Kort verhaal

Het weerbericht

Door Joran Simoens | beeld: Coen Vosveld
19 februari 2020

Die dag ontboden ze hem op kantoor met de vraag of hij zijn weerkaarten wilde meenemen.

Na het ontvangen van die oproep haastte de weerman zich naar zijn bureau en rookte een sigaar die hij als zijn laatste beschouwde.  Ondertussen belde hij zijn vrouw en zei dat hij van haar hield. Zijn vrouw rook onraad en vroeg wat er scheelde, maar de weerman wilde niets loslaten en vertelde dat er geen enkele reden voor de liefdesverklaring was. Aan de andere kant van de lijn klonk een stilte die zijn leugen veroordeelde. De weerman wilde het afscheid niet te pijnlijk maken en herhaalde daarom zijn liefdesbetuigingen voordat hij ophing. Vervolgens rookte hij verder.

Hij vroeg zichzelf af wat hij fout had gedaan. Tot nu toe was iedereen altijd tevreden geweest met zijn prestaties. De sigaar in zijn handen sprak boekdelen. Die kon hij zich alleen veroorloven door zijn jarenlange dienst als weerman van de staatstelevisie, die door heel het land om klokslag zeven uur ’s avonds op het scherm verscheen. Zijn optreden zorgde voor een stijging in de kijkcijfers tussen het patriottische journaal van zes uur en de traditionele oorlogsfilm over de heldendaden van overleden landgenoten rond kwart over zeven. Van de kreupele boer tot de hooggeplaatste officier, iedereen verzamelde zich voor de buis wanneer de weerman zijn uitleg over hoge- en lagedrukgebieden gaf.

Het voorspelde niet veel goeds dat de directeur hem op zijn kantoor had ontboden. In andere landen riepen bazen je naar het kantoor voor diverse redenen, maar hier waren kantoren troonzalen waar je als gewone sterveling alleen binnen kwam als inbreker of alleen verliet tussen zes planken. Complimenten, loonsverhogingen en promoties, daarvoor diende zo’n appel niet. Dat regelden de bazen buiten het werk, op een van de partijcongressen.  

Op zijn bureau lagen verschillende brieven van fans waarin ze hem allemaal bedankten voor zijn warme programma, hem prezen voor het goede weer en hem vergaven als het in het weekend wat minder was geweest. Hij was altijd blij geweest met zulke complimenten, maar wat waren die waard nu hij in het kantoor van de directeur moest verschijnen? Zelfs als hij alle dozen met fanmail het kantoor induwde, zou hij het noodlot niet kunnen afwenden. Hij zou straks enkel binnenwandelen, het nieuws krijgen, en daarna restte hem de keuze hoe hij ermee omging. Meer niet. Een afscheidssigaar zou de directeur hem niet eens gunnen. Daarom rookte hij hem hier al.

De klok die naast het portret van de Leider hing, gaf aan dat de tijd drong en hij maar beter kon opschieten als hij niet te laat wilde komen bij zijn eigen ontslag. Kalm raapte hij enkele weerkaarten van de voorbije dagen bijeen, legde ze op een  stapel en hield die tussen zijn handen. Daarna zegde hij zijn bureau adieu en stapte de gang in.

Voor de deur van het kantoor op de tweede verdieping stond zijn baas met twee andere mannen te praten. Af en toe lachten ze om een opmerking die een van hen maakte. Ze zwegen abrupt toen ze de weerman zagen en nodigden hem binnen uit. De weerman legde zijn weerkaarten op het bureau en ging zitten terwijl hij de twee  mannen in zich opnam.  Ze werkten duidelijk voor de Partij en werden enkel afgevaardigd naar gesprekken als deze om te intimideren. Zo zorgden ze ervoor dat opgeroepen personen als de weerman zich niets in het hoofd haalden.

‘En?’ vroeg de directeur aan de weerman. ‘Hoe ziet het eruit voor vandaag?’

De weerman haalde een weerkaart van de stapel en legde alles tot in de puntjes uit, terwijl de mannen deden alsof ze luisterden. Uit respect voor zijn vakkennis lieten ze hem uitpraten voordat de directeur naar achter leunde en het woord nam.

‘We hebben een probleem,’ zei hij.

De weerman liet de weerkaarten voor wat ze waren en wachtte tot de directeur verder ging met zijn uitleg. Dit was het dan, dacht hij, het einde van mijn carrière.

‘Bekijk die weerkaarten eens,’ zei de directeur. ‘Zie je niet wat eraan scheelt?’

Veel wist de weerman niet uit te brengen. Wat zou er kunnen schelen? Hij schraapte zijn keel, doorliep nog eens snel alle weerkundige cijfers en zei vervolgens: ‘Misschien is het allemaal een beetje onoverzichte…’

‘Nee, nee, nee.’ De directeur schoof zijn stoel dichter bij het bureau en legde zijn vinger op de uiterste hoek van het land in het oosten. ‘Kijk. Hier bijvoorbeeld valt de regen met bakken uit de hemel, maar als je dan hier kijkt…’ Hij verplaatste zijn vinger naar het meest westelijke punt. ‘… baden ze weer in het zonnetje, alsof het de kust van Spanje is.’

‘Ons land is dan ook heel groot,’ zei de weerman, waarna hij eraan toevoegde: ‘Dankzij onze Leider.’

‘Ja, absoluut, maar u ziet toch wat voor belediging het is tegenover alles waar we voor staan?’

‘Hoezo?’

De drie mannen lachten om de naïeve opmerking alsof het kleuterleiders waren die hun pupil moesten uitleggen waarom je beter niet zonder broek de straat op kunt gaan.

‘Kom op, meneer de weerman, denk eens na!’ De directeur schoof hem de weerkaart nog eens onder de neus. ‘De grondslag van ons Socialistische systeem is simpel: elke mens gelijk. Dan kunnen we bij het volk toch niet wegkomen met weerberichten waar het hier regent, terwijl het daar de Cote d’Azur is?’

‘Maar…’ Zijn vijftien jaren aan expertise wilden protesteren, maar met de twee mannen van de partij erbij wist hij zichzelf in te tomen. ‘Maar zo werkt het weer gewoon, toch?’

‘Het werkt op onze zenuwen, beste vriend. Het weer maakt onze hele ideologie belachelijk. Mensen worden opgedeeld in klimaten. De een heeft het comfortabel warm terwijl de ander bibbert door de kou. Is dat dan rechtvaardig? Daarom moeten wij ons boven de natuur zetten en stoppen met deze ongelijkheid.’

‘Uiteraard.’ De weerman slikte. ‘Maar zoiets is toch onmogelijk? We kunnen het weer toch niet helemaal aanpa…’

 ‘Dat zijn niet uw zorgen,’ zei de directeur. ‘De Partij weet wat ze doet. Vorige week hebben ze de beslissing al genomen op het Congres. Als u zich zorgen maakt, kunt u het altijd nalezen.’

De directeur overhandigde de weerman een vuistdik dossier.  Daarin bladerde de weerman terwijl hij de bibber uit zijn lichaam probeerde te weren. Bij elke zin die het voorstel van de Partij beschreef moest hij zijn beroepsethiek in slaap sussen. Zo knikte hij enthousiast bij passages die zijn maag deden omdraaien. Door zich te richten op de nachtmerrie waarin hij zich op dit moment bevond probeerde hij niet te denken aan de catastrofale gevolgen voor het ecosysteem in de toekomst.

‘Fantastisch!’ riep hij uiteindelijk. ‘Zo kan het niet anders dan een succes worden. Ik zal  mijn rol als weerman in deze nieuwe context verderzetten met de grootste overtuiging!’

‘Blij om dat te horen,’ zei de directeur. ‘Maar uw enthousiasme maakt het me wel moeilijk. U moet namelijk begrijpen dat u niet kan aanblijven als weerman. Als het weer altijd hetzelfde blijft, zou het dom zijn om u dat elke avond te laten vertellen.’

De weerman had zich al neergelegd bij de ethische concessies die hij moest maken als hij zijn job wilde behouden, maar nu ook die op de helling stond, voelde zijn verstand aan als ballast en hij schakelde over op overlevingsmodus. Wie geen baan had en er ook geen vond, moest namelijk naar een van de bekende blokken verhuizen waar je per gezin een kamertje van drie bij drie kreeg toegewezen. En wat met zijn dochter? Zij was nog maar net met haar vioolstudies begonnen en genoot er met volle teugen van. Hoewel de school elke leerling gratis van een viool voorzag, waren het vooral oude modellen, wier snaren het bijna onmogelijk maakten om zuiver te spelen. De weerman had daarom een nieuw exemplaar op krediet gekocht bij de bekendste muziekzaak van de stad – een aankoop die hij normaal gezien pas binnen een jaar of drie volledig kon afronden. Dat kon hij haar niet aandoen. Hij moest iets verzinnen.

‘Zijn er geen andere mogelijkheden?’ vroeg hij daarom.

‘Helaas, meneer de weerman.’ De directeur vroeg hem het dossier terug en borg het veilig op. ‘U weet hoe dat gaat als er een beslissing is genomen. Het groepsbelang gaat boven uw eigen belang.’

‘Ik bedoel andere mogelijkheden voor het nationaliseren van het weer, meneer de directeur.’

Een van de overheidsmannen leek wakker te schrikken en vroeg: ‘Hoe bedoelt u?’

‘Wat als we mensen gewoon doen geloven dat het weer genationaliseerd is? Dan hoeft ons ecosysteem niet te sterven.’ De weerman zag dat de drie mannen niet snapten waarop hij doelde en verduidelijkte: ‘Ik maak gewoon elke dag verschillende weerberichten en in de gebieden waar het regent, zenden we het weerbericht uit dat het in het hele land regent, en waar de zon schij…’

‘Ja ja, we snappen waar u naartoe wilt.’

De twee overheidsmannen wisselden een blik met elkaar en zonder zichtbare emotie bereikten ze een consensus.

‘Goed,’ zei de overheidsman. ‘Uw idee is niet slecht. In dat geval willen we het altijd voorleggen aan de Partij.’

De twee overheidsmannen stonden op en staken tegelijkertijd hun hand uit zodat de weerman niet wist welke eerst te schudden, zeker omdat het antwoord hem niet verzekerde van een behouden toekomst als weerman. Door een hoofdbeweging van de directeur ging hij toch overstag en hij schudde hen beiden de hand terwijl hij zijn steunbetuigingen aan het regime overbracht. Nog geen minuut later waren ze het kantoor al uitgelopen en leunde de directeur achterover om eens diep te zuchten.

‘Jongens toch. Nu gaan die kerels hier volgende week weer staan. Ik ga godverdomme blij zijn als het eindelijk gedaan is.’

‘Wat bedoelt u? Zijn ze hier al eens geweest?’

‘Vorige maand ja,’ zei de directeur. ‘Ze wilden eerst de hele weerdienst opdoeken zodat het patriottisch journaal een kwartier langer duurde. Iedereen zou ontslagen worden. Mij zouden ze zelfs overplaatsen naar een lokaal weerinstituut in het oosten. Stel je voor zeg! Ik heb ze dan maar het idee aangepraat om het weer te nationaliseren zodat het op zichzelf patriottisch is.’

‘Het was uw idee?!’

‘Wat moest ik anders doen?’ vroeg de directeur. ‘In dit systeem moet je aan jezelf denken, jongen. Anders is het voor ons allemaal gedaan.’

Over de auteur

Joran M.C. Simoens is een afgestudeerde Journalist & Diplomaat, maar heeft zijn opleiding toch vooral gevonden in de boeken van José Saramago en Fernando Pessoa. Tijdens zijn studie Diplomatie schreef hij kortverhalen voor Dwars, het studentenmagazine van de Universiteit Antwerpen. Momenteel woont & werkt hij in Laos voor een NGO, waar hij zijn website met verhalen nog steeds bijhoudt.

Over de illustrator

Coen Vosveld is een plaatjesmaker, of dat nu een snelle ballpointkrabbel of een uitgebreide plaat is, zo lang het maar lekkere lijnen zijn en er tekenmateriaal versleten wordt. Belangrijk in zijn tekenwerk is het narratieve, het vertellen of suggeren van een verhaal. Voor inspiratie kijkt Coen graag simpelweg goed om zich heen, naar het alledaagse, of naar onze eindeloze geschiedenis.

Lees meer uit de categorie Kort verhaal

Hout

Door Jurgen Gravestein

Ze boog het pootje naar achteren tot het brak. Het konijn begon onmiddellijk te spartelen, maar ze drukte hem met één hand op zijn rug naar beneden, stijf tegen de grond. Door de witte vacht heen kon ze zijn ribben voelen. Het viel haar op hoe haar vingers precies in smalle ruimten ertussen pasten, alsof […]

ontwerp: artur schmal studio / development: erik driessen media ontwerper