Plaats delict

Door
10 november 2011

“Was jij er ook nog toen de politie kwam?”, vroeg Sjors. Ik kon dat niet ontkennen. We houden nu eenmaal van feesten. Het goede soort. De politie houdt van knuppels. En honden, Mechelse herders. Dat is hun ding. En soms loopt het goede soort feesten verkeerd af. Heel erg verkeerd. En uit zijn vraag kon ik afleiden dat Sjors dat niet meer had meegekregen. Dat hij waarschijnlijk bij de eerste zwaailichten over het hek aan de achterkant was gesjeesd. Wij, die achterbleven, stellen dat soort vragen niet. Wij vertellen hetzelfde verhaal opnieuw en opnieuw en opnieuw. In de hoop dat het een keer anders afloopt. “Ik ga ze niet laten winnen.” had Ralf nog gezegd. “Niet deze.” Toen klom hij het dak op.

Eerder die dag had hij geklaagd over hoe lastig het tegenwoordig was. Niet alleen de politie, ook de concurrentie. “Die panden worden steeds ontoegankelijker,” zei hij. “Ook al worden het er steeds meer.” Wij feesten in skeletten van fabrieken die opgedoekt of nooit afgemaakt zijn. Met lampen die niet langer dan een seconde achter elkaar branden, harde bassen en gemixte drankjes. En aggregaten. Je hebt twee soorten mensen die aan dit soort feesten deelnemen: de mensen die graag hard gaan en de rebellen. Ik schipperde altijd tussen die twee, maar Ralf was zonder twijfel van het laatste soort. “Als ik dit nu niet zou doen, zou ik steigerpijpen op spoorlijnen aan het leggen zijn.” Zonder hem ging het allemaal niet door. Hij zorgde dat er een plek voor ons was. In een stad, om het even welke stad. Elke donderdag ging hij op zoek naar een pand. “Je moet kijken waar de belhuizen en de discountsupers zitten. Van daaruit zijn het korte lijntjes. Iemand kent iemand die net verhuisd is of weet een fabriek waarvan de productie naar India is verplaatst. Dat soort dingen.” Ik weet niet hoe hij zijn werk precies deed, maar hij zorgde altijd voor de meest waanzinnige panden. Ik meen dat hij iets van waarde achterliet en als het dan na een week niet gejat was, was het goed. Dan beklom hij het dak om zijn handtekening te zetten. Elke verkenner heeft er een. “Zo’n gast uit Amsterdam spuit Nur die Liebe zählt op de zijkant van zijn panden ,” vertelde Ralf me ooit. Hij zelf schreef op het dak de woorden plaats delict. Hij hoopte dat die ooit op satellietfoto’s te zien zouden zijn. Een eregalerij. Nu is het dan op zijn minst één keer gezien. Door een traumahelikopter.

Twee minuut 42 duurde het, voordat iemand het dak had bereikt en hem geblust had. Wie dat klokt is mij een raadsel, maar zo stond het in de krant. In het echt leek het veel langer. Het was hoe dan ook te laat. Er stond iets bij over een uit de hand gelopen feest met een drugsdode, maar dat is bullshit. Niets was er uit de hand gelopen. Drugs hadden er geen fuck mee te maken. Er stond een foto bij van een jongen met een bloedneus die in een politie-auto wordt geduwd. Ik ken die gast niet. Het gaat niet om losgeslagen jongeren, het gaat niet om slechte invloeden. Het is niet gevaarlijk. Het is gewoon anders en dat is het probleem. Het gaat erom dat niet alles ingepakt en weggestopt moet. Dat je buiten kunt zijn, je vrij kunt bewegen. Dat er nog ruwe randjes bestaan. Het gaat om het gevoel dat je leeft. Dat je dingen kunt. Zo moeilijk is dat niet. Eerst had Ralf in alle rust een sigaar aangestoken, toen de aansteker aan zijn trui gezet en pas daarna werd de eerste steen gegooid. Iedereen die er op dat moment nog was heeft littekens die een deel van het verhaal vertellen. Het duurde niet lang voordat het pand veranderde in een uitslaande brand. Maar wij zijn niet begonnen. Wij zijn nooit begonnen.

Ze willen ons voorspelbaar, braaf en tam hebben, maar zo werkt de wereld niet. En het echte verhaal staat niet in de kranten. Dat staat op muren en op daken. En hoe vaak je het ook vertelt, het loopt nooit anders af.

Lees meer van

Vers in de Etalage

Door

gouden kalf het was een dag voor poëzie je stootte je hoofd het zong rond de kat likte zich wat alles betekenen kan je zette muziek op en danste naakt voor de spiegel wist je het toen al in de manier waarop je honderd slagen borstelde droomde je wat langer bij het draaien van een […]

Lees meer uit de categorie

Als een lach waarin een tand ontbreekt

Door

Het eerste wat ik van de nieuwe buurvrouw zie, is rook: een dun sliertje dat opstijgt vanachter de verroeste witte bestelbus die net de laan is opgerold en oplost in de voorjaarskou. Pas daarna zie ik de buurvrouw zelf: een vrouw van een jaar of vijfendertig met een muisachtig gezicht en dun blond haar. Ik […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper