Kunstbende #3: Floor den Dikken

Door
1 februari 2019

De Waterbuffel en Komodovaraan

De Waterbuffel en de Komodovaraan bevonden zich beide aan de waterkant, bij het koraalrif. Het was een warme dag op het Indonesische eiland Komodo en de dieren waren op zoek naar verkoeling. De Waterbuffel merkte dat hij dorst had gekregen van dit mooie weer en besloot een slok water te drinken. De Komodovaraan merkte op zijn beurt dat hij onderhand wel weer toe was aan een stevige maaltijd en liet zijn oog vallen op de Waterbuffel. De slok water was de Waterbuffel goed bevallen en de Waterbuffel nam nog een slok, en nog een, en nog een, en nog een, tot het moment kwam dat hij iets voelde steken in de wreef van zijn linkervoorpoot. Het was de Komodovaraan.
            ‘Komodovaraan?’ vroeg de Waterbuffel luid en verontrustend, waarbij de laatste slok water zo zijn mond weer uit liep.
            ‘Waterbuffel? Sorry, ik… ik dacht dat het een houtje was,’ reageerde de Komodovaraan, terwijl hij het water dat uit de Waterbuffels mond was gelopen nu in straaltjes over zijn kop voelde vloeien.
            ‘Dat kan gebeuren, ik had jou in de verte ook voor een stuk steen aangezien, een beetje mossig stuk steen zelfs,’ zei de Waterbuffel, ‘maar kun je me even naar de kant helpen?’
            Het was voor een komodovaraan niet gebruikelijk conversaties te hebben met prooi, laat staan het bieden van hulp aan prooi. Ook wist de Komodovaraan dat het wel eens een paar dagen kon duren voordat de Waterbuffel zodanig zou zijn afgezwakt om eetbaar te zijn, dus kon hij de Waterbuffel net zo goed even naar de kant helpen.
            ‘Wat is het toch een lekker weer en wat zitten we hier goed,’ zei de Waterbuffel, wrijvend over z’n zere poot. De Komodovaraan zei op zijn beurt niets. Naast elkaar voelden ze de warmte van de zon en zagen ze haar ondergaan.

De Waterbuffel opende na een lange slaap zijn ogen en zag dat de Komodovaraan nog steeds bij hem was. Ondanks dat de stekende pijn in zijn linkervoorpoot enkel verder zijn lichaam in getrokken was en de Waterbuffel meerdere vlagen van duizeligheid over zich heen kreeg, was de Waterbuffel blij verrast de Komodovaraan te zien en bedankte de Komodovaraan voor zijn aanwezigheid. De Waterbuffel wist niet zo goed wat komodovaranen aten, maar besloot ook wat riet voor de Komodovaraan te plukken. Dat riet groeide naast hem, waardoor de Waterbuffel niet op zijn zere poot hoefde te gaan staan. ‘Wat een meevaller,’ glimlachte de Waterbuffel in zichzelf. Ondanks dat de toenemende pijn zijn eetlust sterk deed minderen, wenste de Waterbuffel de Komodovaraan en zichzelf een voortreffelijk ontbijt.
            De Waterbuffel vroeg de Komodovaraan iets te drinken voor hem te halen, tegen het duizelige gevoel. De Komodovaraan zei niets, zat nog lang stil, maar maakte langzaam aanstalten om dat toch te gaan doen. De Waterbuffel bedankte hem voor het water en nogmaals voor zijn aanwezigheid. Vervolgens stelde de Waterbuffel voor om een spelletje te spelen en de Komodovaraan zei niets. Ze speelden wie het best een beetje mossig stuk steen na kon doen en de Waterbuffel veronderstelde dat de Komodovaraan de terechte winnaar was.
            Heel langzaam liepen de Waterbuffel en de Komodovaraan van de waterkant weg naar een hoger plekje op het eiland, om daar van het uitzicht te genieten. De Waterbuffel liep langzaam, omdat de pijn hem vermoeid en stroef maakte. De Komodovaraan liep langzaam omdat hij van zichzelf al stroef was, en ook een beetje vermoeid. Ze kwamen aan op een vlak stuk van een goudkleurige rots met uitzicht op de alle andere eilanden van de Komodo-eilandengroep. ‘Wat is het hier mooi en wat zitten we hier goed,’ zei de Waterbuffel tegen de Komodovaraan. Naast elkaar zagen ze de zon vanaf de goudkleurige rots ondergaan.

Met moeite kreeg de Waterbuffel zijn verdikte oogleden opengeslagen en naast hem zag hij de Komodovaraan. De Komodovaraan had riet geplukt en water gehaald. Het eten ging de Waterbuffel moeizaam af. De lippen van de Waterbuffel waren taai en plakten aan elkaar door de dikke speekseldraden. Na het eten speelden ze nogmaals wie het best een mossig stuk steen na kon doen en de Komodovaraan won opnieuw, maar dit keer was de Waterbuffel wel een heel goede tweede.      De Waterbuffel werd er gedurende de dag steeds beter in. Na zes potjes ‘wie het best een mossig stuk steen na kan doen’ vertelde de Waterbuffel dat hij niet meer bang was voor de pijn en dat hij de Komodovaraan dankbaar was voor het fijne gezelschap dat hij de afgelopen dagen geweest was.
            ‘Wat kun je hier toch ver kijken en wat zitten we hier goed’ dacht de Waterbuffel voor hij zijn oogleden liet dichtvallen. De Komodovaraan begon te graven en begroef de Waterbuffel met zijn kop naar het westen, zodat ze de zon konden zien ondergaan.

Lees meer van

Sinterklaas, Zwarte Piet en het geestverruimende bier

Door

Er is veel te doen om Zwarte Piet, want waarom is hij eigenlijk zwart? Veel mensen vinden dit aanstootgevend: een blanke Sinterklaas met zwarte hulpjes – dat is racistisch, een overblijfsel uit het tijdperk van de slavernij. Die slavernij werd in de gebiedsdelen van het Koninkrijk der Nederlanden pas in 1863 afgeschaft, terwijl de eerste […]

Lees meer uit de categorie

Vers in de Etalage

Door

Onophoudelijk zacht jankend is het hondje doodgegaan in de schoot van Sieb de Baas Wat erg tragisch was Het hondje was wel oud maar Sieb was ook oud en een nieuwe hond zou Sieb de Baas zeker overleven Sieb werd daarna nooit meer Sieb de Baas Wel plantte hij zuring en een kronkelwilg Op de […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper