Kort verhaal

Een sierlijk beest

Door Levi Jacobs | beeld: Jalinka Gressmann
8 september 2018

Hassan staat tegen het raam geplakt en kijkt naar de kont van een kameel. ‘Zie je die heupen op en neer gaan? Dat geile ritme? Zo gaan de billen van de danseressen ook.’ En hij doet het voor. Met zijn handen op de heupen beweegt hij op en neer en kijkt met getuite lippen de lachende jongens aan.
   ‘Kijk dan, Azar!’ Hij wenkt met zijn hoofd. ‘De staart slaat tussen de billen. Dat is lekker, man.’
   Azar loopt naar het raam en kijkt naar de kamelen die de woestijn inlopen. Hij haalt zijn schouders op.
   ‘Nou, Azar? Niet zo lekker als die van Nema, maar je zou er wel een pets op willen geven hè?’
   ‘Vijfenvijftig kamelen,’ antwoordt Azar. ‘Best veel.’
   Hassan kijkt hem verontwaardigd aan. ‘Ik vroeg je niet ze te tellen, Fibonacci.’
   De jongens lachen. Azar gaat weer zitten en schrijft de getallen over van het schoolbord. Als de bel voor de laatste keer die dag luidt is hij als eerste buiten. In de verte ziet hij de gekleurde keffiyeh afsteken tegen de grijs-gele woestijnvlakte. Zo te zien staan de bedoeïenen naast de gezadelde kamelen. Hij vraag zich af waarom ze daar stilhouden, vlak buiten stad. Ze zouden al halverwege moeten zijn op hun reis naar Yotvata. Hij is nieuwsgierig. Het is minstens een uur lopen naar de kamelen met de hoge, rode zadels.

De zon is fel en Azar heeft spijt dat hij niets heeft meegenomen om over zijn hoofd te wikkelen. Gelukkig verkoelt een opstekende bries het zweet op zijn gezicht. Na een klein uur is hij moe. Het is niet ver meer, maar hij rust toch even uit.
   Hij ligt in het zand en kijkt naar zijn rechterarm die gestrekt naast hem ligt. Hij strekt ook zijn linkerarm en zijn benen, die hij een halve meter spreidt. Hij voelt de cirkel en het vierkant van Vitruvius om zich heen. De tekening van Da Vinci. De mens met perfecte verhoudingen. De volmaakte rust. Langzaam vergeet hij het jeukende zweet, het brandende zand en hij sluit zijn ogen. Even voelt hij zich volmaakt in de getallen. Als ik opsta blijft mijn lichaam liggen, dacht hij.
   Als hij wakker wordt brandt de hitte op zijn kop en in zijn kop de getallen. De volmaaktheid is verdwenen en toch kan hij die getallen niet loslaten. Hij herhaalt de reeksen die hij geleerd heeft, maar blijft telkens halverwege steken. Het gonst in zijn hoofd. De wind begint te snijden, het zand striemt zijn handen en gezicht. Hij kijkt om zich heen, maar de woestijn is ontwaakt en woeste zandvlagen belemmeren het zicht. Ik had niet moeten gaan liggen, schiet door zijn hoofd, nu is het gaan stormen en kan ik me niet meer oriënteren. Hij denkt aan de verhalen over mannen die verdwaalden in de Negev en nooit meer terugkeerden.
   Hij loopt in een willekeurige richting en ziet in de verte iets opdoemen. Een silhouet in de laaghangende zon. Een kameel. Op een paar meter afstand blijft hij staan. Zijn hoofd gonst weer en hij probeert zich de getallen te herinneren. Hij staart naar het dier dat van dichtbij zo enorm is en dwars door hem heen kijkt, alsof zijn lichaam nog op de grond ligt. Hij durft niet dichterbij te komen. Nooit was hij alleen geweest met zo’n dier, dat somber de leegte in staart. Als voor hem een palmblad langs waait, schrikt de kameel plots op. Met een grote, zijwaartse sprong verwijdert het dier zich van Azar, die bewegingsloos blijft staan. Het blad waait verder weg.
   Iets in de jongen heeft de aandacht van het dier getrokken, dat hem nu recht aankijkt. Met de kop in de wind komt het een paar passen dichterbij. Azar kijkt omhoog langs de dikke, donkere baard van het dier, dat nu zo dichtbij is dat hij aan zou kunnen raken, als zijn stijve armen mee zouden werken. De stoffige haren doen hem zwaarder ademen, zijn hoofd harder bonzen. Wanhopig probeert hij voor de geest te halen wat de anderen zeiden dat je moest doen in zo’n situatie. Hij denkt aan Hassan, maar hij heeft niet de behoefte het dier een pets te geven. Op de ogen ziet hij de doorzichtige oogleden die het zand tegenhouden, met daarboven de vrouwelijke wimpers. Hij voelt zijn eigen ogen steken en sluit ze.
   Als hij ze weer opent ziet hij niets dan oplaaiend zand en ruist de wind oorverdovend. Is het dier weg? Azar is bang voor de storm en bang zijn lichaam achter te laten in de woestijn. Het gonst weer. Die verdomde getallen. Kon hij zijn hoofd maar even neerleggen. Plots voelt zijn hand nattig en hij draait zich om. Het dier is er nog en ligt geknield. Met de grote lippen schuift het onderzoekend, bijna liefkozend, over zijn hand.
   Voorzichtig loopt Azar langs de voorste, schuinhangende bult. Zijn hand strijkt over de dikke, plooiende huid. Waarom is het dier gaan liggen? Kamelen doen dat niet zomaar. Wist hij maar wat het dier bedoelde. Alles in zijn hoofd suist, zijn gedachten tollen en vallen een voor een uit. Hij is bang niets meer over te houden. Met dichte ogen legt hij zijn knie tussen de twee bulten en hijst zich op de rug.
   Even schrikt hij als eerst de achter- en dan de voorpoten omhoog komen. Maar na de eerste, trage stappen voelt hij het wiegen van de heupen van het dier in zijn hele lijf. Zijn vingers om de manen, zo sterk als touwkabels. Nog nooit heeft hij zijn armen en benen gevoeld als nu, zich vastdrukkend tegen de ruwe huid aan, schuilend voor het zand. Zijn hoofd is leeg, zoals het leeg kan zijn na het huilen. Hij legt zijn hoofd tussen de plukken haar en weet waar het dier naartoe gaat. Terug naar de kudde.

 

 

Over de auteur

Levi Jacobs (1992) bewondert ironie, wielrenners en Roth. Als het aan zijn baas ligt, slijt hij al zijn uren op het notariaat. Gelukkig dwingt de vrije wil hem af en toe tot schrijven. Dit resulteerde onder andere in een publicatie in literair tijdschrift Liter.

Over de illustrator

Jalinka Gressmann is een mixed media artist/visual artist. Ze maakt collageportretten, fotografeert en geeft experimentele tekenworkshops. Kijk voor meer werk en info op jalinka.com.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Likken lippenstift

Door Joost Heijthuijsen

Ik was aangenomen bij Tejatergroep Het Kollektief omdat ik tijdens de auditie op bevel een stijve kon krijgen. Uit een flinke bos schaamhaar stond daar twintig centimeter wilskracht te kloppen voor de kritiese tejatertraditie. Later heb ik gebeft met een gedicht van Lucebert in mijn rug gekerfd door een dramaturge, gepijpt omdat heteroseksualiteit een imperialistisch […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper