Kort verhaal Proza

Kleiner dan de regen

Door Werner de Valk | beeld: Luuk van Zon
20 oktober 2018

Alexander knikt, zodat het lijkt alsof hij luistert. Hij kijkt uit het raam van de trein. De motregen valt traag, alsof de wolk in zijn geheel naar beneden is gekomen om een kijkje te nemen: wellicht is er hier wel wat te beleven. Maar ze zijn bijna bij Almere.
Ze rijden tussen de woonplannen, door neerdalende wolken en Robin weet hem over elk station een feitje te vertellen. Ook over de stations die ze niet passeren.
Aardig van hem, dat hij dit doet. Hij is niet alleen langzaam alles aan het loslaten, nee, hij is ook nog een aardige man – een aardige man die instemt als zijn collega hem uitnodigt om te komen eten. Beleefd.
Bij de voordeur pakt Robin hem bij zijn arm vast en waarschuwt hem nog even dat zijn vrouw erg nieuwsgierig is. Ze werkte vroeger in de zorg, vandaar. ‘Dus als je ineens het gevoel krijgt dat je een patiënt bent…’
‘Oké.’
‘Dat vindt ze gewoon leuk, ze wil altijd de eigenaardigheden van mensen zoals – Ze is gewoon nieuwsgierig.’

Als hij maar niet vreemd gaat doen vanavond.

In het huis is alles symmetrisch: de kussens op de bank, de bloemen op tafel, ze komen in paartjes, netjes naast elkaar. En er hangen bordjes met spreuken. Ze zijn allemaal van hout en met een metalen frame dat er roestig uitziet, het soort roest dat niet erger wordt.
You can’t buy happiness, but you can buy ice cream and that’s kind of the same thing.
Verderop, in grote letters, als een vuistregel of een bevel: Be Happy. 
En: Tegenslag is slechts een springplank naar geluk. 
Hoewel Alexander dergelijk interieur had kunnen voorspellen, doet het iets met hem. Het is alsof hij even wat lichter wordt. Hij schudt Chantal de hand en gaat aan tafel zitten.
‘Vind je het wat?’ vraagt ze. ‘Ik zag je heus wel kijken.’
‘Ja, leuk,’ zegt hij. En, om niet te kort te zijn: ‘Mooie teksten.’
‘Ze maakt ze zelf,’ zegt Robin. ‘Allemaal handwerk.’
Alexander glimlacht naar Chantal en speelt met het bestek. Als hij maar niet vreemd gaat doen vanavond.
Ze geeft Robin een knik, waarna deze het eten opschept. Voorzichtig, in niet te grote scheppen. Eerst bij Alexander, dan bij Chantal, en als laatste bij zichzelf. 
‘Robin heeft veel over je verteld.’
‘O, ja?’
‘Dat jullie zo goed samenwerken.’
Alexander knikt.
‘Vroeger mopperde hij altijd dat hij niet zo goed met zijn collega’s kon opschieten.’
Hij blijft maar glimlachen. Of het door die bordjes of door Chantal komt, weet hij niet.

Alexander helpt bij het afruimen van de tafel. Als ze weer zitten, merkt hij dat hij nog een mes in zijn hand heeft. Hij laat het zo.
Als Chantal even naar het toilet gaat, vertelt Robin op zachte toon dat ze een burn-out heeft gehad. ‘Te veel indrukken.’
‘Wat rot,’ zegt Alexander. Zijn glimlach begint onbehoorlijk te worden.
‘Op een gegeven moment zei ze dat ze helemaal niets meer voelde. Kun je je dat voorstellen?’
Alexander voelt aan het mes, aan de doffe, botte kartels. 
‘Toen vond ze een oplossing,’ zegt Robin. ‘Bij elk bordje dat ze maakte was het alsof ze lichter werd. Zo beschreef ze het.’
Ze horen hoe het toilet doorgespoeld wordt.
Robin kijkt hem strak aan en zegt: ‘Ze zou het zó leuk vinden, echt, als ze er een voor jou kon maken. Dat zou jou ook helpen.’
‘Waarmee?’
‘Ze zou het heel erg leuk vinden.’
‘Ik vind het echt aardig, maar –’
Chantal komt weer binnen en Alexander probeert vlug iets te zeggen, een beleefde opmerking over het eten. Maar Robin is hem te snel af en vraagt haar: ‘wil jij een bordje voor hem maken?’ 
‘Met alle liefde,’ zegt ze.

Hij zegt dat hij lekker heeft gegeten en wil alvast opstaan, weg van deze geïnteresseerde, aardige mensen tegenover hem. Maar Chantal gebaart hem om te blijven zitten en Robin gaat snel naar de keuken. Ze horen hem in de weer met schaaltjes, kommetjes en lepels. Robin komt terug met yoghurt, glanzende aardbeien en verse bessen, hij heeft een klein beetje kaneel over het geheel verspreid. Er ligt ook wat kaneel op het schaaltje, voor de sier.
‘Robin zei dat je alleenstaand bent,’ zeg Chantal. ‘Klopt dat?’
‘Ik heb momenteel geen relatie, nee.’
‘Heb je daar bewust voor gekozen?’ vraagt Robin. ‘Op het kantoor vraag ik daar niet zomaar naar, maar hier kan dat wel. Toch?’
‘Hier kan dat,’ zegt Chantal.
Alexander antwoordt: ‘Het is er nog niet van gekomen. Dat is ook een kwestie van elkaars paden kruisen.’
‘Ja, dat is ook zo,’ zegt Chantal. Ze staat op. ‘Dat is ook zo.’
Maar het blijft knagen, dus hij vervolgt: ‘Het hoeft niet hoor, zo’n bordje. Het is niet helemaal mijn ding.’
Ze zegt niets en ruimt de schaaltjes op, al was die van Alexander nog niet helemaal leeg. Als ze weer terugkomt vraagt ze: ‘Wat bedoel je: “Het is niet helemaal mijn ding”?’
‘Het is niet mijn stijl,’ zegt hij aarzelend.
‘Het heeft haar enorm geholpen,’ zegt Robin.
Even is er alleen het geluid van de auto’s van Almere.
‘Alexander, ben jij gelukkig?’ vraagt Chantal dan.
Robin knipoogt naar hem, alsof hij wil zeggen: zie je wel.
‘Of mag ik dat niet vragen?’
Alexander antwoordt dat het geen probleem is en hij weet dat hij ongepast gaat doen, als ze zulke vragen stellen. Dat het beter zou zijn als hij nu naar het station aan het wandelen was. ‘Geluk is voor mij de regen in de herfst. Of het missen van een trein,’ zegt hij. ‘Of hele kleine handen, kleiner dan de regen.’
‘Dat klinkt als een dichtregel,’ zegt Chantal.
‘Dat is het ook. Nobody, not even the rain, has such small hands.’
‘We moesten ook een keer gedichten lezen tijdens een cursus die ik deed, voor mijn bordjes. Maar gelukkig kwamen die van een invaldocent.’
‘Ik snap het niet helemaal,’ zegt Robin. ‘Die kleine handen, hoe word je daar gelukkig van?’
‘Ik zit verstopt,’ zegt Alexander dan, en daar schrikken ze van. 
‘Waarom zeg je dat?’ Chantals stem is iets luider dan eerst. 
‘Sorry.’ Alexander gaat verzitten, twee keer achter elkaar. ‘Ik ben iets kwijt aan het raken, geloof ik.’ Ineens heeft hij zin om te roken. ‘Ken je die spreuk van Charles Bukowski? If you’re losing your soul and you know it, then you’ve still got a soul left to lose.’
‘Vind je dát mooi?’ vraagt Chantal. Haar stem wordt nog wat harder. Ze tikt met haar ring tegen haar glas. 
‘Ja,’ zegt Alexander. ‘Of: romantisch.’
Robin kijkt van Chantal naar Alexander, en dan weer terug naar Chantal.
‘Ik vind het deprimerend,’ zegt ze.
Alexander denkt aan zijn leven, en aan het leven van de mensen tegenover hem. Hij denkt aan thuis, hoe hij daar langzaam sigaretten rookt en verder niets doet. Als hij hun bezorgde gezichten ziet, zegt hij: ‘Ik heb al een tijd niet samen gegeten.’
‘Geeft niet. Hé, en je hoeft het niet per se met die bordjes te proberen. Het kan ook op andere manieren.’

Alexander glijdt weer met zijn vinger langs het botte mes. Eigenlijk moet hij nu vertrekken – zijn schouders ophalen, in de trein een biertje drinken en zich thuis nog even aftrekken voordat hij gaat slapen. Dan kan hij alles laten zoals het is. Maar dat doet hij niet, hij kan niet weg. Hij stopt het mes netjes in de vaatwasser.
Er is iets met dit huis, de symmetrie is rustig voor zijn ogen. De bordjes lijken hem iets te willen vertellen. Weer geven ze hem dat lichte gevoel, alsof het tóch kan, als je maar probeert.
Chantal en Robin bieden hem aan om te blijven slapen. Het is laat, hij zou zich moeten haasten als hij de laatste trein wil halen. Robin vindt het gezellig om morgenochtend samen naar werk te reizen. Chantal neemt hem alvast mee naar boven om de logeerkamer te tonen.
Het is een ruime, stille kamer met een prachtig zacht vloerkleed. Boven het bed, aan de muur bij het voeteneind, hangt het laatste bordje. Er staat: Do more of what makes you happy. 
Ze vraagt of hij eigenlijk een lievelingsspreuk heeft. Hij antwoordt niet. Wat als er niets is waar je gelukkig van wordt? Moet hij dan niets doen?
Hij mompelt dat de kat niet goed alleen kan zijn, bovendien heeft het arme dier nog geen eten gehad, en dat hij zichzelf wel uit zal laten.
‘Zodra het bordje af is, zal ik het meegeven aan Robin,’ zegt ze. Ze blijft staan als hij naar beneden loopt.

Onderaan de trap is een halletje. Als hij naar de voordeur wil moet hij eerst langs de woonkamer. Langs Robin. Hij probeert de andere deuren: een meterkast, de kelder. De laatste leidt naar hun schuurtje. Daar vindt hij de achterdeur.
Hij belandt in een steegje met aan het einde een hoog getralied hek.
Het hek gaat niet open.
Met een klein sprongetje komt hij net bij de rand van het platte dak naast zich. Hij hijst zichzelf omhoog en probeert een voet over het hek te zwaaien, maar zijn trillende armen tillen hem niet hoog genoeg. Snel laat hij zich weer naar beneden zakken, komt even op adem en neemt dan een aanloop. Nu lukt het wel.
Aan de andere kant van het hek en de steeg gekomen, weifelt hij even. Dan gaat hij languit op de grond liggen. Hij voelt de vochtige, ruwe tegels door zijn kleren heen. Andere mensen zullen het maar raar vinden, of onverstandig, midden in de nacht zo in zo’n koude steeg. Dan vat je toch kou? Maar als niemand hem ziet, hoeft niemand dat te denken. 
Hij haalt sigaretten uit zijn jaszak, steekt er een op en kijkt naar de huizen. Ze zijn nog steeds symmetrisch, ook vanuit dit paddenperspectief. Wolken drijven voorbij, zacht verlicht door de straatlantaarns, de slaapkamerlichten en de auto’s van Almere. Hij ligt en rookt zijn sigaret, tussen de slapende gezinnen waarvan hij niets begrijpt. 
En dan voelt hij zachte druppels. Hij heeft zijn trein gemist en het begint te regenen. Eindelijk.
Nu die kleine handen nog.

Over de auteur

Werner de Valk (1988), deels opgegroeid op Ameland, is zoon van twee dominees, die op hun beurt ook weer domineeskinderen zijn. Van schrik studeerde hij psychologie en vervolgens neurowetenschappen. Dat hielp niet. Momenteel volgt hij de parttime opleiding van de Gerrit Rietveld academie, schrijft hij korte verhalen en werkt hij aan zijn debuut. Enkele van zijn korte verhalen verschenen eerder bij Passionate Platform, in het e-book van de Lowlands-schrijfwedstrijd, en op Hard//Hoofd.

Over de illustrator

Luuk van Zon (1990) heeft Illustration gestudeerd aan de HKU. Luuks stijl is heel divers. Hij houdt zowel van het maken van atmosferische beelden als van helderde redactionele illustraties of vormexperimenten. Meer informatie over Luuk van Zon is te vinden op zijn website.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal Proza

De Nieuwe Lichting: Jelle Dehaes

Door Jelle Dehaes

De Optimist vroeg de nieuwe lichting afgestudeerden van schrijfopleidingen in Nederland en Vlaanderen om hun eindwerk in te sturen. In DE NIEUWE LICHTING presenteren wij fragmenten uit dat werk en stellen wij de schrijvers van de toekomst voor. Vandaag is het de beurt aan Jelle Dehaes! Jelle werkte de afgelopen jaren aan de SchrijversAcademie in Antwerpen aan een […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper