Interview

Illuster: Mathilde Bindervoet

Door Martien Bos | beeld: Mathilde Bindervoet
12 oktober 2018

De literaire bijdragen op De Optimist worden al jarenlang vergezeld door beeld dat speciaal wordt gemaakt door illustratoren met uiteenlopende stijlen en achtergronden. Los van de korte biografie die we plaatsen, weet de lezer niet zo veel over deze mensen. En dat is zonde. Daarom is er de rubriek ‘Illuster’, waarin we onze illustratoren uitgebreid aan het woord laten over hun werk. Vandaag: Mathilde Bindervoet.

Kun je ons wat meer over jezelf vertellen: waar kom je vandaan, wat is je vooropleiding, hoe ben je in het vak verzeild geraakt?
Bonjour! Ik ben Mathilde Bindervoet, geboren en getogen te Amsterdam en ik heb vier jaar van m’n leven gespendeerd buiten de ring. Hiero kwam ik erachter dat ik m’n hele leven ben voorgelogen: er is wel een wereld buiten Amsterdam. Aan de Design Academy Eindhoven kreeg ik te horen: ‘Mathilde, we weten dat je het leuk vindt om te tekenen, ga maar wat anders doen.’ Wat ik dan, braaf als ik ben, ook deed. Ik moest er nog een master cultuursociologie tegenaan smijten om erachter te komen wat ik altijd al wist. Nu heb ik een bescheiden ateliertje in een prachtig pakhuis waar ik teken en schilder, D’Angelo luister en me door niemand niet meer laat vertellen dat ik niet mag tekenen.

Yass

Een gemeenschappelijk kenmerk van je tekeningen in je expositie in Casco lijkt het aan de kaak stellen van ongelijkheid tussen man en vrouw. En dan met een focus op lichamelijkheid en grensoverschrijdend gedrag. Zie ik dat goed? En haak je daarmee bewust in de op actualiteit? 
Leuk dat je dat de ‘actualiteit’ noemt. Dat is het dus niet. Dat is het voor mij al sinds m’n zestiende niet. Ik haak niet in op de actualiteit, ik haak in op iets wat voor mij al elf jaar onderdeel is van mijn dagelijks leven. Bijna alle vrouwen die ik ken hebben iets in dergelijke trant meegemaakt en toch hoor je zo vaak ‘m’n vriend, m’n broer, m’n verre achterneef die zijn allemaal zooo lief. Nee, die zouden zoiets noooit doen.’ Naar mijn mening zijn het zelden kerels die uit bosjes springen en triestig vaak die lieve, leuke, hoogopgeleide jongetjes die dat allemaal nooit zouden doen. Het wordt nu meer aan het licht gebracht (fun!), maar het is van alle tijden is en helaas zijn het geen unieke verhalen. Daar word ik dus woest van, en dan maak ik daar graag een leuk tekeningetje over. Over alle pret die ik heb beleefd met het terugwinnen van dat wat de ‘actualiteit’ van me probeerde af te nemen maak ik ook graag tekeningetjes (zie lijven).

Je favoriete kleur lijkt zonder meer roze. Is dat verwijzing naar bepaalde feminiene stereotypes, zet je die kleur thematisch in? Of overinterpreteer ik nu?
Ik vind roze een prachtige kleur, dat heeft voor mij niks met prinsessen te maken. Wel vind ik het fijn als het werk er van een afstandje mierzoet uitziet, maar van dichtbij een beetje ellendig.

Grand Café De Pikkenpijper

De personages, als ik ze zo mag noemen, in Grand Café De Pikkenpijper, kijken niet allemaal even fris uit hun ogen. Sommige mensen zijn mooi, anderen zijn iets meer apart. Waar gaat dit schilderij over?
Het begon als een piepklein dronken grapje waarvan ik had besloten dat ik het heel serieus moest nemen. Na alle lollig verpakte ellende wilde ik iets maken waar ik alleen maar vreselijk blij van word. Grand Café de Pikkenpijper is een plek waar ‘Nee’ niet een lastig begrip is, en de mens de mens in waarde laat. In mijn wereld is iedereen die op het terras van Grand Café de Pikkenpijper zit een blij, vrolijk mens. Ik vind de medemens bijzonder fascinerend en teken ze dan ook graag veel en vaak. Ik zie overal vreemde koppen, rare lijven en krankzinnig/normaal gedrag. Mooie mensen zijn leuk om naar te kijken maar saai om te tekenen (sorry).

Hoe kom je op ideeën voor je onderwerpen?
Ik haal mijn inspiratie voornamelijk uit mijn eigen omgeving. Uit mijn eigen avonturen en triestige verhaal, maar ook uit alle koppen die ik op straat tegenkom. Ik vind het dan ook waanzinnig leuk dat ik nu voor Het Parool veel over mijn lievelingsdorp Amsterdam en zijn bijbehorende figuren mag tekenen. Ik laat mijn ideeën meestal een tijdje borrelen in dat koppie van me en met woorden op papier voordat er met een kwassie een tekening van gemaakt wordt. Grand Café de Pikkenpijper heb ik toch zeker een jaar laten borrelen voordat het er eindelijk uitkwam, maar voor de krant gebeurt het borrelen in de snelkookpan en staat er twee uur later een plan op tafel.

Innerstrijd

Je bent geweldig stijlvast. Je werkt veel zwart-wit met soms maar één kleur, soms gebruikt je een paar kleuren, maar nooit veel. Ook de aandacht voor opvallende en intelligente titels viel me op, zelf de materiaalaanduidingen op de begeleidende tekstbordjes zijn bijzonder (‘inkt/papiercombinatie’). Hoe ben je achter je eigen stijl gekomen, is dat iets wat je ergens geleerd hebt?
Ik ben vaak erg bang dat ik mijn tekeningen met kleur verknal, maar ik laat me niet zomaar tegenhouden door mijn eigen angsten dus probeer tegenwoordig meer kleur te gebruiken en een techniek te vinden die bij mijn tekeningen past. Verder voelt deze vraag een beetje alsof je aan iemand vraagt: waarom heb je dit handschrift? Tja, je ne sais pas, dat doe je sinds groep drie en dat groeit tot je niet meer anders kan. Dit is hoe ik teken. Dat doe ik al mijn hele leven zo. Als ik nu naar de tekeningen uit mijn Design Academy-dagen kijk, dan snap ik wel dat ze me aanmoedigden om iets anders te gaan doen. Dat was niet al te best, maar je ziet wel dat ik ze heb gemaakt. Schrijven idem dito.

Teken je analoog of digitaal? Heb je een voorkeur? 
Ik teken analoog. Ik ben echt een knurft als het aankomt op de computer en probeer er dan ook voor te zorgen dat ik na het scannen zo min mogelijk in de computer hoef te doen. Lijnen maak ik met een penseeltje en Oost-Indische inkt, ik kleur het liefst ook analoog en dan probeer ik de boel alleen nog wat op te vrolijken in Photoshop, c’est tout. Naast dat ik niet echt een ster ben in het omgaan met een computer, vind ik dat er toch wat verloren gaat als je niet in contact staat met het papier maar met een scherm. Je ziet het altijd en het is bijna altijd lelijk. Maar vraag het over tien jaar nog ’es.

Kun je iets vertellen over waar je nu aan werkt?
Momenteel ben ik bezig met een prentenboek voor volwassenen. Ik kan niet zo goed tegen het geneuzel van strips in kleine vakjes en heb kinderen niet zo veel te vertellen. Ik wil grote platen maken en lapjes tekst schrijven. Dus één en één is een prentenboek voor volwassenen. Werktitel: ‘De boze Amsterdammer in Indonesië,’ maar er kan nog van alles veranderen. Niet doorvertellen.

Heb je een bepaald langetermijndoel voor ogen als illustrator, of neem je het meer zoals het komt?
Ik ben erg content met de combinatie tussen vrij werk/verhalen maken en andermans wensen in een tekening gieten. Als ik daar dan op een gegeven moment een beetje van zou kunnen leven en m’n medemens ook nog op een rondje kan trakteren, dan geef ik mezelf een high five en ga ik rustig verder met tekenen.

Mezealle

Het schijnt een lastig begrip te zijn

Grand Café De Pikkenpijper (detail)

Casco is van maandag tot en met vrijdag open (10-17u), Asterweg 22 in Amsterdam-Noord. De expositie van Mathilde Bindervoet loopt tot eind oktober.

Over de auteur

Martien Bos is naast freelance tekstschrijver ook illustrator voor diverse tijdschriften, kranten en uitgeverijen in binnen- en buitenland. Hij tekende onder andere voor De Optimist, NRC Handelsblad, VPRO, De Standaard, uitgeverij Boom en Athenaeum–Polak & Van Gennep. Zie martienbos.com.

Over de illustrator

Mathilde Bindervoet tekent vrolijke figuren en droeftoers bij andermans tekst en eigen hersenspinsels. Om haar naam aan te dikken met wat internationale allure tekent ze onder de Franse vertaling van haar achternaam: @bindrepied. Vindbaar in de virtuele wereld op: www.mathildebindervoet.nl

Lees meer van

Illuster: Riq Etiq

Door Martien Bos

De literaire bijdrages op De Optimist worden jarenlang vergezeld door beeld dat speciaal hiervoor wordt gemaakt door illustratoren met uiteenlopende stijlen en achtergronden. Los van de korte biografie die we plaatsen, weet de lezer niet zo veel over deze mensen. En dat is zonde. Daarom is er de rubriek ‘Illuster’, waarin we onze illustratoren uitgebreid […]

Lees meer uit de categorie Interview

Taal is maar een model

Door Ruben Hofma

‘Snooker vind ik niet alleen een fascinerend spel, ik word er ook rustig van’, vertelt Anton Dautzenberg. De (groots)bejubelde en (doods)bedreigde schrijver heeft sinds 6 mei zijn eerste dichtbundel. Poëzie waarvan dichter-criticus Rob Schouten zei: Dit is geen poëzie. Dautzenberg vindt dat onzin. Hij publiceerde Na de punt (Asterion), een bundel gedichten bestaande uit snookerballen. […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper