Interview

Maxime Garcia Diaz: ‘Als dichter voel ik me vloeibaar’

Door Sophie Kok | beeld: Martien Bos
25 januari 2019

‘Poëzie biedt weerstand aan een maatschappij die de dingen alleen bestaansrecht geeft als zij productief, nuttig, winstgevend zijn op een kwantitatief meetbare manier.’ Maxime Garcia Diaz stond in 2017 in de top 100 van de Turing Gedichtenwedstrijd, toerde in 2018 samen met 19 andere podiumdichters met de Poëziebus door Nederland en Vlaanderen en publiceerde gedichten op onder andere Samplekanon. Dit jaar is ze een van de 8 finalisten van het NK Poetry Slam. 

Hoe/waar ben je in aanraking gekomen met poetry slam en hoe kwam je erbij hier zelf aan mee te gaan doen?
Als tiener keek ik video’s van slam poems op het Youtube-kanaal Button Poetry. Op de universiteit organiseerde ik samen met Isa Altink penny dreadful, een platform met open mic avonden voor onszelf en onze studiegenoten. Optreden voor elkaar zagen we als de beste of makkelijkste manier om ons schrijven te delen, en zo werden we allemaal per ongeluk een beetje podiumdichters. Geleidelijk ging ik ook buiten onze eigen avonden optreden, en het werd steeds leuker. Toen belandde ik een keer in Café Festina Lente, gewoon om te kijken naar de poetry slam daar. Maar ze hadden weinig deelnemers die avond dus ik gaf me last minute op. Ik hou van optreden, want naast schrijven hou ik ook van theater en performance. Ik vind slams nog steeds best wel verschrikkelijk, maar ook stimulerend op een bepaalde manier. Het is fijn dat je altijd verzekerd bent van feedback, van het publiek en/of de jury, terwijl je bij gewone optredens soms geen idee hebt hoe het is aangekomen.

Hoe zou je je werk/stijl typeren? Wat zijn terugkerende thema’s bijvoorbeeld?
Ik weet het ook niet zo goed. Ik ben geïnteresseerd in het lichaam, feminisme en femininiteit, het internet, de tijdsgeest of zo, en identiteit. Hoe je van een rommel vlees en bloed en wauwelige gedachten tot een ‘echt mens’, een compleet persoon, een zelf, een iets wordt. Op slams doe ik vaak meer politieke teksten, maar het meeste van mijn werk is altijd narcistisch en navelstaarderig geweest: zo van, mijn zelf zit in de knoop en ik ben geobsedeerd met die knoop. Ik hou ook wel van absurditeit, fantasie. Ik schrijf niet zozeer met een coherente betekenis als einddoel. Van sommige gedichten weet ik zelf ook niet precies waarover het gaat, en dat vind ik fijn. Ik denk dat ik in poëzie een andere manier van communicatie vind, eentje die niet duidelijk en rechtlijnig informatie over hoeft te brengen, die niet productief en efficiënt hoeft te zijn, maar op een vage, associatieve, omslachtige manier iets mag zeggen. Poëzie die eerder interessant, aesthetically pleasing, en/of nutteloos is. Op die manier biedt poëzie weerstand aan een maatschappij die de dingen alleen bestaansrecht geeft als zij productief, nuttig, winstgevend zijn op een kwantitatief meetbare manier. Als dichter voel ik me vloeibaar, volgens mij heb ik nog niet één duidelijke eigen stem gevonden. Ik wil geloof ik het liefst meerdere stemmen, die allemaal evenveel van mij zijn.

Schrijf je je teksten met het podium in gedachten? (Schrijf je aparte teksten voor op papier en voor op het podium? En zo ja, wat is het verschil?)
Sommige gedichten wonen op papier en sommige op het podium. Dat is niet een zwart-witte binaire verhouding. Ik schrijf wel bewust voor papier, de laatste tijd schrijf ik dingen waarvan ik niet eens weet hoe ik ze zou moeten voordragen. Ik kan niet echt expres voor het podium schrijven. Ik kan wel voor ritme en muzikaliteit schrijven, maar ik moet het publiek en zo wegdenken, anders lukt het niet. Als ik een gedicht de hele tijd hardop voor mezelf wil voorlezen, dan weet ik dat het op een podium hoort.

Waar haal je inspiratie vandaan?
De random article functie op Wikipedia. Samen met andere dichters zijn, en dat dan dat irritante sfeertje ontstaat waarbij iedereen de hele tijd zegt, ‘oooh, dat is echt een mooie zin. En lezen, vooral lezen, veel lezen.

Hoe ga je om met plankenkoorts? Of ben je een podiumbeest in hart en nieren?
Ik rook en stresskak veel. Heel slecht, dus. Ik heb geen plankenkoorts als ik gewoon optreed, maar bij slams word ik helemaal gek. Ik ben wel een soort podiumbeest hoor, maar dan wel een soort kat die op willekeurige momenten ineens opschrikt en heel hard weg rent.

Wanneer noem je je eigen optreden geslaagd?
Als het leuk was en gezellig met het publiek, en ik me prettig voelde en niet zo het gevoel had dat al mijn ledematen op de verkeerde plek zaten. Als ik me een beetje licht voelde op het podium.

Hoe ga je je voorbereiden op de finale van 2 februari? (Zit er een bepaalde opbouw in je set? En hoe bereid je een finalebattle voor?)
Ik weet wat ik wil doen en dat ga ik oefenen. In verband met de bovengenoemde plankenkoorts, ga ik vooral vaak bedenken dat competitie een beetje onzin is, en dat je uiteindelijk alleen zelf kan bepalen of je de dichter bent die je wilt zijn, niemand anders.

Tegen/ met wie zou je het liefst in de finalebattle van het NK Poetry Slam terechtkomen?
Ze is er niet, maar ik moet haar noemen: Stella Legioen, 4ever & always. In een alternatief universum waren wij kamergenoten in de psychiatrische inrichting. ☿

Wat zijn je ambities op schrijf- en optreedgebied?
In de herfst wil ik me aanmelden voor creative writing MFA’s in de Verenigde Staten, met Engelstalig werk. Ik wil meer experimenteren met meertaligheid, en het mengen van genres; tekst combineren met visuele media, vooral video. Ik heb dit jaar bijvoorbeeld meegewerkt aan een korte film van één van mijn beste vrienden, Radio Voorwaarts, waarin ik in een scène een gedicht voordraag. Dat was echt heel, heel leuk. Ik wil ook meer experimenteren met optreden: andere media in optredens betrekken, nadenken over hoe je de tijd op het podium echt kan invullen als een gehele performance. En meer bezig zijn met fysieke objecten maken van teksten. Ik wil heel graag ooit een bundel uitgeven, maar eerst wil ik iets kleiners maken, een zine of zo.

Als je een (literair) voorbeeld zou mogen uitkiezen dat jou een jaar zou coachen, wie zou je dan kiezen?
Ik heb geen idee. No gods no masters no coaches!

Mocht er nog eens een Nobelprijs voor de literatuur uitgereikt worden, wie zou hem dan moeten winnen?
Salman Rushdie ♡

Hoe ziet je dagelijkse leven eruit, waar hou je je (verder) allemaal mee bezig?
Ik studeer Cultural Analysis in Amsterdam, dus ik schrijf en lees vage papers over rare dingen. Ik ben betrokken bij Humanities Rally, een actiegroep aan de UvA die strijdt tegen de bezuinigingen in het onderwijs en vóór een democratische, gedekoloniseerde universiteit. En verder zit ik in het team van Versal, een Engelstalig literair tijdschrift; ik help vooral mee met het ‘live journal’ dat zij organiseren in Amsterdam, VERSO /. Met dat soort dingen hou ik me bezig. Ik heb net een hele drukke periode gehad, dus op dit moment doe ik naast schrijven en studeren vooral zo min mogelijk.

Wat is de leukste reactie die je naar aanleiding van een optreden hebt gekregen van een jurylid of iemand uit het publiek?
Soms gebruik ik als bio de eerste zinnen van de Wikipedia-pagina van kwik, een vloeibaar metaal dat vroeger werd gebruikt in thermometers. Niemand heeft me ooit gevraagd waarom, maar één keer zei een jurylid dat hij het wel snapte, en noemde me toen een soort ‘thermometer van de tijdsgeest’. Dat vond ik heel erg leuk.

Als je jezelf als slammer in één van je eigen dichtregels zou moeten samenvatten, welke zou dat dan zijn?


‘Er is altijd een meisje dat stuiptrekt.’

 

Over de auteur

Sophie Kok is redacteur bij De Optimist.

Over de illustrator

Martien Bos is naast freelance tekstschrijver ook illustrator voor diverse tijdschriften, kranten en uitgeverijen in binnen- en buitenland. Hij tekende onder andere voor De Optimist, NRC Handelsblad, VPRO, De Standaard, uitgeverij Boom en Athenaeum–Polak & Van Gennep. Zie martienbos.com.

Lees meer van

Ivan Words: ‘Ik wil me vooral druk maken over de dingen waarop ik direct invloed heb’

Door Sophie Kok

Zijn teksten zijn ritmisch, rauw, poëtisch, (maatschappij)kritisch, speels, eerlijk en vol zelfreflectie. De achtste en laatste finalist die we aan jullie voorstellen is Ivan Words. Hij is co-founder van het spoken word platform ‘Spoken World’, was een aantal keer huisdichter voor radio FUNX en spreker bij TEDx. Behalve als spoken word artiest is Ivan actief als […]

Lees meer uit de categorie Interview

Spiegel van Spinoza

Door Ruben Hofma

Lucas Hirsch, in de poëziewereld bekend als dichter en organisator, heeft vorig jaar een spiegel van het merk Spinoza gecreëerd met zijn derde dichtbundel, Dolhuis. De bundel toont de mentaliteit van ‘het volk’; de ongelijke behandeling van personen en groepen, de verbale en non-verbale ongegeneerdheid. De bundel is opvallend, want niet geromantiseerd, glashelder en daardoor […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper