Interview

Anne van Winkelhof: ‘Ik zie mezelf als confessional poet’

Door Sophie Kok | beeld: Martien Bos
28 januari 2019

Anne van Winkelhof is schrijver, presentator en performer. Haar gedichten werden gepubliceerd in o.a. Hollands Maandblad, Het Liegend Konijn en Hard/ Hoofd. Daarnaast rijdt er sinds 2017 een vuilniswagen door Rotterdam met een van haar dichtregels erop. Ze is de winnaar van De Hollands Maandblad Aanmoedigingsbeurzen 2017/ 2018, categorie poëzie. Ook is Anne een van de 8 deelnemers aan de Finale van het NK Poetry Slam op zaterdag 2 februari. 

Hoe/ waar ben je in aanraking gekomen met poetry slam en hoe kwam je erbij hier zelf aan mee te gaan doen?
Toen ik studeerde in Utrecht volgde ik een poëziecursus bij Ellen Deckwitz. Tijdens de eindpresentatie van die cursus adviseerde ze me een keer mee te doen met een poetry slam. Toen dacht ik: dat kan ik niet, die teksten uit mijn hoofd leren en dan nog leuk op zo’n podium staan. Een jaar later zag ik dat er een poetry slam in mijn lievelingsstad Rotterdam werd georganiseerd. Toen dacht ik: als het in Rotterdam is, moet ik het wel proberen. Die avond won ik mijn eerste poetry slam.

Hoe zou je je werk/stijl typeren? Wat zijn terugkerende thema’s bijvoorbeeld?
Dat vind ik zo’n moeilijke vraag. Alle woorden die ik bedenk voor het typeren van mijn werk zijn namelijk al een keer voor het werk van iemand anders gebruikt. Het is mooi dat we in een rijke traditie schrijven, maar ik ervaar dat ook als hinderlijk. Alles is er al en ooit eens gezegd, schreef ik eens, en er zijn zo veel stemmen. Ik wil geen echo zijn.

Om terug te komen op de vraag, de redactie van Hollands Maandblad zei het volgende over mijn werk: ‘poëzie waarin zowel met een glimlach de bitterheid des levens als met een kartelrand de zoetheid van het bestaan eigenzinnig wordt verwoord.’ Dat vind ik mooi!

Terugkerende thema’s zijn dan ook ‘de bitterheid van het leven’ en ‘de zoetheid van het bestaan’. Ik ben ervan overtuigd dat poëzie pijn mag doen. Over die rijke traditie gesproken; ik zie mezelf als confessional poet en ik ben fan van Anne Sexton. Ik waardeer de lichamelijkheid en intimiteit in haar gedichten. Als ik dan een echo zou moeten zijn, dan zou ik trots zijn als ik een echo ben van Anne Sexton. Maar liever toch mijn eigen Anne.

Schrijf je je teksten met het podium in gedachten? (Schrijf je aparte teksten voor op papier en voor op het podium? En zo ja, wat is het verschil?)
Ik schrijf mijn teksten niet met het podium in gedachten. Wel maak ik achteraf verschillende versies van één gedicht. Dat gebeurt als ik het gedicht ‘af’ heb en ik vervolgens met een podium in mijn achterhoofd het gedicht repeteer. Dan schrijf ik het papier eigenlijk weer helemaal vol met extra woorden, aantekeningen voor voordracht en andere aanpassingen. Hetzelfde gedicht kan er anders uitzien voor podium A met publiek X en weer anders voor podium B met publiek Y. Ik heb Retorica en Argumentatietheorie gestudeerd dus dat hele ‘houd rekening met waar en voor wie je spreekt’ zit er nogal in.

Waar haal je inspiratie vandaan? 
Mijn inspiratie haal ik uit de taal. Uit de boeken en artikelen die ik lees, veel ook uit de gedichten die ik lees of gesprekken die ik hoor op straat of in een café. Er kan een heel register van gevoelens en gedachten opengaan bij mij na het lezen of horen van één zin. Een dwarse zin in een bepaalde context, een verrassende zin die ik nog nooit eerder heb gehoord. Iets nieuws dus! Om een voorbeeld te geven: naast mij ligt momenteel Nachtroer van Charlotte Van den Broeck en in die bundel heb ik veel zinnen onderstreept. Zo ook de zin: ‘in een kleurloze middag voelt het hoofd als een kattenbak’. Ik word daar warm van, ik begrijp dat gevoel meteen en wil daar dan ook iets mee.

Hoe ga je om met plankenkoorts? Of ben je een podiumbeest in hart en nieren?
Het podium op is altijd spannend. Het ligt er wel aan of ik al een keer op dat podium heb gestaan en dus weet hoe het eruit ziet. Dan ben ik veel minder zenuwachtig. Een nieuwe plek is voor mij verschrikkelijk. Ik weet niet wat ik moet verwachten, hoe groot het podium is, hoe hoog, waar het publiek zit, hoe het er ruikt. Ik kom dan graag vroeg, zodat ik alles even kan aanvoelen. En als ik dan nog steeds erg zenuwachtig ben, doe ik een paar ademhalingsoefeningen. Ik weet dat het meestal op het podium wel goedkomt en dat ik het dan leuk vind. De ene dag moet ik mezelf daar meer van overtuigen dan de andere dag. En specifiek voor een poetry slam moet ik van mezelf één biertje drinken. Dat zit nu eenmaal in mijn systeem.

Wanneer noem je je eigen optreden geslaagd?
Mijn optreden is geslaagd als het op het podium met het publiek net zo goed ging als toen ik mijn optreden thuis voor mijn kat oefende. Belangrijk daarbij is dat de stiltes, ritmeveranderingen, momenten met het publiek, etc. precies zo zijn gegaan als ik thuis had voorbereid. Eigenlijk is mijn optreden dus geslaagd als ik geen fouten heb gemaakt. Ik wil dat mijn teksten zo overkomen zoals ik thuis heb bedacht en elk foutje kan dat verhinderen. Daar raak ik dan van in de war en minder geconcentreerd, waardoor ik het idee heb dat het publiek ook uit mijn tekst raakt.

Hoe ga je je voorbereiden op de finale van 2 februari? (Zit er een bepaalde opbouw in je set? En hoe bereid je een finalebattle voor?)
Ik ga me vooral zo goed mogelijk voorbereiden. Ik wil veel van mezelf laten zien dus er komt zeker een bepaalde opbouw in mijn set. Hoe en wat precies hou ik nog voor me. Ik wil sowieso de verrassing van de avond zijn en niet de ‘typische slammer’. Daarom denk ik eraan om teksten te doen die ik eigenlijk niet zo snel op een slampodium zou doen, maar die wel bij mij passen. Het wordt sowieso erg spannend!

Tegen/ met wie zou je het liefst in de finalebattle van het NK Poetry Slam terechtkomen? 
Ik verwacht mezelf niet tegen te komen in de finalebattle, maar als het toch zo moge zijn, dan battle ik het liefst met een vrouw. Female (& queer) = future!

Wat zijn je ambities op schrijf- en optreedgebied?
Ik wil graag een debuutbundel uitbrengen en daarmee op boektournee gaan en in elk dorp van Nederland vertellen hoe tof poëzie is en dat je zo veel met poëzie kunt (behalve er van leven) en dat iedereen poëzie kan schrijven, ook als je een beetje raar bent zoals ik.

Als je een (literair) voorbeeld zou mogen uitkiezen dat jou een jaar zou coachen, wie zou je dan kiezen?
Charlotte Van den Broeck. Ik denk dat ik veel van haar kan leren, op zowel schrijf- als optreedgebied.

Mocht er nog eens een Nobelprijs voor de literatuur uitgereikt worden, wie zou hem dan moeten winnen?
Eigenlijk ben ik tegen prijzen in de kunsten, want dat zou zeggen dat de ene kunstenaar beter is dan de ander in plaats van anders. Maar ik doe wel mee met een poetry slam en mocht ik winnen dan ga ik die prijs niet afwijzen want ik heb ook wel geld nodig, dus dat is een beetje hypocriet natuurlijk. Mag ik deze vraag overslaan?

Hoe ziet je dagelijkse leven eruit, waar hou je je (verder) allemaal mee bezig?
Toch wel veel met schrijven. Ik schrijf poëzie in opdracht voor culturele initiatieven. Momenteel werk ik samen met de Kunsthal in Rotterdam aan een project poëzie & illustratie voor kinderen van 6 tot 12 jaar. Daarnaast schrijf ik columnachtige stukken over stigma en psychische kwetsbaarheid als ambassadeur van de stichting Samen Sterk Zonder Stigma. Voor dezelfde stichting geef ik ook gastlessen en lezingen als ervaringsdeskundige met psychische kwetsbaarheid.

Verder ben ik erg tevreden met mijn huisje in het centrum van Rotterdam, waar ik samen met mijn muze, kat Missy, woon. Met haar bespreek ik de zin van het leven en ik lees haar graag voor uit alle boeken die ik lees. Ik heb ook menselijke vrienden hoor, trouwens. Die zijn ook heel lief.

Wat is de leukste reactie die je naar aanleiding van een optreden hebt gekregen van een jurylid of iemand uit het publiek?
Het allerleukst is altijd als er iemand op me afkomt die zegt: ‘ik dacht dat poëzie echt supersaai was, maar dit vond ik allesbehalve saai’ – of iets in die richting. De reacties van kinderen zijn ook altijd erg leuk. Bij het project van de Kunsthal kwam laatst een jongen van een jaar of 11 naar me toe en hij zei: ‘ik vind jouw gedichten echt tof, kan ik ook dichter worden?’

Als je jezelf als slammer in één van je eigen dichtregels zou moeten samenvatten, welke zou dat dan zijn?

Uit de onderwereld diepte ik mezelf op / met stevige woorden, vuur, zeer / en zonden. Ik zat niet vast / aan een rad, droeg geen steen een berg op. / Ik was daar met een goede reden.

Over de auteur

Sophie Kok is redacteur bij De Optimist.

Over de illustrator

Martien Bos is naast freelance tekstschrijver ook illustrator voor diverse tijdschriften, kranten en uitgeverijen in binnen- en buitenland. Hij tekende onder andere voor De Optimist, NRC Handelsblad, VPRO, De Standaard, uitgeverij Boom en Athenaeum–Polak & Van Gennep. Zie martienbos.com.

Lees meer van

Martje Wijers over world domination, battlestrategieën en (placebo)bananen

Door Sophie Kok

‘Ik ben best assertief, als ik slaap’: de tweede NK-finalist die we aan jullie voorstellen is Martje Wijers. Martje werkt als docent Zweedse taalkunde en schrijft aan een proefschrift in de taalwetenschap. Daarnaast is ze één van de zes bedenkers van de Facebook-pagina Dilemma op Dinsdag, waarop wekelijks mensen worden gepijnigd met een absurd dilemma. Hoe […]

Lees meer uit de categorie Interview

Anne Giesen: zolderkamerschrijver en ontdekkingsreiziger

Door Elske Jacobs

‘Schrijven doe ik op gestolen momenten. Wanneer ik sta te koken of op de fiets zit, bedenk ik plotten, personages en mooie zinnen. Die schrijf ik op de achterkant van boodschappenlijstjes of typ ik uit tijdens onbelangrijke colleges.’ Anne Giesen is student Algemene Cultuurwetenschappen en fanatiek deelnemer aan schrijfwedstrijden. Ze mag zich winnaar noemen van Write Now! 2018, […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper