Poëzie

Vers in de Etalage

Door Anna de Bruyckere
21 november 2012

 

Muurschildering

Vergeet de dingen in de ruimte, wij zijn het die de ruimte
schragen. Niet dat de voorgrond voor ons
werd gemaakt, eerder is ze tegen

ons gesteld. Maar wij hebben evengoed
vlees en grenzen, ergens waar we zijn en waar
we stoppen, onze panelen een kaap om te ronden, vergeet

dat vooral niet, ook als wij nooit uit de schaduw waren getreden.

Want onze angst: dat jij ons mist—en of wij wel echt
een lichaam zijn. Tot iemand kwam en zei: ik naai
je dicht, de haren van mijn penseel

onder je nieuw te groeien huid. Zolang wij zijn streken
nog dragen hoeven we onze fontanellen
niet te tonen om te laten weten: wij

werden net als jij geboren, wij ademen, wij
zullen ooit sterven—zie
ons bestaan.

 

 

Lustrum

Als we wisten wat we waren, konden we
een lustrum vieren, maar de jaren gaan
sneller dan wij ons bepalen.

Nu we wat volgt nog uit kunnen dossen,
hangen mijn schoenen uitgeschopt
tegen de bar, een verdwaalde jas
half over de piano. Een dans

dient zich aan—je arm onder
mijn arm (maar het raadsel waar
je handen blijven, dat ik slechts voel
waar ze verdwaalden zodra ze er
vertrokken zijn), mijn evenwicht
een licht lichaam dat zich
in je nek te rusten legt, mijn passen
als kwast in je handen terwijl je zacht
de vloer met me aanveegt.

We dansen en vinden de uren
geronnen aan de revers van de nacht.

 

 

Zelfportret

Als je eenmaal twee oren bij elkaar hebt gezocht,
twee ogen die verschillen maar als paar net voldoen,
kun je eigenlijk niet meer terug. Je draagt je huid

als omslagdoek bij een lichaam waar je de lijnen
te ruim voor nam. Bij de vingers verzamel je kool
hoewel het ook een schaduw kan zijn die van je schouder
gleed en om het bovenste kootje bleef hangen.

Daarmee kun je tikken tegen het glas als op
een schouder, zonder de verwachting dat er iemand
anders dan jij om zal kijken, zij het wel in de hoop
dat het raam zich draait en een opening

laat in het kozijn om te ontsnappen—en van dat soort

de gedachten inclusief uit stof zijt gij, terwijl je steunt
op een potloodlijn, je afvraagt of er überhaupt iets meer
solide is dan dat in alles wat niet uitgumbaar lijkt.

 

‘Lustrum’ verscheen ook in Oog in oog van Dichters in de Prinsentuin 2011
‘Muurschildering’ dong in iets andere vorm mee in de poëziecurator-wedstrijd 2011 van literair productiehuis Wintertuin

Lees meer uit de categorie Poëzie

Vers in de Etalage

Door Lieke Romeijn

Lieke Romeijn schonk ons twee mooie foto’s van haar hand; Vicky Franken schreef er gedichten bij     zwarte honden   het is de kachel waarin ze onrust stoken de manier waarop een schouder in of uit de kom kan staan hoe ze vingerkootjes breken, harten koken, kokkels rapen een lijf verbrijzelen er een feit […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper