Essay

Het zwart van Kara Walker

Door Maarten Buser | beeld: Bindert Helder
16 mei 2018

Door voor zwart-wit te kiezen leg je de nadruk op de vorm. Een van de krachtigste voorbeelden van dat principe is het oeuvre van Kara Walker (1969). Deze Amerikaanse kunstenaar werd bekend door haar zeefdrukken waarop silhouetten een hoofdrol spelen: zwarte figuren, enkele witte uitzonderingen daargelaten, die oppervlakkig bekeken zo uit Jip en Janneke lijken weggelopen. Daardoor ontstaat heel kort de schijn van onschuld, maar al snel worden de wreedheden die de silhouetten uitbeelden duidelijk: racisme, verkrachting en verminking.

Een confronterend kunstwerk van Walker was in 2016 te zien in de Amsterdamse expositieruimte Framer Framed: de reeks zeefdrukken The Emancipation Approximation (1999-2000). Deze reeks stelt objectivering van de ander op indrukwekkende wijze aan de kaak en laat duidelijk zien hoe het hedendaagse racisme is geworteld in die objectificatie.
 
Grotesk ongemak
De historische setting van de reeks is het Amerika van voor de burgeroorlog, toen slavernij nog aan de orde van de dag was. Walker gaat echter allesbehalve geschiedkundig te werk. De slavernij is weliswaar het beginpunt, maar wordt het groteske en mythologische domein ingetrokken. Zo tonen de zeefdrukken een blanke dokter met een net gekochte baby in zijn tas, copulerende engelen en zwanen met mensenhoofden.

Walker schept bewust een probleem, want als elk figuur zwart is, wie is dan de slavenhouder en wie is de slaaf? De lijnen en vormen bieden uitkomst: door op bepaalde lichamelijke eigenschappen van de silhouetten te letten, kun je ze identificeren. De Afro-Amerikaanse figuren zijn bijvoorbeeld te herkennen aan hun neuzen en lippen, en daardoor word je je als kijker sterk bewust van een manier van identificeren die gerust racistisch genoemd mag worden. Walker leidt haar toeschouwers ongemakkelijke situaties binnen, alsof ze wil zeggen: probeer hier maar eens aan te ontsnappen.


 
Wie raciale kwesties aansnijdt met zwarte figuren kan niet puur op het vormniveau blijven werken: die kleur wordt binnen die context een statement. Walkers zwart is niet alleen een manier om de vorm van haar figuren te benadrukken, maar laat ook zien dat begrenzingen helemaal niet zo scherp zijn. Bovendien herinnert het zwart ook aan iets anders: dat alle menselijke rassen oorspronkelijk uit Afrika afkomstig zijn. De ondertoon is er daardoor een van ‘we zijn allemaal gelijk’. Walker laat vervolgens zowel zien hoe racisme beide groepen toch uit elkaar drijft als hoe de onderdrukten kunnen terugslaan met die gedeelde afkomst.

De angst van de slavenhouder
Op een van de eerste zeefdrukken van The Emancipation Approximation is een blanke man afgebeeld – met een zwanenhoofd om zijn penis geschoven – die op het punt staat een slavin te verkrachten. Tegen het einde van de reeks zijn meerdere afbeeldingen te zien van zwanen met mensenhoofden die van Afro-Amerikanen blijken te zijn. Deze taferelen lijken naar de mythe van Leda te verwijzen. Deze echtgenote van de Spartaanse koning wees Zeus af, waarna de oppergod terugkwam in de vorm van een zwaan. Negen maanden later legde Leda eieren waar kinderen uitkwamen. Volgens sommigen had Zeus Leda verleid, volgens anderen ging het om verkrachting. Walker kiest duidelijk voor die laatste interpretatie. De Leda-mythe en The Emancipation Approximation kennen opvallende overeenkomsten: seks, wreedheid, machtsverhoudingen, bestialiteit én vermenging.

Twee van die kinderen waren halfgoden, aangezien Zeus hun vader was. Zij zijn hybriden: kruisingen van twee verschillende soorten. Zulke hybriden voert Walker ook op, namelijk de zwanen met mensenhoofden, die wel heel duidelijk een vermenging uitbeelden. Bij deze figuren hoef je niet uit te vinden of ze nu blank of zwart zijn: het wordt door die half-menselijke, half-dierlijke samenstelling direct duidelijk dat ze tot een andere categorie behoren. Ze zijn Walkers versie van ‘halfbloedjes’; de nakomelingen van de blanke slavenhouder en de zwarte slavin.

Kiene Brilenbrug Wurth en Ann Rigney noemen in hun boek Het leven van teksten de ander het negatief van het zelf: de ander is ‘vreemd en tegengesteld ten opzichte van het zelf of “het eigene”. Het zelf functioneert hierbij als de norm, de ander als de afwijking.’ Die vermeende tegenstelling maakt de afstand groter en daardoor wordt het makkelijker om de ander als minderwaardig te zien. Daarom wordt de vermenging van onderdrukte en onderdrukker door de laatste als bedreiging ervaren. Er ontstaat immers een ‘tussencategorie’ die het moeilijk maakt om alles zwart-wit in te delen. De onderdrukker wordt geconfronteerd met een onderdrukte die op hemzelf lijkt – is hij wel in staat om de ander te overheersen? Die dreiging wordt door het groteske van Walkers zwaanfiguren versterkt. Zo geeft ze de angst van de slavenhouders vorm. Enerzijds kijken ze naar ‘de ander’ die dierlijk op hen overkomt, anderzijds lijken deze groteske wezens meer op hen dan ze durven erkennen.

Grijs gebied
The Emancipation Approximation doet sterk denken aan de actualiteit in de Verenigde Staten, waarin de verhouding tussen zwart en wit de laatste jaren weer op scherp staat. De afgelopen jaren komen steeds weer blanke agenten in het nieuws die zwarte jongeren doodschieten of wurgen. De agenten en burgerwachten voelden zich naar eigen zeggen zo bedreigd dat ze op zeker moment schoten; de Afro-Amerikanen – Trayvon Martin, Michael Brown, Eric Garner, Alton Sterling, en de lijst is helaas nog veel langer – bleken achteraf ongewapend te zijn. De donkere ex-agent Cheryl Dorsey is wegens die dodelijke voorvallen voorlichting gaan geven aan blanke agenten. In een interview merkte ze daarover op: ‘Veel agenten voelen angst voor zwarte burgers. Ze kunnen zich niet identificeren met ons. Als ze een zwarte tiener zien, denken ze niet: voorzichtig, het had mijn eigen zoon kunnen zijn. […] Als je je niet met zwarten kunt identificeren, is het makkelijk ons tot een object te maken.’

Walker weet zowel die objectivering als de afstand zichtbaar te maken in The Emancipation Approximation. Blanken worden neergezet als wrede, verkrachtende slavenhandelaars. Tegelijkertijd herinneren haar zwarte figuren aan een hardnekkig vooroordeel, namelijk de dierlijke seksuele driften van de Afrikaan. Dat beeldt ze bijvoorbeeld uit door middel van een klein jongetje met een enorme penis (nog zo’n vooroordeel). Ze contrasteert zulke clichébeelden met de seksuele wreedheden van de blanke onderdrukkers, die zichzelf beschaafd en moreel superieur achtten. Uiteindelijk is geen van de rassen moreel superieur aan de ander. Ze zijn juist allebei even karikaturaal en verwerpelijk. Dat maakt haar werk confronterend: geen toenadering, maar juist een harde overdrijving.

In die hardheid zit de kracht van Walkers werk: geen voorzichtige benadering, geen ‘we lijken meer op elkaar dan we denken’, maar een felheid die nergens aan vreedzame protesten doet denken – eerder aan de rellen die het nieuws evengoed kleurden. Er is tegenwoordig veel geëngageerde kunst, niet in de laatste plaats over racisme en discriminatie, maar die zit veel minder dicht op de huid dan deze reeks van Walker. Dat komt doordat ze je als toeschouwer laat doen wat andere kunstenaars zo vaak zo expliciet veroordelen: je aanzetten tot discriminerende acties en je er vervolgens van bewust maken dat je de wereld in zwart en wit aan het verdelen bent. Dat ik denk dat ik als weldenkend mens niet discrimineer en vervolgens juist wel racistisch gedrag vertoon, is ontzettend confronterend. Walker snijdt racisme niet alleen aan, ze haalt het de expositieruimte binnen.

Over de auteur

Maarten Buser (1991) studeerde Nederlandse taal en cultuur, en letterkunde. Hij schrijft voor verschillende media over poëzie, popmuziek en kunst. Zijn gedichten en essays verschenen in onder meer Het Liegend Konijn, De Revisor en Liter. In januari 2016 verscheen zijn debuutbundel Club Brancuzzi bij uitgeverij Koppernik.

Over de illustrator

Bindert Helder maakt plaatjes groot en klein. Altijd fijn. Met inkt of fijnlijn en soms met de computer. Zoek op facebook naar Regular drawings by Bindert Helder en vergaap je aan zijn zelfgemaakte plaatjes.

Lees meer van

De Regelname #1: Maarten Buser

Door Maarten Buser

Klecks – hét platform voor poëziekritiek – en uw geliefde podium voor hedendaagse poëzie, De Optimist slaan de literaire handen ineen en presenteren de reeks ‘De Regelname’. Eens per twee maanden vragen we een dichter welke regel hij of zij zelf geschreven zou willen hebben – en waarom. En we vragen hem of haar met […]

Lees meer uit de categorie Essay

Lumineus – Cassander Eeftinck Schattenkerk

Door Cassander Eeftinck Schattenkerk

Tekst en redactie: Nynke Vissia Je zou hem een ontdekkingsreiziger op huis- tuin- en keukenniveau kunnen noemen. Cassander Eeftinck Schattenkerk trekt niet de wijde wereld in om betoverende landschappen te fotograferen; hij kweekt ze zelf, in eigen habitat. Brine 4 Eeftinck Schattenkerk studeerde Woord en Beeld aan de Vrije Universiteit Amsterdam en vervolgens Fotografie aan […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper