Kort verhaal

Joris’ Anaphalis Triplinervis

Door Eileen Ros | beeld: Elise van Iterson
5 mei 2011

Joris (24) is een telg uit een familie tuincentra-eigenaars en verdween. Weg uit de kroeg, van Facebook, Twitter deed niks meer. Joris ging naar Siberië om de Anaphalis Triplinervis naar Nederlandse tuincentra te halen. Een harig, vlezig plantje met gouden harten in witte bloemetjes. Een onbekende plant binnenhalen die goed verkoopt verhoogt jawel, je status in tuincentraland. Dat heeft Joris ons uitgelegd. Want wij, zijn vrienden zonder incrowd tuincentra-kennis, hadden wel wat uitleg nodig. Afgelopen week kregen we een gekopieerde brief (het origineel ligt bij familie), ingescand op onze mail:

Lieve vrienden (Mathijs, Fessie, Roos, Toef (dat ben ik),

ik stuur via het adres van m’n ouders (enige die ik uit m’n hoofd weet) een brief om jullie te vertellen dat ik langer blijf zodat jullie niet ongerust worden: hier is in de verste verte geen Internet.

‘Heeft-ie een vriendin?’, dacht ik.

Ik heb geen Siberische vrouwen aan de haak geslagen,

‘Hm, geen vriendin..’

maar ruzie gemaakt met Oeigoeren.

Oeigoeren?

Het is een beetje vreemd zo om te vertellen. Om me heen staan allemaal hele kleine Oeigoeren, te kijken wat ik schrijf, hoe ik het schrijf en waarop ik schrijf. Ze ruiken zelfs aan m’n pen.

Nu staat er wat gekras.

Toen ik aankwam in dat dorpje waar ik het over had, Zavodo Oekovsk, waar volgens Google de Anaphalis Triplinervis zou groeien, staarde iedereen me aan. Dat heb ik wel vaker in een vreemd land, maar dit was beangstigend. Als in een film: overal waar ik liep vielen stiltes, vrouwen lieten spullen uit hun handen vallen, grote kerels trokken open monden, zelfs de dronkaards keken me raar aan. Ik wilde zo snel mogelijk m’n hotel in en vroeg de weg. Een jongen bracht me dwars door een markt, door smalle steegjes, straatjes in en uit, naar het huis van de burgemeester. Nou ja, een hele hoop onduidelijkheden verder (die burgemeester deed hele gekke officiële pasjes!) werd me door een opgetrommelde vertaler uit een ander dorp verteld dat ze dachten dat ik een afstammeling van Djenghis Khan was, één of andere Mongools beroemdheid.

 

Enfin, de dorpelingen, de burgemeester inclusief de vertaler, iedereen in wijde omtrek denkt dat ik als afstammeling allerlei belangrijke boodschappen kom overbrengen. Ik dacht: mooi meegenomen. Alszijnde afstammeling van Djenghis Khan krijg ik waarschijnlijk alle privileges die je maar kunt bedenken en vind ik dat plantje sneller. Zo huurde ik wat Oeigoeren (gratis) voor het zoeken, waarmee ik op dit moment zit opgescheept in een boshut. Een boodschapper, de snelste van het clubje, haalt en brengt eten en informatie als deze brief. Met de anderen trek ik er iedere ochtend op uit om links en rechts het bos af te zoeken, althans dat is de bedoeling. Over een paar weken zou ik weer thuis zijn, met plant en stekkies, niets aan de hand. Ware het niet dat afgelopen nacht onze boshut is opgegeten!

In koeienletters:

‘ONZE BOSHUT IS OPGEGETEN!’

Gisternacht staarde ik door een kier van onze hut naar de resten van het kampvuur. Opeens rende er iets zwarts voorbij. Zomaar een beestje dacht ik, en keek opnieuw. Maar ook het hout voor het kampvuur was gaan bewegen. Toen ik de deur opendeed zag ik het pas goed: duizenden scarabeeën (van die zwarte Egyptische kevers, uit Kuifje-strips) krioelden in rondjes rondom het kampvuur. Je hoorde heel zachtjes geschraap van hun kaakjes in het hout en om de paar seconden maakten ze hoge geluidjes: ‘Pri pri grrrnk pri pri’, als bliepjes van een pin-automaat. Toen begonnen ze met de voordeur en de raamluiken van onze hut, die binnen een kwartiertje soldaat werd gemaakt. We zijn hals over kop gevlucht. Met een handjevol bibberende Oeigoeren zit ik nu in een geïmproviseerde takkenhut, een paar kilometer verderop. Wat ik ook probeer, een grap, kortjakje zingen, gevaarlijk boos kijken, ik krijg ze niet meer aan het zoeken. De Oeigoeren denken dat die kevers een voorbode zijn van slechte tijden ofzoiets. Ik ben dus wat later thuis, niks aan te doen. En maak je vooral niet ongerust: die plant die vind ik wel.

Groeten (ook aan Spin en Vincent trouwens),

Joris

PS: Doe een dans-ie voor mij op Koninginnedag!

Lees meer van

In de leer bij een optimist

Door Eileen Ros

Beeld: Joram Esveld U kent hem niet, Jeroen Meijer (33). Zijn levensgeluk werd op het nippertje van een wisse dood gered door het lezen van Sartre. Misschien wilt u toch een kijkje nemen dan. Jeroen is dan wel niet één van de Coen Brothers, niet de zoon van Harry Mulisch, Anna Drijver in eigen persoon […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Ballen

Door Nina Roos

Hij heeft vliezen op zijn ogen, ook als hij niet knippert bewegen ze in zijn blikveld. Hij dept ze zo nu en dan met een natte washand. Zijn moeder steekt haar voeten in en uit haar sandalen vanaf het moment dat ze is aangeschoven. Vandaag eten ze buiten, achterin de tuin, omdat moeder de namiddag […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper