Poëzie Voorpublicatie

Voorpublicatie: Merel van Slobbe

Door Merel van Slobbe | beeld: Zep de Bruyn
14 november 2019

Hieronder lees je vier gedichten van Merel van Slobbe uit Aan de rand van een lichaam, haar chapbook dat eind november verschijnt bij Wintertuin Uitgeverij. 

In de bundel Aan de rand van een lichaam brengt Merel van Slobbe poëzie en filosofie bij elkaar in een zoektocht naar online en offline identiteit. Ze experimenteert met zichtlijnen om te onderzoeken: hoe observeren wij, en hoe worden wij geobserveerd? Welke vormen kunnen wij aannemen? Wat blijft er over als we alle lagen van onszelf afpellen?


Elke dag wordt mijn omtrek iets steviger

Wikkelt hij zich strakker om me heen, hij plakt aan mijn huid
hij prikt in mijn ogen als chloor, ik voel hem knellen onder mijn oksels
en ter hoogte van mijn sleutelbeenderen,

hij houdt me minder warm dan ik dacht:
ondanks alles tril ik nog steeds.

Soms peuter ik aan de randjes, dan probeer ik er met mijn nagel kleine stukjes
vanaf te krabben of ik probeer een wijsvinger onder mijn omtrek te schuiven
alsof ik hem zo vast zou kunnen pakken, alsof ik hem zo over mijn hoofd heen
zou kunnen trekken.

Ik zou hem tot een klein balletje verfrommelen, klein genoeg
om in mijn handpalm te passen, ik zou voor de spiegel gaan staan
en ik zou lava zien.

Ik wil elke context van mijn huid afpoetsen.
Ik wil een apocalyps zonder vorm.
Ik wil in een auto met open dak naast Beyoncé.
Ik wil naakt discobowlen.
Ik wil wildkamperen aan de rand van mijn lichaam.

Ik heb geleerd hoe je moet balanceren:
je hoeft alleen maar naar een punt in de verte te staren
maar het is zo vermoeiend als alles klopt.

Het wordt tijd om iets in beweging te zetten, dit is de eerste scène
wij de romeinse kaars die te lang op je zolder lag
we schieten onszelf af.

Onze huid is zacht maar vergis je niet
sommige explosies beginnen op een onverwacht zachte manier:
wist je bijvoorbeeld dat de eerste atoomproeven plaatsvonden in Rome
in een vijver met goudvissen.

 

The Hills, Season 2, Episode 9

Heidi Montag ligt in een gouden bikini aan de rand van een zwembad
ze kijkt recht de camera in, ze zet haar zonnebril op haar hoofd
en zegt: dit is een warme planeet
ik ben alleen nog maar de oppervlakte
waar de zon mij raakt.

In Heidi Montags lichaam wonen miljarden bacteriën
het bevat tien keer meer bacteriën
dan dat het cellen bevat.

Heidi Montag zegt: I never wanted to be this Hollywood diva
but you get caught up in what you’re pretending to be.

Er groeien kleine tentakels uit haar vingertoppen
ze is al bijna iets anders en dit is nog maar seizoen 2.
Haar vingernagels veranderen in parelkleurige schubben
een voice-over zegt: Heidi Montag deelt 60 procent
van haar DNA met goudvissen.

De huid van Heidi Montag begint te borrelen.

Langzaam smelt ze weg, tot er niets anders overblijft
dan vloeibaar goud, een klein gouden moeras
aan de rand van het zwembad en miljarden bacteriën
verdwaald in het gesmolten lichaam van Heidi Montag.

 

 

Er zwemmen walvissen door het huis

Ze zingen in lage tonen die niemand hoort
maar ik wil dat je weet dat er gezongen wordt.

Elke seconde groeien we verder ergens vandaan
maar we zijn al lang vergeten wat het was en je spiegelbeeld
past nog steeds.

Dus zetten we de douche nooit te hard, bang
dat er iets in het afvoerputje verdwijnt wat we al die tijd
al tegen ons aanklemden.

Bij het ontbijt beloof je dat we op een dag
de horizon zullen uitpakken als een boterham uit folie
hoe we zullen hopen dat alles vers is gebleven.

Ik heb al mijn naaktheid opgespaard.
Ik heb je kinderfoto’s op sterk water bewaard.
Op een dag zal ik naar de blauwe plek op je knie wijzen
vertellen van de keer dat je over de rand van je eigen silhouet viel.

Ik wil dat je vreemde talen spreekt vandaag:
als ik je niet versta kun je nog alles hebben gezegd.

 

Aan de rand van World of Warcraft

Ik herinner me de plek waar we voor het eerst
samen een wandeling maakten, ergens
in de groene bergen van Azeroth.

Het was nacht, de sterren schitterden als kapotte pixels
ik wilde dat je over mijn pols zou likken met je virtuele tong
dat ik mijn hand op je ruggengraat zou leggen
en dat ik dan voorzichtig zou duwen.

Ik wilde je meenemen naar de rand van World of Warcraft
naar de plek waar de naaldbomen in grijs veranderen
waar afgebroken codes rondvliegen als rotsblokken
zodat we moeten bukken om niet geraakt te worden.

Niets is waar genoeg om uit te maken, zou je zeggen
terwijl je in algoritmes knijpt tot ze openbarsten
tot er iets zoets en kleverigs uitkomt
en we zouden luisteren naar het getik van bijen
tegen het computerscherm.

De bijen willen naar binnen
ze weten dat ze uit zullen sterven
ze verlangen naar de zachte huid van avatars.

Ik zou naar de verte wijzen, naar ergens net voorbij de rand
als je goed kijkt zie je ons zitten
de gordijnen zijn dicht
we kijken terug
we zijn er nog.


Benieuwd naar meer gedichten van Merel? Je vindt haar chapbook in de webshop van De Nieuwe Oost | Wintertuin.
Op zaterdag 30 november presenteren Merel van Slobbe en Max Hermens hun werk in unieke performances tijdens het Wintertuinfestival in Doornroosje. Daar kun je de chapbooks ook aanschaffen en laten signeren. Meer info en kaartjes vind je op www.wintertuinfestival.nl.
Volgende week publiceren we een voorpublicatie uit het chapbook van Max. 

Over de auteur

Merel van Slobbe (1992) schrijft proza en poëzie. Ze studeerde filosofie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In 2018 won ze de tweede prijs van de Turing Gedichtenwedstrijd. In haar werk is geen enkele vorm vast, wisselen ruimtevaart, pop culture en walvissen elkaar moeiteloos af en wordt de kijker altijd bekeken. Merel zit in een talentontwikkeltraject van De Nieuwe Oost | Wintertuin.

Over de illustrator

Zep de Bruyn is een tekenaar en visueel ontwerper. Hij is ook redacteur bij De Optimist. www.zepdebruyn.nl is zijn website. @zepdebruyn is zijn Instagram.

Lees meer uit de categorie Poëzie Voorpublicatie

Voorpublicatie: Max Hermens

Door Max Hermens

Hieronder lees je een fragment uit het titelverhaal van Toch zonken ze niet, het chapbook van Max Hermens, dat eind november verschijnt bij Wintertuin Uitgeverij. De hoofdpersonages in de verhalenbundel Toch zonken ze niet zijn jong en groeien op in een dorp waar ze ieder op hun eigen wijze worstelen met klassenverschillen, armoede, eenzaamheid en sociaal isolement. Vanuit […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper