Kort verhaal

De straatlantaarn

Door Harm Haverman | beeld: Tim Schoonhoven
7 augustus 2013

Hij woonde op de tweede verdieping en een halve vierde. Zijn slaapkamer was op die vierde.
De trap daar naartoe was de langste die ik ooit had gezien. Twee etages recht omhoog. Ik vroeg hem of hij me naar boven ging dragen. Hier moest hij om lachen. Ik had nog nooit een woning gezien die op deze manier ingedeeld was, maar volgens hem was dit heel normaal in deze stad. Niet lang daarna trok ik bij hem in.

Voor het appartement stond een lantaarn. Zo’n groene die je overal ziet staan. Deze scheen precies in de woonkamer. In het begin lieten we onze lampen uit, dan vielen we samen op de bank in slaap in het oranje licht. Wanneer ik ‘s avonds na werk de straat in fietste keek ik eerst of de gordijnen voor het raam bij de derde paal nog open waren. Het was alsof we elke avond uit logeren gingen. Zo voelde het tenminste voor mij.

Na verloop van tijd sliepen we nauwelijks meer beneden. We gingen liever gewoon naar bed. Er was een moment dat ik besefte dat ik zonder nadenken de gordijnen sloot wanneer het buiten donker werd. Terwijl ik wachtte tot hij thuis kwam probeerde ik te achterhalen hoe lang geleden dat ook alweer was. Toen hoorde ik de voordeur. In mijn hoofd oefende ik nog een keer wat ik wilde zeggen.

Straatlantaarn

Hij lag met een been op de bank, zijn rug half op de zitting en half tegen de leuning. Hij keek naar het plafond terwijl ik tegen hem probeerde te praten. Pas toen ik niets meer zei keek hij me aan en vroeg of ik klaar was. Ik knikte en keek naar mijn handen. Ik was gestopt met praten om te zien of hij luisterde naar wat ik zei, maar dat zei ik niet. Hij trok zichzelf overeind en sloeg met zijn handen op zijn dijen. “Mooi”, zei hij en stond op. Hij liep de kamer uit. Daarna hoorde ik hem de trap op gaan. Met elke trede werd het stiller in huis. Het was moeilijk om niet achter hem aan te rennen. Ik had lang gedacht dat zolang ik maar bij hem in de buurt bleef, hij ook dicht bij mij zou blijven. Ik probeerde dat niet meer te denken.

Ik ging zitten op de bank en liet mezelf onderuit zakken tot ik exact lag zoals hij de hele avond had gelegen. Ik keek of ik op het plafond kon zien wat het was waar hij de hele avond naar had gekeken. Het was nog licht buiten toen we waren gaan zitten; nu was het donker. Binnen was alles oranje. Niemand had de gordijnen dicht gedaan.

Lees meer van

Als je terug komt gaan we dat doen

Door Harm Haverman

Ik word wakker. Je foto staat op het nachtkastje. Het is het eerste wat ik zie elke dag. Elke dag word ik wakker op mijn rechterzijde. Ik zorg er speciaal voor dat jij het eerste bent wat ik zie. Soms, in mijn slaap, draai ik mij onbewust om en word dan wakker op mijn linkerzijde. […]

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Aardig doen

Door Gertjan Knibbe

Het was nog niet eens gelukt om een koud pilsje te bestellen of er stond al iemand tegen me aan te leuteren. Een ongemakkelijk gesprek met een suffe landgenoot was wel het laatste waar ik zin in had. Ik had net mijn koffer in mijn hotelkamer gesmeten en was vlug in een korte broek geschoten […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper