Poëzie

Vers in de Etalage

Door Maarten Buser
12 januari 2015

De Optimist presenteert “Haltes”; een bijzondere reeks gedichten van Maarten Buser. In de korte stilstand tussen remmen en optrekken lezen we, kijken we en achtervolgen we ons verlangen naar een mogelijkheid. Reis je mee?

Maintenant tu marches tout seul parmi la foule
-Guillaume Apollinaire

 

Eén

Dit is een perfect mislukte achtervolging
Ik sta stil in een menigte van buspassagiers,
en zij staat daar, altijd twee meter verder onderweg
Ik kan en hoef haar niet in te halen,
ze zoekt vast geen reisgenoot. Reisgenoot
is al een te groot woord. Ik heb gehoord

dat ze soms transparant wordt
als je per ongeluk naar haar kijkt;
een vijver met een lange rok aan
Haar huid lijkt inderdaad van glas
Ik denk dat je daar van alles op kunt plakken,
maar dat niets blijft kleven

 

 

Twee

Ik zet me schrap: elke keer dat de bus begint te rijden,
stolt alles hierbinnen tot een landschap
Dit is het tafereel dat op de ansichtkaart mag:

ze is nog nooit zo veraf geweest, nog nooit zo
bereikbaar. Ze staat met haar rug naar me toe
Ik twijfel geen moment, ik laat mijn hoofd

niet tegen haar schouder rusten
Ondertussen stel ik me voor
(hoe haar rok een zeemeerminnenstaart wordt,

ze liedjes zingt en ik probeer de was
uit mijn oren te halen) hoe ik naar haar toeloop
en vraag waar ze uit moet stappen

 

 

Drie

Een halte is de plaats waar passagiers
weer tot leven komen. Ze drukken zich naar buiten,

tot we weer kunnen ademen in deze maag
Ze blijft staan, ik zou iets kunnen zeggen,

maar word door een vriend herkend die me richting
de stoeltjes dirigeert. Al snel beginnen we als vanzelf

naar haar te kijken, als twee onderzoekers
achter ingebeeld veiligheidsglas

‘Toch vind ik,’ zegt hij stellig,
‘dat zo’n rokje te kort is voor dit weer’

Ik kijk hem niet-begrijpend aan. ‘Nee joh,
die rok komt tot op haar kuiten’

 

 

Vier

De bus loopt weer vol; ik zou relatief blij moeten zijn
dat ik een zitplaats heb, maar zij lijkt verdwenen
Na een paar haltes doemt het station recht voor ons op;
straks zou ze weer tevoorschijn moeten komen. De buschauffeur remt:

het teken dat we mogen ontstollen. Ik pak mijn tas,
(stel me voor hoe ze steeds even kort achterom kijkt,
tot mijn tas opeens een hoge hoed wordt waar ik een konijn
uit heb gehaald, ze glimlacht), stroom richting de deuren,

gebruik het gedrang om mijn vriend van me af te schudden
en bepaal opnieuw onze posities. Daar is ze,
kijkt even achterom, loopt zo beheerst
dat ik haar bij zou kunnen houden

Over de auteur

Maarten Buser (1991) studeerde Nederlandse taal en cultuur, en letterkunde. Hij schrijft voor verschillende media over poëzie, popmuziek en kunst. Zijn gedichten en essays verschenen in onder meer Het Liegend Konijn, De Revisor en Liter. In januari 2016 verscheen zijn debuutbundel Club Brancuzzi bij uitgeverij Koppernik.

Lees meer van

Poëzie: Maarten Buser

Door Maarten Buser

De expansie De persconferentie was bagger Ze haalden alles door elkaar Praatjes sijpelen door; zoveel dat van bordkarton kan zijn Gesprekken gaan over je verdwijning en de steeds grotere tussenruimte: waar ik sta en waar zij staan en waar jij zou kunnen zijn. Alles wat bevestigd mag is dat er aantekeningen zijn gevonden over ‘tijdreizen […]

Lees meer uit de categorie Poëzie

Poëzieweek 2016

Door Luuk Imhann en Jenny van den Berg

redenen om met vreemden in bad te gaan   als het water stil ligt, ademen de golven, lig ikelke dag in bad met wildvreemdentrekt het water de tijd in onze handen zeep ik je rug in en je haren, herschepje tot een landschap, vorm ikbomen en rivieren op je rug gebergtes op je armenwat is […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper