Met vreemden praten

Door
2 april 2018

Omdat de knoop van Markus’ jas vanochtend is gesprongen, loopt hij met gekruiste armen over straat. Hem krijgen ze niet klein.
       Er zijn veel dingen die Markus de laatste tijd klein hebben gekregen: zijn vrouw die niet meer met hem wil leven omdat hij verkeerd in zijn energie zit, zijn baas die voortdurend roept dat hij zijn fantasie moet gebruiken en dan is er ook nog Takkie, die nu bij zijn vrouw woont terwijl het in de eerste instantie toch echt zijn idee was geweest, Takkie. Hij denkt aan zijn meditatiedocent die zegt dat hij kalm moet blijven. Als een oceaan. ‘Het kan gaan stormen, maar jij blijft een bron van rust,’ had de docent gezegd. 
       Ik ben een oceaan, denkt Markus nu. Ik ben een oceaan, ik ben een oceaan.
       Elke ochtend loopt hij hetzelfde rondje door zijn wijk. Het is geen spannende route, Markus woont in een nieuwbouwwijk vol kale vlaktes, maar hij houdt ervan om in beweging te zijn. Vandaag is hij op weg naar de notaris. Gisteren belde zijn vrouw nog om het tijdstip af te spreken. Hij had haar gevraagd hoe het ging.
       ‘Zijn gangetje,’ had zijn vrouw gezegd en hij wist niet helemaal of ze dat nou positief bedoelde of niet. ‘En met jou?’
       ‘Ik wandel veel, dat is goed voor mijn spijsvertering.’
       Nu loopt hij langs het winkelcentrum, voorbij etalages waar kansen worden aangeboden die hij absoluut niet mag missen. Hij blijft even staan voor een winkelruit. Er wordt yoghurt aangeprezen die naar aardbeienijs smaak. Markus legt zijn hand op het glas.
       Laatst zag hij een zwerver op een bankje voor de beddengoedzaak slapen. De winkelier was driftig naar buiten gestormd en had de zwerver wakker gemaakt. ‘Het is hier geen hotel!’ Markus moest nog vaak aan die zin denken: dat je zomaar kon doen alsof een plek van jou was.

       Markus wil in bed liggen en yoghurt eten dat naar aardbeienijs smaakt, hij wil een lange handgeschreven brief krijgen van zijn vrouw, hij wil in het park stokken naar Takkie gooien.

       ‘Meneer!’ roept iemand achter hem. ‘Meneer!’
       Markus kijkt om zich heen. Dan ziet hij het hoofd van een jongetje uit het raam van een geparkeerde auto steken, zoals mensen soms doen om de wind door hun haren te voelen, alleen staat de auto gewoon stil. De wagen ziet er duur uit. Het jongetje zit alleen op de achterbank.
       ‘Meneer!’ roept het jongetje opnieuw.
       Markus weet niet wat hij moet doen. Van zijn vrouw mocht hij nooit met kinderen praten. Het jongetje zwaait vrolijk naar Markus alsof ze elkaar eerder hebben ontmoet, zijn Ajax-T-shirt is een paar maten te groot en zijn haar zit keurig in een scheiding.
       Markus bedenkt zich dat doorlopen geen optie meer is: het jongetje en hij hebben elkaar ontdekt, ze kunnen niet meer onder elkaars aanwezigheid uit. Hij loopt naar de auto toe. ‘Waar zijn je ouders?’
       ‘Mijn moeder is boodschappen doen,’ zegt het jongetje. ‘Maar de auto zit op slot. Ze heeft gezegd dat ik met vreemden mag praten.’
       ‘Oké,’ zegt Markus, al weet hij helemaal niet of het oké is. Hij kijkt om zich heen om te zien of er nog andere voorbijgangers zijn, maar hij ziet niemand. Het jongetje gaat nog iets verder uit de auto hangen en staart hem aan.
       ‘Mooie auto,’ zegt Markus.
       ‘Hij is niet van mij.’ het jongetje krabt aan zijn elleboog. ‘Bent u getrouwd?’
       Markus denkt even na. ‘Ja,’ zegt hij dan. ‘Maar mijn vrouw en ik gaan uit elkaar.’
       ‘Waarom?’
       ‘We hebben te veel meningsverschillen,’
       ‘Als ik later getrouwd ben, gaan mijn vrouw en ik nooit van mening verschillen. Mijn vrouw gaat precies doen wat ik zeg.’ Het jongetje slaat zijn dunne armpjes over elkaar. Markus probeert zich het jongetje voor te stellen als een volwassen man met een bierbuik, een man die gouden horloges draagt en met zijn vuist op tafel slaat om zijn punt kracht bij te zetten. ‘Vroeger wou ik altijd met Jessica Alba trouwen,’ zegt het jongetje.
       Markus vraagt zich af wat het jongetje met ‘vroeger’ bedoelt.
       ‘Maar nu niet meer. Wilt u weten waarom niet?’
       Markus wil in bed liggen en yoghurt eten dat naar aardbeienijs smaakt, hij wil een lange handgeschreven brief krijgen van zijn vrouw, hij wil in het park stokken naar Takkie gooien.
       ‘Wilt u weten waarom niet?’ het jongetje slaat met zijn hand op het portier van de auto.
       ‘Waarom niet?’ vraagt Markus.
       ‘Omdat ze straks te oud voor me is. Als ik volwassen ben, heeft ze al rimpels.’
       ‘Oké.’
       ‘Maar eerst ga ik veel geld verdienen,’ zegt het jongetje. ‘Bent u rijk?’  
       Markus denkt aan de alimentatie die hij straks moet gaan betalen. ‘Nee,’ zegt hij. 
       Het jongetje strijkt even over zijn keurig gekamde haar.
       ‘Mag ik u wat vragen?’ zegt hij, in plaats te vragen waarom niet. ‘Wilt u misschien die lolly voor me oprapen?’ Hij steekt zijn arm uit het raam en wijst naar de stoep. Daar ligt inderdaad een lolly in een zilverkleurige verpakking. Markus kijkt ernaar. Is dit een valstrik?
       ‘Bedoel je die?
       ‘Ja die. Wilt u hem voor me oprapen?’
       Markus denkt aan zijn vrouw. ‘Het probleem is dat jij nooit begrijpt wat kinderen precies willen,’ zei ze vaak. Hij buigt zich voorover en overhandigt de lolly aan het jongetje alsof hij een roos geeft aan een geliefde. 
       Het jongetje glimlacht. Hij mist een voortand. ‘Dank u wel,’ zegt hij. ‘U bent de eerste die ja zegt. U bent een heel aardige meneer.’
       ‘Geen dank.’ Markus maakt een kleine buiging. Omdat het jongetje niets meer zegt loopt hij verder, voorbij het winkelcentrum. ‘Ik ben een aardige meneer,’ zegt hij tegen zichzelf. ‘Ik ben een aardige meneer, ik ben een aardige meneer.’ Hij blijft de zin herhalen tot hij voor het kantoor van de notaris staat.

Lees meer van

Geen beweging – deel 5

Door

Corinne Heyrman maakte wekelijks radio in de gevangenis in de Begijnenstraat in Antwerpen binnen het project Radio Begijnenstraat. Op basis van haar bezoeken schreef ze een feuilleton in zes delen. We publiceren hieronder deel vijf.  Radio Begijnenstraat is een project van hell-er vzw i.s.m. het zorgteam van de gevangenis van Antwerpen en wordt artistiek gecoördineerd […]

Lees meer uit de categorie

Het gras is altijd groener

Door

Illustratie: Gemma Pauwels Vroeger vond ik weinig spannender dan mensen afluisteren. Als klein meisje zat ik ineengedoken bovenaan de trap te luisteren naar de gesprekken van mijn ouders. Vaak vond ik ze niet interessant, maar de spanning om betrapt te worden terwijl je je neus in andermans zaken steekt, werkte verslavend. Mijn zusje had precies […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper