Oproep

De Stilist – oproep

Door Nienke van Leverink | beeld: Lauralouise Hendrix
3 oktober 2016

De Stilist

De Optimist vindt dat het tijd is voor een funky vormonderzoek. In eclectische tijden waarin stijlen elkaar in hoog tempo opvolgen, vragen wij ons af welke stijl jouw voorkeur heeft. Belerend? Stoffig? Misschien. Maar wij zouden geen Optimisten zijn als we ons niet schatplichtig zouden voelen aan de stijlmeesters van weleer.

Denk, dicht, schrijf, essayeer mee!

Oproep Stijlestafette

Stilisten, Revisten, Hermanisten opgelet! In het kader van onze themamaand De Stilist scherpen we de ganzenveren en dagen we je uit om mee te doen aan ons stilistisch experiment à la Queneau: De Stijlestafette. 
In 1947 schreef dichter, schrijver, dramaturg en wiskundige Raymond Queneau zijn ongeëvenaarde Excercises de style. Hij schreef dezelfde gebeurtenis in maar liefst 99 verschillende literaire stijlen op (zie hieronder een paar voorbeelden). Rudy Kousbroek vertaalde ze als Stijloefeningen.

Nu vragen wij jou een nieuwe stijlversie van de volgende oertekst (denk barok, zakelijk, dialoog, toneel, poëzie) op te sturen vóór 16 december 2016 naar redactie@deoptimist.net en misschien word je een van de estafetteschrijvers van De Stilist!

Café Van Zuylen, Amsterdam, 1 uur op een vrijdagnacht. Op de brede brug voor het café hangen twee jonge mannen en een jonge vrouw. Eén man zit over een fiets met kinderzitje gebogen, in een vergeefse poging het slot open te krijgen. De andere man omhelst de vrouw, die geknield zit over te geven. Voor het café staat een langharig stel, gehuld in lange jassen, het tafereel te bekijken. Dan rijdt een gezinsauto voor. Het drietal krabbelt overeind. Een man stapt uit, maakt zonder een woord de fiets los, tilt die op de fietsendrager, helpt (duwt?) de vrouw in de auto en rijdt weg. De overgebleven mannen lopen het Singel af. ‘Jij betaalt ook nooit wat’, zegt de ene man tegen de ander. Het langharige stel zoent elkaar.

 

Voorbeelden

Lees hieronder een paar voorbeelden van Queneaus stijloefeningen, allemaal variërend op één verhaal:

Notaties

In lijn 16, op het spitsuur. Een kerel van zowat zesentwintig, slappe vilthoed met een koordje er omheen inplaats van een lint, nek te lang alsof er aan getrokken was. De mensen stappen uit. De figuur in kwestie valt uit tegen een passagier naast hem, die hij ervan beschuldigt tegen hem op te botsen telkens als er iemand langs komt. Bedoelde bits te klinken maar de toon is eerder huilerig. Ziet een zitplaats vrij komen en schiet er op af.
 Twee uur later kom ik hem tegen op het Jan Willem Brouwersplein, bij het Concertgebouw. Hij is in gezelschap van een kameraad die tegen hem zegt: ‘Je zou een extra knoop aan je overjas moeten laten zetten.’ Hij wijst aan waar (bij de uitsnijding) en waarom.

Verrassingen

Wat stonden we op elkaar gepakt daar op dat achterbalkon van die tram! En die jongeman, wat zag die er stom en belachelijk uit! En wat doet-ie? Als-ie me daar geen ruzie gaat staan zoeken met de een of ander, die – volgens hem dan, dat jonge ventje – stond te dringen! En daarna weet-ie niets beters te doen dan gauw op een vrijgekomen plaats te gaan zitten. Inplaats van ‘m vrij te houden voor een dame!
Twee uur later, raad eens wie ik tegenkom bij het Concertgebouw? Die zelfde slungel! Bezig zich kleedkundige adviezen te laten geven! Door een vrin van ‘m! 
Niet te geloven!

Sonnet

Melkachtig van muil, de hoedeband koordgevlochten
Armzalig mispunt met zijn lange droeve hals
Viermaal per dag veroordeeld tot de woeste hals
Van ’t spitsuur – al bij voorbaat moegevochten.

Daar is ’t gemeenteblik: lijn zestien gillend in de bochten
De drukte op ’t achterplat was lang niet mals
En middenin ’t gedrang ontstaken rijkaards vals
Een stinksigaar – ziedaar wat guldens vermochten.

De giraffe uit het eerste couplet
Roept van: hier worden tenen geplet
Ziet een plaats, vlucht er heen, is gered.

Dan – ‘k was ‘m al bijna vergeten –
Ontmoet ik hetzelfde stuk vreten
Terwijl ‘m ’n knoop aan zijn jas wordt gemeten.

Wijsgerig

Alleen de grote steden kunnen de fenomenologische spiritualiteit de essenties bieden van temporele en improbabilistische coïncidenties. De filosoof die wel eens gebruik maakt van de futiele, inexistentiële gereedschappelijkheid van een lijn 16 kan daar met de luciditeit van zijn epifytisch oog de vluchtige, kleurloze uiterlijkheden waarnemen van een profaan bewustzijn geteisterd door de lange hals der ijdelheid en de hoedevlecht des onbenuls. Deze van ware entelechie verstoken materie kan zich soms in het categorische imperatief va nzijn levensdrang en vergeldingsdrift keren tegen de neo-berkeleyaanse onwezenlijkheid van een lichamelijk mechanisme onbezwaard door bewustzijn. Deze geestelijke instelling voert dan de  minst bewuste van beiden naar een ledige ruimtelijkheid waar hij in zijn verkrampte oerbestanddelen uiteenvalt.
Het wijsgerig onderzoek wordt normaal voortgezet door middel van de toevallige maar anagoge samenkomst van dezelfde entiteit en zijn inessentiële, sartoriale evenbeeld, hetwelk hem de transpositie-an-sich adviseert van een sociologisch te laag gesitueerd jasknoopbegrip.

Lees meer van

Interview: redacteur Marijn Hogenkamp

Door Nienke van Leverink

In het kader van 10 jaar De Optimist interviewden wij enkele van onze (oud-)redacteuren over wat De Optimist voor hen heeft betekend. Vandaag: hoofdredacteur Marijn Hogenkamp. In het dagelijks leven is zij redacteur bij Atlas Contact en heeft zij de roman ‘Probeer om te keren’ uitgegeven bij Cossee. Ben je een optimist? Ik zeg altijd wel […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper