Kort verhaal

Worst

Door Eileen Ros | beeld: Gemma Pauwels
30 december 2011

 
‘Ze stroopte het vel zo van de hond, nadat het had geweekt in het water van de wc-pot’.
Dat had een man eens gezegd. Hij woonde in Huntsville, Louisiana, in een klein huis van hardboard plastic.
De man zag teckels uit wc-potten steken in een rijtje toiletten, in een hotel vlakbij zijn hardboard huis. Daar zou de man – hij zat in de riolering – een serie verouderde pvc-buizen vervangen. Hij trok nietsvermoedend een wc-deur open en daar zat er een. Een opgezwollen teckel. Zijn kop, dik en schuin hangend over de bril, had door het water alle lengte verloren. Snorharen staken naar voren, prikten, geholpen door de bril, omhoog door een grijzig vliesje, dat over wat eens bruine hondenogen waren geweest zat. Van de tong kwam dik slijm, dat langzaam langs de pot drupte en zo het enige geluid veroorzaakte dat er in de ruimte aanwezig was.
Als je erbij was geweest – zo om het hoekje naar de loodgieter had gekeken – had je misschien gedacht: wat staat die vent daar nou te kijken? En als hij dan zijn rug wat had gebogen, daar voor die wc’s – nadat hij de honden had gezien en er allemaal emoties door zijn lijf flitsten waaronder hij gebukt ging – dacht je misschien dat hij zou gaan overgeven of dat hij ineens een hernia had opgelopen.
Even later zou je de man met trillende vingers de andere wc-deuren zien openen. En dan nog had je niet gezien wat hij zag: nog een teckel. En nog één. En nog ééntje daar weer naast, in de andere wc, die was kleiner. En in het laatste toilet, een groot uitgevallen urinoir, was de betreffende hond onder water gezakt.

illustratie_worst-GemmaPauwels2-837x1024

Er was opeens een vrouw verschenen. Een dik Chinees dametje van middelbare leeftijd dat liep op rode schoentjes. Ze hupte de gang in, hield stil bij de loodgieter, keek hem niet aan, en ging, alsof het de normaalste zaak van de wereld was, een wc’tje in. Alleen bij het laatste toilet had de man gezien wat ze deed. Hij had zich al die tijd niet verroerd en was voor de laatste wc waarin hij had gekeken blijven staan. De dame hurkte voor de pot, wipte een scalpel uit haar handtas en hield die in het licht van het schommelende peertje in de wc. Even werd de man verblind. De vrouw deed het deskundig, zag hij toen hij weer kon zien, want ze maakte maar een paar spetters bloed bij het afrollen van het vel. Een babyroze stuk hond bleef over, als ongaar biggenvlees. Al die beelden bij elkaar, gebeurtenissen die de man van z’n leven nog nooit had gezien, zelfs niet op de Amerikaanse tv-zenders waar hij naar keek, deden hem die zin uitspreken, de zin waardoor iedereen in de cafetaria hem had aangestaard:
‘Ze stroopte het vel zo van de hond, nadat het had geweekt in het water van de wc-pot.’
De man had het vrouwtje met de vellen over haar rug zien verdwijnen en was toen zelf ook maar gegaan. Als je de man dan weer zou zien zo van een afstandje, zou je zien hoe hij lijkbleek het hotel uit schuifelde. Weer zou je dan misschien denken: is er iets met u aan de hand, meneer?
Het was stil op straat en dat beviel de man helemaal niet. Misschien was de wereld in de tussentijd ingenomen door zombies die de huiden van honden afschraapten. Waar waren de normale mensen? In de dichtstbijzijnde cafetaria, genaamd Yamsee Sausages, prikte iemand iets van een bord. Een etend mens, een restaurant: daar was hij veilig. Aarzelend trok de man de deur open, liep voorzichtig naar de bar en keek later, zittend op een barkruk, een tijd lang naar de ober. De ober poetste de glazen, sneed citroenen, groette nieuwe gasten. Toen zo alles weer op zijn plaats viel en zelfs een beetje normaal leek, slaakte de man een zucht van verlichting en zei hardop, tot zijn stomste verbazing:
‘Ze stroopte het vel zo van de hond, nadat het had geweekt in het water van de wc-pot.’
En dat was het moment waarop iedereen de man aanstaarde alsof hij gek geworden was. Hij had immers iets heel raars gezegd. Het was eruit voor hij er erg in had. En hij had geen grapje, geen afwimpelend gebaar, nee niets om zichzelf uit de hachelijke situatie te redden, kunnen opbrengen. De zin bleef nog een tijdje nagalmen, ook toen de man al lang weg was. In de gesprekken van de gasten kwamen de woorden steeds weer terug: vel, hond, wc-pot, water, geweekt.
De man had het hotel nooit meer willen zien en hij was er nooit meer binnen geweest, al had hij al zijn gereedschap (peperdure slijptollen) en pvc-buizen (nieuw) op de gang laten staan. Hij was net als de meeste mensen oud geworden (83) en had, op het moment in de cafetaria na, geen woord meer over het vreemde voorval gerept. Ze waren alleen voor hem bestemd. Met als gevolg dat de beelden vrijwel niet vervaagden naarmate hij ouder werd. De Chinese vrouw met haar scalpel was, zoals ze opeens in het hotel had gestaan, op haar rode schoentjes het hoofd van de man binnen geglipt, waar ze, zolang hij leefde, een teckel zijn vel afnam.
 

Lees meer van

Hoogverraad

Door Eileen Ros

Het sneeuwde en regende door elkaar, de dag dat de sorteerders van TNT-post besloten te staken. Er was loonsverhoging nodig, een ‘fatsoenlijke’ pensioensregeling en gratis koffie in de kantine. Het bezorgde Jasper, een drie-en-dertigjarige winkelbediende in een zaak in het oude centrum van Amsterdam, een onheilspellend gevoel. Er moest vandaag een pakketje worden aangeleverd voor een […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

In memoriam Elizabeth Reed

Door Leo van der Sterren

‘Godverdomme, wat een bezoeking!’ De limiet aan wat een mens warmtematig kon verdragen, deed zich gelden. De gedachte dat er aan de hitte niet te ontsnappen viel, had iets beklemmends, had bijna hetzelfde effect als een langzame, maar zekere wurging. Ja, zo voelde het aan. Het deed hem denken aan een nachtmerrie waar geen einde […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper