Interview

Jelko Arts over schrijven en tekenen

Door Elske Jacobs | beeld: Jelko Arts
8 oktober 2018

‘Ik wil mooie dingen maken. Dus ik vertrouw mijn werk pas als ik opspring van mijn bureau en als een kleuter roep: oh, moet je mijn tekening zien!’

Jelko Arts is schrijver, dichter, tekenaar en wordt graag gezien als presentator en workshopdocent op literatuurfestivals. Maar waar leg je je op toe, met zo veel interesses? Jelko realiseerde zich pas recent dat hij helemaal niet hoeft te kiezen, en het resultaat daarvan noemde hij Hoe bijen de ruimte vullen. We voelden hem aan de tand over de weg ernaartoe, en op zaterdagavond 13 oktober laat hij zien hoe een striptekenaar voordraagt tijdens Geen Daden Maar Woorden Festival in Rotterdam.


In april verscheen je chapbook Hoe bijen de ruimte vullen, een stripnovelle. Gefeliciteerd! Wat kun je ons verklappen over de inhoud?
Dankjewel! Het is een strip over hobby’s, over een vader en een zoon: de een is imker en de ander doet aan modelbouw met lego. Allebei zijn ze enorm gepassioneerd over hun hobby, maar toch lukt het niet om contact met elkaar te krijgen. Ergens tussen de bijen en de legoblokjes gaat het mis. Het verhaal gaat over die afstand. Over het verdwijnen in een hobby, maar die tegelijkertijd willen delen.

Hoe zou je jouw werk omschrijven?
Hoe bijen de ruimte vullen is mijn eerste lange strip. Voor mijn gevoel kom ik net kijken, ik zoek nog naar een eigen stijl. Ik voel me vooral gevleid als mensen zeggen dat mijn werk slim in elkaar zit. Dat is namelijk ook wat ik in andere striptekenaars waardeer: ik houd van strips waarin over ieder detail is nagedacht. Hoe bijen de ruimte vullen zit bijvoorbeeld vol met personages die nauwelijks contact maken. Daarom heb ik streng gekeken naar kaders, naar grenzen. De personages worden vaak van elkaar gescheiden door een deurkozijn, een raam, de plaatsing van de paginarand.

Wat betreft de striptekenaars die je bewondert: wat lees je zelf?
Ik heb deze zomer door Canada gereisd en ik ben momenteel gek op cowboystrips. Ik heb nu Buddy Longway van Derib bijna compleet, dat heeft een wat lineair verhaal, maar het zit vol prachtige bergen, bossen en meren. Dichter tegen literatuur aan vind ik Gegijzeld van Guy Delisle waanzinnig. Hij is vooral bekend om zijn stripjournalistiek (Birma, Shenzhen, Pyongyang), maar dat deed mij nooit zo veel. Mag ik dat zeggen? Gegijzeld is zijn eerste vuistdikke graphic novel, het is het verhaal van Christophe André, die op missie voor Artsen Zonder Grenzen ineens gegijzeld wordt. Delisle vertelt dat verhaal zo jaloersmakend precies, benauwend en uitgekleed – ik vond dat een prachtboek.

Hoe is Hoe bijen de ruimte vullen tot stand gekomen?
Ik werkte al meer dan een jaar aan een geschreven versie van dit verhaal. Ik had een grote verzameling tekstflarden over hobbyisten toen De Nieuwe Oost | Wintertuin me de kans bood om een chapbook te maken. Met mijn redacteur en met Jaap Robben als meelezer ben ik begonnen aan een prozaverhaal, maar dat werkte voor geen meter. De vorm, altijd maar tekst en steeds dat eeuwige getyp, ik werd er ziek van. In mijn hoofd was het verhaal een lange rij met foto’s, ik kon niet uit de voeten met tekst. Ik heb mijn redacteur gebeld om het chapbook af te blazen. Zij stond op dat moment een huis te witten en zei: ga slapen, bel me morgen, we verzinnen wel iets. Twee dagen later wist ik dat dit verhaal een strip moest zijn.

Ik ben niet iemand die al van kinds af aan weet: ik moet schrijven. Ik wist wel al heel vroeg dat ik mooie dingen wilde maken. Ik knipte in groep zes de Taptoe aan stukken, die plakte ik dan in een andere volgorde weer in elkaar, ik tekende een omslag en riep dat ik een tijdschrift had gemaakt. Sommige schrijvers hadden als kind al een dagboek dat ze vol schreven. Ik heb die schriftjes ook, maar bij mij waren het soms tekstjes, soms tekeningen, soms stripverhaaltjes. Eigenlijk ben ik altijd op die manier blijven werken, ik ben nooit gestopt met tekenen. Ik heb alleen ooit besloten dat mijn werk uitsluitend bestond uit schrijven. Het tekenen deed ik in de kantlijn. Maar een stripverhaal is ook een manier van vertellen. Pas sinds ik dat doorheb, is het tekenen een volwaardig onderdeel van mijn creatieve proces geworden.

Hoe ziet jouw striptekendag eruit?
Ik ben iemand die langzaam op gang komt. ’s Ochtends probeer ik mijn mail te beantwoorden, de administratie te doen, dat soort dingen. Dat voelt als het opruimen van je bureau. Ik heb hoofdruimte nodig. Meestal wordt dat afgewisseld met de was doen, een stripboek uit de kast pakken en YouTube afstruinen. Ik kijk graag naar filmanalyses: het shot-voor-shot analyseren van een filmscène is voor een striptekenaar mega-interessant. Ik heb al die afleidende handelingen nodig. Pas tegen de middag lukt het me om de ruis te negeren, dan kan ik rustig uren achter elkaar tekenen. 

In 2015 stond je in de finale van schrijfwedstrijd Write Now!, en je bent al een poosje aangesloten bij het agentschap van Wintertuin, onderdeel van De Nieuwe Oost. Voel(de) je sterk de druk om als jonge schrijver via wedstrijden of talenttrajecten te werken aan je zichtbaarheid?
Ja, toen ik met mijn studie Nederlands begon, was ik me heel bewust van die zichtbaarheid. Maar het is lastig om naar buiten te treden als je van veel verschillende dingen houdt. Ik tekende, ik stond graag op een podium, ik schreef gedichten, maar ook verhalen en sketches. Hoe leg je dat uit? Dan besluit je om je voortaan maar als schrijver voor te stellen. Dat is een lekker afgebakende ambitie, en het maakte het makkelijker om me te presenteren. Er zijn literaire tijdschriften, festivals en schrijfwedstrijden, maar zoiets vind je zelden voor crossmediale kunst. Er zijn geen wedstrijden voor getekende theatermonologen of voor stripgedichten. 

En wat kunnen we verwachten van Geen Daden Maar Woorden Festival? Hoe draag je voor uit een stripnovelle?
Ik teken nu heel veel, maar ik zou nu niet snel meer zeggen: ik ben alleen tekenaar, zoals ik voorheen zei dat ik uitsluitend schreef. Die meervoudige manier van werken is er nu eenmaal, ik vind het nog steeds leuk om verhalen naar het podium te brengen. Dat is met een strip best lastig. Maar nu heb ik een performance gemaakt die is gebaseerd op de strip: het is de spreekbeurt die de hoofdpersoon in het boek geeft. Dat is een mooie manier om uit het boek te stappen. Het voordeel van een strip is dat het beeldender is dan proza, daardoor kun je zo’n scène makkelijker naspelen. Zo hoop ik op het podium de toeschouwer de strip in te slepen.

Lees meer van

De Optimist x GDMW

Door Elske Jacobs

Pop-up Podium De Optimist tijdens Geen Daden Maar Woorden Festival zaterdag 13 oktober 2018, 20.00 uur Katendrecht, Rotterdam Facebookevenement Tickets  Woordkunst tegen de skyline van Rotterdam, Hotel New York op de achtergrond, biertje in je hand. Ja toch? Tijdens Geen Daden Maar Woorden Festival maak je kennis met de beste jonge schrijvers van nu, en daar zijn […]

Lees meer uit de categorie Interview

Ozan Aydogan: ‘Ik wil dat het hoopvol is’

Door Sophie Kok

Ozan Aydogan verloor zijn hart vele malen. Eerst aan de rapmuziek, vervolgens aan de klassieke poëzie en later aan het theater. In de finale van het NK Poetry Slam op vrijdag 26 januari brengt hij al zijn grote liefdes samen tijdens een optreden dat voorlopig zijn laatste poëzie-optreden zal zijn!  Hoe ben je in aanraking […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper