Proza

Tiewrap

Door Pieter Drift | beeld: Charlotte Peys
3 februari 2019

Die ene keer dat Simon zijn hand op mijn billen legde, hoopte ik nog dat het per ongeluk was. Sommige dingen wil je gewoon niet, ze mogen niet gebeuren. Simon was veertien jaar en ik tweeëndertig. Door een enorme groeispurt waren zijn kleren allemaal net iets te klein. Versleten knieplekken zaten bij al zijn broeken net iets te hoog. Hij was naar mijn bureau gelopen terwijl ik mijn tas stond in te pakken om naar een ander lokaal te gaan. Vaak vroeg hij me na de les of ik het nog eens wilde uitleggen. Dit keer snapte hij niet waarom een grondgetal van een exponentiële functie geen nul kon zijn. Zo’n grondgetal kan nooit de bodem raken, grapte ik, en toen kwam dat moment.

De volgende les kwam hij weer naar me toe. Geen idee hoe ik moest reageren. Ik bleef voor de zekerheid op mijn stoel zitten. Hij kwam naast me staan en legde zijn boek open op mijn bureau. Bovenaan de linkerbladzijde was een piemel getekend. Ik deed net alsof ik het niet zag en bekeek de sommen op de pagina. Op mijn rug voelde ik zijn hand. Zijn vingers knepen een beetje en direct voelde ik mijn bh losschieten. Geschrokken keek ik naar Simon. Hij grijnsde naar me. Voordat ik iets kon bedenken, had hij zijn boek dichtgeklapt en het lokaal verlaten.
   Even speelde ik met de gedachte naar Arnout, de directeur van onze school, te gaan, maar het klonk te absurd. Jongen van veertien maakt bh in een handomdraai los. Ik zag het gezicht van Arnout al. Het voorval nestelde zich dan in zijn geheugen en dat kon hij elke keer weer oproepen als hij mij voorbij zag lopen. Nee, dank je.
   Laat ik maar direct zeggen dat Simon dood is. Met handen en voeten gebonden is hij gevonden onder de brug vlak bij school. In zijn jaszakken zaten stenen en om zijn middel was een linnen tasje gebonden, gevuld met hamers, tangen en ander zwaar gereedschap. Alsof de hele gereedschapskist erin geleegd was. Hij was geen makkelijke jongen, maar dit… Niemand had Simons dood zien aankomen.

De geur van verbrande aardappelen prikkelt mijn neus. Ik schiet omhoog, ren naar de keuken en haal het deksel van de pan. Vier stukken aardappel zitten vastgekoekt aan de bodem. Ik vul snel een theekopje en het gooi water op de aardappelen. Een sissend geluid komt met veel stoom uit de pan.
   Al drie weken zit ik thuis. Burn-out, volgens de huisarts. Ik giet het water weg, maak de aardappelen met een mes los en schuif ze op mijn ontbijtbord van vanmorgen. Op de bodem van de pan blijven vier bruine plekken met een geel dakje zitten. Ik zet de afzuigkap aan en zet alle ramen open. De stank verdwijnt snel. Ik proef een stukje van een aardappel waar op het oog niets aan te zien is, maar dat desondanks verbrand smaakt.
   Ik open de vuilnisbak en spuug het stukje aardappel uit. Het bord houd ik schuin boven de afvalbak. Ik spoel mijn mond en spuug het water met kracht uit. De smaak blijft.

Twee dagen voordat ik de ziektewet in ging was Simon absent. Ik herinner me die ochtend nog. In het begin geloofde ik het niet, ik vreesde dat hij halverwege alsnog zou binnenkomen, dat hij even achter me langs zou lopen en zijn vingers over mijn rug zou laten gaan.
   Die dag gebeurde dit alles niet. Simon kwam niet opdagen. Na de les, waarin niets gebeurd was, stortte ik in. Ik kon niet meer ophouden met huilen. Zo had mijn wereld eruitgezien voordat Simon mijn leven was binnengetreden.
   Ik had het geluk dat het mijn laatste les was die dag, anders had ik niet geweten wat ik had moeten doen. Ik maakte mijn gezicht nat bij de wastafel in de toiletruimte en hield mijn polsen een minuut onder de kraan. In een rustig lichaam heeft het hart één minuut nodig om het bloed door het lichaam te pompen. Nu wist ik zeker dat al mijn bloed langs het koude water was gegaan.
   Met een papieren handdoekje depte ik mijn gezicht en ik wilde teruggaan om mijn spullen op te halen. Op de gang kwam ik Arnout tegen. Vóór Simons handtastelijkheden was het me niet opgevallen, maar sindsdien voelde ik dat hij mij altijd taxeerde. Na een paar meter draaide ik me om en zag dat zijn ogen bezig waren mijn lichaam te scannen.

Op de eettafel ligt een opengescheurd zakje met tiewraps. Als reminder. Elke dag kijk ik ernaar. Simon deed wat in hem opkwam. Nooit stond hij stil bij de mogelijke consequenties, terwijl die mij juist altijd weerhouden.
   Direct nadat ik het zakje gekocht had, heb ik een tiewrap om mijn polsen vastgemaakt en met mijn tanden aangetrokken. Hierdoor weet ik dat het mogelijk is om jezelf vast te snoeren. Het kostte me best veel moeite om hem, met de schaar, weer los te krijgen. Met mijn vingers kon ik de schaar om de tiewrap plaatsen en met mijn kin duwde ik op het handvat. Het duurde langer dan ik dacht om mezelf te bevrijden. Ik begrijp niet dat hij niet bang was.

De ochtend na zijn onverwachte afwezigheid vond ik op school in mijn postvak een dikke envelop zonder afzender. Sommige details blijven je bij: ik weet nog dat ik hem met de punt van een geodriehoek op de vouw heb geopend, alleen op het laatst volgde de scheurlijn zijn eigen weg, wat bij mij een kleine ontevredenheid opriep.
   Ik herkende Simons handschrift. Zijn taal was vunzig en de dikte van de envelop werd vooral veroorzaakt door een dichtgevouwen tissue. Waarschijnlijk zag hij het als een goede grap. Na de eerste alinea stopte ik de brief terug in de envelop. Mijn vingers trilden. Ik zag hem al in het derde uur triomfantelijk binnenkomen. Nadat ik de brief in mijn tas had gestopt, kwam Trini van aardrijkskunde de lerarenkamer binnen. Toen ze me zag, schrok ze. Op advies van Trini ging ik direct naar huis. Rond half één ’s middags pakte ik de envelop uit mijn tas en las hem helemaal. De brief eindigde met het bericht dat hij om vijf uur met een touw om zijn voeten en een tiewrap om zijn polsen van de brug zou afspringen. Hij wilde weten of hij een grondgetal was.

Over de auteur

Pieter Drift (1967) ziet zichzelf als verhalenverteller. In 1991 studeerde hij af aan de Willem de Kooning Academie te Rotterdam die toen nog niet zo heette. Hij etst, tekent en schrijft. Zie pieterdrift.nl. Samen met Willem Jakobs vormt hij sinds 2012 een kunstenaarsduo. Zie jakobsdrift.nl. Naast een aantal boekjes in eigen beheer publiceerde hij bij Ambachtelijke Drukkerij & Uitgeverij Triona Pers in 2016 een gedichtenbundel onder de titel 'Alles is ijdelheid maar dat geeft niet'. Publicaties in Ballustrada, De Optimist, Ambrozijn, Op Ruwe Planken, Poëziepuntgl, Schrijven Magazine en Kladblok.

Over de illustrator

Charlotte Peys (°1987) trekt lijnen. Tussen gedachten, dingen en mensen. Tussen zichzelf en de wereld. Ze tekent omdat ze dan beter kan luisteren. In 2014 studeerde ze af als illustrator aan School of Arts (Gent). Voorheen studeerde ze cultuur- en maatschappijwetenschappen in Maastricht en behaalde ze de master culturele studies in Leuven. Meer van haar werk is te vinden op charlottepeys.be en Instagram.

Lees meer van

Vandaag niet en morgen niet en overmorgen niet

Door Pieter Drift

Straffer kan ze de koffie niet maken. De jongen op haar bank wil graag een espresso, maar zo’n apparaat heeft ze niet. Ze krabt aan de moedervlek op haar buik. Hoeveel schepjes had ze nou in het filter gedaan? Zeker het dubbele aantal. Zou het water nog wel door het filter gaan? ‘Wil je suiker?’ […]

Lees meer uit de categorie Proza

De dubbelgevouwen vrouw

Door Marloes van der Singel

Eerst dacht ze dat hij in slaap gevallen was in zijn luie stoel, zoals wel vaker gebeurde. Hij had de afstandsbediening in zijn hand en op het rooktafeltje walmde zijn pijp na. De felicitatiekaarten voor hun gouden huwelijk stonden naast elkaar op de schouw. Ze hadden een mooi feest gehad in ’t Buurthuus en waren […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper