<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>De Optimist &#187; Willem Jansen</title>
	<atom:link href="http://www.deoptimist.net/author/wj/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.deoptimist.net</link>
	<description>Digitaal cultureel magazine</description>
	<lastBuildDate>Fri, 03 Feb 2012 11:57:32 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Carpaccio van courgette.</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2010/01/carpaccio-van-courgette/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2010/01/carpaccio-van-courgette/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 11 Jan 2010 21:09:28 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essay]]></category>
		<category><![CDATA[Eating Animals]]></category>
		<category><![CDATA[Henk van Straten]]></category>
		<category><![CDATA[Jonathan Safran Foer]]></category>
		<category><![CDATA[vegetarisme]]></category>
		<category><![CDATA[vlees]]></category>
		<category><![CDATA[Willem Jansen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=1593</guid>
		<description><![CDATA[Tekst: Henk van Straten Beeld: Willem Jansen In november las ik Eating Animals van Jonathan Safran Foer. Halverwege het boek besloot ik dat ik vegetariër zou worden, maar bleef nog wel gewoon vlees eten. Na de jaarwisseling, besloot ik, vanaf dan zou ik geen vlees meer eten. Ik vond dat een mooi voornemen. Het kiezen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tekst: Henk van Straten<br />
Beeld: Willem Jansen</p>
<p>In november las ik <em>Eating Animals </em>van Jonathan Safran Foer. Halverwege het boek besloot ik dat ik vegetariër zou worden, maar bleef nog wel gewoon vlees eten. Na de jaarwisseling, besloot ik, vanaf dan zou ik geen vlees meer eten. Ik vond dat een mooi voornemen. Het kiezen van een datum in de toekomst klinkt logisch. Of in ieder geval herkenbaar voor rokers, drinkers en niet-sporters; zij doen het in groten getale. Maar écht logisch was het in mijn geval niet. Want als onder de redenen om vegetariër te worden de groteske en eindeloze dimensies van dierenleed te vinden zijn, wat zegt het dan over je ethische gezondheid als je gewoon nog lekker een maandje of twee vlees blijft eten?<br />
Na de jaarwisseling dus. Ik wist waarom ik het ging doen, wat mijn beweegredenen waren, en ik was mij bewust van de feiten die eraan ten grondslag lagen. En toch bleef ik nog gewoon vlees eten die eerste dagen na mijn beslissing. Tot en met oud &amp; nieuw, was mijn voornemen. Hoe kon dat? Simpel: ik deed dat door met mijn ogen dichtgeknepen gebukt te gaan onder precies dezelfde cognitieve dissonantie die ik ongeveer de afgelopen tien jaar op mijn schouders heb voelen drukken. Iedere keer als ik 300 gr. kipfilet in mijn karretje flikkerde. Iedere keer als ik met Oost-Indisch dove oren gruwelijke berichten opving over de bio-industrie. Iedere keer als ik met mijn zoontje de varkens en koeien van de kinderboerderij ging aaien en ik die dieren in hun ogen staarde. Zelfs iedere keer als mijn hond, op haar rug gekeerd, mij mak en lam en met open bek lag aan te staren vanuit haar mand.<br />
Die spanning was er. Soms heel ver weg, heel diep, misschien soms zelfs te zwak om opgemerkt te worden. Maar hij was er altijd.</p>
<p><em>Cognitieve dissonantie: De onaangename spanning die ontstaat bij het kennis nemen van feiten of opvattingen die strijdig zijn met een eigen overtuiging of mening, of van het deelnemen aan gedrag dat strijdig is met iemands overtuiging</em> (bron: Wikipedia).</p>
<p>Na de jaarwisseling. Eerst die feestdagen met familie even doorkomen zonder discussies, uitleg, gêne, en vooral zonder lastig te zijn. Eerst even mijn besluit laten bezinken. En ook omdat mijn broer chef-kok is en zijn speenvarken het water al maanden vooruit in de mond doet lopen? Waarschijnlijk ook om die reden. Mijn broer wéét hoe hij een speenvarken moet bereiden. Maar ik las verder in <em>Eating Animals</em> en met iedere bladzijde groeide de interne verontwaardiging: Wat doe ik? Wat heb ik al die tijd gedaan?<br />
Waar ik ze vroeger nog naar de achtergrond kon drukken, bleven door dit boek de termen nu als neonreclames op de muren van mijn gedachten knipperen: preventieve inspuiting van antibiotica, lugubere huisvesting, onbehandelde ziektes en verwondingen, kunstmatig daglicht, kapot gefokte rassen, afgeknipte snavels, <em>fish farms</em>, overbevissing, hormonen, mestoverschot, injectie van water en smaakversterkers, nitraatvergiftiging, 40% meer CO2-uitstoot dan de gehele vervoersector, opzettelijke mishandeling, toegestane foutmarges in het slachtproces (waardoor dieren vaak niet dood zijn als ze uit elkaar worden gereten), vogelgriep, varkensgriep&#8230;<br />
Het klinkt naïef, dat weet ik. Je weet toch dat het zo gaat. Ja, je weet het. Ook al ken je de exacte feiten en cijfers misschien niet, je wéét dat het zaakje stinkt. Graag verwijs ik u nogmaals naar de definitie van cognitieve dissonantie. Maar het is anders als je er een boek over leest dat je niet laat wegkijken van die feiten. Het is anders als je er een boek over leest dat geschreven is door iemand die is zoals jij, iemand waar je bovendien tegen opkijkt, iemand waar je naar wilt luisteren. Beter gezegd: iemand die je kan laten luisteren naar jezelf. De beslissing vegetariër te worden maak je niet door de feiten te kennen. De beslissing maak je door het echt durven kijken naar, en nadenken over die feiten. En dat deed ik. Met dank aan de auteur van <em>Eating Animals</em>.</p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/panther.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-1605" title="panther" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/panther.jpg" alt="panther" width="263" height="430" /></a></p>
<p>Ik had al ongelofelijk veel respect voor Jonathan Safran Foer. Zijn boeken <em>Everything Is Illuminated</em> en <em>Extremely Loud and Incredibly Close</em> zijn boeken om van te houden en om – als schrijver – jaloers op te worden.  Ik was fan van hem na <em>E.I.U.</em>, maar ik was nog meer fan, en ontroerd, en dankbaar, na <em>E.L.&amp; I.C.</em> Foer is een jonge Amerikaanse schrijver, een man die niet bang is de kaders van het schrijverschap op te rekken. En hij heeft, godzijdank, humor. Iemand zonder humor kan mij niet aan zijn zijde krijgen. Nooit. Nimmer.<br />
Ik denk dat het feit dat ik zijn werk zo goed vind, het feit dat wij beiden schrijvers zijn en het feit dat hij ongeveer van mijn leeftijd is (ik ben 29, hij 33) allemaal verklaren waarom het juist deze man is en juist dit boek was, waardoor ik eerdergenoemde cognitieve dissonantie en zelfdeceptie voorgoed (laten we daar gemakshalve en omwille van mijn goede moed even vanuit gaan, oké?) achter me heb kunnen laten. Waardoor ik uiteindelijk toch al in november besloot geen dieren meer te eten, in plaats van pas na oud en nieuw. Na oud en nieuw was onzin geweest. Het was het resultaat van dezelfde gedachtentrucage als die ik al die jaren ook heb toegepast. Het is simpel: de beslissing moet samenvallen met het besef, de actie moet samenvallen met de beslissing. Welnu, daar was dus dit boek voor nodig.</p>
<p><em>Eating Animals </em>is geen pamflet te noemen. Het is een persoonlijke zoektocht. Drie jaar lang deed Foer onderzoek naar zo’n beetje alle beschikbare wetenschappelijke en medische data. Hij las over ethiek en bestudeerde relevante filosofische en essayistische werken. Zo staat er ergens een ontwapende anekdote over de gedachtegang van Kafka die voor een aquarium staat, en ik glimlachte geregeld bij contemplaties als ‘Als een superieure intelligentie rechtvaardigt dat je andere rassen mag opeten, is het dan oké wanneer superieure <em>aliens</em> óns opeten?’</p>
<p>Foer praatte met biologische boeren en ging op pad met een dierenactivist. Hij sprak met ex-medewerkers van kolossale slachthuizen die uit de doeken deden hoe ook zij vervielen in afgestompt en soms zelfs sadistisch gedrag. Hij praatte met een pragmatische veganist die helpt bij de bouw van slachthuizen waar dieren op een ‘humane’ wijze worden afgemaakt, speciaal voor boeren die wel het beste met hun dieren voor hebben. Hij sprak met boeren die wel van hun dieren houden, maar ze desalniettemin niet behandelen zoals wij mensen graag zouden vernemen. Hij praat met hen en geeft hen in het boek een stem en laat op empathische wijze hun standpunt zien. Drie jaar lang was Foer eigenlijk simpelweg en objectief bezig met het antwoord op de vraag: wat is vlees? En welke morele, ethische en ecologische consequenties heeft het eten ervan?<br />
Een treffende passage, inmiddels al in veel recensies en artikelen aangehaald, is die over het eten van honden. Foer zet je aan het denken door een paar simpele hersenbrekers. Als je een hond zou huisvesten en behandelen als een varken of kip, hoe lang duurt het voordat de politie op de stoep staat? Als Gordon Ramsey (chef-kok en <em>TV-personality</em>) – die zwoer zijn zoon te onterven mocht die ooit vegetariër worden – in zijn programma heel stoer een hond zou marineren, hoe lang zou het dan duren voor hij van televisie verdwijnt en bedolven wordt onder boze brieven van geshockeerde (maar in de meeste gevallen vleesetende) burgers? En waarom eten we het vlees van geëuthanaseerde of overreden honden eigenlijk niet gewoon op? Waarom gaat hun vlees heel omslachtig en stiekem in ‘eiwitvlokken’ voor veedieren?<br />
Goed, flauw natuurlijk. Onze cultuur leeft met honden zoals ze dat in India met koeien doen. Dat weet ik ook wel. Maar denk er goed over na en je weet dat het waar is: er is geen goede reden om wel varkens maar geen honden te eten. En een mishandeld, overvoed, depressief en jong de dood ingejaagd varken is net zo zielig en onteerd als een mishandelde, overvoede, depressieve en jong de dood ingejaagde hond. Of paard. Of kip. Of, ja echt, zalm. Het zijn allemaal dieren met een complex sociaal leven, zenuwstelsel en paringsrituelen. Ze kennen stress, angst en depressies. Het is niet te bewijzen dat wanneer een hond in zijn slaap ligt te blaffen en grommen, hij dan droomt. Nee, dat is niet te bewijzen, maar kijk er eens naar. Wat denkt u wanneer u het ziet?<br />
Ook komt Foer natuurlijk met feiten. Over vlees in relatie tot hart- en vaatziekten. Met verklaringen van medici over de levensverwachting van vleeseters en vegetariërs. Over CO2-uitstoot. Over de hectoliters mest en nitraat. Over het gevoelsleven van vee en vissen. Over het aantal kippen dat met vele gebroken botjes bij het slachthuis aankomt. Die feiten zijn confronterend en geven het boek een cruciaal fundament, maar de charme en overtuigingskracht van het boek schuilen in wat er op dat fundament gebouwd wordt. Het is een memoire en het verslag van een zoektocht van een man die ook zijn hele leven genoot van een stukje vlees, van kalkoen met kerst, en van de kip die zijn oma altijd voor hem klaarmaakte. Zijn oma, die als Jodin de oorlog overleefde en soms moest eten wat ze kon vinden op straat en tussen het vuil; een vrouw voor wie het weigeren van vlees, van eten, volstrekt krankzinnig is. Hij vertelt met liefde en begrip over haar, en laat met dat soort persoonlijk anekdotes op sympathieke en subtiele wijze de complexiteit van het grotere geheel zien.</p>
<p>Foers zoektocht startte toen hij vader werd. De vraag rees: wil ik klakkeloos de volgende generatie laten opgroeien met het idee dat vlees iets is wat voorverpakt in de supermarkt ligt en wat je nu eenmaal bij je groenten en aardappelen eet? Of wordt de volgende generatie er één die beter voor de wereld wil zorgen, en volwassen wordt met de notie dat vlees eten misschien wel haaks op dat streven staat?<br />
Misschien relevant om te vermelden: ook ik ben vader. Van een zoontje van twee en sinds kort ook van een embryo van een week of drie. En ook ik hoop op een goede, gezonde en eerlijke toekomst voor mijn kinderen. Dat klinkt wat zoet, maar het is echt zo. Ik wens het vurig. Dus&#8230; Ja&#8230; Toen kon ik het ineens niet meer. Na een laatste slavink bij mijn moeder, eind november, hakte ik de knoop door: ik was officieel een vegetariër. Dan maar lastig en radicaal zijn tijdens de feestdagen. En proberen te blijven glimlachen bij het aanhoren van argumenten als ‘De mens is van nature een vleeseter’, of schuldgevoel-<em>decoys</em> als ‘Wanneer ik kan, dan koop ik biologisch.’ Ze lijken nu, sinds ik mijn keuze gemaakt heb, zo opzettelijk verkeerd, dat soort uitspraken. Maar het zijn natuurlijk wel gewoon de vervreemdende en tegelijkertijd confronterende echo’s van de uitspraken die ik zelf ook al die jaren aan keukentafels heb uitgeroepen. Met de vinger wijzen is niet gepast als je pas net van je geloof bent gevallen. Maar ik vind het moeilijk niet in discussie te gaan. Nu al. Dat belooft nog wat.</p>
<p>Afgelopen zaterdag was ik dus de enige vegetariër tussen mijn drie broers en moeder. We zaten aan tafel in een duur en verfijnd Italiaans restaurant. Mijn moeder had ze van te voren al gebeld, dus ze wisten van mijn komst. “Ze” zijn in dit geval de zonder uitzondering grote, dikke en brede kerels met kale hoofden die in het restaurant de dienst uitmaken. Veel lichaamshaar. Geen vrouw te zien. Uitstekende obers, dat wel. En fenomenale koks. Dat weet ik want ik had er al eerder gegeten. Lamsvlees, geloof ik. Met andere woorden: ik bevond mij in het juiste biotoop voor een grazer. ‘<em>Bon giorno</em>!’ riep de hoofdkelner met een brede grijns. ‘Ah, dus ditte izze die vegetáriër!’ Ja hoor, hier zat hij, de vegetariër. Hij at een carpaccio van courgette terwijl zijn familieleden hun vorken zette in kalfsvlees en ganzenlever. En hij zweeg. Hij zweeg zelfs toen een van zijn broers zei: ‘Ik voel me altijd een beetje schuldig als ik ganzenlever eet.’ Hij zweeg omdat hij niet lastig wilde zijn.<br />
Ik zweeg omdat ik geen ruzie wilde. Zelfs geen discussie. Ik zweeg omdat mijn moeder dit etentje had betaald. En ik zweeg, vooral, omdat ik het zelf ook naar mijn zin wilde hebben. Maar het knaagde. Het knaagde.<br />
En ik wil ook gewoon die vent niet zijn. Die vent die ineens iedereen gaat lastigvallen met zijn nieuwgevonden geloof. Die vader die zijn zoontje naar een feestje laat gaan met de instructie daar onder geen enkele voorwaarde een worstenbroodje te eten. Ik wil die vent niet zijn ook omdat ikzelf simpelweg verre van onfeilbaar ben. Ik eet kaas. Thuis is dat biologische kaas, maar elders gewoon de kaas die ze hebben liggen. Ik drink thuis sojamelk, maar elders gewoon de melk die ze hebben staan.<br />
De lijn tussen een idealistische pragmatist enerzijds, en een vervelende betweter anderzijds, is fijn als spinrag. Ik merk het aan mezelf. Ik wil anderen wijzen op het gedrag waar ik me zelf twee maanden geleden nog schuldig aan maakte. Soms doe ik dat ook, soms niet. Een fijne lijn. Maar ik blijf als het kan liever aan de kant van die lijn waar de leuke mensen zich ophouden, en dus graag niet aan de kant van mensen als de Vegan Streaker. Niet omdat de Vegan Streaker wél consequent is en wij aan de andere kant van de lijn niet – met consequent zijn lijkt me niets mis – maar omdat het extremisme en dogmatisme van types als hij me enorm tegenstaat, en me zelfs al die jaren ervan heeft weerhouden serieus over het probleemstuk van vlees en dierenleed na te denken. Mijns inziens zijn het idioten als hij die er juist voor zorgen dat nog steeds er weinig mensen het dilemma serieus nemen.<br />
Maar nee dus, ik doe inderdaad niet alles wat ik kan om bij te dragen aan een betere wereld. Verre van. Maar ik ben te jong, te hoopvol, om helemaal niets te doen. Ik ben te jong en te optimistisch en te wakker om iets te blijven doen wat zoveel argumenten tegen zich heeft en zo weinig voor.<br />
‘Ik vind dat je dan ook geen auto meer moet rijden,’ zei laatst iemand tegen me toen ik vertelde over mijn recente wijziging van levenskoers. Hij refereerde naar het CO2-argument. Echt waar. En dit cliché heb ik ook gehoord: ‘Sla je dan vanaf nu ook geen mug meer dood?’ Inderdaad, ik heb in korte tijd al snel geleerd: de vegetariër zucht veel en bijt veel op zijn tong.</p>
<p>Lees dit boek. Het is een goed boek. Het heeft een goed hart. Misschien maak je de keuze die ik maakte, misschien ook niet. Maar laat het op zijn minst een echte keuze zijn.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2010/01/carpaccio-van-courgette/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Near-life Experience.</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2009/07/near-life-experience/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2009/07/near-life-experience/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Jul 2009 23:12:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Beeld]]></category>
		<category><![CDATA[Chuck Palahniuk]]></category>
		<category><![CDATA[Fight Club]]></category>
		<category><![CDATA[graphic novel]]></category>
		<category><![CDATA[Henk van Straten]]></category>
		<category><![CDATA[illustraties]]></category>
		<category><![CDATA[Willem Jansen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=857</guid>
		<description><![CDATA[Redactie: Henk van Straten Willem Jansen werkt wat illustraties betreft het liefst met verhalen: hij maakt illustraties bij bestaande verhalen en graphic novels, beeldverhalen. Vers afgestudeerd aan kunstacademie St. Joost te Breda is Willem een baby die heeft leren kruipen. Nu staat hij voor een tijd waarin dit lopen moet worden; rennen. Over deze expo [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Redactie: Henk van Straten</p>
<p>Willem Jansen werkt wat illustraties betreft het liefst met verhalen: hij maakt illustraties bij bestaande verhalen en <em>graphic novels</em>, beeldverhalen. Vers afgestudeerd aan kunstacademie St. Joost te Breda is Willem een baby die heeft leren kruipen. Nu staat hij voor een tijd waarin dit lopen moet worden; rennen.<br />
Over deze expo voor <em>De Optimist</em> vertelt Willem:</p>
<p>&#8220;Dit zijn acht illustraties en een coverontwerp die horen bij de cultroman <em>Fight Club</em> (1996) van schrijver Chuck Palahniuk, een boek dat kritiek levert op de consumptiemaatschappij. Mensen streven naar perfectie; een luxe appartement vol design <em>schmuck</em>; een sportschoolfit lichaam zonder schrammetjes/littekens/mankementen. Hoeveel weet je van jezelf als je nog nooit gevochten hebt? Wil je sterven zonder littekens, zonder ooit écht geleefd te hebben? Deze kritiek en de strijd tegen perfectie wilde ik in beeld brengen. Ik koos daarvoor momenten uit het boek die aansloten bij mijn standpunt dat veel mensen het grootste deel van hun leven bezig zijn met dingen die ze niet leuk vinden en daardoor niet al het mogelijke uit hun leven halen, en maakte daar vervolgens imperfecte beelden bij.<br />
Ik maakte tekeningen en maakte ze daarna kapot. Ik scheurde er randen af, stak ze in brand, gooide er inkt en verf overheen en schreef erop. Ik liet de controle los; het beeld was niet meer heilig. Als er een druppel verkeerd viel, een rand te ver afscheurde, dan was het zo. Ik maakte niks opnieuw, wilde niks opnieuw maken. Het moest niet perfect en mooi en netjes en af zijn. De tekeningen moesten karakter hebben, er doorleefd uitzien; vluchtig; imperfect. Ze moesten <em>zijn</em>.&#8221;</p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/11.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-858" title="FC1" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/11-198x300.jpg" alt="" width="178" height="269" /></a> <a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/21.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-859" title="FC2" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/21-198x300.jpg" alt="" width="178" height="269" /></a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/31.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-860" title="FC3" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/31-198x300.jpg" alt="" width="178" height="270" /> </a><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/41.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-861" title="FC4" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/41-300x227.jpg" alt="" width="244" height="184" /></a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/51.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-864" title="FC5" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/51-198x300.jpg" alt="" width="178" height="269" /></a> <a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/62.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-866" title="FC6" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/62-300x227.jpg" alt="" width="244" height="184" /></a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/71.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-867" title="FC7" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/71-198x300.jpg" alt="" width="178" height="269" /></a> <a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/81.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-868" title="FC8" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/81-198x300.jpg" alt="" width="178" height="269" /></a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/81.jpg">wtjansen@gmail.com</a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/51.jpg"><br />
</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2009/07/near-life-experience/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Bint in beeld.</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2009/01/bint-in-beeld/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2009/01/bint-in-beeld/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 14 Jan 2009 19:13:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Beeld]]></category>
		<category><![CDATA[Bint]]></category>
		<category><![CDATA[F. Bordewijk]]></category>
		<category><![CDATA[Willem Jansen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/?p=401</guid>
		<description><![CDATA[Willem Jansen (1986) maakt tekeningen. Hij werkt, woont, studeert en leert in Breda. Bint in beeld is de eerste in een serie van drie exposities die hij De Optimist toevertrouwt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a rel="lightbox" href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill1ill2.jpg"><img class="size-medium wp-image-402 alignnone" title="Bordewijk1" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill1ill2-300x246.jpg" alt="" width="300" height="246" /></a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill3.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-403" title="Bordewijk2" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill3-300x246.jpg" alt="" width="300" height="246" /></a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill-4.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-404" title="Bordewijk3" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill-4-300x246.jpg" alt="" width="300" height="246" /></a></p>
<p><a href="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill5.jpg"><img class="alignnone size-medium wp-image-405" title="Bordewijk4" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ill5-300x246.jpg" alt="" width="300" height="246" /></a></p>
<p><span style="border-collapse: collapse;">Willem Jansen (1986) maakt tekeningen. Hij werkt, woont, studeert en leert in Breda. <em>Bint in beeld</em> is de eerste in een serie van drie exposities die hij <em>De Optimist</em> toevertrouwt.</span></p>
<div><span style="border-collapse: collapse;"><br />
</span></div>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2009/01/bint-in-beeld/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>En Garde!</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2008/12/en-garde/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2008/12/en-garde/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 30 Nov 2008 23:07:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Interview]]></category>
		<category><![CDATA[En Garde]]></category>
		<category><![CDATA[Henk van Straten]]></category>
		<category><![CDATA[Ik weet hoe jongens huilen]]></category>
		<category><![CDATA[Janneke van der Horst]]></category>
		<category><![CDATA[Propria Cures]]></category>
		<category><![CDATA[schrijven]]></category>
		<category><![CDATA[Willem Jansen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/test/?p=62</guid>
		<description><![CDATA[Tekst: Henk van Straten Beeld: Willem Jansen Janneke van der Horst (1981) weet hoe jongens huilen. Op weg van Eindhoven naar Amsterdam om haar te ontmoeten, baart me dat ineens grote zorgen. Ik ben een jongen, en ik heb liever niet dat mensen weten hoe ik huil. Zeker meisjes niet. En daarbij, als Van der [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tekst: Henk van Straten<br />
Beeld: Willem Jansen</p>
<p><img class="aligncenter size-medium wp-image-261" title="janneke-vd-horst" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/janneke-vd-horst-225x300.jpg" alt="" width="225" height="300" /></p>
<p>Janneke van der Horst (1981) weet hoe  jongens huilen. Op weg van Eindhoven naar Amsterdam om haar te ontmoeten,  baart me dat ineens grote zorgen. Ik ben een jongen, en ik heb liever  niet dat mensen weten hoe ik huil. Zeker meisjes niet. En daarbij, als  Van der Horst weet hoe jongens huilen, wat weet ze dan nog meer van  jongens? Een ongemakkelijk, paranoïde gevoel bekruipt me. En dat is  niet alleen omdat achter me in de tram een twee meter lange kerel in  zichzelf zit te praten, steeds hetzelfde onverstaanbare zinnetje. Maar  niet dusdanig onverstaanbaar dat ik er niet herhaaldelijk het woordje  &#8216;kill&#8217; in kan horen.</p>
<p>Ik  zal toch zeker geen open boek voor haar zijn? Een personage uit een  van haar verhalen, dat ze binnen no time heeft geanalyseerd en gekaderd?  Bijvoorbeeld: ik ben een getatoeëerde boer uit Eindhoven, die dat feit  hopeloos probeert te compenseren door het dragen van een bril, het schermen  met zijn schrijverschap en het pretenderen iets van journalistiek te  weten. Zo zou ze me kunnen bestempelen, om me vervolgens zo, hup, een  verhaal in te schrijven.</p>
<p>Van  der Horst weet overigens niet alleen hoe jongens huilen. Ze weet ook  hoe ze moet schrijven. Columns, feuilletons en korte verhalen, onder  andere voor <em>HP / De Tijd</em>, <em>NRC</em> en <em>Het Parool</em>. En  ze was ook nog drie en een half jaar redactrice bij het satirisch-literaire  tijdschrift <em>Propria Cures</em>. Kortom, ze weet hoe het kunstje werkt,  en dat al op haar zevenentwintigste.</p>
<p>Haar  laatste wapenfeit, <em>Ik weet hoe jongens huilen</em>, is een verhalenbundel  van 160 pagina&#8217;s dik. Studentikoos, zo bestempelde <em>De Groene Amsterdammer</em> Janneke&#8217;s debuut in een recensie. Ook al weet ik niet precies wat  dat inhoudt, studentikoos, ik merk dat ik haar ook al een beetje als  zodanig ben gaan beschouwen. Zo weet ik dat ze tennist, naar concerten  van Acda en de Munnik gaat en uit een welgesteld dorp komt. Ze heeft  gestudeerd, en volgens mij gaat ze ook regelmatig op wintersport. En  op de achterflap van haar boek draagt ze, jawel, een overhemd! Met prominent  decolleté, dat dan weer wel. En halverwege het interview leer ik dat  het geen overhemd maar een &#8216;body&#8217; was. Maar toch, ik vraag me af  hoe we zullen klikken, Janneke: de studente uit Amsterdam, en ik: de  ongeschoolde Brabander. Van  der Horst práát ook een beetje studentikoos. Twee uur lang luisterde  ik naar haar stem tijdens haar interview met radioprogramma <em>Cantina</em>.  Ze heeft die <em>R</em> die ik, als Brabander,  nog altijd met <em> Kinderen voor Kinderen</em> associeer. Maar dat heb ik als Brabander  uiteraard nogal snel. Studentikoze grootspraak heb ik bij haar niet  kunnen ontdekken. Integendeel, ze kwam tijdens dat interview juist wat  timide over. Ingetogen. En zeer beleefd, zelfs toen haar gevraagd werd  of ze eigenlijk wel wist hoe ze een lp moest draaien. Ze praatte met  een zachte stem, dacht telkens even na voor ze iets zei en ze had het  veel over vroeger, en goeie oude tijden met haar vriendinnen. Ze kwam  steeds sympathieker op me over, maar ik had sterk het idee dat ze niet  alles zei wat er te zeggen viel.</p>
<p>Misschien  heb ik nu meer geluk.</p>
<p>Haar  boek wordt in verscheidene recensies ook geestig en scherp genoemd,  en daar ben ik het mee eens. Voornamelijk haar kortere verhalen, <em> De soldaat en ik</em>, <em>Zo is het leven </em> en <em>Oom Hemmo</em> zijn bij mij favoriet. Janneke is erg goed met losse  zinnen; van die enkele zinnen die meer zeggen dan een alinea, of zelfs  een bladzijde kan zeggen. Ze is goed op de korte afstand, zo zal ze  later aan me vertellen, maar dat weet ik nu nog niet, want ik zit nog  in de tram. Ik nader de Plantage Middenlaan in Amsterdam, waar ik met  haar heb afgesproken in een café.</p>
<p>Toen  ik Janneke in eerste instantie benaderde, zei ze eigenlijk geen interviews  meer te willen geven. Ze was bang dat er toch weer onzin uit zou komen.  Dat maakte mij natuurlijk alleen maar nieuwsgieriger. En nu zit ik tegenover  haar. Janneke van der Horst: de schrijfster die, samen met mij, onze <em> En Garde</em> rubriek officieel zal aftrappen. Bier voor haar, whisky  voor mij. Ik hoop niet dat ze me aan het huilen krijgt.</p>
<p><strong>Henk:</strong> Ik las dat je geen interviews meer wilde geven. Toen dacht ik, zoveel  heb je er volgens mij helemaal niet gedaan.</p>
<p><strong>Janneke:</strong> Genoeg om er geen meer te willen geven. Misschien ligt het aan mij,  misschien heb ik weinig geluk gehad met ondervragers. Er zijn niet echt  zaken waar ik vanuit mezelf meteen veel over praat. Ik heb niet het  gevoel dat ik iets belangrijks te vertellen heb. Dus de vragen moeten  goed zijn. Ik werd bijvoorbeeld een keer geïnterviewd door een meisje  van negentien, een heel lief meisje verder, maar, ja&#8230; daar kwam niet  veel uit, en uit mij dan dus ook niet. Of er wordt geschreven wat de  interviewer zelf heel graag wil horen. Zo werd me ooit gevraagd wanneer  ik meestal schrijf, op welk moment van de dag. Of dat misschien vooral  &#8216;s nachts was. Ik antwoordde dat het verschillende momenten waren,  soms dus inderdaad ook &#8216;s avonds laat. Die man schrijft vervolgens  dat ik altijd midden in de nacht opsta om te schrijven. En toen ik vertelde  dat ik Amsterdam op dit moment de fijnste plek vind om te wonen, schrijft  hij dat ik er altijd wil blijven wonen, nooit meer weg wil. Dat dus&#8230;  en ik heb zelf nog heel sterk idee dat ik er aan moet wennen, nog niet  precies weet wat ik nou wil zeggen. Ik wil graag lang nadenken over  een geschikt antwoord. Maar daar is dan geen tijd voor. Ik ben niet  zo&#8217;n snelle denker, en wil toch graag het goede antwoord geven. Als  ik snel wil antwoorden ga ik iets zeggen wat niet echt waar is.</p>
<p><strong>H:</strong> Je zou dus liever een <em>MSN </em>interview doen, of via email?</p>
<p><strong>J:</strong> Ja&#8230; alleen heb je dan weer dat je alleen maar bezig bent met het perfecte  antwoord, hoe je wilt dat het overkomt. Dat is ook niet goed.<strong>H:</strong> Het zou wel mijn voorkeur hebben, denk ik.</p>
<p><strong>J:</strong> Ik zou graag de vragen van te voren inzien, zodat ik er een beetje over  kan nadenken alvorens het interview te geven, maar misschien maakt dat  het weer minder spontaan.</p>
<p><strong>H:</strong> Ik heb je radio-interview op Cantina beluisterd, daarna begreep ik je  weerzin tegen interviews al een stuk beter. Als iemand (Jan Donkers  &#8211; red.) je na een gesprekje over muziek vraagt of je eigenlijk wel  weet hoe je een lp moet draaien&#8230; Ik moet zeggen, je bleef er rustig  onder. Je leek geen enkele drang te hebben een steek terug te maken.</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, maar ik ken hem ook persoonlijk, dus&#8230;</p>
<p><strong>H:</strong> Ah&#8230; Ehm&#8230; Oké&#8230; Maar dan ik juíst verwacht dat je wel wat brutaler  zou zijn.</p>
<p><strong>J:</strong> Het was m&#8217;n eerste keer op de radio, ik had niet helemaal m&#8217;n dag&#8230;  en ja&#8230; ik ben er gewoon niet zo goed in.</p>
<p><strong>H:</strong> Nou, ik vind niet dat jij het slecht deed. Ik had juist het gevoel&#8230;  Ik had niet echt medelijden met je, maar ik vond de vragen die je gesteld  werden soms wel echt beschamend. Ze waren ook totaal niet gerelateerd  aan jouw belevingswereld, misschien door het leeftijdsverschil. Als  het over oude muziek ging dan kon hij er weer even in mee, maar buiten  dat vond ik hem haast als een opa die vragen stelt aan zijn kleindochter,  en het dan telkens net niet begrepen heeft, waardoor de kleindochter  ook geen goede antwoorden kan geven. Een interview moet gelijkwaardig  zijn, dat was dit niet.</p>
<p><strong>J:</strong> Hm, ik heb er zelf niet eens meer naar geluisterd. Ik weet dat van die  lp niet eens meer.</p>
<p><strong>H:</strong> Sla je nu veel interviews af?</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, nee, ik had pas net besloten er geen meer te geven en toen vroeg  jij me.</p>
<p><strong>H:</strong> Waarom zei je nu wel ja?</p>
<p><strong>J:</strong> Ik heb nu eenmaal een zwak voor kleine literaire magazines.</p>
<p><strong>H:</strong> Mooi zo. Oké, ander onderwerp. In het promofilmpje van <em>Nieuw Amsterdam</em> zeg je dat je schrijven vergelijkt met tennis.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, ik vergelijk heel veel dingen met tennis. Zo ben ik heel goed op  de korte afstand, dan ben ik het snelst, en dat is bij schrijven ook  zo.</p>
<p><strong>H:</strong> Je bedoelt korte verhalen in tegenstelling tot een roman.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, of columns.</p>
<p><strong>H:</strong> Ah, en de vraag wanneer er dan misschien toch ooit een roman komt vind  je volgens mij irritant worden, toch?</p>
<p><strong>J:</strong> Nou ja, mensen gaan er sowieso van uit dat je een roman wilt, en gaat,  schrijven. De dag van de presentatie (van <em>Ik weet hoe jongen  huilen</em> &#8211; red.) vroegen mensen al meteen: &#8216;En nu?&#8217; Ik had er  zelf echt nog niet over nagedacht.</p>
<p><strong>H:</strong> Dus: en nu?</p>
<p><strong>J:</strong> Ik ben er wel over aan het denken, ja. En ik heb ook wel een idee.</p>
<p><strong>H:</strong> Dat zou je tweede boek worden.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, ik heb het er nog helemaal niet met de uitgeverij over gehad. Dus  het is nog heel pril. Maar het gaat niet uit m&#8217;n hoofd, dus volgens  mij ga ik er wel iets mee doen.</p>
<p><strong>H:</strong> Wil je eerst overleggen met je uitgever voordat je er aan begint?</p>
<p><strong>J </strong> (denkt na)<strong>:</strong> Ja.</p>
<p><strong>H:</strong> Is dat dan omdat ze kunnen helpen om de beslissing te maken, of zoek  je ook een soort goedkeuring?</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, in eerste instantie had ik twee ideeën, en ik dacht, ik ga gewoon  eens met m&#8217;n redacteur praten. Een beetje sparren. Om te kijken wat  er uit komt. Maar dat was voor de vakantie. Inmiddels is het plan in  m&#8217;n hoofd al veel verder gevorderd.</p>
<p><strong>H:</strong> Maar dan heb je dus wel een goede band met je redacteur. Is die persoon  door <em>N.A. </em>aangewezen als je vaste redacteur?</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, hij heeft mij uit zichzelf benaderd, naar aanleiding van stukken  in Propria Cures.</p>
<p><strong>H:</strong> Het lijkt me wel fijn, iemand hebben om mee te sparren. Dat iemand zo belangrijk voor je is, dat je een nieuw idee ook eerst met hem of haar  wilt bespreken. Ik kan me niet voorstellen dat ik dat ooit met mijn  uitgever of redacteur zou doen. Niet omdat hem er niet toe in staat  acht, maar&#8230; Nee, ik zou dat niet snel doen.</p>
<p><strong>J:</strong> Maar waarom niet dan?</p>
<p><strong>H:</strong> Ja, dat zit ik me nu af te vragen. Misschien omdat ik daar teveel een <em> einzelgänger </em>voor ben, dat ik denk dat ik het alleen wel kan, niet  wil dat iemand zich er mee bemoeit, in ieder geval niet in de eerste  stadia van een nieuw werk. Of het is omdat onze relatie er gewoon niet  naar is.</p>
<p><strong>J:</strong> Maar hoe is de begeleiding bij je roman je dan bevallen?</p>
<p><strong>H:</strong> Nu toch wel goed. Ik heb natuurlijk voordat ik zee ging met een uitgever  wel een beetje gepolst wat de bevindingen waren, of ik me daarin kon  vinden.</p>
<p><strong>J:</strong> Je had meerdere gegadigden? Mag ik weten welke?</p>
<p><strong>H:</strong> <em> Cossee </em>en <em>Mistral</em> (nieuwe uitgeeftak van <em>Foreign Media  Group</em> &#8211; red.) Toen ik hoorde dat het nieuwe boek van Arnon Grunberg  bij <em>Lebowski</em> (Oscar van Gelderen &#8211; red.) zou uitkomen, was  dat de eerste keer dat ik van het bestaan van die uitgeverij hoorde.  Ik ben een grote fan van de film <em>The Big Lebowski</em>, dus ik was  benieuwd of ze daar hun naam ook echt aan ontleend hadden. Zo kwam ik  daar dus terecht.</p>
<p><strong>J:</strong> Ik heb ook op hun website gekeken ja, maar wat vind je er van als je  uitgever z&#8217;n welkomstwoord ondertekent met &#8216;<em>The Dude</em>&#8216;?</p>
<p><strong>H:</strong> Euh, tja, tja&#8230; Ik snap wat je bedoelt. Dat is ook wel treffend voor  wie hij is. Maar aan de andere kant is hij wel iemand die vroeger in  de punkscene zat, net als ik, en een groot Bukowski fan is, ook net  als ik. Dat creëert toch meteen een zekere gelijkgezindheid. En hij  is recht door zee, zakelijk, daar houd ik wel van. <em>No nonsense</em>.  Ik vind het ook gaaf dat hij wordt gezien als het <em>enfant terrible</em> van de uitgeefwereld. Dat geeft hem voor mij een streepje voor. Hij  geeft uit wat hij uit wil geven. Dat gaat dan van Susan Smit naar Grunberg,  dus ze kunnen hem moeilijk in een hokje stoppen. Ik zou niet graag in  die literaire bibliotheekkringen willen zitten. Dat stoffige. Ik wil  toch ergens nog steeds wel een beetje kunnen schoppen.</p>
<p><strong>J:</strong> Is hij ook je redacteur?</p>
<p><strong>H:</strong> Ja, verhaaltechnisch zeker. Spelling en grammatica en dergelijke laat  hij aan iemand anders over, iemand die er ook voor moet zorgen dat het  allemaal iets minder Brabants wordt. Ik schrijf nog niet &#8216;beter als&#8217;,  maar het scheelt weinig&#8230; Maar om terug te komen op zo&#8217;n redacteur&#8230;</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, ik heb toch wel echt feedback nodig.</p>
<p><strong>H:</strong> Feedback krijg ik ook wel, maar dan van m&#8217;n moeder. Maar zelfs van  haar kan ik het soms slecht hebben.</p>
<p><strong>J:</strong> Ik stuurde de ruwe versies van m&#8217;n verhalen meteen naar m&#8217;n redacteur,  en vond z&#8217;n kritiek dan ook bijna altijd heel terecht. Ik had er een  goed gevoel bij.</p>
<p><strong>H:</strong> Hij lachte je niet uit?</p>
<p><strong>J</strong> (verbaasd)<strong>:</strong> Nee, hij heeft me niet uitgelachen.</p>
<p><strong>H:</strong> Oh, want dat doet mijn uitgever namelijk wel. Best pijnlijk. Maar meestal  ook zeer terecht. Dan lacht hij om een van m&#8217;n zinnen en zet er in  de kantlijn &#8216;I.A.&#8217; bij, wat staat voor Isabel Allende. In deze context  niet erg positief bedoeld natuurlijk. Maar goed, daar moet ik dan zelf  ook wel om lachen&#8230; In de CJP-bijlage van <em>De Volkskant</em> zeg jij  over je surrealistische verhalen: &#8216;Soms begin ik gewoon met schrijven  en ontwikkelen de verhalen zich vanzelf. Al klinkt dat misschien wat  artistiekerig.&#8217; En juist over die verhalen schrijft de <em>Groene Amsterdammer</em> dat ze geforceerd overkomen, &#8216;alsof Van der Horst een kunstgreep nodig  heeft om haar verhaal te eindigen.&#8217; Ze hebben het over een &#8216;kunstmatige  poging tot absurd drama, waardoor het geheel onevenwichtig overkomt.&#8217;</p>
<p><strong>J:</strong> Ja&#8230;</p>
<p><strong>H:</strong> In de trein hier naartoe las ik dat weer terug, en toen bedacht ik dat  los van het verhaal <em>De soldaat en ik</em>, het in je boek toch allemaal  wel meevalt met het surrealisme?</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, vind ik ook. En het grappige is dat juist dat verhaal vorig jaar  in een bloemlezing van <em>PC</em> (<em>Propria Cures</em> &#8211; red.) verscheen  en door Pieter Steinz (redacteur van <em>NRC Handelsblad</em> &#8211; red.)  werd aangeduid als een van de betere verhalen. Dus het is heel wisselend,  maar daar heb ik me wel een beetje bij neergelegd. Zo was er ook een  recensie (in de <em>Groene Amsterdammer</em> &#8211; red.) waarin beweerd  werd dat m&#8217;n verhalen studentikoos zouden zijn. Je kunt dingen over  m&#8217;n boek zeggen, en er zijn zwakke plekken die ik zelf ook wel kan  inzien&#8230; &#8216;Studentikoos&#8217; was niet eens als kritiek bedoeld, maar ik vind het nergens op slaan. Er komen bijna geen echte studenten  in voor, er wordt weinig in gezopen. Als je aan studentikoos denkt,  dan denk je toch een beetje aan Beau van Erven Dorens. De verhalen spelen  zich ook niet in een faculteit af, of in een één euro kroeg. Daar  kom ik zelf ook nooit.</p>
<p><strong>H:</strong> En toch vind ik het ook.</p>
<p><strong>J:</strong> Wat?</p>
<p><strong>H:</strong> Studentikoos.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja?, Ik heb niet eens een studie afgemaakt.</p>
<p><strong>H </strong> (verbaasd)<strong>:</strong> Heb jíj geen studie afgemaakt?</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, ik ben gesjeesd.</p>
<p><strong>H:</strong> Misschien komt het dan wel omdat ik iets, of iemand, al heel snel studentikoos  vind&#8230; bijvoorbeeld als ze alleen al gestudeerd hebben. Of als ze,  zoals jij achter op je boek, een overhemd aan hebben. Zeker bij een  vrouw vind ik dat altijd erg &#8216;kak&#8217;.</p>
<p><strong>J:</strong> Dat was een body, geen overhemd. Sowieso dragen vrouwen geen overhemden,  alleen van hun man soms om in te slapen, maar een blouse. Als ik nou  een <em>Ralph Lauren</em> aan had gehad of zo&#8230;</p>
<p><strong>H:</strong> Ah, mijn excuses. Het is een erg mooie foto, laat me dat benadrukken&#8230;  Kijk, dit maakt dus duidelijk hoe makkelijk ik geneigd ben iemand als  studentikoos af te doen.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, en dat vind ik dus erg makkelijk&#8230;. Degene die de recensie schreef,  hij en andere mensen die gestudeerd hebben, denken bij studentikoos  toch aan iets heel anders. De lading van dat woord is negatief&#8230;. En  dan die laatste zin: &#8216;Het soort roman waar ze bij <em>Propria Cures</em> altijd op afgeven.&#8217; Eerst schrijft hij dat hij hoopt dat ik een van  de personages uit mijn bundel zal uitdiepen om er een scherpe, grappige  roman over te schrijven, positief dus, en dan vervolgt hij met: &#8216;Het  soort roman waar ze bij <em>PC</em> altijd op afgeven.&#8217; Waarom zouden  wij op scherpe, grappige romans afgeven? We zijn er dol op. Sommige  mensen willen <em>PC</em> een beetje onderuit halen.</p>
<p><strong>H:</strong> Omdat jullie het stigma elitair hebben.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, misschien. En dan proberen ze dus in een recensie over mijn boek  tegen <em>PC</em> te schoppen, wat mij persoonlijk niet raakt, maar wat  ook nergens op slaat. Maar het is me nog meegevallen dat PC in andere  recensies nergens echt terugkomt.</p>
<p><strong>H:</strong> Even terug naar dat surrealistische aspect van <em>De soldaat en ik</em>,  wat ik overigens ook je sterkste verhaal vond, alleen al om de laatste  zin (Na het verzoek van een soldaat aan een meisje hem oraal te bevredigen:  &#8216;Dat wilde ik niet, de soldaat en ik waren immers vrienden. Daarbij  zat er nog heel veel smaak aan mijn Hubba Bubba-kauwgom en het was mijn  laatste.&#8217;) Ontstaat die surrealistische kant meestal als je op een <em> train of thought</em>-achtige manier schrijft?</p>
<p><strong>J:</strong> Hm, de kortste verhalen, zoals die, schreef ik in één keer door. Die  kwamen ook in een keer, ik heb er niet diep over nagedacht van tevoren.</p>
<p><strong>H:</strong> Ik vind de verhalen die ik in een keer schrijf, zonder er teveel bij  na te denken, de fijnste verhalen om te schrijven. Ze geven me de meeste  voldoening. Alsof ze geboren worden uit en soort oprisping. Iets wat  er uit moet, zonder dat er een plot of planmatig verhaal bijkomt kijken.</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, ik heb dat op die manier niet. Ik heb altijd deadlines, en dan  moet ik wel gaan zitten en schrijven. Die net genoemde verhalen moest  ik voor <em>PC </em>schrijven. Ze moesten af. Ik vind het nog steeds moeilijk  uit te leggen hoe dat proces dan precies in z&#8217;n werk gaat.</p>
<p><strong>H:</strong> Maar dan moet je dus wel deadlines hebben.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, dat heb je bij een roman dus niet.</p>
<p>Of het door  de whisky komt, of gewoon omdat we elkaar nu een fractie beter kennen  dan toen we elkaars hand schudden, weet ik niet, maar ik voel me wat  meer op m&#8217;n gemak dan zojuist. De vragen over het wel of niet &#8216;studentikoos&#8217;  zijn &#8211; van Janneke zelf, of van haar werk &#8211; en de antwoorden die  er op gegeven werden, veroorzaakten toch wat kille tocht rond de schouders.  Ik had het idee dat Janneke niet echt van mening was dat ik er iets  van begrepen had. Dat had ik waarschijnlijk ook niet, en dat werd even  pijnlijk duidelijk. Het had na dat punt twee kanten op kunnen gaan.  Gelukkig lijken we nu wat meer in het moment te komen. Wat niet wegneemt  dat ik na elke laatste slok whisky gretig weer een nieuw glas bestel.  Gelukkig drinkt Janneke haar biertjes met dezelfde verve. <em>Mental  note</em>: nooit een interview in de ochtend plannen.</p>
<p><strong>H:</strong> Je hebt dus geen studie afgemaakt. Was dat omdat je al voor kranten  kon gaan schrijven? Dat je de noodzaak niet voelde om het af te maken?</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, er hadden zich gewoon teveel tentamens opgehoopt. En ik deed er  al wel dingen naast, maar op zich, als ik gewoon door was gegaan in  het tempo waarmee ik aan de studie begon, had ik het best af kunnen  maken. Ik had het prima kunnen combineren. Maar het liep op een gegeven  moment gewoon over. Ik moest een paper schrijven, en áls ik schreef  dan schreef ik liever voor <em>PC</em>. Er kwamen toen ook nog allerlei  vakken te vervallen waar ik de papers nog niet voor had geschreven,  waardoor ik eigenlijk een jaar opnieuw moest doen. Toen zakte de moed  me in de schoenen. Misschien was ik lui.</p>
<p><strong>H:</strong> Ik kan me voorstellen dat, als je wel vooruitgang boekt op een ander  vlak, het dan ook gewoon minder belangrijk wordt om je opleiding af  te maken.<strong></strong></p>
<p><strong>J:</strong> Ja&#8230;</p>
<p><strong>H:</strong> Vind je het jammer dat je geen diploma hebt?</p>
<p><strong>J:</strong> Nou, ik vind het in die zin jammer dat ik niks heb om op terug te vallen&#8230;  als dadelijk geen club je meer wil. En dat er dan niets is dat je kan,  dat er niets is waar je verstand van hebt.</p>
<p><strong>H:</strong> Maar ben jij daar bang voor dan? Dat je geen kranten of tijdschriften  meer kunt vinden die je werk willen publiceren?</p>
<p><strong>J:</strong> Nou ja, ik ben daar nu niet direct bang voor, maar het spookt soms wel  door m&#8217;n hoofd. Dat niemand je meer wil. Of dat verkoopcijfers en  recensies op een gegeven moment zo gaan tegenvallen, dat je denkt, ja,  nou ja&#8230;</p>
<p><strong>H:</strong> Maar dan heb je het over boeken, toch? Maar je zit toch ook al vrij  diep in en columns, dat hele journalistieke hoekje? Zolang je dat leuk  blijft vinden zal je daar niet snel uitgetrapt worden, toch?</p>
<p><strong>J:</strong> Die kans is natuurlijk wel aanwezig. Het gaat er helaas niet alleen  om of ik het leuk vind. Maar ik ben ook niet echt een voorstander van  het fulltime schrijverschap, dus ik moet er toch iets naast doen.</p>
<p><strong>H:</strong> Je kán daar ook niet van leven natuurlijk.</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, maar zelfs al zou dat wel kunnen, ik zou het niet ambiëren.</p>
<p><strong>H:</strong> Vanwege de eenzaamheid.<strong>J</strong> (contemplatief)<strong>:</strong> Ja, ik woon vier hoog. Het is een beetje een  cliché hoor, een zolderetage&#8230; En de ramen zijn heel hoog dus ik kan  ook niet echt goed naar buiten kijken. Zie alleen maar de toppen van  bomen&#8230; en&#8230; ik ben er echt af en toe wel klaar mee.</p>
<p><strong>H:</strong> Dat je jezelf er echt toe moet zetten.</p>
<p><strong>J:</strong> Nou ja, ik woon alleen. Dan sta je &#8216;s ochtends op en dan ga je&#8230;  Ik vind thuis werken niet zo prettig. Jij hebt een vriendin en een kind,  en die gaan dan weg en die komen terug en bewegen zich door het huis&#8230;  Dat is anders.</p>
<p><strong>H:</strong> Ja, ik kan me eigenlik heel goed vinden in wat je zegt. Ik heb op een  gegeven moment op zolder een speciale schrijfruimte gemaakt. Ik had  sowieso de &#8216;schrijfruimte&#8217; altijd ontzettend geïdealiseerd. Als  de ruimte goed is, dan kan je ook goed schrijven, dacht ik. Toen hadden  m&#8217;n vrouw en ik op een gegeven moment een huis gekocht, en richtte  ik op zolder dus een special ruimte in. Ik hing er allerlei prullaria  uit kringloopwinkels op. Opgezette vogels en zo.</p>
<p><strong>J</strong> (spottend)<strong>:</strong> Ben je een vogelaar?</p>
<p><strong>H:</strong> Nee, maar ik houd wel van&#8230;</p>
<p><strong>J </strong> (nu lachend)<strong>:</strong> Dode dieren.</p>
<p><strong>H:</strong> Ja, precies. Dode dieren, daar houd ik van. Liefst maak ik ze zelf ook  dood&#8230; Maar goed, ik had dus eindelijk een mooie plek voor mezelf gemaakt.  Had ook allemaal gekruisigde Jezussen aan de muur hangen.</p>
<p><strong>J:</strong> Ben je ook echt gelovig?</p>
<p><strong>H:</strong> Nee, helemaal niet, maar ik houd wel erg van christelijke symboliek.  Maar dan zat ik daar dus, vingers op het toetsenbord, en dan was het  ineens wel heel erg stil. Ik raakte daar heel down van. Dus nu zit eigenlijk  meestal aan de eettafel te werken, in de huiskamer. En dan roep ik naar  m&#8217;n vrouw dat ze de tv zachter moet zetten. Of ik erger me aan m&#8217;n  zoontje, omdat hij teveel lawaai maakt. Terwijl ik boven dan dus gewoon  een eigen plek heb. Maar ik kan het me dus goed voorstellen.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, precies. Als ik nou wat dichter bij de grond zou wonen, en&#8230;</p>
<p><strong>H:</strong> Met iemand. Met geluiden.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja&#8230; ik heb nog altijd zo&#8217;n soort <em>Melrose Place</em> ideaal. Dat  ik in een groot huis woon met allemaal vrienden.</p>
<p><strong>H:</strong> Mensen om je heen.</p>
<p><strong>J:</strong> ja, ik vind het ook altijd lekker om te gaan werken. Ik werk nu drie  dagen per week. Dat wil ik ook altijd wel blijven doen. Maar dat is  dus weer het nadeel van geen diploma hebben, dan is het moeilijker een  leuke baan te vinden. Maar ik heb geluk gehad.</p>
<p><strong>H:</strong> Wat voor werk doe je dan die drie dagen?</p>
<p><strong>J:</strong> Ik werk voor een instituut  dat getalenteerde jongeren binnen een leiderschapsprogramma actief laat  meedenken over de positieverbetering van de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap.</p>
<p><strong>H:</strong> Klinkt leuk.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, ik heb politicologie gestudeerd &#8211; niet afgemaakt dus &#8211; maar  vind het wel leuk om met iets maatschappelijks bezig te zijn. Het is  lekker om met jonge mensen bezig te zijn die getalenteerd zijn en daar  ook echt iets mee willen doen.</p>
<p><strong>H:</strong> Plus, je zit aan de positieve kant van een nogal veelbesproken spectrum,  waar je normaal alleen maar negatieve dingen over hoort. Dat is wel  gezond voor je wereldbeeld denk ik.</p>
<p><strong>J:</strong> Ik was al niet echt  iemand die het over &#8216;kutmarokkanen&#8217; had, maar nu ik me er meer in heb  verdiept kan ik mensen die dat wel doen met feitelijke kennis en cijfers  om de oren slaan. Ook al zijn er veel problemen, er zijn meerdere kanten  aan dit verhaal.</p>
<p><strong>H:</strong> Laatst las ik een <em>Volkskrant magazine</em> dat geheel in het teken  stond van geslaagde, ontwikkelde moslims. Het was een beetje <em>over  the top</em>, en het is jammer dat het nodig is, maar toch merkte ik  dat ook ik het fijn vind om zoiets eens te lezen.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, en dat is ook heel erg nodig.</p>
<p><strong>H:</strong> Ja, want ook ik betrap mezelf vaak op&#8230; Je denkt van jezelf heel snel  dat je een ruimdenkend, gematigd persoon bent, maar dat beeld is vaak  minder accuraat dan je denkt<strong>J:</strong> Tuurlijk, ik voel me soms ook niet op m&#8217;n gemak als ik &#8216;s avonds  langs een groepje Marokkanen op scooters loop. Maar dat neemt niet weg  dat het voornamelijk een sociaal-economisch probleem is, niet zozeer  een cultureel probleem.</p>
<p><strong>H</strong> (lachend)<strong>:</strong> Of een genetisch probleem&#8230; Maar serieus, het is  echt zo. Ook ik blijf mezelf betrappen op dezelfde angst als waar zoveel  Wilders-stemmers last van hebben, zij het waarschijnlijk in mindere  mate. Ik merk dat vooral als ik weer eens hier in Amsterdam kom. Neem  vandaag, het begon al bij de tramhalte. Er zat een Aziatische jongen  naast me. Hij had een koptelefoon op en hij was volledig geconcentreerd  een klein, Manga-achtig stripboekje te lezen. Compleet ontrokken aan  de wereld om hem heen. Ik had meteen een visioen waarin ik hem een pistool  uit z&#8217;n tas zag halen en met absolute willekeur op de mensen om hem  heen begon te knallen. En daarna, in de tram, zat er een pikzwarte TPG-bezorger  naast me. Er ontstond wat commotie bij een van de haltes, iemand met  een kinderwagen mocht er niet in, en die pikzwarte man gaf me ineens  een brede, erkentelijke glimlach, rolde met z&#8217;n ogen naar mensen in  kwestie. Het duurde even voordat ik naar hem teruglachte omdat ik het  gewoon niet als een mogelijkheid had beschouwd. Je denkt dat je <em>open  minded</em> bent, maar dan betrap je jezelf erop dat je een immigrant  in een arbeiderstenue als zo ver van jezelf verwijderd ziet, zo ver  verwijderd van je eigen, blanke, Nederlandse belevingswereld, dat je  onbewust aanneemt dat hij jou ook zo wel zal zien. Op de een of andere  manier past spontane communicatie gewoon niet in je verwachtingspatroon.  Het is niet dat er enige vorm van haat of afgunst bij komt kijken. Je  verwacht gewoon niet dat zo iemand naar je lacht. En als dat wel gebeurt  is het alsof er een grens niet alleen wordt doorbroken, maar als een  gevolg ervan ook ineens zichtbaar wordt gemaakt&#8230;<strong>J: </strong> Hier spreekt een provinciestadbewoner.<strong> </strong></p>
<p><strong>H:</strong> Wellicht! Maar goed&#8230; nog even over dat vangnet, dat er niet is door  het gebrek aan een diploma. De kans dat je kunt leven van je fictie  is heel erg klein. Betekent dit dat je je vooral gaat richten op je  columns en je journalistieke werk? Is dat de kant die je op wilt?</p>
<p><strong>J:</strong> Nee, van alles wat ik schrijf zijn m&#8217;n verhalen, fictie, nummer één.</p>
<p><strong>H:</strong> Oké, <em>I.W.H.J.H.</em> is je eerste boek, ik neem aan dat daar flink  wat promotie bij is komen kijken. Hoe beviel dat?</p>
<p><strong>J:</strong> de promotie beviel goed, alleen vertaalt dat zich niet automatisch naar  de verkoopcijfers. Maar een hoop bladen en kranten hebben aandacht aan  me besteed. <em>De Groene Amsterdammer</em>, damesbladen als <em>Elle</em>, <em> Linda</em>, <em>Viva</em>, <em>Marie Claire, </em> NRC en Elsevier. Je verwacht dan ook dat daar iets uitkomt. Vooral die  damesbladen, daar is iedereen altijd lyrisch over.<strong>H:</strong> De lezers ervan kopen snel iets als het aangeprezen wordt.</p>
<p><strong>J:</strong> Ja, precies. En de recensies waren daar ook allemaal goed. Toch merk  ik dat niet aan het verkochte aantal boeken. Maar verhalenbundels zijn  natuurlijk ook niet echt populair.</p>
<p><strong>H:</strong> Ze noemen het uitgeven ervan ook wel <em>commercial suicide</em>, zeker  als debuut, toch?</p>
<p><strong>J:</strong> Is dat zo? Het is juist ook heel erg klassiek maar misschien ben ik  er op die manier ook gewoon te weinig mee bezig. Ik vind het voornamelijk  gewoon leuk om te doen. En blijkbaar vindt de uitgeverij dat ook. Ik  weet van nog twee andere jonge schrijvers dat ze ook met een verhalenbundel  debuteren Bij <em>N.A</em>.  Ze durven dat dus wel aan.</p>
<p><strong>H:</strong> Word jij nooit een beetje wanhopig als je dingen leest in de media over  hoe ontzettend moeilijk het is om een debuut aan de man te brengen?  Hoe moeilijk het is om binnen het enorme aanbod überhaupt ook maar  een beetje op te vallen?</p>
<p><strong>J:</strong> Ik wist dat van te voren. Ik wist dat echt al heel lang van te voren.  Bij mijn drie en een half jaar bij <em>PC</em> kwam dat heel vaak ter  sprake. Ik heb daar ook zoveel namen van debutanten voorbij zien komen,  waar ik dan later echt nooit meer iets van hoorde. Dat is op zich ook  wel fijn, want ik verwacht er dus ook niet zoveel van.</p>
<p><strong>H:</strong> Heel fijn, want voor mij is het redelijk als een klap aangekomen. Ik  heb nooit in dat wereldje gezeten, van de uitgeefwereld, de media er  omheen. Ik las alleen boeken. En ik heb al die tijd dat romantische  beeld gehad van: Je schrijft een boek en dat is het dan. Nu is het me  gelukt. Nu hoef ik me geen zorgen meer te maken om het feit dat ik alleen  de havo heb afgerond en al meer dan tien jaar alleen maar horeca-ervaring  op m&#8217;n cv heb staan. Al die tijd dacht ik: ik kan helemaal niks, maar  stel je nu toch voor dat er een boek van me wordt uitgegeven&#8230;   Die kans leek zo klein, en de prestatie zo groot en onwaarschijnlijk,  dat ik geloofde dat áls het me lukte, ik er ook zeker wel van zou kunnen  leven. Dan was ik schrijver. Schrijvers schrijven, die tappen geen bier.  En dan blijkt ineens dat je er amper een vakantie van kunt betalen.  Dat voelde haast als een <em>practical joke</em>: waar is Ralph Inbar  en waar staan de camera&#8217;s?</p>
<p><strong>J:</strong> Je zou eens moeten uitrekenen wat je verdient per woord.</p>
<p><strong>H:</strong> Laat ik dat maar niet doen. Maar heb jij dan niet dat als je eerste  roman uitkomt, en die blijft steken op drieduizend exemplaren, dat je  daar dan van zult balen?</p>
<p><strong>J:</strong> Ik zou juichen bij drieduizend exemplaren.</p>
<p><strong>H:</strong> Ja? Daar doe ik het echt niet voor.</p>
<p><strong>J:</strong> Wat is jouw verhouding tussen liefde voor schrijven en succesvol willen  zijn?</p>
<p><strong>H:</strong> Fifty-fifty. Ik móet schrijven, maar ik verlang wel dat het succes  oplevert.</p>
<p><strong>J:</strong> Maar wat is succes? Positieve reacties of hoge verkoopcijfers?</p>
<p><strong>H:</strong> Ik wil dat die twee inherent aan elkaar zijn. Ik wil dat als ik iets  moois maak in een wereld waarin de meeste media alleen maar stront produceren,  dat daar dan een beloning tegenover staat.</p>
<p><strong>J:</strong> Nou ja, goed, maar dat is maar voor een enkeling weggelegd. Zo  werkt het helaas niet. Ik zou niet teleurgesteld zijn als je boek blijf  steken op 3000 exemplaren. Als dat met je eerste roman gebeurt, mag  je heel blij zijn.</p>
<p><strong>H:</strong> Ja, dat weet ik ook, maar zo voel ik het niet.Oké, stop.  Het is nu enkele weken sinds mijn interview met Janneke. Eindelijk ben  ik het aan het uitwerken, vingers ratelend op het toetsenbord, en het  is op dit punt in ons gesprek dat mijn memorecorder een hatelijke <em> KLIK!</em> laat horen. Als ik vervolgens het bandje omdraai hoor ik niets  dan die zachte ruis waar sommige mensen stemmen van overleden mensen  uit kunnen opmaken. Ik kan dat niet, en heb daarbij ook veel liever  de stem van Janneke. Ik wist al wel dat ik geen journalist ben, maar  dit is wel erg gênant. Na enig onderzoek blijkt de tape niet alleen  losgeschoten te zijn, maar ook enigszins verfomfaaid. Ik koop nog eens  een keer apparatuur via Marktplaats.</p>
<p>Wat er precies  gezegd is na dit punt in het interview weet ik niet meer. Wel weet ik  dat het gezellig was en dat de laatste drankjes nog niet waren gedronken.  Ook namen Janneke en ik steeds minder doekjes voor de mond als het ging  over schrijvers en andere literaire coryfeeën, en derhalve is het misschien  maar beter dat de rest van ons gesprek niet wordt genotuleerd. We staan  immers beiden aan het begin van onze carrière, en om die nu te beginnen  met ieder een stuk of tien verschillende polemieken&#8230;</p>
<p>Janneke heeft  me die avond niet meer aan het huilen gekregen. Integendeel, ik heb  veel gelachen, en voelde tijdens de terugreis een warmte die niet louter  aan de whisky toegeschreven kon worden. Ik hoop haar snel weer te zien,  en kijk uit naar haar romandebuut. Janneke mag dan misschien wel goed  zijn op de korte afstand, maar de lange heeft ze nog niet gelopen. Wellicht  wint ze ooit een marathon.</p>
<p><img class="alignnone size-medium wp-image-289" title="JvdH" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/9046803619.jpg" alt="" /><em><br />
Ik weet  hoe jongens huilen</em> &#8211; Janneke van der Horst (<a href="http://www.nieuwamsterdam.nl/">Uitgeverij Nieuw Amsterdam</a>)</p>
<p><img class="alignnone size-medium wp-image-290" title="HvS" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/ik_ben_de_regen__v_straten-187x300.jpg" alt="" width="138" height="220" /><em><br />
Ik ben de  regen</em> &#8211; Henk van Straten (<a href="http://www.lebowskipublishers.nl/">Lebowski Publishers</a>)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2008/12/en-garde/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De weg naar John Fante.</title>
		<link>http://www.deoptimist.net/2008/12/de-weg-naar-john-fante/</link>
		<comments>http://www.deoptimist.net/2008/12/de-weg-naar-john-fante/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 30 Nov 2008 23:01:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem Jansen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Essay]]></category>
		<category><![CDATA[Arturo Bandini]]></category>
		<category><![CDATA[Charles Bukowski]]></category>
		<category><![CDATA[Henk van Straten]]></category>
		<category><![CDATA[John Fante]]></category>
		<category><![CDATA[Tupac]]></category>
		<category><![CDATA[Willem Jansen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.deoptimist.net/test/?p=3</guid>
		<description><![CDATA[Tekst: Henk van Straten Illustraties: Willem Jansen Tussenstops: Punk, Tupac Shakur, Australië, Charles Bukowski en beer shits. Eigenlijk moet ik beginnen bij Charles Bukowski. U moet begrijpen, voordat m’n moeder me op m’n negentiende een dichtbundel van deze man kado deed, las ik niet veel meer dan muziekbladen. En dan niet eens de bevlogen, zelfgemaakte [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Tekst: Henk van Straten<br />
Illustraties: Willem Jansen</p>
<p><em>Tussenstops: Punk, Tupac Shakur, Australië, Charles Bukowski en </em>beer shits<em>.</em></p>
<p><img class="alignnone size-medium wp-image-302" title="eindjong" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/eindjong-212x300.jpg" alt="" width="212" height="300" /></p>
<p>Eigenlijk moet ik beginnen bij Charles Bukowski. U moet begrijpen, voordat m’n moeder me op m’n negentiende een dichtbundel van deze man kado deed, las ik niet veel meer dan muziekbladen. En dan niet eens de bevlogen, zelfgemaakte en politiekcorrecte bladen die veelvuldig circuleerden in het underground circuit waar ik me destijds in begaf. Nee, ik heb het hier over die gesponsorde, glossyachtige dingen die je gewoon in Bruna vindt. Maar wacht even, we moeten misschien nog iets verder terug. Daar vinden we namelijk de neergeschoten rapper Tupac Shakur. Ik las zijn teksten en luisterde naar zijn muziek. Dat laatste is op z’n minst vreemd te noemen aangezien ik toen, en nu nog steeds, voornamelijk punk en andere harde muziek prefereerde. Maar hij had iets… echts. Iets dat me met hem deed identificeren. Welnu, je zou dat, als je ons naast elkaar zou zetten, niet meteen verwachten. Tupac was een rijke neger met een gettoachtergrond, had ervaring met drugdeals, kogels (veelal in zijn lijf), en met gangs die luisterden naar namen als Bloods en Crips. Ik daarentegen, was (en ben) een blanke, Nederlandse puber uit de middenklasse, met onder zijn bed een waterpijp, een voorraad wiet en een oude sok die ik gebruikte tijdens het stiekem porno kijken op Canal+ tijdens de nachtelijke uren. De overeenkomsten zijn op één vinger te tellen, dat zult u met me eens zijn.<br />
Maar! Achter de muur van geld- en geweldsverheerlijking was Tupac eigenlijk een gevoelige jongen, en ook, iets wat weinig mensen weten, een middelmatig doch oprecht dichter. Je kreeg bij zijn werk (evenals de blik in zijn haast sensuele ogen) altijd het gevoel dat als hij de toneelschool had voltooid, geen drugs had hoeven dealen om zijn verslaafde moeder mee te onderhouden, en niet meerdere malen was neergeschoten, hij iemand was geworden waar we nu met z&#8217;n allen naar op zouden kijken. Een groot acteur. Een mensenrechtenactivist. Een schrijver. De president van Amerika?</p>
<p>Oké, goed, de gedichten van een notoire gangster rapper wilde ik toen dan nog wel lezen, maar met iets anders moest je ook echt niet komen aanzetten. Literatuur was voor nerds, homo’s, snobs, stuudjes, brillies, bejaarden, pijprokers en burgerlullen. (In feite ik was natuurlijk gewoon bang dat het te hoog gegrepen voor me zou zijn; een angst die ik nu nog steeds met me meedraag.)</p>
<p>Echter, toen ik op m’n achttiende een jaar lang door Australië aan het reizen was, waren de momenten van verveling zo frequent en langdurig, dat ik toch maar sporadisch een tweedehands boek ter hand nam. Boeken van Stephen King bijvoorbeeld. Ik herinner me zelfs <em>De Celestijnse Belofte</em>. Als ik me die boeken nu weer voor de geest haal, is de latere liefdesrelatie met het geschreven woord eigenlijk nog opvallender. Ik bedoel, <em>De Celestijnse Belofte</em>? Alsjeblieft!<br />
Thuis aangekomen en een heel jaar ouder, gaf m’n moeder me dus zomaar ineens <em>Betting On The Muse </em>van Bukowski. Waarom weet ik eigenlijk niet eens. Ze las zelf niets van de beste man. Ze leest überhaupt geen Engelse boeken. Hoe zat dat? Kon ze wellicht de dramatische koerswijziging die het teweeg zou brengen toen al voorspellen? Wist ze dat hij, en hij alleen, de man was die je moest inschakelen in geval van een nihilistische puber? Ik moet het haar een dezer dagen eens vragen.</p>
<p>De wereld brak als een rioolpijp in tweeën. En uit dat riool, besmeurd met de collectieve drol van de mensheid, stond een mentor op. Een man die leefde in goedkope kamers in de achterwijken van L.A., sliep op parkbankjes en de vloeren van geschifte vrouwen, en van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat dronken was. Een man die liever sliep dan dat hij wakker was. Een man die dagelijks schreef louter en alleen omdat hij móest schrijven, ook al was er tot zijn vijftigste levensjaar geen uitgeverij te vinden die zich aan zijn werk wilde wagen. Charles Bukowski haatte de schrijvers en boeken waarvan ik op dat moment dacht dat alle literatuur bestond. En, nog belangrijker, hij schreef over zichzelf. Over drinken in cafés, vechten op straat en kotsen naast zijn bed. Over vrouwen en drugs. Klotebaantjes. Lelijke mensen. Remsporen en driepotige honden.<br />
Bukowski beschreef het creëren van een gedicht of verhaal (bij hem feitelijk één en hetzelfde) als volgt: ‘<em>It has to come out like a good hot beer shit. A good hot beer shit is glorious, man. You get up, you turn around, you look at it, you’re proud. The fumes, the stink of the turd&#8230; You say, “God, I did it. I’m good,” then you flush it away and there’s the sense of sadness when just the water is there. It’s like writing a good poem. You just do it. It’s a beer shit. There’s nothing to analyze. There’s nothing to say. It’s just done. Got it?’</em></p>
<p>Charles Bukowski, toen reeds vijf jaar dood, liet me zien dat proza ook voor mij was. Dat het mocht stinken, wringen en klappen uit mocht delen. En – oh wat heerlijk! – dat het niet hoefde te rijmen. Waarom liet iemand in godsnaam ooit nog iets rijmen?<br />
Kortom, op deze manier lustte ik er wel pap van. Het zaadje was gepland. Een amusant gegeven is overigens dat de naam John Fante in het werk van Bukowski meerdere keren vermeld wordt, maar dat ik pas sinds kort, ongeveer acht jaar na m’n bloeiende affaire met Bukowski, de moeite heb genomen om me in deze man te verdiepen.</p>
<p>Bukowski had een diep ontzag en respect voor Fante en heeft hem nog bezocht tijdens z’n ziektebed. Niet lang daarna stierf Fante, toen al enkele jaren blind en ontdaan van zijn benen, aan de gevolgen van ouderdom en suikerziekte. Ik weet nog dat ik <em>Wait Until Spring, Bandini</em> aanschafte louter en alleen omdat Bukowski er het voorwoord van geschreven had. Waarom ik dat boek toen niet daadwerkelijk heb gelezen is me een raadsel. Misschien was ik er nog niet klaar voor. Waarschijnlijk legde ik het na het lezen van de eerste zinnen weer weg. De kracht van Fante ligt in de ogenschijnlijke eenvoud van z’n werk, en ik had daar toen misschien nog geen oog voor. Vond het waarschijnlijk wat saai en bleekjes. Aldus, een meesterwerk verdween in de kast. Zoals dat zovaak gebeurt, in zo veel huiskamers.<br />
Maar goed, de toon was gezet en ik begon aan een lange lijst van volstrekt willekeurig gekozen schrijvers. Van Ernest Hemingway naar Chuck Palahniuk, van Joseph Heller naar Kurt Vonnegut, van Irvine Welsh naar Alberto Moravia, van Kinky Friedman naar Dave Eggers, en ga zo maar door. Maar ook tientallen andere schrijvers kwamen voorbij. Schrijvers die niet door de selectie kwamen. Schrijvers waarbij ik ineens m’n oude mentor, Bukowski, weer tekeer hoorde gaan over pretenties en geforceerde intellectualisme. Over boeken die mensen goed vonden simpelweg omdat andere mensen ze goed vonden, of omdat het ze precies liet lezen wat ze wilden lezen. Ingeslapen boeken. Sentimentele boeken. Elitair. Ongevaarlijk. Overbodig. Pretentieus. Geforceerd literair. Bij welke auteurs dit precies gebeurde weet ik nu niet meer. Gelukkig maar.</p>
<p>Wanneer ik zelf begon met schrijven is moeilijk te zeggen. Als zanger van een punkbandje schreef ik al songteksten toen ik veertien was. Bukowski-eske gedichten vonden hun weg naar het computerscherm zo rond m’n twintigste. Maar verhalen, fictie, daar begon ik pas midden twintig mee. Eigenlijk helemaal niet eens zo lang geleden. Ik ben nu achtentwintig. Het was dus praktisch eergisteren.<br />
Door te schrijven ging ik anders kijken naar literatuur. Vergelijk het met een muzikant die geen liedje meer kan horen zonder het op te delen in de verschillende instrumenten, de productie te beoordelen, en het genre, en de presentatie. Zodoende leerde ik onderscheid maken tussen puur en troebel. Tussen geforceerd en vanzelfsprekend. Tussen gekunstelde stijlfiguren en natuurlijke souplesse. Het blijft een kwestie van smaak natuurlijk. Uiteraard. Maar die dooddoener wilde ik, als u het niet erg vindt, zo lang mogelijk achterwege laten.</p>
<p>Er zijn veel goede schrijvers. Heel veel. Meer dan ik gelezen heb of waar ik überhaupt ooit van gehoord heb. En allemaal hebben ze iets. Iets unieks. Ongrijpbaars. Iets echts. Ze vormen een onuitputtelijke bron van heerlijkheid, emotionele en filosofische educatie, eindeloze verbazing én, het beste van alles, herkenning.<br />
En langs deze weg kom ik nu dan toch eindelijk uit bij John Fante (1909 – 1983), geboren te Colorado, USA, maar veelal woonachtig in L.A.. Ongeveer een jaar geleden las ik <em>Ask The Dust</em> en begreep onmiddellijk dat ik, ongeveer per toeval, was gestuit op de essentie van het schrijven. Hier was iemand die schreef wat hij moest schijven en niets meer. Een man die zich nooit verloor in pretentie of zelfbevlekking. Een man die niemand wilde overtuigen of bekeren. Een man zonder opgelegde boodschap. Een man die niet, zoals zoveel anderen, alleen maar wilde laten zien hoe goed hij kon schrijven, daarbij voorbijgaand aan het gerief van de lezer en, ja, zelfs de ziel van fictie.</p>
<p>Natuurlijk: ook Fante was een narcistische en tegelijkertijd hopeloos onzekere man, net als alle andere goede (en slechte) schrijvers, maar hij bezat, in ongekende mate, iets waar zo velen een tekort aan hebben. En dat is, beste mensen, zelfspot. En niet zomaar zelfspot. Nee. Humoristische zelfspot. Schrijnende zelfspot. Treffende zelfspot. Hardop lachen, ha-ha zelfspot. En het is juist hierdoor dat Fante nooit pretentieus overkomt. Hij kón zichzelf simpelweg niet te serieus nemen. Waarschijnlijk was dat omdat hij wist, net als ieder weldenkend mens, dat jezelf te serieus nemen de teloorgang van zowel je creatieve vermogen als je persoonlijkheid betekent. En, natuurlijk, omdat je dan altijd ‘Geintje!’ kunt zeggen als niemand je werk blijkt te waarderen. Onzekerheid: een vloek en een zegen.</p>
<p>Maar dan, tussen de ogenschijnlijk luchtige zinnen door, vormt zich onder je ogen wel mooi een prachtig verhaal. Ontroerend. Grafisch. Integer. Deze man kon schrijven. Nee, wat ik wil zeggen is, deze man schrééf.<br />
Maar mijn weg náár John Fante, is ook beetje de weg ván John Fante. Dat klinkt zelfingenomen, en dat is het waarschijnlijk ook. Ik identificeer me met zijn persoonlijkheid. Of nou ja, de persoonlijkheid van Arturo Bandini, zijn alterego uit de vierdelige Bandini-saga, die verhaalt over zijn leven van jonge jongen tot aan man van middelbare leeftijd. Zijn ambitie voor het schrijverschap. Zijn onzekerheden. Zijn hoogmoed.</p>
<p>Arturo is John, dat moet haast wel. We mogen – nee – móéten dat aannemen, om de charme van zijn boeken te kunnen ervaren. En als je zijn verzamelde brieven leest, dan weet je het ook eigenlijk wel zeker. Ik houd van Fante omdat hij een valse bullterriër had genaamd Rocco. Ik houd van Fante omdat hij nooit bij de stoffige, zelfverklaarde ribstofelite heeft willen horen. Ik houd van hem omdat hij een macho met een klein hartje was. Een loepzuivere Italiaan met glad, naar achteren gekamd haar en een strak witte t-shirt. Want als schrijven – schrijver zijn – ook zo kan, ja, dan wil ik dat ook wel. Zonder John zou voor mij de lol er misschien zelfs wel helemaal vanaf zijn. Ik zou dan namelijk nergens bijhoren, en nu wel: nu hoor ik bij Fante. Als ik schrijf, vraag ik me af wat hij ervan zou vinden. Hij staat op m’n schouder en schopt me in m’n nek als ik dreig in die eeuwige val van verhulde zelfbevlekking en literaire erkenning van de high browers te stappen. Dat klinkt pathetisch en overdreven, maar het ligt dichter bij de waarheid dan je misschien nu wilt aannemen.</p>
<p><img class="alignnone size-medium wp-image-316" title="eindoud" src="http://www.deoptimist.net/wp-content/uploads/eindoud-212x300.jpg" alt="" width="212" height="300" /></p>
<p>John Fante. In Nederland catastrofaal ondergewaardeerd. Zelfs in zijn eigen land, in zijn eigen tijd, had hij het niet breed. Verdiende voornamelijk geld met filmscripts, hetgeen hij haatte en waarvan hij dacht dat het zijn artistieke capaciteiten vernielde. Pas veel later kwam het succes met <em>Wait Until Spring, Bandini</em> (1938) en <em>Ask the Dust</em> (1939), en dat succes was verre van omvangrijk. Hij bleef tegen zijn zin in filmscripts schrijven en kwam pas op late leeftijd weer met een roman op de proppen. Zijn laatste boek, <em>Dreams from Bunker Hill </em>(1982), dicteerde hij aan zijn vrouw Joyce, omdat hij al sinds 1978 niets meer kon zien. Een jaar later was hij overleden. Hier in Nederland bleef het succes eigenlijk helemáál achterwege. Alleen Meulenhoff komt eens in de zoveel tijd met een kleine oplage.</p>
<p>Mijn droom is, mocht Meulenhoff het ooit goedkeuren, om op een dag een eigen vertaling van <em>The road to Los Angeles</em> te schrijven, al getuigt dat waarschijnlijk van dezelfde pretentie als waar Charles Bukowski en de jonge Henk van Straten zo’n afkeer tegen hadden.</p>
<p>Goed, dat moet dan maar.</p>
<p><strong>Bibliografie John Fante</strong></p>
<ul>
<li><em>Wait Until Spring, Bandini</em> (1938)</li>
<li><em>Ask the Dust</em> (1939)</li>
<li><em>Dago Red</em> (1940), korte verhalen</li>
<li><em>Full of Life</em> (1952)</li>
<li><em>The Brotherhood of the Grape </em>(1977)</li>
<li><em>Dreams from Bunker Hill</em> (1982)</li>
<li><em>1933 Was a Bad Year </em>(postuum gepubliceerd, 1985; incompleet)</li>
<li><em>The Road to Los Angeles</em> (postuum gepubliceerd, 1985)</li>
<li><em>The Wine of Youth </em>(postuum gepubliceerd, 1985), korte verhalen</li>
<li><em>West of Rome </em>(postuum gepubliceerd, 1986), twee novelles</li>
<li><em>The Big Hunger </em>(postuum gepubliceerd, 2000), korte verhalen</li>
</ul>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.deoptimist.net/2008/12/de-weg-naar-john-fante/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

