<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>De Optimist &#187; Maarten van Riel</title>
	<atom:link href="http://www.deoptimist.net/author/mvr/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.deoptimist.net</link>
	<description>Digitaal cultureel magazine</description>
	<lastBuildDate>Fri, 03 Feb 2012 11:57:32 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Voor wie wat te relativeren heeft</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2011/04/voor-wie-wat-te-relativeren-heeft/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2011/04/voor-wie-wat-te-relativeren-heeft/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 28 Apr 2011 11:36:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten van Riel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essay]]></category>
		<category><![CDATA[Bloedlanden]]></category>
		<category><![CDATA[gruwelijkheden]]></category>
		<category><![CDATA[leed]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten van Riel]]></category>
		<category><![CDATA[relativeren]]></category>
		<category><![CDATA[Timothy Snyder]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=4457</guid>
		<description><![CDATA[Tekst: Maarten van Riel Onlangs sprak ik met een vriend op het terras over de gruwelijkheden die zich tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië hebben voltrokken. Net toen ik wilde vertellen over de moordpartij in Visegrad stond een vrouw op van de tafel naast ons. “Heren, zo is het wel mooi geweest.” Ze beende [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tekst: Maarten van Riel</strong></p>
<p><strong>Onlangs sprak ik met een vriend op het terras over de gruwelijkheden die zich tijdens de oorlog in het voormalige Joegoslavië hebben voltrokken. Net toen ik wilde vertellen over de moordpartij in Visegrad stond een vrouw op van de tafel naast ons. “Heren, zo is het wel mooi geweest.” Ze beende weg, met haar kopje koffie in de hand. Toegegeven, we hadden het op die maagdelijke lentedag ook over de nieuwe liefde van Tatjana of de danspasjes van Justin Bieber kunnen hebben. Maar stel dat we spraken over het boek <em>Bloedlanden</em> van de Amerikaanse historicus Timothy Snyder, dan was de dame nog sneller uitgeweken naar een ander terras, want Snyders boek is een opeenstapeling van gruwelijkheden. </strong></p>
<p>De reactie van de vrouw staat natuurlijk niet op zichzelf. Door de almaar doordenderende globalisering is het leven van de gemiddelde wereldburger aanzienlijk opgewaardeerd de laatste twee decennia. Niet alleen door welbekende <em>social media</em> krijgt iedere ziel op deze planeet een naam en gezicht (inclusief zijn of haar huisdieren), ook ‘de oude media’ (van <em>Hart van Nederland</em> tot <em>Pauw en Witteman</em>) leggen de nadruk op het individu. We worden daardoor in toenemende mate gevoelig voor andermans leed en relativeren lijkt een vies woord te zijn geworden. Steeds vaker krijg ik het gevoel dat we toe zijn aan een <em>reality check</em> &#8211; dat we gebeurtenissen plaatsen in de context van onze recente Europese geschiedenis. <em>Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin</em> vertelt enerzijds hoe veertien miljoen mensen in een tijdspanne van twaalf jaar zijn vermoord, anderzijds doet de auteur tevens een poging om dit leed (geheel in de tijdsgeest van nu) te duiden op individueel niveau. ‘Elk van de 681.692 mensen die tijdens Stalins Grote Terreur van 1937-1938 zijn geëxecuteerd, had een eigen levensverhaal: die laatste twee zouden Maria Juriewicz en haar man Stanislaw Wyganowski kunnen zijn, de man en vrouw die “onder de grond” verenigd werden’ schrijft Snyder. Het is een nobel streven, maar bovenal een immense opgave die niet genoegzaam blijkt te zijn.</p>
<p>Het uitgangspunt van Snyders <em>Bloedlanden</em> is simpel: een geologische afbakening van een groep landen (Polen, Oekraïne, Wit-Rusland en de Baltische Staten) waarvan de geschiedenis in drie tijdvakken wordt opgedeeld, te weten: de periode dat Stalins Sovjet-Unie en Hitlers Nazi-Duitsland opkomen (1933-1938), de gezamenlijke bezetting van Polen (1939-1941) en de oorlog tussen beide mogendheden (1941-1945). Wat meteen opvalt aan de met bloed doorweven openingskroniek van de Bloedlanden, is dat Sovjet- en nazimisdaden aan elkaar gewaagd waren &#8211; met als belangrijke kanttekening dat de Sovjetbeulen discreter te werk gingen dan hun Duitse collega`s. Met name het uithongeren van miljoenen Oekraïners tussen 1933 en 1936 toont aan hoe Stalins orders leidden tot een massaslachting die opvallend goed werd afgeschermd van de buitenwereld. Hitler, op dat moment een dictator in de dop, liet in diezelfde periode ‘slechts’ 267 mensen executeren. Maar ook in het tweede tijdvak (1939-1941) blijven de Sovjets onverminderd en bijna geruisloos mensen vermoorden.</p>
<p><em>Op een avond in februari 1940, bij een temperatuur van ongeveer 40 graden onder nul, werden `s nachts 139.794 mensen (Polen) onder bedreiging van een vuurwapen uit hun huis gehaald door de nkvd </em>(de veiligheidsdienst, mvr)<em> en op goederentreinen gezet, met als eindbestemming de speciale nederzettingen in de afgelegen Sovjetrepublieken Kazachstan en Siberië.</em> (…) <em>Alleen al tijdens de reis stierven zo’n vijfduizend mensen. </em></p>
<p>Het zeer efficiënte Sovjet-beleid geeft te denken over de Duitse <em>Gründlichkeit</em> waar men over pleegt te spreken. Maar de reden dat het naziregime doorgaans hoger wordt aangeslagen in zijn barbaarsheid (in Malapartes <em>Kaputt</em> wordt gesproken over een <em>krankes Volk</em>) ligt in het feit dat Hitlers beulen vanaf de invasie van Polen (september 1939) in een ongekend hoog tempo ontzettend veel mensen op de meest gruwelijke manier vermoordden. De <em>Einzatsgruppen</em>, ‘elite’ troepen van de ss die achter de frontlinie belast waren met het opruimen van ‘ongewenste elementen’, gingen op klaarlichte dag vaak als beesten tekeer. In minder dan zes maanden na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie (juni 1941) waren zo`n 1 miljoen Joden in het veroverde gebied vermoord. Contrasterend met de Sovjets, bleek discretie een <em>non existing </em>woord bij de slagers van het <em>Herrenvolk</em>.</p>
<p><em>…vervolgens dwongen de Duitsers en Letten op één enkele dag, 30 november 1941, ongeveer veertienduizend Joden om in rijen naar de executieplaatsen te lopen, waar ze naast elkaar in een kuil moesten gaan liggen en van bovenaf werden doodgeschoten. </em>(…)<em> “De eerste keer trilde mijn </em>(een Duitse soldaat, mvr)<em> hand een beetje als ik schoot, maar je raakt eraan gewend. Bij de tiende keer kon ik kalm richten en schoot ik met vaste hand op de vele vrouwen, kinderen en zuigelingen. Ik hield voor ogen dat ik thuis zelf twee kinderen heb en dat zij door deze horden op dezelfde manier behandeld zouden worden, zo niet tien keer erger.” </em></p>
<p>En zo wordt de lezer continue om de oren geslagen met getallen en misselijkmakende details. Afgewisseld met (flinke stukken) politieke geschiedenis geeft dat een aardig inkijkje in hoe de <em>Bloedlanden</em> een speelbal werden van Stalins en Hitlers barbaarse machtshonger. Daarnaast trakteert de hoogleraar op een aantal sterke observaties: de meeste slachtoffers in de bloedlanden waren niet Joods; relatief weinig Joden zijn in de buurt van een gaskamer vermoord; Auschwitz is slechts een symbool van de Holocaust; het Sovjetsysteem was op zijn dodelijks in vredestijd; het lot van de veertien miljoen slachtoffers in de bloedlanden was geen gevolg van de ontmenselijking binnen de moderne samenleving, maar een gevolg van een agressieve confrontatie tussen twee misdadige regimes.<br />
<em>Bloedlanden</em> is een gedegen studie met een hoge informatiedichtheid, maar de vraag rijst voor wie dit boek bedoeld is. Voor ‘ingewijden’ brengt het boek weinig nieuws – Snyder vertelt dat ‘de overgrote meerderheid van de slachtoffers nooit in een concentratiekamp heeft gezeten’ en dat uithongeren en de kogels meer mensenlevens hebben gekost dan de gaskamers, maar dat zijn constateringen die iedere historicus bekend zijn &#8211; en voor ‘niet-ingewijden’ zijn sommige details in het boek simpelweg te stuitend; al beweer ik hier niet dat ‘ingewijden’ ongevoelig zijn voor het lezen van gruwelijkheden.</p>
<p><em>De staatspolitie voelde zich verplicht te noteren dat in Sovjet-Oekraïne gezinnen hun zwakste leden, meestal kinderen, doden en het vlees opeten. </em>(…)<em> Een moeder kookte haar zoon voor zichzelf en haar dochter. Een meisje van zes werd gered door haar familieleden; het laatste wat ze van haar vader had gezien was dat hij een mes stond te slijpen om haar te slachten. </em>(…)<em> Op een ochtend in het voorjaar lag, te midden van de stapels dode boeren op het marktplein van Charkov, een baby te zuigen aan de borst van zijn moeder, wier gezicht grijs en dood was. </em></p>
<p>Snyder heeft een bloederige geschiedenis gereconstrueerd met aandacht voor het individu. Maar ik geloof niet dat hij is geslaagd in zijn opzet. Het leed van 500 pagina`s <em>Bloedlanden</em> is onmeetbaar, wordt na verloop van tijd klinisch en overstijgt ieders voorstellingsvermogen. Verplicht bij het schrijven van zo`n bloederig epos is er aandacht voor het individu, maar ik kon dat onmogelijk met 14 miljoen vermenigvuldigen. Waardoor eens te meer de vraag rijst of een mens tragedies van deze omvang ooit kan duiden &#8211; misschien ligt in die onmogelijkheid wel een (gedeeltelijke) verklaring voor het hedendaagse ‘individu-leed-klimaat’.   </p>
<p>Wil men zich verdiepen in deze gierput van het mensdom dat volstaat het boek <em>an sich</em> niet. Om de omvang en het historisch kader van de tragedie beter te begrijpen zijn literatuur en cinema van essentieel belang. Met name de bestseller <em>Eeverything is Illuminated </em> van Jonathan Safran Foer uit 2002 (die   in 2005 verfilmd werd) werkt inzichtelijk omdat ook de voorgeschiedenis van een uit te moorden <em>sjtetl</em> in de Oekraïne op een sprookjesachtig manier wordt verteld. Samen met het omstreden werk <em>Les Bienveillantes</em> (<em>De Welwillenden</em>) van Jonathan Littell (2006), Vasili Grossmans <em>Life and Fate</em> (1960) en <em>Kaputt</em> (1944) van Curzio Malaparte ontstaat een brede context waardoor de materie inzichtelijk wordt gemaakt. Binnen die context is <em>Bloedlanden</em> een belangrijke toevoeging als historische naslagwerk.<br />
Volgens mij is het, in een tijd waarin we steeds meer begaan zijn met het lot van onze (Westerse) medemens, niet verkeerd om af en toe terug te blikken op het recente verleden van Europa – en dus te relativeren. Maar let wel, al met al zijn het doorgaans verontrustende boeken die men beter niet in een bedompte bui gaat lezen – en zeker niet bespreekt op een zonnig terras!    </p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-4459" title="Bloedlanden" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/Bloedlanden.jpg" alt="" width="181" height="278" /></p>
<p>Timothy Snyder – <em>Bloedlanden. Europa tussen Hitler en Stalin</em>.<br />
Uitgeverij Ambo|Amsterdam 2011<br />
Pagina`s: 639 <br />
Prijs: € 39,95<br />
ISBN: 9789026321207</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2011/04/voor-wie-wat-te-relativeren-heeft/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Gewijvengezeik</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2011/02/gewijvengezeik/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2011/02/gewijvengezeik/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 17 Feb 2011 14:05:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten van Riel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essay]]></category>
		<category><![CDATA[gewijvengezeik]]></category>
		<category><![CDATA[IJsland]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten van Riel]]></category>
		<category><![CDATA[Ronald Giphart]]></category>
		<category><![CDATA[zwanger]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=4087</guid>
		<description><![CDATA[Tekst: Maarten van Riel In de vorige eeuw waren Céline, Nabokov, Grass, Hilsenrath, Camus en Gogol niet meer dan onbekende namen voor mij. Op de boekenplank boven mijn bed prijkten slechts vijftien boeken die mijn goedkeuring konden wegdragen – hoofdzakelijk omdat ze gevuld waren met vieze praat. Uiteraard behoorden de boeken van Ronald Giphart (1965) [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tekst: Maarten van Riel</strong></p>
<p><strong>In de vorige eeuw waren Céline, Nabokov, Grass, Hilsenrath, Camus en Gogol niet meer dan onbekende namen<em> </em></strong><strong>voor mij. Op de boekenplank boven mijn bed prijkten slechts vijftien boeken die mijn goedkeuring konden wegdragen – hoofdzakelijk omdat ze gevuld waren met vieze praat. Uiteraard behoorden de boeken van Ronald Giphart (1965) tot het illustere gezelschap. Inmiddels hebben de plankjes plaatsgemaakt voor kasten, en is het aantal onbekende namen aanzienlijk teruggebracht. Weemoedig jeugdsentiment deed mij besluiten de nieuwe roman van Giphart te lezen. </strong></p>
<p><strong> </strong>Toegegeven, er was sprake van een valse start, want bij het aanschouwen van <em>IJsland</em> werd mijn leesplezier getemperd door de monsterlijk vormgegeven cover en de gifgroen gekleurde paginaranden. Toch heb ik het boek, waarin hoofdpersonage Giph zich tot ‘een oude vriend’ (zijn dagboek) wendt, een eerlijke kans gegeven. ‘In verloren tijden schreef ik je bijna dagelijks. Dat werd wekelijks werd maandelijks werd jaarlijks werd eeuwlijks. Ik kan daar slechts laffe, halfgelogen excuses voor bedenken. Te weinig tijd. Te veel sociale wurgcontracten. Te lang <em>on tour</em>. Tevreden met een geliefde, die allang niet meer mijn geliefde is. Tevreden met een nieuwe geliefde. Niets is voor altijd, alles voor nooit.’ In het relaas blikt de schrijver terug op een bewogen periode die tot eruptie komt op IJsland. Een land dat sinds de economische crisis synoniem staat voor malaise, faillissementen, <em>Ice Save</em> en Wouter Bos – verder dan dit reikt de geëngageerdheid van <em>IJsland</em> helaas niet.</p>
<p>De vertrouwelijke mededelingen van Giph worden door middel van tijdsprongen aan elkaar geweven zodat het dagboek (en de lezer) de context begrijpen van dit persoonlijke drama dat bedachtzaam wordt gedirigeerd door de auteur zelf. Giph is schrijver en per toeval onderdeel geworden van het succesvolle theatergezelschap Groep Smulders. Als ‘handelaren in humor’ moet bij Smulders alles worden omgezet in een lach: ‘Hoe is dit hilarisch te krijgen? Hoe krijg ik mensen aan het lachen? Hoe krijg ik mensen in godsnaam aan het lachen?’ Als de theatertour <em>Belachelijk</em> na 278 optredens ten einde is wordt de hele productie getrakteerd op een korte vakantie naar het vulkanisch eiland. Op een gepaste afstand blikt Giph terug op het melodrama dat de kern van het boek vormt: het op de klippen lopen van zijn negenjarige relatie met Samarinda en de nieuwe romance met een Friese schone en haar zwangere buik; het symbool van vruchtbaarheid dat op de cover prijkt, inclusief zwangere tiet. Ongecontroleerde vadergevoelens maken zich meester van Giph, al is het kind niet van hem. Het wordt allemaal wat problematisch (en gevoelig voor de weke lezers onder ons) als pasgeboren Bent en de Friese schone met spoed in het ziekenhuis worden opgenomen. Na wat dramatische scènes in het ziekenhuis en een toevallig weerzien met ex-vriendin Samarinda (‘Jezus Giph,’ riep ze, ‘ik wilde je het niet zeggen, maar verdomme, het is toch jouw kind niet?’ […] ‘Waarom sloof je je zo voor hem uit? Jij bent de vader niet, hoe erg je je best ook voor hem doet.’) lijkt aan alle ellende een einde te komen. Uiteindelijk vertoeven de twee Grote Liefdes van Giph veilig in zijn Utrechts appartement en vertrekt Giph met het theatergezelschap voor het korte verblijf in IJsland.</p>
<p>Zoals gezegd, IJsland staat synoniem voor malaise en faillissementen en het is dan ook geen toeval dat de auteur het verhaal daar naar een climax dirigeert waar verleden, heden en toekomst samenvallen. Alle dramatische ingrediënten ten spijt, het slot van <em>IJsland</em> is geenszins een schokkende episode. Het is hier dat de lezer aan de geloofwaardigheid van het verhaal kan tornen &#8211; geholpen door enkele slappe passages, zoals bij een nachtelijke ruzie in een IJslands hotel waarbij Giph zijn ruziënde vrienden tot bedaren probeert te brengen met: ‘Jongens, hou eens op!’ (…) ‘Kap nou toch eens met die onzin!’ (…) ‘Jongens! Niet doen!’</p>
<p>Verder is er niet zo veel te melden over <em>IJsland</em>. Natuurlijk, bij vlagen is Giphart ontwapenend en grappig. En ja, het verhaal leest lekker weg tijdens een treinrit of in een hotelkamer. Grootste pluspunt is evenwel dat de auteur zich heeft ingehouden met betrekking tot voedsel – na <em>Troost</em> (2005) een belangrijk onderwerp in zijn leven. Met <em>Troost</em> leek Giphart een andere literaire weg ingeslagen. ‘Tieten en neuken’ werden ingewisseld voor langdradige prietpraat over culinaire kunsten. Het was wel een meer serieuze roman, in het verlengde van zijn beste boek <em>Ik omhels je met duizend armen</em> waarin Giphart over de euthanasie van zijn moeder op een (authentiek) ontroerende manier verhaalt. Maar met <em>IJsland</em> is het hem niet gelukt deze lijn door te trekken. Goed, hij valt niet terug op ‘tieten en neuken’, maar het is bij vlagen Kluuniaans – vermakelijk, dramatisch leesvoer voor theemutsen. Misschien hoort het bij de aard van de man, maar voor een melodrama als <em>IJsland</em> ben ik niet gevoelig. Het enige wat me goed is bijgebleven, is het woord ‘gewijvengezeik’ dat tijdens een nachtelijke ruzie in een IJslandse hotelkamer valt. Gewijvengezeik. Een prachtig woord om een belangrijk deel van dit boek te duiden – het gezeik rondom Bent en zijn moeder. Vroeger las ik de boeken van Giphart met groot genoegen, maar nu ik enigszins tot wasdom ben gekomen – al verzet ik mij daar wekelijks tegen – blijkt dat zijn boeken niet meer aan mij zijn besteed. Giphart blijft gewoon Giphart. En daar is <em>an sich</em> helemaal niets mis mee.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2011/02/gewijvengezeik/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Waar ging het mis, Dimitri?</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2010/10/waar-ging-het-mis-dimitri/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2010/10/waar-ging-het-mis-dimitri/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 05 Oct 2010 09:27:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten van Riel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essay]]></category>
		<category><![CDATA[Dimitri Verhulst]]></category>
		<category><![CDATA[literatuurkritiek]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten van Riel]]></category>
		<category><![CDATA[roman]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=3113</guid>
		<description><![CDATA[Tekst: Maarten van Riel Dimitri Verhulst (1972), mijn literaire held der zuiderburen, schreef een nieuwe roman getiteld De laatste liefde van mijn moeder. De Groene Amsterdammer, Het Parool en de Volkskrant waren weinig enthousiast over het nieuwe boek. En dat is opvallend, want Verhulst is een gevierd schrijver die in 2009 de Libris Literatuur Prijs [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Tekst: Maarten van Riel</strong></p>
<p><strong>Dimitri Verhulst (1972), mijn literaire held der zuiderburen, schreef een nieuwe roman getiteld <em>De laatste liefde van mijn moeder</em></strong><strong>. <em>De Groene Amsterdammer</em></strong><strong>, <em>Het Parool</em></strong><strong> en <em>de Volkskrant</em></strong><strong> waren weinig enthousiast over het nieuwe boek. En dat is opvallend, want Verhulst is een gevierd schrijver die in 2009 de Libris Literatuur Prijs won voor <em>Godverdomse dagen op een godverdomse bol. </em></strong><strong>Dus rijst de vraag: waar ging het mis, Dimitri?</strong> <strong> </strong></p>
<p><strong>Wat er aan vooraf ging</strong><em><br />
‘Godverdomse dagen</em> is geen boek dat je zomaar naast je neerlegt. Verhulst laat op een bijzonder geestige manier geen spaander heel van de mensheid. Zijn formuleringen zijn wonderlijk, maar altijd welluidend, met evenveel dialectische als zelfverzonnen woorden.’ Zomaar een fragment uit het juryrapport van de Libris Literatuur Prijs, dat als een onvervalste lofzang klinkt. En terecht. Het boek beschrijft de geschiedenis van de mensheid (<em>`t</em>) in minder dan tweehonderd pagina`s, het blinkt uit in originaliteit en er wordt, zeker voor hedendaagse begrippen, een ongekende vertelkunst geëtaleerd alsof het kinderspel is.</p>
<p><em>&#8220;</em><em>Nooit meer oorlog, of op uw bakkes.<br />
Maar `t zingt niet. De prijs van een zak patatten is vervijftienvoudigd, `t moet stevige benen hebben om aan te schuiven in de lange rijen voor een kommetje volkssoep van de overheid. Alle paarden zijn overhoop gebombardeerd met achttienponders of heimelijk geslacht, de karren worden voortaan getrokken door de weinige koeien die nog niet zijn opgeëist.<br />
`t Zou nu weer de fabriek in willen, maar ze staat niet meer overeind.<br />
Begrafenisondernemer is een schone stiel.<br />
En de bevolkingsteller, die staat, ding dong, ding dong, op twee miljard. `t Verstaat er niks meer van. Waar blijft dat volk toch vandaan komen? Alsof `t daarnet met elkaar in één groot beddenbak heeft liggen vozen.&#8221;</em></p>
<p>Het boek staat in verschillende opzichten haaks op het boek dat hij in 2006 schreef en waarmee hij zijn naam definitief vestigde in het land der letteren: <em>De helaasheid der dingen</em>. Een tragikomische terugblik op Verhulst`s eigen jeugd met Vlaanderen als onovertroffen decor van treurigheid. Het aandoenlijke verhaal met ‘Jamberiaanse’ taferelen deed mijn voorliefde voor dit deel van het versnipperende België verder aanwakkeren. <em>De helaasheid der dingen</em> smaakte naar meer en bracht mij bij de parel uit Verhulst`s oeuvre; <em>Mevrouw Verona daalt de heuvel af</em>. Hoewel het verhaal amper 100 pagina`s telt maakt de sprookjesachtige vertelling indruk. Verhulst toont zijn tedere kant door op ontroerende wijze de lijdensweg van mevrouw Verona te vertellen in een fabelachtig dorp waar een koe tot burgemeester wordt benoemd….</p>
<p><em>&#8220;</em><em>Keren we terug naar die koude februaridag, dan zien we Mevrouw Verona nog steeds beneden in de vallei, gezeten op een bankje dat de gemeente daar ten behoeve van uitgeputte wandelaars had geplaatst, de hond in blind vertrouwen aan haar voeten.</em> <em> De sneeuw is begonnen de wereld te witten, een oefening in verdwijnen. Want alle wat zich nu gewillig laat bedekken door dat wit zal ze nooit meer terugzien.&#8221; </em></p>
<p>Een groots verteltalent dus, die Dimitri. Maar zelfs mijn voorliefde voor zijn boeken en de vooringenomen mening die daaruit voortkomt, konden niet verbloemen dat ook ik zijn nieuwste vertelling geen apotheose van het nieuwe literaire seizoen vind.</p>
<p><strong>Waar het mis ging.</strong><br />
Laat ik beginnen met wat er wel positief is aan <em>De laatste liefde van mijn moeder</em>. Ten eerste: het decor. Vlaanderen in de mythische jaren tachtig toen de wereld nog in Koude Oorlog was, McDonald’s nog een restaurant was en een vakantie naar `t Zwarte Woud nog een zomervakantie heette. Ten tweede: de karakters. Jimmy, zijn moeder Martine Withofs en haar nieuwe (zevenentwintigjarige) vlam Wannes worden evenwichtig geportretteerd. En als laatste: de schrijfstijl….</p>
<p><em>&#8220;Alsof zijn sluitspier was opgelost in runderbouillon gutste waterachtige drab uit hem, gevolgd door pijnlijke momenten waarop hij aandrang voelde om nog meer stoelgang te maken maar waarop gewoon niks mee kwam. Kokhalzen met de anus, met dat beeld moest het gevoel aan een huisarts te beschrijven zijn.</em> […] <em>De sla, dat is waar, die was een beetje tegengevallen en ervaren reizigers beaamden dat: Duitsers konden geen salades bereiden! Bizar genoeg bleven ze het koppig proberen en schotelde de restaurants je `r altijd een bord van voor. Verbazend voor een volk dat ooit voor een vegetariër de rechterarm had gestrekt</em>.&#8221;</p>
<p>Humor en Dimitri zijn onafscheidelijk, maar in dit boek grossiert hij er duidelijk niet in. Dat is natuurlijk geen reden om het teleurstellend te vinden. Veel meer komt die constatering voort uit de lengte van het boek. Het boek telt 230 pagina&#8217;s, en om een dergelijk aantal blaadjes te vullen moet Dimitri wel een grandioos verhaal te vertellen hebben gezien het feit dat hij de geschiedenis van <em>`t</em> mensdom op minder dan 200 pagina&#8217;s uiteenzette. Het verhaal is, mede door de lengte, te lang stuurloos. De lezer weet eigenlijk niet zo goed waar de vakantie naar het Zwarte Woud van het nieuwbakken familie Withofs toe zal leiden. Om het verhaal meer body te geven (alsof Verhulst 230 pagina`s vol moest lullen) passeren zeer regelmatig lange opsommingen. Evenwel een kenmerk van Dimitri, maar, u raadt het al, het zijn er te veel. Voorbeeld:</p>
<p><em>&#8220;Haar hele karakter was gebouwd op schaamte. Schaamte om haar afkomst, haar kleurloosheid, om haar zielenpoten van ouders, om haar diploma naad en snit, om haar miezerige baantjes, om haar zuipende echtgenoot, haar ongewenste kind, haar kop vol builen en blutsen, haar stukgeslagen meubilair, haar uitdijende lichaam, de treurige huurhuisjes die ze zich maar net kon veroorloven, de muizen die daar introkken…&#8221;</em></p>
<p>Hier, op pagina 32, staat iets dat eigenlijk de rode draad van het verhaal zou kunnen vormen. Jimmy is ongewenst. Deze constatering komt verder niet aan bod. Er is vooral aandacht voor het nieuwe geluk van Martine &#8211; die gewoon lijkt te houden van haar kind. Dat Wannes Jimmy als een bastaard ziet is overduidelijk. Dimitri laat hem dan ook groeien in zijn rol als beul. Wanneer blijkt dat Wannes zijn ‘tweedehands’ Martine heeft bezwangerd ziet hij zijn kans schoon om de bastaard kwijt te raken. Martine en haar ware levensgeluk – ze heeft van Wannes een parfum gekregen &#8211; kiest voor de vader van haar liefdesbaby. Bij terugkomst van vakantie wordt de elfjarige Jimmy op straat gezet en met een koffertje naar zijn zuipende vader gestuurd.  Een zuipende papa en een jong jochie, dat brengt ons bij <em>De helaasheid der dingen</em>… Maar is Martine dan de moeder van Dimitri Verhulst? Neen, beweert de auteur zelf. Er zijn wel gelijkenissen, maar die zijn onoverkomelijk in de literatuur – dat is immers een afspiegeling van de werkelijkheid. <em>De laatste liefde van mijn moeder</em> is dus eigenlijk de roman die voorafgaat aan <em>De helaasheid der dingen</em>. Maar gezien het enorme succes van <em>Godverdomse dagen</em> is het een vreemde keuze om weer over die vergalde jeugd te beginnen (Dimitri zelf over die keuze: ‘Als ik slim was geweest, had ik er tien jaar mee gewacht. Maar ik ben niet slim. Ik dacht: ik heb stilistisch en mentaal de maturiteit bereikt om dit boek nu te schrijven.’). Commercieel gezien is het natuurlijk een gouden zet. Veel lezers hebben goede herinneringen aan de perikelen in Reetveerdegem (denk aan het Tour de France drankspel van <em>nonkel</em> Potrel), door het boek of de verfilming ervan. Maar u bent gewaarschuwd: de jaren die daar aan voorafgingen waren weinig spectaculair en de vertelling is langdradig.</p>
<p>Een boek kan tegenvallen, dat is niet meer dan menselijk. Er zijn maar weinig schrijvers die de recensenten tot constante lofzangen weten te dwingen. Dat de recensenten onverbiddelijk zijn nadat je een literaire prijs hebt gewonnen, is niet meer dan logisch. Maar misschien zijn we dit keer wat te hard voor de betreffende schrijver. <em>Godverdomse dagen</em> is een compleet ander boek dan <em>De laatste liefde van mijn moeder</em>, en ik heb dan ook het sterke vermoeden dat er een therapeutische werking van uitgaat. Even voor de goede orde, het is geen <em>slecht</em> boek – al is dat belachelijke parfumflesje op de cover wel een gruwel – maar Dimitri kan veel beter (zoals <em>Het Parool</em> al schreef). Hebt u het boek toch gelezen en wilt u de nare smaak wegspoelen, dan raad ik <em>Mevrouw Verona</em> aan. En als die honderd pagina`s u niet hebben kunnen bevredigen, dan is <em>Problemski Hotel</em> ook een zeer aandoenlijke en confronterende vertelling waarin Dimitri vlijmscherpe observaties doet in een asielzoekerscentrum te Arendonk. Ondertussen wacht ik geduldig op zijn nieuwe boek en troost mij met de gedachte dat het <em>De laatste liefde</em> zal overtreffen. Dat mag geen moeilijke opgave heten….</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2010/10/waar-ging-het-mis-dimitri/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hitler was een Oostenrijker.</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2010/06/hitler-was-een-oostenrijker/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2010/06/hitler-was-een-oostenrijker/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 28 Jun 2010 22:07:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten van Riel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essay]]></category>
		<category><![CDATA[Adolf Eichmann]]></category>
		<category><![CDATA[Danibal]]></category>
		<category><![CDATA[Ernst Kaltenbrunner]]></category>
		<category><![CDATA[Fleur de Weerd]]></category>
		<category><![CDATA[Hitler]]></category>
		<category><![CDATA[Kurt Waldheim]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten van Riel]]></category>
		<category><![CDATA[Oostenrijk]]></category>
		<category><![CDATA[Seyss-Inquart]]></category>
		<category><![CDATA[Tweede Wereldoorlog]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=2502</guid>
		<description><![CDATA[Tekst: Fleur de Weerd &#38; Maarten van Riel Beeld: Danibal Volgens een recente studie in opdracht van het Comité 4&#38;5 mei heeft negentig procent van de Nederlanders zich verzoend met ‘de Duitsers’. Precies zeventig jaar na de destructieve wereldoorlog lijken de meeste wonden dus geheeld. Maar, zo rijst de vraag, waarom moesten we ons eigenlijk [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tekst: Fleur de Weerd &amp; Maarten van Riel<br />
Beeld: Danibal</p>
<p><strong>Volgens een recente studie in opdracht van het Comité 4&amp;5 mei</strong> <strong>heeft negentig procent van de Nederlanders zich verzoend met ‘de Duitsers’. Precies zeventig jaar na de destructieve wereldoorlog lijken de meeste wonden dus geheeld. Maar, zo rijst de vraag, waarom moesten we ons eigenlijk verzoenen met ‘de Duitsers’ en niet met ‘de Oostenrijkers’? In het debat over boete en schuld aangaande de verschrikkingen van de oorlog blijft de Alpenrepubliek opvallend genoeg buiten schot. Om het geheugen even op te frissen: Hitler was een Oostenrijker. </strong></p>
<p><strong><em>Nie wieder Krieg. Nie wieder Auschwitz.</em></strong><br />
De gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog liggen nog immer als een roetlaag over Duitsland. Met name de systematische moord op de Europese Joden is een onuitwisbare schandvlek op de Duitse geschiedenis gebleken. Nobelprijswinnaar Günter Grass stelde in 1989 dat de Duitse schuld een ‘niet weg te praten bezinksel’ is waarvoor de natie zich voorgoed zal blijven schamen. Ruim twintig jaar later klopt Grass` veronderstelling nog steeds: Duitsland is als natie schuldbewust, maar ook individuele Duitsers (zelfs diegene die vijftig jaar na de bevrijding van Auschwitz zijn geboren) leven met een schuldbesef en worden in hun eigen geschiedenislessen weggezet als de <em>bad guys</em> van Europa. Dit is niet zonder gevolgen, en ‘de Duitsers’ proberen dan al decennia lang hun imago op te poetsen. Op politiek niveau begon dat op een mistroostige dag in december 1970 toen Willy Brandt, de toenmalige bondskanselier, een knieval deed voor het monument van het joodse getto van Warschau. Later, in de jaren negentig, werden er talloze schadevergoedingen uitgekeerd en spijtbetuigingen geuit aan voormalige slachtoffers en werd het startschot gegeven voor een ware wildgroei van gedenkplaatsen &#8211; met als architectonische gruwel het Holocaust-Denkmal in Berlijn. Een meer praktisch medeleven met de mensheid kwam op gang na de hereniging van beide Duitslanden in 1990 – de deling tussen oost en west werd door Grass gezien als boetedoening voor Auschwitz. Asielzoekers uit de Balkan en Afrika vonden massaal onderdak in het xenofobe land van weleer. Ook maatschappelijk  gezien is Duitsland Europees Kampioen boetedoening: de samenleving is sterk gepolitiseerd en de erfenis van 1933-1945 staat bijna overal nog op de agenda. Het gaat er misschien niet meer zo wild aan toe als begin jaren zeventig, toen onder andere de <em>Rote Armee Fraktion</em> het voortleven van nazi-Duitsland in de toenmalige gevestigde orde wilde ontmaskeren, maar links en rechts vliegen elkaar nog steeds in de haren over hun opvattingen aangaande die periode, zoals jaarlijks op 1 mei in Berlijn wordt tentoongespreid. Kortom: Duitsland is (vooralsnog) een schuldbewuste natie die blijft worstelen met haar donkerbruine verleden omdat ze daar simpelweg geen streep onder kunnen  trekken.</p>
<p><strong>Het eerste slachtoffer</strong><br />
Na een blik op de naoorlogse geschiedenis van Duitsland kan het contrast met die van Oostenrijk niet veel groter zijn. Aanvankelijk leek de Oostenrijkers hetzelfde lot beschoren als de Duitsers: het land werd meteen na de capitulatie opgedeeld en bezet door Amerikaanse, Franse, Engels en Sovjet troepen. Anders dan bij hun Noorderburen lukte het de Oostenrijkers echter na tien jaar weer te ontkomen aan deze bezetting. De manier waarop het Duitse lot Oostenrijk bespaard bleef, mag op zijn minst wonderlijk genoemd worden.<br />
De Geallieerden hadden aan het eind van de oorlog propagandapamfletten boven de Alpen gedropt waarin Oostenrijk als eerste slachtoffer van nazi-Duitsland werd bestempeld. Het doel hiervan was om in de laatste fase van de oorlog het verzet te stimuleren in het Oostenrijkse deel van het <em>Dritte Reich</em>. Destijds schoot het pamflet zijn doel voorbij (Oostenrijk vocht tot het bittere eind), maar na de oorlog gold het document als basis voor een slachtoffermythe. Vanaf het moment dat de eerst Sovjet-tanks Wenen binnenrolden, stonden politici klaar om een antifascistische boodschap te predikten als onderdeel van een slachtoffermythe om zodoende de onafhankelijkheid terug te winnen.<br />
Deze koerswijziging is opmerkelijk als men het Oostenrijk van vóór de Anschluß in 1938 beziet. Na de Eerste Wereldoorlog werd de <em>Republik Deutsch Österreich </em>uitgeroepen. Dit was een politiek versplinterde, sociaal chaotische en etnisch versnipperde republiek waar revisionistische gevoelens broeiden. Onder leiding van Engelbert Dollfuß werd een austrofascistische dictatuur gecreëerd – het parlement werd afgeschaft, politieke partijen verboden en een vergaande censuur ingevoerd. Dat Oostenrijk reeds voor de <em>Anschluß</em> maatschappelijk en politiek doordrenkt was van fascistische elementen waarin de nazi-ideeën aangaande de joden in goed aard viel, is uiterst relevant. De meeste politici die na de Tweede Wereldoorlog de antifascistische boodschap predikten waren namelijk direct afkomstig uit dat fascistische bewind.</p>
<p><img class="alignnone size-large wp-image-2507" title="Hitler" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/hitleruithetei_300dpi-1024x830.jpg" alt="" width="426" height="345" /></p>
<p>Bijna tien jaar na het einde van de oorlog werd het Oostenrijkse vraagstuk, na een slim diplomatiek spel met de Sovjets, losgeweekt van de <em>Deutsche Frage</em>. Hoewel het land de medeverantwoordelijkheid aan de oorlog aanvaardde, was het in werkelijkheid niet meer dan het plichtsgetrouw citeren van de Geallieerden met het doel zelfstandigheid te herwinnen. De Oostenrijkse politicus Leopold Figl wist namelijk op het allerlaatste moment een sleutelpassage uit het verdrag te schrappen toen de Sovjet minister Molotov aan hem vroeg het voorliggende verdrag te ondertekenen. De kleine Oostenrijker antwoordde brutaal <em>njet</em> en verklaarde: &#8220;<em>Wissen sie Herr Minister, ihr Name ist für mich unglaublich eindrucksvoll. Von den ersten Anfängen an sind Molotow und die russischen Revolution ein Begriff.</em>&#8221; De aanwezigen hielden hun adem in, maar Molotov knikte en bracht een nadenkend <em>da, da</em> uit. Figl verklaarde dat het een paradox was dat Oostenrijk als eerste slachtoffer van Hitler de medeverantwoordelijkheid van diens misdaden moest dragen. Er werd een laatste stemronde voorgesteld die gunstig uitviel voor de Oostenrijkers. Enkele momenten later verklaarde een triomfantelijke Figl aan de buiten wachtende journalisten: &#8220;<em>In einer Minute ist der für Österreich diffamierende Absatz gefallen.</em>&#8221; De enige passage die verwees naar de schuld van Oostenrijkers tijdens oorlogstijd – de zogenoemde <em>Mitschuldklausel –</em> was uit het document geschrapt.</p>
<p><strong>Vechten om de Wehrmachtstem</strong><br />
Daarna voltrok zich een politiek markconformistisch principe op alle denkbare niveaus. Oostenrijkse politici stapten af van hun antifascistische proza, het schuldbesef werd opzij geschoven en er kwam ‘vergiffenis’ voor in de plaats. Oorlogsmisdadigers werden vervroegd vrijgesproken in de volksrechtbanken, antisemitisme werd vergeven en voormalig nationaalsocialisten waren weer welkom in politiek en bestuur. Slachtoffers en voormalige verzetshelden waren ver in de minderheid vergeleken met de voormalige Wehrmachtsoldaten en NSDAP-aanhangers.<br />
Vanwege een maatschappelijke consensus en de logica van de kwantiteit werden de frontstellingen van het verleden verdrongen. De helden op de oorlogsmonumenten waren nagenoeg altijd Oostenrijkse soldaten in een Duits uniform en bijna nooit de grootse groepen politiek-ideologische slachtoffers van het nationaalsocialisme: Joden, Slovenen, zigeuners en homoseksuelen. Het duurde tot in de jaren tachtig voordat de mythe deels werd ontrafeld. Zoals in 1986, toen het oorlogsverleden van Bondspresident-kandidaat <a href="http://www.nytimes.com/2007/06/15/world/europe/15waldheim.html?_r=1&amp;ref=kurt_waldheim">Kurt Waldheim</a> opspeelde en hem in het nauw dreef. De manier waarop Waldheim (&#8220;Ik heb in de oorlog niets anders gedaan dan honderdduizenden andere Oostenrijkers, namelijk mijn plicht vervuld als soldaat.&#8221;) en zijn Oostenrijkse Volkspartij (&#8220;Zolang niet bewezen is dat hij eigenhandig zes Joden gewurgd heeft, is er niets aan de hand.&#8221;) reageerden, is veelzeggend. Dat er in de jaren daarna nog altijd plaatst was voor politici met een eigenaardige afwijking naar rechts, bewees Jörg Haider in de jaren negentig.</p>
<p><strong>Wat nou foute Duitsers!</strong><br />
In de hedendaagse Oostenrijkse geschiedschrijving is de ontmythologisering van het oorlogsverleden even omstreden als de herinnering zelf, en daarom is het nog steeds geen taboe om nazistische of neonazistische sympathieën te uiten. Ook foto’s van opa in Wehrmacht-kostuum staan nog steeds op het dressoir onder het motto ‘het was plicht’. Er zijn zelfs politici die wijzen naar de voordelen van Neurenbergse rassenwetten met betrekking tot de huidige islamisering.<br />
Dit primaat is mede gebaseerd op de manier waarop de internationale gemeenschap na de oorlog over de Oostenrijkse medeschuld heenstapte. In retorperspectief doet dit alles de wenkbrauwen fronzen: waren Adolf Hitler en <a href="http://deoorlog.nps.nl/page/personen/780056/Arthur+Seyss-Inquart?afl=2">Seyss-Inquart</a> (Rijkscommissaris van bezet Nederland) geen Oostenrijkers? <em>And</em> <em>what about</em> <a href="http://www.holocaustresearchproject.org/holoprelude/kaltenbrunner.html">Ernst Kaltenbrunner</a> en <a href="http://www.jewishvirtuallibrary.org/jsource/Holocaust/eichmann.html">Adolf Eichmann</a>, het brein achter de systematische uitroeiing van de Europese joden? Kortom: was Oostenrijk niet medeplichtig? Blijkbaar niet, want de Koninklijke familie der Nederlanden ging kort na de oorlog (vanaf de jaren vijftig) op skivakantie in de Alpenrepubliek. Met Bernhard voorop, dat moge duidelijk zijn.<br />
Een van de meest kritische Oostenrijkers, Nobelprijswinnares Elfriede Jelinek, heeft haar kijk op de vaderlandse geschiedenis helder uiteengezet: &#8220;Als je het psychoanalytisch uitdrukt zou je kunnen zeggen dat Oostenrijk &#8211; het land van daders bij uitstek &#8211; na de oorlog een valse onschuld in de schoot geworpen kreeg. Het naoorlogse Duitsland is een veel democratischer land geworden dan Oostenrijk, dat zich nog altijd in zijn valse onschuld wentelt en dat niet toelaat dat er ook maar een beetje kritiek aan de oppervlakte treedt.&#8221; Kritiek is in Oostenrijk een taboe en wordt zorgvuldig onder het tapijt geveegd en toegedekt met een bedenkelijke mengelmoes van volksliederen, Sisi en toerisme. Net als Grass is Jelinek van mening dat de vaderlandse schuld onmetelijk is. &#8220;Die schuld kan niet sterven, ook generaties later niet.&#8221; Elementair verschil tussen beide landen is dat Grass niet alleen staat in zijn opvatting, maar Jelinek wel. Haar mening wordt overstemd door xenofoob gezwam van Hansl en Grethl uit Tirol.</p>
<p><strong>Tien procent</strong><br />
Ja, het was de Duitse burgerij die Hitler op het Berlijnse pluche zette. En ja, in het verlengde daarvan namen ‘de Duitsers’ het voortouw in het transformeren van Europa in een Sodom en Gomorra dat zijn weerga niet kende. Maar wanneer we met onze vinger gaan wijze naar ‘schuldigen’ moeten we ons realiseren dat Duitsland niet de enige ‘foute’ natie was in het Europa van de jaren dertig en veertig – om nog maar te zwijgen over het verraad onder onze eigen bevolking. Duitsland is evenwel het enige land dat al decennia lang zichtbaar worstelt met haar verleden en nog steeds rekenschap aflegt. Zelfs nu ze sinds een kleine tien jaar haar eigen slachtofferschap aan het voetlicht wil brengen (over de massale verkrachtingen door Sovjetsoldaten, de bombardementen op Duitse steden en de 12 miljoen ‘verdreven’ Duitsers uit Midden- en Oost-Europa) blijkt het dadervraagstuk nog springlevend. Op die manier blijft stofhappen een nationale sport.</p>
<p>Ongeveer negentig procent van de Nederlanders heeft ‘de Duisters’ inmiddels vergeven, maar zo’n tien procent wil de daders van weleer nog van alles ten laste leggen. En dat is wonderlijk gezien het feit dat het ‘ons’ geen enkele moeite heeft gekost om Oostenrijk te vergeven – met het Koningshuis voorop. In Oostenrijk wordt de schuldvraag al decennia lang consequent van tafel geveegd (al is er inmiddels ook in Wenen een Holocaust-Denkmal verrezen) terwijl de Duitse ambassadeur niet eens welkom is op de Nederlandse dodenherdenking – wat overigens weer een typisch geval is van boetedoening. Het zou wenselijk zijn als die laatste tien procent hun verbitterde mening laat varen. Dan kan onze koningin en haar gevolg eindelijk zonder schuldgevoel op skivakantie naar Lech.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2010/06/hitler-was-een-oostenrijker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Go Back to Renesse.</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2010/02/go-back-to-renesse/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2010/02/go-back-to-renesse/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 22 Feb 2010 21:32:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten van Riel</dc:creator>
				<category><![CDATA[Reportage]]></category>
		<category><![CDATA[De Wereld Draait Door]]></category>
		<category><![CDATA[Giel Beelen]]></category>
		<category><![CDATA[Go Back to the Zoo]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten van Riel]]></category>
		<category><![CDATA[Nescio]]></category>
		<category><![CDATA[Renesse]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=1766</guid>
		<description><![CDATA[Tekst en beeld: Maarten van Riel Ruim anderhalf jaar geleden zag ik de Amsterdamse band Go Back to the Zoo hun bescheiden repertoire van vier nummers opvoeren in een studentenhuis in Utrecht. Inmiddels hebben ze een platencontract bij Universal en werken ze aan hun debuutalbum. Aan het begin van een hoopvol jaar volgde ik de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tekst en beeld: Maarten van Riel</p>
<p><strong>Ruim anderhalf jaar geleden zag ik de Amsterdamse band Go Back to the Zoo hun bescheiden repertoire van vier nummers opvoeren in een studentenhuis in Utrecht. Inmiddels hebben ze een platencontract bij Universal en werken ze aan hun debuutalbum. Aan het begin van een hoopvol jaar volgde ik de band twee dagen lang &#8211; van Café de Stulp in Renesse tot in de studio van De Wereld Draait Door in Amsterdam. Dit verhaal gaat logischerwijs over muziek, maar ook over vriendschap, ambities, Russische literatuur, sneeuwjacht, Zeeuwse andijviestamppot, Matthijs van Nieuwkerk en Nescio.</strong></p>
<p><strong>Zaterdag 9 januari 2010</strong></p>
<p>Extreem winterweer teistert het land al enkele weken en heeft treinreizen tot een moeizame onderneming gemaakt. Als ik op zaterdagochtend het negatieve reisadvies negeer en een poging onderneem om van Utrecht naar Nijmegen te reizen, heb ik geluk. Mijn trein rijdt normaal en de Nederlandse Spoorwegen delen gratis koffie, thee en erwtensoep uit.<br />
De leden van Go Back to the Zoo verkeren in een euforische stemming als ze mij oppikken in Nijmegen: ze zijn de nieuwe 3FM Megahit geworden en op dinsdag 12 januari mogen ze in de ochtendshow van Giel Beelen op 3FM een nummer uit de Mega Top 50 coveren. Gniffelend vertellen ze dat de keuze op &#8216;Broodje Bakpao&#8217; van The Opposites is gevallen, dat op dat moment door de bestelbus galmt. Maar voordat de band Giel gaat verrassen met deze bijzondere keuze, moet er nog één optreden worden gedaan dit weekend. En wel in Renesse. Zanger Cas (22), het jongste bandlid, heeft zo zijn bedenkingen over de aankomende avond en omschrijft optreden te Renesse als een <em>struggle</em>. De mensen komen daar om bier te drinken, niet om naar muziek te luisteren. De muziek van GBTTZ is inderdaad nog niet in heel Nederland bekend, maar daar kan zomaar verandering in komen &#8211; omdat hun nieuwe single &#8216;Electric&#8217; veelvuldig op de radio te horen is en volgende week zal de band optreden in De Wereld Draait Door. De jongens waren er al eens eerder te gast in dit goed bekeken televisieprogramma met hun eerste hitje, &#8216;Beam me up&#8217;, dat was gebruikt voor een commercial van Nike. Daarna ging het snel: er werd een platencontract getekend bij Universal, er werd een tweede single geproduceerd en inmiddels wordt er hard gewerkt aan het debuutalbum.</p>
<p><img class="alignnone size-full wp-image-1844" title="GBTTZ3" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/GBTTZ3.jpg" alt="" width="423" height="282" /></p>
<p>Terwijl de bandleden voor in de bus hun zieke manager Remy bellen met de vraag wat ze verdienen aan al die <em>airplay</em>, bespreek ik op de achterbank met Cas en bassist Lars (23) het wel en wee van Nederlandse popmuziek en literatuur; dat <em>Caesarion</em> een compleet ander boek is dan <em>Joe Speedboot</em>, dat het niet sjiek was van W.F. Hermans om het leven van Rufus Dingelam te ruineren en dat <em>De Avonden</em> bij nader inzien ook wel iets komisch heeft. Intussen stuurt gelegenheidschaffeur Torben de bus met gepaste snelheid richting de kuststreek. Op de ring Rotterdam zit Lars gebogen over een verhalenbundel van Tsjechov als hij een sms van zijn moeder krijgt. Ze wenst de jongens succes toe in ‘het Salou van Nederland’. Ondertussen is er nog geen sneeuwvlokje gevallen.<br />
Renesse is niet het Salou van Nederland, maar wel een behoorlijk deprimerende plek – zoals waarschijnlijk alle badplaatsen in de maand januari. Het interieur van Café de Stulp heeft geen al te attractieve uitstraling en doet denken aan een Amerikaanse <em>saloon</em>: houten lambrisering aan de muren, ouderwetse barkrukken en gevaarlijke klapdeurtjes naar het mannentoilet &#8211; die waarschijnlijk ieder weekend onbedoeld op iemands gelaat klappen, zo constateer ik na een toiletbezoek. Op een digitaal affiche wordt de zaterdagavond aangekondigd als ‘Stulp Fiction’ met ‘onze helden’ Go Back to the Zoo. Een eerder optreden hier heeft geen al te beste herinneringen nagelaten bij gitarist Teun (25) &#8211; de oudere broer van Cas. Hij meent toen de meest ranzige macaroni ooit te hebben gegeten en hoopt het vanavond niet op zijn bord aan te treffen. Maar voordat ons een culinaire verrassing wordt voorgeschoteld, moet de soundcheck worden gedaan. Het podium biedt maar krap ruimte aan de instrumenten en apparatuur. Als alles staat worden de overige spullen <em>backstage</em> gelegd &#8211; wat in dit geval de garderobe en het damestoilet is.<br />
Tijdens de soundcheck worden de eerste biertjes besteld; het is dan half vijf en de permanente aanvoer van drank is begonnen – geheel in traditie van deze badplaats. Zodra de ruwe stem van Cas en de eerste gitaarrifs en drums door de kroeg klinken, denk ik na over de dilemma&#8217;s die de jongens ervaren. Ze hebben weliswaar aanzien en succes, maar er sluimeren ook een aantal onzekerheden op de achtergrond. Niet alleen zijn er twijfels over de nabije toekomst (hoe het &#8216;Electric&#8217; zal vergaan en of het zal lukken om een debuutalbum te maken waar iedereen tevreden mee is), maar bij iedereen conflicteert momenteel de studie met de ambities van de band. Drummer Bram (26) heeft zijn vervolgstudie uitgesteld omdat hij de band momenteel belangrijker vindt en dat laatste geldt ook voor Cas; hij heeft zelfs een excursie naar New York in het kader van zijn duale master Museumstudies laten schieten. Lars, die Nederlands studeert aan de VU, heeft wat gas teruggenomen en zijn onderzoeksmaster ingeruild voor een reguliere master. Teun studeert al jaren geschiedenis in Utrecht, maar droomt nog veel langer over het spelen in een band. Sinds zijn twaalfde wil hij voor publiek spelen, <em>airplay</em> op de radio en een studioalbum.</p>
<p>Terwijl ik over mijn kladblok gebogen zit, is de band druk bezig met het oefenen van &#8216;Broodje Bakpao&#8217;. Irritaties spelen op als blijkt dat het ondoenlijk is om een rapnummer met gabbermuziek om te zetten in een akoestische versie. Dat gebeurt dan ook niet en Bram neemt plaats achter zijn drumstel. Cas vraagt hem zo hard mogelijk te rammen – hetgeen Bram doet, tot ongenoegen van enkele lokale barhangers die rustig een biertje willen drinken in De Stulp. Met een Wagneriaans einde, waarin drums en riffs van Queens of the Stone Age doorklinken, wordt de jamsessie beëindigd. Daarna is het tijd voor eten. Een smaakvolle andijviestamppot met verse worst en Zeeuwse mosterd doet alle nare macaroni-herinneringen vergeten, en er wordt zelfs champagne geschonken om te vieren dat &#8216;Electric&#8217; de 3FM Megahit is. Om ‘de kopjes even leeg te maken’, zoals een voetbalcoach zou zeggen, gaan we uitwaaien op het strand.<br />
Een ferme zuidoostelijke wind jaagt door de jassen. Terwijl obscure lichtpartijen door mijn flitser de nachtelijke lucht worden ingeworpen, gedragen de bandleden zich als een stel speelse honden. Lars <em>tweet</em>: ‘Net op het Zeelandse strand geweest. Donker maar mooi. Straks optreden in De Stulp. Bram&#8217;s gedachten zijn een zee.’ Zijn verwijzing naar Nescio wordt niet begrepen door de <em>follower</em>s.</p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/GBTTZ12.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-1812" title="GBTTZ1" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/GBTTZ12.jpg" alt="" width="426" height="284" /></a></p>
<p>Bij terugkomst stroomt de kroeg vol met jongeren uit Schouwen-Duiveland die op zaterdagavond vertier zoeken in deze godverlaten uithoek van Nederland. Er zijn dan nog twee uren te overbruggen. Uren die snel voorbij zijn door de vele biertjes en wodka’s die worden aangevoerd tijdens gesprekken over muziek, drugs, ambities, irritaties en wederom literatuur. Opgewarmd door de drank betreden de jongens het podium. Bij het eerste nummer is er nog wel aandacht voor de band, maar daarna is het Zeeuwse publiek opvallend ongeïnteresseerd. Komt dat door de alcoholconsumptie of vinden ze er gewoon geen reet aan? Wanneer ik aan de bar een biertje bestel, ontwaar ik een mogelijke verklaring: de meeste bezoekers zijn nog pubers. Geen baardhaar bij de jongens, geen volgroeide vormen bij de meisjes. Go Back to the Zoo is voor hun waarschijnlijk muzak, een achtergrondmuziekje bij een avondje drinken en paringsdansen. Een andere verklaring kan zijn dat &#8216;Indie&#8217; hier als muziekstroom niet populair is. Wat de reden ook is, het ligt niet aan de band. Ze spelen vol overtuiging en de muziek klinkt krachtig en melodieus.<br />
Dit is natuurlijk een fase die iedere band doormaakt: je zult eerst in kroegjes te Renesse moeten spelen, wil je ooit een vol Paradiso mogen bespelen. Net op het moment dat de woorden van Cas door mijn hoofd klinken (&#8216;optreden in Renesse is een <em>struggle&#8217;</em>) schreeuwt een aangeschoten Zeeuw op goed geluk in de uitgestoken microfoon.</p>
<p>Midden in de nacht, als de terugtocht naar Amsterdam begint, is de voorspelde sneeuwjacht nog steeds niet begonnen. Wel is het glad. We passeren talloze auto`s die ten prooi zijn gevallen aan het verraderlijke wegdek. Ze staan verloren en ingedeukt langs de kant van de weg, hun koplampen gericht op de onze. Gelukkig beschikken wij over een nuchtere Duitse chauffeur die probleemloos de Nederlandse wegen trotseert – op zomerbanden! De band is niet ontevreden over het optreden. De avond daarvoor, tijdens een optreden in Limburg, viel het geluid half weg. Dat gebeurde vanavond niet. Wel was het publiek een stuk minder enthousiast. Als we rond zes uur in de ochtend te Amsterdam aankomen, klinken de Arctic Monkeys op de radio. Het volume gaat op maximaal en iedereen is weer wakker en schreeuwt mee met zanger/gitarist Alex Turner. Terwijl gladde Amsterdamse straten onder de bus doorschieten en sfeervolle stadsgezichten aan ons voorbijtrekken kijk ik met een voldaan gevoel terug op de dag. Naar mijn eigen overtuiging heb ik op de terugweg nog enkele interessante vragen gesteld; helaas blijken de antwoorden op deze diepzinnige vragen (wat is je favoriete windrichting?) de volgende middag niet te lezen. Ergens tussen Renesse en Amsterdam ben ik mijn handschrift verloren. Dagen later kan met veel moeite één citaat worden ontcijferd: ‘Je kunt overal fucking tomaten kopen’.</p>
<p><strong>Dinsdag 12 januari 2010</strong></p>
<p>Een paar dagen na het uitje naar Renesse tref ik de jongens in Café Koosje in Amsterdam. Kort voor mijn komst hebben ze zich tegoed gedaan aan hamburgers. Ze verkeren in een collectieve ‘after diner dip’ en laten de rekening over aan Remy – de manager die inmiddels niet meer verkouden is. Daarna schiet het gezelschap Studio Plantage binnen waar vanavond zal worden opgetreden tijdens De Wereld Draait Door. Vandaag bereikt de single &#8216;Electric&#8217; dus een miljoenenpubliek. Het contrast met zaterdag kan niet groter zijn. Rond vier uur wordt onder het toeziend oog van de <em>floormanager</em> het podium gevuld met versterkers, gitaren en twee opgezette vogels. De soundcheck is snel gedaan en het geluid is kraakhelder. Evenals in Renesse zijn er dan nog een paar uur te overbruggen voor het <em>moment suprême</em>. Helaas is hier geen strand, alleen een dierentuin in winterslaap. Op een dag als vandaag moet er een hoop gewacht worden &#8211; de jongens zaten vanmorgen om zes uur al bij Giel in de studio om de cover van Broodje Bakpao te spelen. Giel moest hartelijk lachen om de parodie, maar was vooral erg enthousiast over &#8216;Electric&#8217; (‘echt een sterk nummer!’) en hoopt dat de band zijn sound en energie weet te behouden. Nu, bijna twaalf uur later, zit iedereen wat verveeld om zich heen te kijken. Wachten is ruk. Zelfs een wonderschone <em>personal assistent</em> die ons constant van vers getapte pilsjes voorziet, kan daar niks aan veranderen. Bram speelt potjes schaak met <em>freeloader</em> Piet, Lars buigt zich over zijn gitaar, Remy noteert de nieuwste boekingen, Cas bekijkt de I-Tunes hitlijst en Teun rookt wat peukjes en kijkt bewonderenswaardig naar het Guns `n Roses t-shirt dat hij deze ochtend bij de platenmaatschappij heeft meegekregen.<br />
Afgelopen maart waren de jongens hier ook al te gast, maar toen waren de zenuwen <em>out of control</em>. Bram dacht tijdens de live uitzending dat hij geen drumstokje meer in zijn handen kon houden. De band werd toen ingehaald door zijn eigen succes, aldus Lars. Nu is alles veel meer in balans: de zenuwen zijn goed onder controle en de sfeer is ontspannen.</p>
<p>Tijdens het eten, dat niet kan tippen aan de Zeeuwse andijviestamppot, treft een zware hand mijn rechterschouder. Het is Matthijs van Nieuwkerk, die gekleed gaat in een mooi getailleerd pak en een krachtige indruk maakt. Zijn voorkomen doet me plots beseffen dat Go Back to the Zoo geen rock-’n-roll is, maar popmuziek. Lars beaamt dit en vertelt mij dat het om de muziek gaat, niet om de <em>lifestyle</em>. Daar heeft hij gelijk in. Het is misschien niet cool om in een populair televisieprogramma te spelen, maar je hebt nu eenmaal wel een platencontract bij Universal. Wat is dan wel rock-’n-roll? Drugs? Het kan leuke krantenkoppen opleveren, maar je muziek wordt er niet per definitie beter op als je heroïne in je aderen knalt. Mijn gedachten worden verstoord door Teun, die per ongeluk een glas bier omstoot over mijn broek.<br />
In een geleende, iets te strakke spijkerbroek van Teun neem ik plaats aan de bar als de uitzending begint. De ietwat saaie uitzending doet het publiek wegzakken en ook de bandleden nemen een ongeïnteresseerde houding aan. Als Van Nieuwkerk de band introduceert, doet hij dit onhandig &#8211; hij vraagt Lars naar zijn haarband terwijl diens antwoorden onverstaanbaar zijn voor de kijkers thuis. Na de uitzending geeft de presentator vlug zijn oordeel over het optreden van de band (&#8216;vier sterren&#8217;), waarna Teun het optreden van de gastheer beoordeelt. ‘Hij was niet echt in topvorm hé? Er stond een filmpje klaar over de single, maar hij koos ervoor een vraag te stellen. Een kutvraag, over kleding’ (de band wordt gesponsord door het Zweedse Filippa K.) Maar het optreden, zo beaamt iedereen, was f<em>ucking</em> goed. En dat is uiteindelijk waar het om draait. Jan Mulder sluit zich op zijn kenmerkende klaagtoon aan bij deze analyse: ‘Het was nét nietttt, weet je wel!? Maar de muziek, ach die was gewoon goed ja.’ Terwijl de band de spullen terug in de bus zet en zich opmaakt voor een gezellige avond met vrienden, klets ik met Jort Kelder die tot mijn verbazing met kinderen op de foto gaat. Ik steek wat wijze woorden van hem in mijn zak en ga met de band mee naar een café. Er kan geproost worden op een geslaagde dag.</p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/GBTTZ2.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-1815" title="GBTTZ2" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/GBTTZ2.jpg" alt="" width="426" height="283" /></a></p>
<p><em> </em>Op de valreep bespreek ik met Lars en Bram een onderwerp dat ik tot dan heb gemeden: muziek. Ik kan wel proberen de stem van Cas met die van een andere zanger te vergelijken, en de muziek van de band met die van een andere band (bijvoorbeeld het Engelse The Kooks), maar die kwalificaties zijn mijn inziens niet zó interessant. Bram is het met mij eens: iedere band is uniek en kan alleen in een <em>familie</em> worden geplaatst. Ik heb de jongens ook niet gevraagd wie hun voorbeelden zijn en dergelijke – de antwoorden op die vragen zijn immers terug te vinden in andere artikelen en interviews. Wat ik wel graag wil weten, is hoe hun nummers tot stand komen. Lars vertelt enthousiast dat hun muziek als een puzzel is. Een natuurlijke creatie. Eerst wordt er muziek gemaakt en dan komen de woorden vanzelf. Inspiratie voor mooie woorden en zinnen worden gevonden in de literatuur. In de muziek (en in de Twitter-berichten) vindt je dus talloze verwijzingen naar literatuur &#8211; Nescio, Sartre en Wilde. Diepzinnige teksten en <em>catchy</em> popmuziek. Het is een mooie combinatie die na twee dagen volstrekt logisch in mijn oren klinkt.<em> </em></p>
<p><em>Oh Guinevere my sweetest thing, give me your song, your sympathy/Oh I am so electric./The palest skin, the golden hair, You make me wilde with your hungry stare./ I kiss your breasts with mouths of flame, Get down and play, my lovers game. </em>(&#8216;Electric&#8217;)</p>
<p>Het is middernacht geweest. Over een zestal uur gaat mijn wekker zodat ik op tijd op mijn werk ben – over rock-&#8217;n-roll gesproken. Terwijl ik instem met een laatste rondje, begin ik voor de hand liggende conclusies te trekken. GBTTZ<em> </em>is een band met potentie. Ze zijn natuurlijk niet de enige Indie-band in Nederland, maar ze hebben een on-Nederlandse <em>sound </em>- een mening die door Giel Beelen werd beaamd. Ook de stem van Cas is ongewoon; die klink wat nasaal en wordt niet opgepoetst met behulp van zanglessen. Maar los van hun muzikale kwaliteiten, en mijn inziens ook belangrijker: het zijn aardige, intelligente, oprechte en bescheiden jongens die elkaar in hun waarde laten. Dat siert ze. Iedereen is gelijk in de band, niemand domineert. Misschien heeft het te maken met de solide basis van waaruit ze werken: het zijn vrienden die graag muziek maken, biertjes drinken en plezier hebben. Toch zijn ze zelfkritisch: als je muziek maakt, moet je er naar streven dat zo goed mogelijk te doen. Zowel de muziek als de optredens kunnen altijd beter en ze blijven dan ook naar manieren zoeken om dat te bewerkstelligen.<br />
Ruim na middernacht neem ik afscheid van de jongens. Ik bedank ze voor hun gastvrijheid en vergeet ze succes te wensen in Groningen, waar ze enkele dagen later op Noorderslag zullen spelen. Ik realiseer me dat ik getuige ben geweest van een bijzondere week voor de band, in een beslissend nieuw jaar. Als ik in de trein zit omhelst de slaap mijn gedachten en doen dromen hun intrede. Ze spoelen verdrietig aan hun grenzen. Och, och, och, wat mooi.</p>
<p><object classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" width="430" height="262" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="src" value="http://www.youtube.com/v/Bwr1GBBihRk&amp;hl=nl_NL&amp;fs=1&amp;" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed type="application/x-shockwave-flash" width="430" height="262" src="http://www.youtube.com/v/Bwr1GBBihRk&amp;hl=nl_NL&amp;fs=1&amp;" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true"></embed></object></p>
<p>&#8212;-<em><br />
De opmars van Go Back to the Zoo kan gevolgd worden via hun <a href="http://www.gobacktothezoo.nl/">website</a>. Wie geen enkele Nesciaanse </em>update<em> meer wil missen kan de band volgen via <a href="http://twitter.com/gobacktothezoo">Twitter</a>.</em></p>
<p><em></em><em></em><span style="color: #7f7f7f;"><a href="http://maartenfassbinder.blogspot.com/" target="_blank">http://maartenfassbinder.blogspot.com/</a><br />
</span><em>m.a.m.riel@live.nl</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2010/02/go-back-to-renesse/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

