Kort verhaal

Kaas

Door Willem Claassen | beeld: Nina Roos
22 juni 2011

Voordat de melk naar de grote tank werd geleid, kwam hij in een glazen bol terecht. Op die bol stonden zwarte streepjes. Zo was te zien hoeveel liter een koe gaf. De melk stroomde binnen, de bol raakte steeds voller en het glas werd warm. Ik legde er vaak mijn handen op. Soms duwde ik mijn wang ertegenaan.
Bosman stond wederom in de deuropening. Hij krabde met zijn dikke vingers aan zijn arm. Hij was de enige die ik kende die nog op gele klompen liep.
Mijn vader knikte in zijn richting terwijl hij zonder te kijken de zuignappen aan de spenen van een koe hing.
‘Je hebt weer een mooie!’ riep Bosman boven de melkmachine uit.
Hij schreeuwde hard. Het was altijd hard, ook als de machine niet aan stond. En hij riep steeds hetzelfde. De eerste keer dacht ik dat hij het over mijn zus had.
Toen we klaar waren met melken vulde Bosman samen met mijn vader wat papieren in en laadde het kalf in zijn veewagen.

Om de zoveel tijd kwam er een Turk op de boerderij. Hij wilde melk rechtstreeks van de koe. Niet via de tank, maar via de glazen bol. Daarvoor moest mijn vader een slang ontkoppelen en er een emmer onder zetten.
Dengiz heette hij, maar mijn vader noemde hem Dinges. Hij kwam samen met zijn vrouw in een oude grijze auto. Hij had eigen emmers bij zich, groter dan de onze.
‘Help ze maar even,’ zei mijn vader.
Ik liep naar de hal waar de grote tank stond. Dengiz was bezig de emmers naast elkaar op de grond te zetten en te tellen. Zijn vrouw legde katoenen doeken in de emmers. Dat deed ze op een speciale manier die ik niet helemaal kon volgen. Haar handen verdwenen telkens even in een doek. Het waren kleine mensen, kleiner dan ik, en ze waren op leeftijd. Ze hadden veel rimpels.
Een voor een nam Dengiz de emmers de melkstal in. Met volle emmers kwam hij terug. Hij had de auto vlak voor de hal geparkeerd. Ik hielp hem mee ze in de kofferbak te zetten. Het tillen was best zwaar, maar het ging net. De kofferbak stonk.
Nadat de laatste emmer in de auto was gezet, haalde ik mijn vader uit de stal. Dengiz pakte zijn portemonnee uit zijn broekzak en telde de briefjes. Zo ging het steeds. Hij kwam een paar avonden achter elkaar en dan weer een hele tijd niet.
Een keer had mijn vader gevraagd waar hij al die melk voor nodig had. Dengiz sprak gebrekkig Nederlands. Het duurde even voor mijn vader het begreep. Er werd kaas van gemaakt. Aan tafel werd erover gesproken. Mijn moeder dacht dat het iets te maken had met de ramadan, maar ze wist niet hoe vaak dat per jaar werd gehouden.
Kaas

Bosman stond steeds vaker in de deuropening. Het waren goede tijden. Mijn vader durfde de handelaar zelfs in de maling te nemen.
‘Sorry, ik verstond je niet,’ zei hij als Bosman weer stond te schreeuwen.
Bosman had het niet in de gaten.
Dengiz belde altijd ’s middags op met de vraag of hij ’s avonds kon komen.
‘Dinges komt vanavond,’ zei mijn vader dan, nadat hij de hoorn had neergelegd.
Ik keek samen met Dengiz naar de melk die via de slang onder de glazen bol in de emmer stroomde. Het bleef maar komen. Dengiz was niet erg spraakzaam en keek vaak ernstig. Als ik naast hem stond bij de glazen bol of hem meehielp de emmers in de auto te tillen, glimlachte ik weleens naar hem. Soms werkte dat. Dan gingen zijn mondhoeken even omhoog.
Een keer bij het betalen begon Dengiz tegen mijn vader te praten. Hij vertelde dat zijn familie in Turkije heel veel kaas maakte. Hij moest dat twee keer herhalen. Toen knikte mijn vader en brak er bij Dengiz een lach door.

Op een avond stond Bosman in de deuropening op het moment dat Dengiz de stal binnenkwam. Dengiz tikte op zijn schouder. Verbaasd stapte Bosman opzij.
‘Waarom die mensen?’ schreeuwde Bosman, toen Dengiz weer weg was.
‘Waarom niet? Hij betaalt goed,’ zei mijn vader. ‘En zijn familie heeft een grote kaasfabriek in Turkije. Misschien willen ze ooit nog eens melk van mij.’
‘Ja ja,’ riep Bosman.
‘Ik heb geen last van ze,’ zei mijn vader.

Toen Dengiz ruim een jaar lang melk bij ons haalde, kregen we een stuk kaas van zijn vrouw. Het kwam onverwacht.  De volle emmers stonden in de kofferbak en ik had mijn vader gehaald voor het betalen. Dengiz gebaarde naar zijn vrouw. Ze zei niets. Ze knikte alleen maar en overhandigde de in plastic gehulde kaas aan mijn vader.
‘Dank u wel,’ zei mijn vader, goed articulerend.
De volgende ochtend sneed mijn moeder er een stuk af en nam voorzichtig een hap.
‘Het smaakt nergens naar,’ zei ze.
Ook wij namen een hap van de Turkse kaas.
‘Nee inderdaad,’ zei mijn vader. ‘Dan heeft ’ie zoveel melk van me nodig en dan maakt ’ie er dit van.’
Hij legde de kaas terug op zijn bord en schoof het van zich af.
’s Avond was Dengiz er weer. Hij vroeg wat we van de kaas vonden.
‘Het smaakte goed,’ zei mijn vader. ‘Het is heel anders dan onze kaas, maar wel lekker.’
Dengiz keek naar zijn vrouw. Ik verwachtte dat ze een nieuw stuk kaas aan zou bieden, maar dat deed ze niet.
De kaas die ze ons hadden gegeven bleef nog een tijdje in de koelkast staan, met het plastic erom heen.
‘Hoe lang blijft dat eigenlijk goed?’ vroeg mijn zus op een gegeven moment.
Mijn moeder haalde haar schouders op.
Uiteindelijk verdween de kaas. Niemand had het er meer over.

Op een middag liep Bosman onze keuken binnen. Zijn klompen bonkten op de tegelvloer. Mijn vader keek er niet vreemd van op.
‘Komt die Turk nog steeds?’ riep Bosman. Zijn stem galmde door de keuken. Hij schreeuwde even hard als in de melkstal.
‘Zo af en toe,’ zei mijn vader.
‘Ik weet het niet. Ik vind het toch raar.’
‘Handel is handel.’
‘Daar heb je gelijk in.’ 
Mijn moeder schonk koffie voor Bosman in. Ik staarde naar zijn dikke vingers. Hij begon over de kalveren.
‘Je hebt weer een mooie!’ riep hij naar mijn vader.

We gingen een weekend naar Center Parcs.
‘Dankzij de kaas,’ zei mijn moeder tijdens het avondeten.
‘Nou, dat hoeven ze niet per se te weten,’ reageerde mijn vader.
Mijn neef deed de boerderij. We verbleven de hele zaterdag en zondag in het zwembad. Elke keer als het deuntje voor de golven klonk glibberden we zo snel mogelijk naar het grote bad. 
Mijn vader zat niet rustig. Drie keer per dag belde hij naar mijn neef hoe het ging.
Vermoeid van het zwemmen keerden we huiswaarts.
‘Dit moeten we vaker doen,’ zei mijn zus toen ze haar koffer uit de auto pakte.
‘We zien wel,’ zei mijn vader.

Op een bepaald moment kwam Dengiz niet meer. Mijn vader begon erover aan tafel.
‘Dinges is lang niet meer geweest,’ zei hij.
‘Maar dat gaat altijd zo. Dan komt ’ie een hele tijd niet en dan is ’ie er weer,’ zei mijn moeder.
‘Dit keer duurt het wel erg lang,’ antwoordde mijn vader.
‘Kunnen we dan nog wel naar Center Parcs?’ vroeg mijn zus.
Dengiz bleef weg. Bosman had ook gemerkt dat hij niet meer kwam.
‘Zou hij nu ergens anders melk halen?’ schreeuwde hij vanuit de deuropening van de stal.
 Ik keek naar een glazen bol die bijna vol was. Het was mijn taak om het kraantje onder de bol te openen zodat de melk naar de tank kon.
‘Geen idee,’ zei mijn vader.
‘Het is maar goed zo,’ riep Bosman. ‘Je weet het nooit met die mensen.’
De papieren werden ingevuld. Bosman dronk nog een kop koffie en laadde weer een kalf in zijn wagen.

Over de auteur

Willem Claassen publiceerde een roman (Park) en een verhalenbundel (De koe die de Waal over zwom). Hij woonde en werkte drie weken in een verzorgingshuis als Schrijver in huis. Daar is een voorstelling uit ontstaan, in samenwerking met singer-songwriter Down in Norway: Sommige bomen houden hun blad langer vast dan andere. Onlangs verscheen een luisterboek van deze voorstelling bij Ondercast.

Over de illustrator

Lees meer van

Fucking Radiohead

Door Willem Claassen

Mij is niets verteld, verdomme. Ik voel me een idioot. Ik heb ze de hand geschud en binnengelaten. Vijf man, lange jassen, kraag omhoog, allemaal een instrumentkoffer in de hand. De laatste die over de drempel stapte, viel op vanwege dat rare oog, maar er ging geen belletje rinkelen. Je gaat uit van een groep […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Stijlestafette: Schofterig

Door Martien Bos

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven. Een zucht na middernacht. Je hebt van die zomeravonden die zich heel geleidelijk uitstrekken, je merkt er niets van, de zon gaat ongemerkt onder terwijl je met een pilsje in je hand aan de bar […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper