Kort verhaal

Kapsalon

Door Henk van Straten | beeld: Bas van Genugten
10 januari 2013

Denise, zo heette ze. Twee jaar lang werkte ze bij ons in de kapsalon. Daarna nam ze ontslag omdat ze ging samenwonen met haar vriend, de zoon van een aannemer, in een dorp twintig kilometer bij ons vandaan. Ze kon ook daar als kapster werken, zei ze.

Denise was een plomp meisje met een waterige, bruine ogen. Ze had kort, zwart geverfd haar waarvan ze één pluk, aan de voorkant, felrood had gemaakt. Dat zag je in die tijd veel bij vrouwen, zwart met rood. Zeker bij ons in de buurt. Eigenlijk was het al wel een beetje uit de mode, toen. Maar in onze buurt maakte dat niet zo héél veel uit. Of, beter gezegd, onze klanten dachten niet: laat ik me hier maar niet laten knippen want hier lopen de kapsters nog met rood-zwart haar. Eerlijk gezegd wilde ik al best wel een tijdje weg bij onze kapsalon.

Mijn bazin had niet bepaald een gebroken hart toen ze hoorde dat Denise ergens anders ging knippen. Denise was een dromer, zei ze. En dat was ook wel zo, Denise was ook wel een dromer. Als ze even geen klant had dan kon ze goed tien minuten naar onze muur zitten staren. Wanneer je haar aansprak was het duidelijk dat je haar van heel diep naar boven had getrokken. Het was alsof ze dan opnieuw moest leren praten. Maar ook met een klant erbij was ze vaak afwezig. De keren dat ze iemand te lang onder de droogkap heeft laten zitten zijn niet op één hand hand te tellen. Zo iemand hoefde dan natuurlijk niet te betalen. Zodra de geur van verbrand haar in de winkel hing kwamen we met tegoedbonnen over de brug.
Meestal droomde ze weg tijdens het knippen. Dan plukte ze wat afwezig aan een hoofd, liet ze haar vingers door het haar glijden en staarde ze glazig naar de klant in de spiegel zonder hem of haar echt te zien. Als ik het zag gebeuren, als ik zag dat het ongemakkelijk dreigde te worden, dat die schaar zonder te knippen maar een beetje in de lucht hing, dan kuchte ik een keer, of noemde ik haar bij haar naam. ‘Denise? Denise, heb jij de bezem?’

Toen we een keer samen een boterham zaten te eten in het kleine keukentje annex opberghok zag ik het weer. Ze staarde naar een stapel handdoeken en was verdwenen. Na een tijdje kreeg ze in de gaten dat ik naar haar keek. ‘Wat?’ zei ze.
‘Je zat zo te staren,’ zei ik. ‘Grappig om te zien.’
‘O, ja,’ zei Denise, alsof ik haar had gewezen op het dragen van twee verschillende sokken.
‘Je hebt dat vaak hè?’ vroeg ik.
‘Wil je weten waar ik vaak aan denk?’ vroeg ze, ineens een fonkeling in haar ogen. Ik slikte een hap door en keek haar aan. ‘Je moet het tegen niemand zeggen, oké? Janine? Oké?’
Ik knikte en rolde met m’n ogen. Ik? Natuurlijk niet. En toen kwam ze vlakbij me zitten. Toen vertelde ze me dat ze vaak fantaseerde over het steken of snijden van klanten. Ze zag mijn bezorgde blik en wuifde die haastig lachend weg. ‘Niet zo,’ zei ze. ‘Niet dat ik het echt wil doen, maar gewoon…’

Het waren alleen maar mijmeringen, vertelde ze. Visuele mijmeringen. Zo noemde ze het niet letterlijk, maar zo heb ik het onthouden. Het waren mijmeringen, vertelde ze, waarin ze de kin van een oudere dame met twee vingers wat omhoog duwde om dan met het kappersmes haar keel door te snijden. Ze zag voor zich hoe het bloed eruit kwam gutsen, hoe de vrouw haar met grote, niet-begrijpende ogen aanstaarde in spiegel. Of ze boorde de puntige helft van haar schaar in de buik van een dikke man, precies onder dat punt waar de ribben samenkomen. Zo’n man zei dan iets heel oudbolligs, iets als: Wat doet u nu?! terwijl hij zijn vlezige handen klungelig op zijn wond drukte. Of ze scalpeerde een jonge vrouw en keek haar rustig na terwijl ze met haar kale, rode schedel gillend over straat rende. Of ze knipte ineens een pink eraf. Of forceerde met duim en wijsvinger iemands oog open terwijl ze met rechts de gloeiend hete föhn erop richtte.

Terwijl ze me het zat te vertellen, in ons bedompte keukentje, werden haar ogen steeds iets glaziger. Het praten over de mijmeringen zoog haar zo weer die wereld in. Ze zag me naar haar kijken, trok zichzelf naar buiten en zei: ‘Ik heb niets tegen die mensen. Juist niet.’ Ze zei: ‘Als ik een klant irritant of stom vind dan heb ik die fantasieën niet. Dan denk ik alleen maar aan hoe stom ik ze vind.’
We aten onze boterhammen een tijdje in stilte. En toen vroeg ze: ‘Vind je het raar? Je vindt het raar hè?’
Ik liet me van het aanrecht zakken en gooide mijn lege plastic bakje in de vuilnisbak. ‘Nee hoor,’ zei ik. ‘Helemaal niet.’ Maar ik hoorde mijn eigen stem. Ik hoorde hoe ik het zei.

Na dat gesprek droomde Denise minder weg dan daarvoor. Ze praatte meer met klanten, vroeg hen naar hun weekend, en glimlachte steeds heel beleefd. Ook keek ze veel meer naar mij en naar haar andere collega’s. Als we naar haar terugkeken glimlachte ze ook heel beleefd naar ons. Haar boterhammen at ze alleen.
Niet veel later nam ze ontslag. De collega die we in haar plaats kregen vertelde vaak over haar vakanties op Ibiza, waar ze zo’n beetje ieder jaar naartoe ging.

Lees meer van

Methodacting.nl

Door Henk van Straten

Beeld: Father Futureback Schrijver en sinds kort ook drama-docent Henk van Straten stuurt de leerlingen van zijn geliefde method acting-klasje regelmatig een email met daarin allerlei aanvullende informatie en oefeningen voor thuis. Wij hebben de eer een aantal van deze prikkelende mailtjes te mogen inzien, en, belangrijker, te mogen publiceren. Vandaag de tweede aflevering van […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Walter

Door Lotte Lentes

Ook vandaag heeft Walter de aankleedhulp geweigerd. Steunend op een plastic wandelstok met houtmotief schuifelt hij door de gangen van de kliniek, zoals altijd onberispelijk gekleed: een donkerblauwe pantalon met vouw, een wit overhemd met gesteven boord en een olijfgroene trui van kasjmier. Hoe een tachtigjarige man in deze toestand zelfs maar zijn eigen onderbroek […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper