Kort verhaal

Voddenrapers

Door Ester Serrano Goudriaan | beeld: Zep de Bruyn
15 juli 2019

In eerste instantie dacht ik dat ze op straat woonde. Ze kwam naast ons zitten, net toen wij met onze dampende hamburgers naar een vrijgekomen L-vormig bankje waren verhuisd, ver weg van een groepje kettingrokende kunstacademiestudenten. Ze droeg een beige legerbroek en had haar eeltige voeten in Birkenstock-sandalen gestoken. Uit de binnenzak van haar bodywarmer haalde ze een pakje shag en begon te rollen. Bewust van mijn misprijzende blik wierp ik haar vlug een glimlach toe en draaide me terug naar Martine. Te laat. De vrouw boog zich al naar me toe.
     ‘Als je naar me lacht, wil ik dat je het meent.’        
Haar felblauwe ogen, die scheel stonden, keken me vanachter haar brilglazen indringend aan. De punt van haar sigaret kwam gevaarlijk dichtbij mijn arm.
     ‘Laat me je échte lach zien,’ vervolgde ze.
Ze zocht dus geen ruzie. Toch bleef ik alert. Haar blik herinnerde me aan mijn meest angstaanjagende docenten. Zij leken mij er altijd uit te vissen op momenten dat ik niet gestudeerd had. Trekkend van haar shagje bleef ze mij met toegeknepen ogen aankijken. Ik schonk haar een brede lach en wendde mij tot Martine, maar de vrouw kwam weer tussenbeide.
     ‘Nog even dit.’
De vingers met het shagje ertussen vormden een vredesteken dat rooksignalen uitzond. ‘We zijn allemaal een ziel, op zoek naar andere zielen. Daarom zijn we hier, om andere zielen te ontmoeten.’ Tevreden leunde ze achterover.

     Op het plein dansten twee jongens op dronkemansbenen hun kantoorstramheid eruit. Om beurten riepen ze elkaar iets toe, waarop de ander in lachen uitbarstte. Petri, zoals ze zich even later aan ons zou voorstellen, keek geamuseerd toe. Nu ging het komen. Ze schoof dichter naar me toe, rechtte haar rug en plaatste haar voeten wijduit. Met een vlakke hand sloeg ze zich op haar borst, ter hoogte van haar hart.
     ‘The first cut is the deepest,’ zei ze. Ze maakte een vuist en sloeg opnieuw op haar borst. ‘The first cut. Hij kan het maar beter waard zijn.’
Ondanks haar scheelheid, richtte Petri zich overduidelijk op mij. Ik vroeg me af wat ik in haar had losgemaakt, maar ook waarom ik mij zo aangesproken voelde, vastgeklonken aan haar interesse in mij.
     ‘Je beseft half niet hoe aantrekkelijk je bent voor mannen. Dat had ik ook, vroeger. Maar het kan ook een probleem zijn. Je moet meer ingetogen zijn.’
     Mijn ogen gleden over haar heen, op zoek naar zinnenprikkelend bewijs. Onder haar bodywarmer droeg ze een in rastakleuren geweven schoudertasje. Aan haar vrije hand prijkte een zilveren ring met turkooizen steen. Ik stelde me voor hoe ze in haar jongere jaren al backpackend de nodige romances had gehad. Een vrijgevochten vrouw, een vroeg spiritueel ontwaken. Haar hoefde je de wet niet voor te schrijven.
Ze wees naar Martine.
     ‘Jij, jij hebt het door. Maar jij’ — nu wees ze naar mij . Ze schudde haar hoofd en leunde weer naar achter, trok aan haar shagje, keek me aan en schudde opnieuw haar hoofd.
     ‘Geen voddenrapers meer, hoor je. Ze komen allemaal af op jouw licht. “Duivel, ga heen,” moet je dan zeggen.’ Met een theatraal gebaar hield Petri een denkbeeldig troepje bloeddorstige mannen tegen.
     Ik wilde haar duidelijk maken dat ik meer dan één snee had. Ik zat vol littekens. Zag ze niet dat ze een volwassen vrouw tegenover zich had zitten en geen meisje van zeventien? Haar waarschuwingen kwamen te laat, ik had al geleerd, door schade en schande. Ik ben tegenwoordig mijn eigen kompas. Maar daar leek Petri het niet mee eens. ‘Geen voddenrapers meer.’
     Onze burgers waren op. Martine deed het al goed. Ik nog niet. Met die wetenschap stuurde ze ons de nacht in. Maar zij had hoop, er was hoop. Martine stond op en gaf haar een hand, het concert zou zo beginnen en zij had de zegen van Petri al op zak. Ik wilde meer horen, meer weten, maar ik hield mijn kaken strak op elkaar en probeerde nonchalant te kijken. In mijn buik woelde een lichte kriebel, de potentie van dit moment. Zou ze me niet over een jaar nogmaals willen ontmoeten, op hetzelfde bankje zodat ze mij opnieuw kon lezen? Of moest ik zelf de antwoorden vinden? Petri haalde haar schouders op, haar blik naar binnen gericht. Het leek alsof ze ieder moment in haar eigen rook kon oplossen.
     ‘Als ik over jullie droom, weet ik genoeg.’

Over de auteur

Ester Serrano Goudriaan ziet het cijfer vijf in de kleur blauw. Toevallig ook haar lievelingskleur en -getal, als je in toeval gelooft. Synesthesie kan handig zijn wanneer je veel met beeld en taal werkt. Dit doet ze als freelance creatief strateeg en tekstschrijver voor o.a. het net geopende cultureel centrum Het HEM in Zaandam. Daarnaast schrijft ze fictie, werkt ze aan een lang verhaal en organiseert ze ‘ekspedisies’ in de Nederlandse natuur www.ekspedisie.nl.

Over de illustrator

Zep de Bruyn is een tekenaar en 'mixed media' maker. Zijn illustraties en beelden bevinden zich ergens tussen expressionistisch, absurdistisch en figuratief en bevatten vaak schetsachtige elementen. Hij is ook redacteur bij De Optimist. www.zepdebruyn.nl is zijn website. @zeptilian is zijn Instagram.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Een kaartje uit Zweden

Door Matthijs Eijgelshoven

Horsman hoopte dat de agent hem overeind zou helpen, omhelzen, op zijn rug kloppen en troosten. Dat deed hij niet. In plaats daarvan zei hij: ‘U bent idioot.’ ‘Ik wil alleen helpen,’ zei Horsman. Het licht dat uit de overgebleven koplamp scheen, was zwak. Hij kon er net de bakkebaarden van de agent in onderscheiden […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper