poëzie

Vers in de etalage

Door Mischa Andriessen
1 februari 2010

Het Respijt

Ze zegt: ‘Plant daar klimop
dan zie je de dode boom niet
en je bent beschut voor de buren.’

De tuin herstelt zich van de regen
Naaktslakken hangen in de bieslook.
Ze zegt: ‘De hond heeft weer alles onder gescheten.’

De houtduiven hervatten de bouw
van een nest ergens buiten je blikveld
binnen bereik van de buurkat.

Ze zegt: ‘Doe iets, bind een bel
aan zijn staart, zet de stereo aan
en draai het allerschelste vioolconcert.’

Er is een muur rechts, een muur van steen.
Daar groeit klimop waarin de duiven verdwijnen
de takken oorverdovend met hun snavels breken

voor ze terugkeren naar het onvoltooide nest.
De tuin is drassig en donker. De kikkers kwaken.
Ze zegt: ‘Er is nog veel meer regen voorspeld.’

Over de auteur

Mischa Andriessen (1970) is dichter, schrijver en recensent. Hij debuteerde in 2008 bij Uitgeverij De Bezige Bij met de gedichtenbundel Uitzien met D waarvoor hij in 2009 de C. Buddigh’prijs kreeg toegekend. Zijn tweede bundel Huisverraad werd bekroond met de J.C. Bloem-Poëzieprijs 2013. Zijn meest recente dichtbundel Dwalmgasten verscheen in 2016.Andriessen schrijft onder meer over beeldende kunst voor Het Financieele Dagblad en over jazz voor Trouw. Daarnaast is hij als redacteur verbonden aan het literair tijdschrift Terras. Hij publiceerde artikelen over literatuur in De Revisor en in het magazine van Poetry International. Andriessen heeft gewerkt bij de Koninklijke Bibliotheek en het Theaterinstituut Nederland, en was eerder adviseur van de Commissie Podiumkunsten van de Gemeente Utrecht.

Lees meer uit de categorie poëzie

Vers in de etalage

Door Maartje Jaquet

Maartje Jaquet fotografeert dingen op straat die haar aan dieren doen denken. Bij de foto’s maakt ze gedichtjes waarin ze vertelt hoe je de foto’s kunt bekijken. Voor De Optimist selecteerde ze vier fotogedichten. steenvogel nu weet ik het zeker je bent er altijd was je er al die tijd al zit je op mijn […]

ontwerp: Artur Schmal Studio / ontwikkeling WordPress: Daniël Philipsen