Proza

De dubbelgevouwen vrouw

Door Marloes van der Singel | beeld: Brenda van Laarhoven
26 januari 2019

Eerst dacht ze dat hij in slaap gevallen was in zijn luie stoel, zoals wel vaker gebeurde. Hij had de afstandsbediening in zijn hand en op het rooktafeltje walmde zijn pijp na. De felicitatiekaarten voor hun gouden huwelijk stonden naast elkaar op de schouw. Ze hadden een mooi feest gehad in ’t Buurthuus en waren allebei zelfs een beetje aangeschoten geweest.
   Voor ze de dokter belde liet ze haar hand in die van hem glijden, zoals ze dat ontelbare keren had gedaan. Ze schrok ervan hoe koud die al was. Zijn handen waren altijd warm geweest, in tegenstelling tot de hare. In haar hoofd vormde zich een aaneenschakeling van momenten waarin hij haar handen in de zijne had genomen om ze te verwarmen. De klok sloeg zijn uren en onderbrak haar gemijmer. Een half uur later liet ze de dokter binnen.

De begrafenis was kort en sober. Hij hield niet van onnodige poespas. De kinderen hadden nu allemaal hun eigen gezin en woonden verspreid over het land. Niemand had gehuild. Emoties uitte je achter gesloten deuren, als je ze al uitte. Tijdens het wegdragen van de kist had ze heel even iets in haar binnenste voelen opborrelen. Ze maakte een vuist en duwde haar nagels hard in haar handpalm tot het gevoel weer over was.
   Ooit zag ze een film waarin een vrouw zich gillend op de kist geworpen had. Even stelde ze zich voor dat zij dat nu zou doen en ze schudde haar hoofd om de gedachte kwijt te raken.
   Na de dienst had ze steeds het gevoel dat de cake in haar keel bleef plakken. Ze brandde haar tong aan de te hete koffie om de cake weg te spoelen, maar het gevoel bleef.

De dag na de begrafenis stond ze in het stille huis naar zijn stoel te staren. De afdruk van zijn zitvlak stond voor eeuwig in het kussen. De leegte die ze voelde was zo overweldigend dat ze dacht dat ze er door verzwolgen zou worden en simpelweg op zou houden te bestaan.
   Ze wilde zijn pijp oppakken om de geur van zijn tabak in te ademen, maar stootte daarbij het geopende doosje lucifers van het tafeltje. De stokjes vielen eruit en lagen verspreid als mikado over het Perzisch tapijt. Ze zuchtte en boog zich voorover om ze een voor een op te pakken.
   Toen ze weer overeind kwam voelde ze zich op een vreemde manier lichter. Ze realiseerde zich dat ze voor het eerst een moment niet aan hem had gedacht, en dat de pijn van het gemis voor heel even werd overstemd door een zeurende pijn in haar rug. Met het doosje in haar hand keek ze weer naar de afdruk in de stoel. Plotseling gooide ze het doosje met een boog door de woonkamer. Een kort ogenblik regende het luciferstokjes. De rest van de dag stond ze voorovergebogen.

 

De volgende morgen deed haar lijf zeer en het kostte haar moeite om rechtop te staan. Ze gooide de pijp en lucifers in de vuilnisbak. En haalde ze er weer uit. Ze probeerde de krant te lezen maar de letters hadden geen betekenis. De ochtend sleepte zich voort en ze ijsbeerde door het huis. Voor de oude grootmoederkast bleef ze staan.
   De deuren gingen piepend open en ze pakte het tinnen kistje eruit waar zijn muntencollectie in zat. Met het kistje onder de arm liep ze naar de achtertuin. Ze deed een greep in het kistje en smeet een handvol muntjes de tuin in. Na een hand of tien was het leeg.
   Zodra ze zich dubbelvouwde en haar blik op de aarde en de grassprietjes richtte, vloeiden al haar gedachten weg. Ze begon muntjes te rapen. Pas toen de schemering inviel en ze de muntjes niet meer kon zien, kwam ze moeizaam overeind.

Ze belde de kringloop en liet het grootste gedeelte van de meubels ophalen. Twee jongens van begin twintig tilden de zware eiken eethoek, de kasten, de bank, het bed en de luie stoel een kleine vrachtwagen in. Waar de eettafel had gestaan zette ze de fruitmand neer en als ze ging eten dekte ze de grond. Dubbelgevouwen schoof ze gedachteloos aardappelen naar binnen. Op de plek van de bank legde ze kranten en boeken neer, die ze voorovergebogen las. Het matras lag in de hoek van de slaapkamer op de grond.

De herfst had inmiddels zijn intrede gedaan en het grootste gedeelte van haar dagen bracht ze buiten door, waar ze de gevallen bladeren opraapte en in vuilniszakken deed. Die bewaarde ze in haar schuurtje voor later. Haar eigen tuin voldeed inmiddels niet meer en ze schuifelde nu ook om haar huis heen. Ze raapte in de gemeentelijke groenstroken of trok het onkruid tussen de stoeptegels vandaan. De buren keken.

Eerst dacht ze dat ze het zich verbeeldde, maar na een poosje was het onmiskenbaar. Ze werd gestaag krommer en kon steeds minder overeind komen. Haar neus bevond zich nog maar een centimeter of tien van de grond. De kinderen hadden de dokter gebeld toen ze met kerst de vloer gedekt had voor een kerstdiner. Ze vond dat het er mooi uitzag.
   De dokter had aangegeven dat hij niets kon doen als zij dat niet wilde, tenzij ze een gevaar voor zichzelf of de omgeving was. Hij liet het nummer van een fysiotherapeut achter toen hij ging. Ze scheurde het papiertje in stukken en liet de snippers naar de vloer dwarrelen. Terwijl zij ze weer oppakte stonden de kinderen ongemakkelijk bij elkaar in de woonkamer. Ze bleven niet lang.

De jaren gingen voorbij en ze groeide langzaam vast. Soms riepen kinderen als ze voorbij fietsten, en gooiden ze afval naar haar toe, dat zij vervolgens opraapte.
   Ze stond minuscule grassprietjes tussen het grind naast haar huis vandaan te trekken toen er ineens een harig wezen in haar beperkte gezichtsveld kwam. Hij snuffelde met zijn natte neus aan de grindstenen en aan haar handen. Het kietelde en onwillekeurig moest ze glimlachen. Ze keek toe hoe de hond, een beagle zag ze nu, zijn neus tegen de grond drukte en elke vierkante centimeter grondig verkende, zonder zijn blik ook maar een moment op te richten.

Hij lijkt op mij, dacht ze verwonderd. Ze verwachtte elk moment een harde stem te horen die de hond gebood bij de baas te komen maar er kwam niets. Ze probeerde haar nek zo te draaien dat ze om zich heen kon kijken naar een baasje, maar er leek, behalve de hond, niemand in de buurt te zijn. Toen ze een uur later door de schuttingdeur haar achtertuin inliep volgde de hond haar mee de tuin en haar huis in, alsof hij nooit anders had gedaan. Die avond zette ze ook een bordje voor de hond op de grond en toen ze op het matras ging liggen, krulde hij zich op aan het voeteneinde en legde zijn hoofd op zijn voorpoten. Voor het eerst in jaren viel ze in een diepe, rustige slaap.

Ze spendeerden hele dagen samen aan het afspeuren van de aarde. Hij scharrelde rustig om haar heen terwijl ze blaadjes, grassprietjes of snippertjes van de grond pakte. Soms bracht hij haar iets, een bijzonder groot blad of een steen. Hij leek in de veronderstelling dat ze ergens naar op zoek was en wilde kennelijk helpen.
   Waar passanten eerder hun blik hadden afgewend, bleven ze nu soms even staan om de hond te aaien en een beleefd praatje te maken. Hoewel ze tijdens deze gesprekjes enkel naar hun schoenen kon kijken, merkte ze dat ze het contact niet ongemakkelijk vond. Bepaald schoeisel kwam elke dag langs, zoals de versleten sneakers, de orthopedische schoenen en de groene rubberen laarzen. Op die laatste verheugde ze zich soms zelfs een beetje.

Ze slurpte net het laatste bodempje thee door een rietje naar binnen toen de deurbel ging. Met gefronste wenkbrauwen schuifelde ze naar de deur. Er belde nooit iemand bij haar aan. Met enige moeite kreeg ze de deur open. Spinrag kleefde aan haar handen. Voor haar deur lag een langwerpig pakket op de grond. Daarachter stonden de groene rubberen laarzen. De hond drong langs haar naar buiten en snuffelde er enthousiast aan.
   Toen ze het pakket uitpakte duurde het even voor ze doorhad wat er in zat.

Er lag rijp op het gras van het weiland waar ze in stond, samen met de hond en de man die bij de groene laarzen hoorde. Hij had haar uitgelegd hoe het apparaat werkte, maar ze had hem gevraagd het te bedienen. Hij bewoog de metaaldetector langzaam heen en weer boven de grond. Na enige tijd klonk er ineens een piepend geluid. De man overhandigde haar een klein handschepje. Met bonzend hart duwde ze het schepje in de harde aarde op de plek die hij aanwees. De hond drukte zijn neus in het witte gras en begon ook te graven. Al gauw kwam er een roestig hoefijzer tevoorschijn. De man knielde naast haar in het gras om het beter te bekijken. Hij haalde een plastic tasje tevoorschijn waar hij het in deed. Terwijl het gras langzaam weer groen werd in de ochtendzon, speurden ze met zijn drieën het weiland af.

De vacht van de hond werd grijzer, zij werd nog iets krommer. De seizoenen wisselden elkaar af. Een paar keer per week dwaalden ze door de landerijen met de gelaarsde man, op zoek naar verborgen schatten. Soms spraken ze over de dingen die ze zelf verloren hadden. Meestal zeiden ze niets.
   Gaandeweg werd de drang om continu te rapen steeds iets minder groot. De kinderen kwamen zo nu en dan weer langs. De kerstpicknick was inmiddels een eigenzinnige familietraditie geworden. Naderhand, als de kinderen weg waren en het huis weer stil was, op het snurken van de hond na, rookte ze zijn pijp en speelde met het luciferdoosje. Heel af en toe regende het luciferstokjes.

Over de auteur

Marloes van der Singel (1982) schrijft columns over alledaagse dingen en korte verhalen die, op een of andere manier, vaak over de dood gaan. Dat is gezelliger dan het klinkt en ze wil deze verhalen ooit misschien in een bundel uitgeven. Eerder publiceerde zij in tijdschrift Op Ruwe Planken en tijdschrift Ei. Als ze niet schrijft maakt ze graag grote abstracte schilderijen terwijl ze liedjes zingt. Lezen waar ze dan ondertussen over mijmert kan op Zie moessiesmusings.com.

Over de illustrator

Brenda van Laarhoven houdt van verhalen vertellen door middel van illustratie en animatie. Ze studeert momenteel aan de HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) en is woonachtig in Amsterdam. Meer van haar werk is te vinden op brendavanlaarhoven.nl en Instagram.

Lees meer uit de categorie Proza

Stijlestafette: Zwart-wit

Door Sytske van Koeveringe

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven. Voor de een begint de nacht en voor de ander eindigt hij zoals die man die nu voorbijfietst: een massieve bureaulamp in de ene, het stuur vasthoudend met de andere hand. Naar huis, slapen, die […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper