Proza

Hōmushikku

Door Nicky Runge | beeld: Rowan David
24 december 2018

ホームシック hōmushikku (zelfstandig naamwoord): een sterk verlangen naar een thuis, plek, persoon of iets anders vertrouwds.

Met een vlugge beweging klik ik op de knop. De projector schiet aan en een schuin licht schijnt op de roomwitte muur. De letters – een krullerig kanjischrift – bewegen van links naar rechts. De oudere man met het gezicht in de vorm van een volle maan strekt zijn hand uit naar de professor. Deze pakt de microfoon aan met beide handen, alsof het een gewond vogeltje is. De verlichte muur verschiet van kleur en het nummer begint te spelen: ‘West End Girls’ van Pet Shop Boys, voor de derde keer vanavond.

Ik heb als nieuwjaarsvoornemen opgevat om eerlijk te zijn en dus zeg ik het drie keer tijdens het werkuitje die avond: ik heb heimwee. Hōmushikku. Eerst in een melige bui en met een gekke intonatie tegen Joshua van de boekhouding, dan tegen een vreemdeling die me een gin-tonic aanbiedt en de derde keer met een lage stem tegen de professor terwijl we in een private karaoke booth zitten. Zijn kale kruin en licht uitpuilende ogen weerkaatsen een rozig licht, wat hem op een biggetje doet lijken. Ik kijk naar zijn aderen, felblauw van kleur. De mijne zijn groen en minder zichtbaar door de littekens die vloeien over mijn armen. Sommige mannen kicken erop, maar de professor niet.
          ‘Nicky, waarom ben je dan nog hier?’ vraagt hij.

Ik hoor hem niet over het gezang van Peter van de Admission’s Office in het hok naast ons, dus ik besluit vriendelijk te glimlachen. Ook al ken ik mijn collega’s al jaren, wanneer ik met ze praat sta ik nog steeds stijf van de zenuwen. Alsof er een stem in mijn hoofd al mijn uitspraken bekritiseert. De alcohol helpt, maar hij maakt me ook trager. Soms helpt het ook om te praten over Frank O’Hara, soms over Vladimir Mayakovsky en soms over de dood, maar ik weet niet precies waarom. Soms helpt het simpelweg om de leegte te vullen met slordige woorden.

Wist je dat het woord pussy etymologisch gezien afstamt van het woord pusillanimous, wat slap betekent?

Later die avond loop ik terug naar mijn appartement in een duistere straat in het Roppongidistrict en zie ik de maan die op de man van het karaokecafé lijkt. Op de hoek van de straat staat een zakenman van eind dertig. Hij grijpt naar de zoom van mijn rok op het moment dat ik langsloop, terwijl hij me bejubelt met willekeurig gekozen woorden in het Engels. Pretty, sexy, pussy. Ik wil antwoorden: wist je dat het woord pussy etymologisch gezien afstamt van het woord pusillanimous, wat slap betekent? Maar ik ken mijn publiek en doe het niet. Voor een miniseconde fantaseer ik wat er gebeurt wanneer ik meega naar zijn appartement.

Eens in de zoveel maanden slaat mijn wereld om en verlang ik naar chaos, naar transgressie. Mijn dokter raadde me Zoloft aan, maar ik verkleed me liever. Mijn personages hebben geen geslacht, ze hebben zwarte ogen en blauw haar. Soms roze. In clubs dans ik alleen en met mijn lichaam naar de dj gericht. Af en toe praat er iemand met me terwijl ik aan de bar sta en besluit ik aan het eind van de avond met diegene mee te gaan. Meisjesachtige jongens en jongensachtige meisjes. Als ze vragen of ik al Japans spreek, zeg ik een beetje. Watashi wa hōmushikku. Soms denk ik aan de professor, maar alleen voor de lol.

De laatste keer ging ik te laat weg en moest ik diezelfde ochtend direct door naar de universiteit. Ik had mijn pruik afgedaan en droeg een trui met capuchon over mijn jurk, maar tijdens de plenaire vergadering zagen ze het direct.
          ‘Is alles in orde?’ vroeg de mediaprofessor toen ze me later apart nam. Ze is een Amerikaanse. Hierheen verhuisd met haar man.
          ‘Sorry,’ zei ik, terwijl ik een laag vastgeplakte mascara onder mijn oog wegveegde.
          ‘Alles weer in orde.’
Ze vroeg of ik zin had om koffie te drinken, maar ik sloeg beleefd haar aanbod af. De gedachte dat ik over mijn gevoelens zou moeten praten maakte me angstig. In de eerste week van mijn doctoraat aan de universiteit heb ik haar de reservesleutel van mijn appartement gegeven. Ze is er in drie jaar tijd nog nooit geweest.

Nadat mijn vriend zichzelf van mijn balkon afwierp ben ik niet verhuisd. In plaats daarvan hing ik een regenboogkleurig bamboenet op en kocht ik een nieuwe plant. Alsof dat hem had kunnen redden. Niemand op de universiteit wist dat ik met hem samen was. Hij was ouder, opgegroeid in Kobe en in Tokio voor werk. Op onze eerste date won hij uit de speelautomaat een Uchide-no-Kozuchi: een sleutelhanger van een magische hamer. Volgens een oude Japanse legende huurt een koning de samoerai Issun Boshi in om zijn dochter, de prinses, te begeleiden tijdens een reis. Nadat Issun een schurk verslaat, laat deze een Uchide-no-Kozuchi achter. Een magische hamer die wanneer je ermee slaat alles geeft wat je maar kan wensen. De prinses slaat ermee, transformeert Issun in een prins en trouwt met hem. Ik moest lachen toen hij het me vertelde, nonchalant leunend tegen de speelautomaat. Waarom veranderde de prinses Issun? Wat was er mis met hem? Hij beantwoordde mijn vragen met een warme lach. We gingen naar mijn huis, waar hij twee jaar lang bleef. Nu, jaren later, begrijp ik de prinses.

Hōmushikku is een letterlijke vertaling van het Engelse homesick. Een leenwoord, net zoals mijn leven hier geleend voelt. Na die avond in de karaokebar gebeurt het onmogelijke: mijn Danaïdenvat loopt over. De bodemloze put die ik probeerde te vullen met wat ik maar kon vinden besluit het te begeven. Ik heb heimwee en wil weg, weg uit Japan, terug naar huis. Mensen die voor hun gevoel een oninteressant en geleend leven leiden, dwalen rond in een landschap dat Nietzsche een achtergrondwereld noemt. Hun leven is net zo saai als hun Eden geweldig is. Mijn Eden bestond voorheen uit nachtelijke escapades, maar langzaam verandert de referent in een nieuwgevonden heimwee: de weg terug naar huis.

Drie avonden later loop ik weer in Roppongi wanneer een zakenman me bij de hand grijpt. Na een avond dansen en een compliment over mijn voortanden gaan we naar zijn huis en doe ik mijn blauwe pruik af. In de ochtend glip ik stiekem weg en verkleed ik me in mijn kantoor op de universiteit. Mijn glitterjurk prop ik in de onderste lade van mijn bureau. Tijdens de wekelijkse vergadering wordt er een nieuw idee voor een teamuitje geopperd: er schijnt een nieuwe rollerskatekaraokebar te zijn geopend in Akihabara.
          ‘Leuk,’ beaamt de professor. 
Een week lang denk ik niet aan weggaan.

De magische hamer hangt nog altijd aan de sleutelbos van mijn reservesleutel. Ik vraag me af of mijn Amerikaanse collega er af en toe mee slaat. En wat er dan verandert.

Over de auteur

Nicky Runge (1992) studeerde Engelse Literatuur aan de Universiteit van Amsterdam en is promovenda aan de Universiteit van Hongkong. Ze schrijft naast haar studie essays en korte verhalen. Ze woont op Peng Chau, een eiland ten westen van Hongkong.

Over de illustrator

Rowan David woont en werkt in Haarlem. Naast zijn werk als psychiatrisch verpleegkundige is hij een autodidactische illustrator die inspiratie put uit de natuurlijke wereld, de intuïtieve aard van de mens en de donkere kant van het leven; met een primaire focus op de psyche, folklore en surrealisme. Dit brengt hij in beeld door mixed media, lijnwerk en digitale kleuren te gebruiken. Daarnaast bedrukt hij kleding en beschildert hij spijkerjasjes. Zie zijn Instagrampagina.

Lees meer uit de categorie Proza

Stijlestafette: Apocalyptisch

Door Marcel Potters

Voor onze themamaand De Stilist vroegen wij deelnemers van De Stijlestafette om een variatie à la Queneau op onze oertekst te schrijven. Paniek! Wurgende paniek! Een bloedrode maan werpt haar macabere schijnsel op het moorddadig donkere Mokum, waaruit het leven langzaam wegsijpelt. Angst druipt als smerige smurrie van de muren. Hier en daar knippert nog een lantaarn, […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper