zijn laarzen. Zijn voorhoofd raakt nu bijna het mijne. Zweet parelt boven zijn lip. Ik begin achteruit te wandelen. Mijn brandwond prikt, ik voel me misselijk. Hij drijft me naar Kadars aquarium. Bijna struikel ik. We komen dichter en dichter. Ik klem mijn hand om de kniptang en sluit mijn ogen. Dylans gezicht. De geur van braadworsten. De hitte.
          Cowboys gebruiken alleen geweld wanneer het moet, cowboys gebruiken alleen geweld wanneer het moet, cowboys –
          Ik open mijn ogen en kijk hem aan.
          ‘Ik kom voor Kadar’, zeg ik. ‘Ik wil hem kopen.’

Over de auteur

Mattijs Deraedt (Kortrijk, 1993) is poëzieredacteur bij Kluger Hans. Hij studeerde Audiovisuele Kunsten met afstudeerrichting Schrijven aan het RITCS. Eerder verschenen gedichten en kortverhalen van hem in tijdschriften als Deus Ex Machina, Gierik & NVT en Op Ruwe Planken. In 2017 werd hij derde in de finale van Write Now.

Over de illustrator

Philip Lindeman (1990) is een freelance illustrator uit Utrecht. Zie hier zijn Instagram.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Twee ZKV’s

Door Tom Marien

Twee ZKV’s van Tom Marien. Neergang Mijn vader brandt, zo heeft hij het gewild. Begin deze week viel hij dood neer. Hij zakte in elkaar in de gang. Toen ik hem ging groeten, stak ik een brok steenkool in zijn broekzak. Het stuk dat hij bij de sluiting van de mijn in zijn boterhammendoos mee […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper